Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Onderstaand schema toont de componenten van strategie. Bedenk: strategie is van oorsprong een militair begrip. Strategos is legeraanvoerder in het Grieks. Componenten als ‘het gebruik van machtsmiddelen’, ‘een vooropgezet plan’, ‘toepasbaarheid in conflictsituaties’, de inschatting van de tegenstander’ en ‘gericht op het verslaan van de opponent’ passen in die militaire aanpak. In de klassieke betekenis is een strategie is gericht op overwinnen. Er staat veel op het spel in een oorlogsstrijd. Overleven is essentieel en dus moet je omzichtig en uitgekiend te werk gaan. Met zo min mogelijk verliezen. Maar geldt dit ook in de communicatie?

 strategie

In het lopende conflict met Rusland rond de Ambassade-kwesties zien we die militaire componenten voluit terug. Poetin past een diplomatieke oorlogsverklaring toe. Machtsmiddelen hierin zijn dreigende woorden, handelsbelemmeringen (kaas, bloembollen), het eisen van afstraffing van de politiemensen. De inschatting van de tegenstander is rekenen op de buigzaamheid van Nederland (excuses). Het verslaan van de tegenstander is diens buiging en toegeven van de wandaad.

 Duidelijk is ook dat beleid en strategie niet hetzelfde zijn, hoewel de termen vaak in de praktijk door elkaar worden gebruikt. Wie een op vriendschap gericht beleid wenst uit te voeren kiest voor een andere aanpak dan wel strategie en zet een dialoog in.. Rusland denkt en werkt vanuit macht, niet vanuit een harmonie zoekende oplossing, naar het lijkt. Bijvoorbeeld als tegenwicht ten opzichte van de kritiek op de Greenpeace-aanpak.

 Deze betekenisgeving aan het begrip en de strijdvaardige handelwijze behorende bij strategie tellen nog evenzeer in de gewone wereld van organisaties en bedrijven.  We moeten dus alert zijn: of het woord strategie wordt gebruikt in afgezwakte betekenis en dan is het gewoon synoniem met het woord aanpak, zoals we regelmatig kunnen constateren als het woord strategie in de mond wordt genomen terwijl het gaat om zoiets als een dagelijkse activiteit.  Of het herbergt die aloude militaire elementen en dan is het een regelrecht aanvalsplan op weg naar de overwinning. In dit geval niet met wapens, maar met woorden. In die militaire betekenis past communicatiestrategie als samenstelling helemaal niet. Als we de hoogste vorm van ethische communicatie nastreven, wisselen we informatie uit met als doel wederzijds begrip. Hierbij horen geen agressie en geen strijdelementen. Strategie en communicatie sluiten elkaar dan uit. Wie een communicatiestrategie hanteert in de oorspronkelijke betekenis van strategie is aan het verslaan, niet harmoniëren. Die persoon zet communicatiemiddelen in als machtsmiddelen, is op een overwinning uit en ziet de ander als tegenstander of vijand.

Communicatoren moeten dus heel prudent zijn in het hanteren van het woord strategie of het woordenstel communicatiestrategie. Nogmaals, tenzij strategie alleen maar verzwakt en neutraal wordt gebruikt als ‘aanpak.’ Een communicatiestrategie is dan niet meer dan een wat duur woord vooreen aanpak middels communicatie, die juist niet het conflict zoekt, maar wil vermijden. Wie strategie in de klassieke betekenis gebruikt, zet communicatie als machtsmiddel in. Dat zouden we niet moeten willen of toestaan.

Als er ergens van communicatiestrategie wordt gesproken, pas dan dit rijtje componenten toe op de gebruikte woorden en handelwijzen en oordeel zelf of de gebruiker uit is op ‘oorlog en overwinning’ of op ‘harmonie’.

Interessante artikelen

Het aantal aanslagen in de afgelopen weken lijkt een kettingreactie. Niet dat ze uit één bron komen en in die zin verbonden zijn, maar wel dat ze een gemeenschappelijke oorzaak kunnen hebben vanuit ve


Yezidi’s in de knel

Het is niet ondenkbaar, dat één van de Amerikaanse piloten, die de Yezidi’s, te hulp schiet (letterlijk en figuurlijk) een katholiek is. Hij doet dit mede op verzoek van de Irakes


De Tunesische terrorist die in Berlijn toesloeg reisde ongehinderde door half West-Europa. Minister Van der Steur zei desgevraagd vlak na die aanslag dat Nederland maximaal de veiligheid voor ogen had