Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Er is onmiskenbaar een teneur om korte zinnen te schrijven. De moderne media en hun kosten leggen hun format dringend op. Wie twittert een mooie zin van 50 woorden? Het argument is dat men in een lange zin onderweg de draad kwijt raakt. En dat de boodschap niet overkomt, als je het niet in twee, korte zinnen kan zeggen. In een goede lange zin hoeft niemand de weg kwijt te raken, die zich inzet en oefent. Je kunt als schaker één zet vooruit denken, maar ook vijf of zes. Het is altijd een kwestie van oefenen en doorzetten. Nuances of tussenzinnen, die onderweg in een zin worden ingevoerd en deze lang maken, begeleiden juist de gedachten van de lezer. Zeker als ook de interpunctie perfect is, want dat geeft mede het leesritme aan.

Kortgeleden reageerde ik op een online-discussie en kreeg van iemand het verwijt, dat ik een brij van woorden nodig had om mijn standpunt over het voetlicht te brengen. Afgezien van het feit, dat de reactant brij als brei schreef, was mijn inbreng niet meer dan 300 woorden lang. Wel, als dit al brei wordt genoemd, staat ons nog een litterair tijdperk te wachten met hit-en-run-teksten, zoals de staccatodialogen, waarin men elkaar ook nog onderbrak tijdens de politieke debatten, die strikt genomen geen debatten waren, in aanloop naar de verkiezingen.

Kort schrijven? Oneliners? Ik kan het, maar moet het ook per se. Ik zie Shakespeare al teruggebracht tot: Hij hield van haar. Zij van hem. Hun families hadden ruzie. Zij verkozen de dood.

Dat korte zinnen beter lezen in de zin van beter tot begrip leiden dan lange is trouwens niet waar. Wie een pagina lang korte zinnen leest, ervaart de tekst als een staccato van beweringen. Zoveel tromgeroffel onthoudt een mens niet gemakkelijk, ook al omdat men zelf alle verbanden moet leggen.  Daarom zijn kortzinnige reclameteksten ook als geheel weer altijd kort. Een bombardement van korte zinnen heeft iets bedreigends en vermoeiends.

Een voorbeeld. Jan is dood. Hij had een ongeneeslijke ziekte. Geen medicijn hielp. Zijn lijden was heftig. Hij worstelde drie dagen. Met veel pijn. Het was echt hopeloos. Dokters waren onmachtig. Zijn familie leed mee. Hij lag immers thuis. 37 Woorden.

Korte zinnen. Dit houdt een mens geen drie pagina’s vol. Ze zijn op zich heel begrijpelijk, maar eigenlijk, als we het er toch over hebben, bij elkaar veel te veel. En veel is ook lang. Ze werken als een kogelregen. Dat een ongeneeslijke ziekte tot de dood leidt, is een overbodig verband. Als medicijnen niet hielpen, zal de pijn wel heftig zijn geweest. Dat hij thuis lag te sterven maakt niet uit. De familie had het ook erg gevonden en geleden, als ze in het ziekenhuis aan zijn bed hadden gezeten. ‘Jan was ongeneeslijk ziek en stierf een pijnlijke dood met een treurende familie aan zijn voeteneinde’ volstaat. 16 Woorden slechts. Als het dan toch kort moet?!

Maar wat is er nu mis met deze lange zin. ‘Jan, die aan een ongeneeslijke ziekte leed, is na drie dagen worsteling gestorven, omdat de dokters machteloos stonden, ook tegenover de pijn, die voor extra leed zorgde voor hem en zijn familie, die thuis zijn ziekbed begeleidde.’ Ook 37 Woorden. De zin zal geen literaire prijs winnen, maar ze is ondanks de lengte heel goed te volgen.

Is het bij veel twitteraars niet veeleer zo, dat zij het lastig vinden om goede argumenten te formuleren, de tijd niet willen nemen of geen moeite willen doen om verder na te denken, omdat het hun eigenlijk ook niet diep raakt en zij het liefst zo snel mogelijk weer willen doorgaan met wat hen meer leuks biedt?

Begrepen? Welaan, de zin is 57 woorden lang. Viel wel mee toch?

Interessante artikelen

Menigmaal kunnen we lezen in onze vakschriften of in de aankondigingen van workshops en aanverwante eendaagse cursussen, dat communicatie toe is aan meer creativiteit. Niet altijd wordt duidelijk gema


Er is onmiskenbaar een teneur om korte zinnen te schrijven. De moderne media en hun kosten leggen hun format dringend op. Wie twittert een mooie zin van 50 woorden? Het argument is dat men in een lang


Vier vormen om te komen tot beleidsaanpak in organisaties.

In onderstaand schema staan vier vormen van beleidsoverleg.

I. De top van de organisatie overlegt met de staven c.q. specialisten op basis