Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Fysiek geweld is strafbaar. Een enkele klap wordt al als misdaad gezien. Met taal mag een mens behoorlijk om zich ‘heenslaan.’ Rechtvaardigt de informatiemaatschappij een herijking van taalgebruik met de kracht van een psychische geweldsdaad? We weten inmiddels hoe diep psychische schade kan ingrijpen.

Wie iemand slaat of schopt, laat staan met een wapen mishandelt, moet zich voor de rechter verantwoorden. Afhankelijk van omstandigheden de mate van geweld en de lichamelijke gevolgen kan de straf hoger of lager uitvallen, maar de dader komt er niet mee weg. Fysiek geweld is uit den boze. Hoe anders is dit met taal. Een belediging van het Hof in een rechtszaak is strafbaar. Het beledigen van de Majesteit ook. het uitschelden van een amtenaar in functie iin begiinsel ook, maar ik heb zelden gehoord dat voetbalhooligans die de ingrijpende politie verrot scholden, zijn veroordeeld.  Laster kan tot een veroordeling leiden, maar dit gebeurt eveneens zelden. Daarmee hebben we het wel zo ongeveer gehad. Als het om foutieve berichtgeving gaat, is vaak een simpele rectificatie de 'hoogste' straf, maar de weidse schade is daarmee niet ongedaan gemaakt. Een argument is dat dit niet altijd met opzet gebeurt. Onzorgvuldigheid is dan de verontschuldigende deken. Klopt dit nog wel in de informatiemaatschappij?

Bezie het bijgaande schema. Al die fysieke en materiële beschadigingen in het linkerrijtje zijn niet toegestaan? (Met chanteren wordt bedoeld het dreigen met fysiek geweld). Maar het antwoord op de vragen in geval van talige uithalen, is net zo eenduidig. Alleen luidt hier het antwoord: ja, het mag wel. Misschien ethisch niet, maar strafrechtelijk zijn de sancties nihil.

taalgeweld - warnerommunicatie

Vroeger zei men "schelden doet geen pijn." Als iemand werd beledigd, kon het slachtoffer dit negeren. De actieradius van woorden was gering. Bij uitzondering kon het in hogere kringen in voorgaande eeuwen leiden tot de uitdaging voor een duel, in lagere kringen tot een kloppartij. Maar in de moderne informatiemaatschappij blijven verbale beledigingen of onwaarheden over een persoon of zaak niet tot een kleine kring beperkt. Onder het mom van een mening en daarmee gedekt door de vrijheid van meningsuiting of in columns of andere openbare informatiekanalen als twitter kunnen de meest beledigende teksten worden neergeschreven of uitgesproken. Anders dan vroeger kunnen dergelijke uitlatingen door duizenden of zelfs miljoenen mensen worden ontvangen. Reputatie- of imagoschade is dan onvermijdelijk en vrijwel niet herstelbaar. Niet voor niets leggen rechters soms in andersoortige strafzaken uit , dat de veroordeling lager is uitgevallen, omdat de verdachte al genoeg door de publiciteit is gestraft. Maar de gewone burger die diep beledigd of gekrenkt wordt, krijgt geen 'pijnvermindering.' Betekent dit niet, dat er paal en perk moet worden gesteld aan wat in het openbaar over een ander wordt gezegd of geschreven. Natuurlijk de vrijheid van drukpers en meningsuiting zijn een hoog goed, maar evenzo is het, dat in een beschaafde maatschapppij mensen verschoond blijven van ongegronde beledigingen of verdachtmakingen ten overstaan van mogelijk de hele samenleving. Als we onze positie en functie als imagobewakers mede als belangrijk kwalificeren, omdat reputatie- of imagoschade personen of organisaties duur kan komen te staan, zouden we harder dan nu in het geweer moeten komen tegen ongefundeerde en doelbewuste aanvallen in het openbaar. Waarom wordt de ambtenaar in functie nog enigszins beschermd, maar moet de scheidsrechter in het voetbalstadion zich de meest verwerpelijke teksten laten welgevallen. Door niet gelijk de wedstrijd bij spreekkoren definitief te staken, buigen we voor grof verbaal geweld. In het stadion verwaait dit nog, maar op internet zingt het eeuwig rond. Ligt hier een discussiethema en taak voor communicatoren? Kortom moet onze vakgroep opkomen voor beschaafd taalgebruik, waarbij uiterst scherpe kritiek wel mogelijk is, maar altijd op basis van argumenten en als het om een neersabelende mening gaat zonder de persoon als zodanig van valse etiketten te voorzien.

Er komt nog een wetenschappelijk argument om de hoek kijken. Sinds de weerlegging van het Cartesiaande dualisme (de scheiding van lichaam en geest) en de opkomst van het Materialisme (alles bestaat uit energie of heeft substantie) is de geest cq de psyche onderdeel van het lichaam. Een psychische klap is daarmee in beginsel net zo materieel als een kaakslag of een schop tegen de schenen of in het kruis. Wat is het verschil tussen een arts die de kaakbreuk moet helen en de psychiater die geestelijke pijn moet weg'masseren.' Interessant is dan vervolgens de benoeming van de schade door imago- of reputatieverlies. Wij communicatoren roepen altijd dat imago zo belangrijk is en dat beschadiging ervan klanten of aanzien kost met directe financiële gevolgen of werkgelegenheidsconsequenties. Wel, als we dit echt menen, waarom komen we dan zo weinig in het geweer tegen openbare aantijgingen, die ongefundeerd zijn, maar hele volksstammen op het verkeerde been zetten met alle herstelkosten van dien? Kortom waar liggen de grenzen aan het vrije woord in de informatiemaatschappij c.q. het publiekelijke domein? Wie woordgeweld ondergeschikt acht aan fysiek geweld declasseert de menselijke beschaving op taalniveau. Wordt het tijd voor een derde, negatieve vrijheid? Naast de vrijheid van mening en drukpers de onvrijheid van talige en beeldende belediging.Of positief uitgedrukt: de vrijheid om verschoond te blijven van audio-visuele geweldpleging.

Interessante artikelen

Als twee opgewonden hanen kakelen Noord-Korea en Amerika tegen elkaar op. Het gaat niet om een handelsconflict over tandpasta waarvan je tanden roze kleuren. Kernwapens of kernbewapening zijn in het g


De naam Oekraïne herbergt een opmerkelijke betekenis. Kraïne betekent land. In het Russisch geschreven KPAïHA. Het wordt tegenwoordig geschreven als YKPAïHA ofwel Ykraïne. Die letter Y betekent ‘bij’.


Van de week was ik aanwezig bij een lezing van Nobelprijswinnaar Ben Feringa in de Oosterpoort. Een bijkans uitverkochte zaal voor Studium Generale. En dat voor een onderwerp als nanomotoren. Ik begre