Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Er is een voortdurende strijd tussen de visie voor de lange termijn en de resultaten van onze actie op korte termijn.. Deze strijd is van alle tijden. Heel algemeen gesteld: de idealist kan streven naar het succes voorbij zijn eigen tijd van leven. De realist zoekt resultaten die vandaag of morgen zichtbaar worden. De realist vindt geen bevrediging in postume eer. De idealist is bereid te sterven als zijn offer bijdraagt aan de uiteindelijke hemel.
De realist wil boter bij de vis. Een vertegenwoordiger van deze houding is de kapitalist. Deze zoekt return on investment volgende jaar: de target is 15% winst na belastingen.

De idealist wil vis voor iedereen. Zijn ROI is een beter leven voor in beginsel allen binnen een menselijk afzienbare tijd.
De realist leeft bij het principe van de jungle: eten of gegeten worden.
De idealist ruilt een deel van zijn persoonlijke gewin in voor het profijt van toekomstige generaties.
Beiden behoren tot de categorie homo sapiens sapiens. Anders gezegd: de moderne mens kan met zijn denkvermogen voor twee stelsels kiezen die elkaar in de praktijk zo niet uitsluiten dan toch tenminste bevechten.
Per definitie leeft de realist dichterbij de werkelijkheid, die hem toont hoe rauw en hard die dagelijkse wereld nog steeds is. Tegelijkertijd voedt hij die rauwe werkelijkheid.

In weerwil van altruïstisch georiënteerde religies of staatsvormen staat hij dichter bij de natuur van onze biologische afkomst. De doordenkers onder hen beseffen wel degelijk dat de wereld niet ideaal is, maar zij zweren bij resultaten die ze zelf nog meemaken of waarvan ze zelf de vruchten nog plukken. De rauwen zijn niet geïnteresseerd in verbeteringen na hun dood. Zij zijn hedonistisch en hun adagium is voor wat hoort wat.
De idealisten streven naar een betere wereld en kunnen genieten van de kleine vordering in hun time and life, als het maar een stap voorwaarts is.
Beide categorieën wensen te overleven. De een met maximaal vermogen in het nu, de ander met het genoegen van een bijdrage in het nu als onderdeel van het grotere resultaat straks, dat hij in het vooruitzicht heeft maar zelf niet zal smaken.
Het is een klassieke kloof.

In feite zijn beiden realist en idealist, zou je sofistisch kunnen redeneren.
De realist-hardliner aanvaardt het verleden en beseft dat we dat we één sociale genmutatie verder zijn dan de mens in barbaarser voorstadia, maar ook niet verder dan dat. Zijn ideaal is het beste nu.
De idealist-hardliner beseft het verleden, maar aanvaardt dit niet en ziet zich zelf gesteld voor een moreel doel en leeft met het besef, eerder visie en streven, om een gensprong te sprong te maken. Zijn realiteit is de onvolkomen werkelijkheid en de enige strategische weg naar een universeel betere wereld is gezamenlijke verbetering.
Het is het verschil tussen en het dilemma van de korte en lange termijn.

Zoals hierboven gesteld: dit is van alle tijden. Of toch niet?
Is er misschien sprake van een verandering die het tijdloze dilemma verandert in een dilemma dat een harde urgentie heeft om nu maar eens te worden opgelost. Waarom kunnen we niet nog een paar eeuwen zo door? Wat enkele duizenden jaren de werkelijkheid bepaalde,  kan toch nog wel een paar eeuwen mee? Waarom zou er nu ineens van een urgente keuze sprake moeten zijn?

Het antwoord is, dat de menselijke samenleving zich heden ten dage geconfronteerd weet met een vraagstuk dat zijn weerga in de geschiedenis van de mensheid niet heeft.
Dit vraagstuk is de confrontatie met een mogelijke bedreiging van de menselijke habitat op een mondiale schaal.  Gedurende de totale spanne tijds waarin er mensen leefden wisten individuen en verzamelingen van individuen, aanvankelijk op stamgrootte en later op bevolkingsgrootte van een natie of een ras, zich bedreigd. Door lokale rampen in de eigen, directe omgeving, van natuurlijke aard of door menselijk toedoen in de vorm van oorlogen en etnische vernietiging. De natuur bracht ons vulkaanuitbarstingen, zondvloeden, massale sterfte door ziektes, voedseltekort en wat dies meer zij.

Maar altijd waren die bedreigingen en die desastreuze uitwerkingen lokaal. Niet de hele mensheid werd op één en hetzelfde tijdstip bedreigd.
De menselijke rampen betroffen altijd vernietiging van de ander. Oorlogen om voor wat reden dan ook. Maar ook die waren altijd lokaal, regionaal en zelfs als we spreken van wereldoorlogen dan waren de gevolgen niet echt wereldwijd. Bovendien waren de soldaten uiteindelijk altijd wel een keer uitgehakt en uitververkacht. Hoe verschrikkelijk ook in  slachtoffermassaliteit, we hielden een keer op. En toen de vernietiging een in potentie mondiaal karakter kreeg in de vorm van massavernietigingswapens,  te beginnen met de atoombommen op Japan, deinsde de mensheid snel terug, want deze wapens bedreigden de vijand even hard als de gebruiker. Die vernietigingskracht kon zich immers maar al te makkelijk richten tegen de eerste gebruiker. Geweld kent geen uiteindelijk monopolie en geweten geen uiteindelijke vernietigingsmacht.
De opgave of bedreiging waar de wereld zich nu voor gesteld ziet, overstijgt alle vorige problemen.

