Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Gisteren (16 nov) ontspon zich tijdens een bijeenkomst van communicatiedeskundigen een interessant debat, aangezwengeld door de gastvrouw. Het vertrekpunt vormde de vraag: als het zo is, dat er een beweging op gang komt, die het maatschappelijk wenselijk acht, dat we van een ik-gerichte (me) economie naar een wij-gerichte (we-economy) overgaan, welke bijdrage zou hieraan dan door communicatoren kunnen worden geleverd?

Of het zo is, dat met die overgang van ‘me’ naar ‘we’ een begin is gemaakt en die transfer ook gaat plaatsvinden is een vraag op zich. Maar al te vaak zien we, dat er een tegenbeweging op gang komt vanuit mensen, die vinden dat een bepaalde cultuur of praktijk te ver is doorgeslagen. De bekende slingerbeweging is van alle tijden. Het is de continue zoektocht naar een evenwichtige balans, de gulden middenweg, de afschuw van extremen en hun negatieve uitkomsten.

Mijn mening is, dat de me-economie onderdeel is van een veel groter me-verschijnsel. Het ik-denken en –leven wordt mogelijk gemaakt door een grote mate van welvaart. Sociale cohesie is eerst en vooral een gevolg van de wetenschap en het praktische besef dat mensen elkaar nodig hebben. Mensen die over voldoende geld beschikken om zich alles te kunnen permitteren (of kopen), achten zich niet meer van anderen afhankelijk, want alles en iedereen is voor hen beschikbaar omdat ze het ultieme ruilmiddel geld rijkelijk voorhanden hebben. ‘Voor geld is alles te koop’ is niet voor niets een algemeen aanvaard gezegde en maar al te vaak nog waar ook.

Het je-aan-niets-en-niemand-wat-gelegen-laten-liggen is afgezien bij de filosoof-asceet een houding die voortkomt uit een groot complex van factoren, zoals emancipatie, vrijheid, secularisatie, gezagserosie, gelijkheidsdenken, klassennivellering, materiële beschikbaarheid, gebrek aan historisch inzicht, de persoonsverheerlijking in de entertainmentindustrie, de ongebreidelde aandacht vanuit de maatwerkindustrie (om overigens commerciële en niet maatschappelijke redenen). Een deel van deze ontwikkelingen (vooral en vooralsnog in de westerse wereld) hoogachten we, misschien wel terecht, als grote verworvenheden. Emancipatie en vrijheid bijvoorbeeld. Maar vrijheid die overgaat in losbandigheid, in disrespect, in asociaal gedrag, schiet door. Het in principe goede uitgangspunt van de gelijkwaardigheid van elk individu ten opzichte van een ander is allesbehalve hetzelfde als gelijkheidsdenken en ongenuanceerde nivellering.

Als uit de teloorgang van vroegere beschaving geen lessen worden getrokken of het merendeel van de mensen heeft van die vroegere gebeurtenissen geen flauw benul, vervallen we onherroepelijk in oude fouten. Als we dan een onderwijscultuur hebben, die vooral mikt op het bestuderen van de half A4 checklist voor score en succes van morgen, moeten we niet gek opkijken, als jongere generaties gaan leven naar het hedonisme van de dag van morgen. En een hekel hebben aan zinnen van meer dan dertig tekens, niet eens woorden. Of leven in de stijl liever hoofdpijn van bier dan van denken.

Dat enorme, onderling verweven complex van maatschappelijke ontwikkelingen, leidende tot een me-wereld, terug in zijn hok dringen, vereist nog al een beweging.

En nu de eigenlijk vraag van daar straks: kan communicatie daar in rol in spelen? Hieraan gaan echter vragen vooraf als: moet communicatie daar een rol in spelen, waarom zou communicatie daar een rol in spelen? Zijn deze beantwoord, dan komen we op het punt van kan het en hoe.

Moet communicatie daar een rol in spelen? Nee. Communicatiedeskundigen zijn eerst en vooral managers van het communicatieproces en producenten van de middelen dienstig aan dat proces. Het proces en de rol van communicatoren zijn instrumenteel. Speelden zij vroeger een functie in de overdracht van informatie etc. behorende bij de ontwikkeling van een me-economie, dan kunnen zij op dezelfde wijze nu een rol spelen in de overgang naar een we-economy, vooropgesteld dat zij werkzaam zijn voor een organisatie die dit nastreeft.

Waarom zou communicatie daar een rol in spelen? Communicatie en dus ook de vakdeskundigen spelen er altijd een rol in, als zij hun werk doen. Communicatie is immers functioneel in elk maatschappelijk proces van welke aard ook.

De vraag of er in die overgang of beweging naar ‘we’ voor communicatoren een rol is weggelegd valt derhalve in tweeën uiteen. De vakmatige rol komt gewoon als functie en instrumentalisme voorbij. De persoonlijke rol is niet van functionele aard, maar van een persoonlijk ethische aard. Ofte wel, schaart de communicator zich als persoon met vak en kennis onder degenen, die vinden dat die overgang moet worden gemaakt ter wille van een betere samenleving?  Dat is dus een privé-besluit. Geen functieopdracht. En daarmee komt het antwoord uit de persoonlijke overwegingen, zoals die gelden voor ieder andere functionaris cq burger. Acht de communicator die beweging van wezenlijke betekenis en belang voor de organisatie waarvoor hij of zij werkt, dan moet hij gewoon zijn werk doen en als adviseur en analist van maatschappelijke ontwikkelingen zijn functionele rol uitoefenen. Zelfs als hij/zij het persoonlijk niet met die beweging eens is. Komt hij daarbij in een gewetensconflict (organisatiefunctie en persoonlijke visie), dan is dat weer onderwerp van een privé-besluit en op zijn best van intrapersoonlijke communicatie-aard.

Interessante artikelen

De voortschrijdende robottechniek roept vragen op. Nu gaat het vooral om de uitstoot van werk voor mensen. Straks over ethiek. SP-voorman Roemer verwoordde deze week in een talkshow zijn bezwaren. Hij


Zoals in zovele vakken zijn beroepsbeoefenaren vooral geneigd te lezen wat vakgenoten en wetenschappers uit dezelfde discipline ontdekken en publiceren. Communicatoren zouden zich ervan bewust dienen