Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Branding, identity, story telling, aantrekkelijk geëtaleerde workshops rollen van de lopende band in ons vak. Door de crisis belanden bedrijven aan de rand van de afgrond. Redden zij het door aan deze communicatieonderwerpen meer aandacht te geven? Of leven en werken communicatoren hiermee buiten de werkelijkheid?

Als je bijvoorbeeld op dit moment baas bent bij een bouwbedrijf (klein, middelgroot, groot) staat het water je aan de lippen. Sterker nog menig kleinere bouwondernemer heeft het loodje al gelegd. Er wordt gewoonweg bijna niet meer gebouwd. Kantoren staan leeg en vierkante meters zijn er te over. Zelfs grote banken zitten met onroerend goed in drijfzand. Neem de SNS als pijnlijke koploper. De vraag naar nieuwe woningen stagneert schrikbarend. Veel Nederlanders met een (te) hoge hypotheek zitten letterlijk muurvast. Wat moet nu de bouwers met branding, met meer geprononceerde identity of story telling?

Neem branding. Je opwerken tot een merk, is goed voor elk bedrijf en elke instelling of institutie. Niets tegen in te brengen, maar waar geen markt is, verliest ook een merk inkomen en staat voor een reorganisatie. Dit is nog los van het feit, dat branding voor geen meter nieuw is, Het gold in alle eeuwen en gaat tot 2500 terug. Dat het nu op een andere manier en met andere middelen gebeurt, is een kwestie van oude wijn in nieuwe zakken.

Een sterke identity dan. Hoe meer mensen je kennen of menen te kennen, des te hoger sta je aangeschreven en in de koopagenda, vooropgesteld dat die bekendheid is gebaseerd op positieve ervaringen. Zelfs als die identiteit er eigenlijk één is van geheimzinnigheid, schijn en bij tijd en wijle regelrecht bedrog. De hele pausverkiezing is er een magistraal voorbeeld van. Geheimzinnig achter gesloten deuren, stijf van machtspelletjes, maar o zo mysterieus met een zwaar gordijn van schijn en de aanhangers zwelgen.

Story telling is niet minder oud als een verbindende en tot waardering leidende factor. Toen er nog geen schrift was en verreweg de meeste mensen analfabeet waren tot in deze tijden toe, vormde story telling middels mondelinge overlevering van een interessante historie een aandachtstrekker.

Zo bezien grijpen communicatoren terug naar oude succesnummers. Ook hier is niets mis mee, maar komt dit nu door erkenning dat nieuwere manieren niet werken, dat de oude wijze van interesseren toch meer hout snijden en nog lang niet hebben afgedaanof dat we geen andere aanpak in de aanbieding hebben. In het laatste geval is het een vertoon van armoede. Het vakgebied moet dan niet raar opkijken als er een mening opsteekt bij het management, dat communicatie wat voorstelt in tijden van voorspoed en voldoende pecunia, maar dat in crisisperiodes, in daldecennia, de toegevoegde waarde maar zeer spaarzaam te ontdekken is.

Anders gesteld: wat kunnen communicatoren bijdragen in tijden van krimp, neergang en tegenslag, anders dan een milde manier van informeren van medewerkers en klanten, dat er niet meer voor iedereen werk is en er producten of diensten uitvallen dan wel versoberen? Beschikt communicatie over handelswijzen en middelen om een economische crisis te helpen bestrijden? Of moeten we concluderen, dat ons vak vooral (en alleen) zijn bestaansrecht vindt in het uitwisselen van informatie met wat speciale verf of saus, omdat er, wat ook de situatie is, altijd wel wat valt mee te delen of uit te wisselen? Zijn we vooral schippers van een veerboot, die, ongeacht wat er op beide oevers gebeurt en hoe beroerd onze passagiers er ook voor staan, al of niet sober dan wel met wat opsmuk de boot heen en weer varen en op zijn best de moed erin houden, maar aan de oeverloze ellende eigenlijk niets kunnen doen?

 

 

 

 

 

 

Interessante artikelen

Gisterenavond was ik bij de lezing in het Philosofisch Cafë in de Oosterstraat in Groningen. Spreker was professor Hans Achterhuis, o.a. Schrijver van het indrukwekkende boek ‘Met alle geweld.’ Zijn o


Welk zinnig mens kan de wereld nog volgen? Je bent geneigd je af te wenden en je probeert je eigen kleine wereldje te besturen. Daarin zijn soms al lastige vraagstukken genoeg. Wat moet je meer? Maar