Allereerst staat de wereld voor een majeure omslag. In een paar stappen: met ruim 6 miljard mensen en onze huidige welvarende levensstijl, die overigens nog maar geldt voor een derde van de mensheid of minder, is de behoefte aan energie voor de processen van overleving en productie van hetzelfde niveau aan comfort en welvaart zo groot dat we op een overzichtelijke termijn van pakweg een eeuw toe zijn aan een geheel nieuwe vorm van energie en energiegebruik. Een opgave van een complexe en veelomvattende aard, maar naar het zich laat zien Цpardon, naar we met ons allen menen te mogen inschatten- van overkomelijke aard: we geloven in onszelf en achten dat vraagstuk oplosbaar. Bovendien we hebben nog decennia, twee, drie generaties,  misschien nog wel een eeuw de tijd.

Maar  ten tweede en tegelijkertijd heeft het er alle schijn van dat er een nog groter vraagstuk opdoemt: het klimaat verandert.
Is dit tijdelijk, dan zullen we naar inzicht, vermogen, kunde en per kerende bedreiging oplossingen moeten vinden.
Is dit kosmisch, dan moeten we hopen dat de schaal van impact ons menselijk verweervermogen niet te boven gaat. En ook dan geldt dat we per kerende bedreiging een oplossing zulle moeten porberen te vinden en organiseren.
Zijn we zelf de hoofdschuldige aan die klimaatverandering, dan moeten we snel een hele serie maatregelen nemen, die neerkomen op een drastische verandering van onze levensstijl (inclusief een mogelijke verandering van onze paringsdrift) en een even revolutionaire (snel en ingrijpend) verandering van ons energieverbruik.

Het vraagstuk schetsen is niet ingewikkeld. De oplossing is dat wel. De keuze is bijna ondoenlijk. En bij de operationele programmering zit zoals altijd de mensheid met zijn conservatieve jée-ik-heb-het-nu-goed, wat-vervelend-nu-houding zichzelf in de weg. En dat deel van de wereld dat het helemaal nog niet zo goed heeft, doet niet echt mee in de discussie en de beleving van het vraagstuk.

Wat nieuw is, is dat nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid een vraagstuk zo collectief gelijktijdig voor die hele wereld heeft gegolden en door de moderne snelheid van informatiedistributie ook bij die hele mensheid of in ieder geval hun nationale regeringen en intelligentsia of alfabete burgers onder ogen is gekomen.

De discussie vindt volop plaats. Wat echter opvalt is, dat de leidende elite geen duidelijke standpunten inneemt en in het verlengde daarvan de noodzaak tot maatregelen maskeert..
Men mag verwachten dat individuele leiders, of dit nu presidenten, ministers, parlementariërs of bestuurders van grote bedrijven zijn, een persoonlijke mening hebben over hoe zij dit vraagstuk inschatten.
Die mening horen we niet. Het zijn altijd corporate statements.

De leden van het kabinet uiten zich volgens de afspraak dat het kabinet met één stem spreekt.
Als iedereen zich hier aan houdt, horen we dus het kabinetstandpunt, maar niet wat een minister er nu zelf over denkt.
Parlementariërs moeten zich houden aan de partijdiscipline en mogen niet ver af dwalen van het fractiestandpunt.
CEOТs moeten zich uitspreken, zodat de actuele koers niet in gevaar komt en de aandeelhouders niet verontrust raken.
Wat ze echt vinden van het vraagstuk en de noodzakelijke oplossingen blijft in het verborgene.

Het electoraat en de verkiezingen over een jaar bepalen hun uitspraken. De aandelenkoers en de winstverwachting dicteren hun woorden.
Allemaal korte termijn gericht. Wat het vraagstuk op lange termijn betekent en hoe zij van mening zijn dat de actuele aanpak moet zijn, krijgt het publiek simpelweg niet te horen. Niemand verkondigt een oordeel en propageert een actuele aanpak die indruist tegen het kortetermijnbelang.
Hiermee verliest hun leiderschap aan kracht en verliezen zij op hun beurt het recht op leiderschap. Juist van deze besturende elite moet de langetermijnvisie onverkort worden vernomen.
Zo niet dan wordt het begrip transparantie een lege huls en verwordt hun leiderschap tot het aanvoerderschap  per wedstrijd.

Interessante artikelen

 Pas op, het echte onderhandelen moet nog beginnen. Er is nog slechts een akkoord tot een akkoord.

Allereerst moet het Griekse parlement vier pittige wetten in twee dagen maken en aannemen. Dat kan n


Een wat luchtiger blog deze keer. Van de week bestelde ik in een gewoon café-restaurant in de stad een kopje koffie. Dat verkleinwoord klopte inderdaad. Het was een kopje dat we kennen van een Italiaa