Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Genetica, robotica, waar zijn we mee bezig?

Jos de Mul schreef het essay van de maand van de filosofie, getiteld Kunstmatig van nature, de ontwikkeling naar Homo Sapiens 3.0. De essentie van de beschouwing van prof. dr Jos de Mul, hoogleraar Filosofie Mens en Natuur aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, ligt besloten in de vraag die hijzelf stelt: Zijn wij bezig onze opvolgers te creëren? Die opvolgers zijn dan robots met menselijke trekken of mensen met robotachtige eigenschappen. De Mul gaf een lezing voor het Filosofisch Café Groningen, waarbij hij met name de genetica tot onderwerp maakte. Tijdens zijn betoog trok hij alle laden van zijn eruditiekabinet open. Er staat ons wat te wachten, zo begon hij, want was de 20e eeuw het honderdjaar van de natuurkunde, de 21e eeuw zal worden gedomineerd door het accent op de biotechnologie.

De Mul is realist en aanvaardt die menselijke drang tot vergaande ‘experimenten’ en open einde-ontwikkelingen. De mens is van nature kunstmatig en ontkomt niet aan zijn aard. Planten hebben geen externe actieradius. Zij hebben een begrensde natuur, een gestalte. Dieren hebben een besef van hun bestaan, maar handelen instinctmatig. Ze ondergaan wel gevoelens van pijn, lust of behagen, maar bezitten geen reflexiviteit. Hun begrenzing is wat diffuus, maar de denkactieradius blijft beperkt. Roofdieren kunnen hun gedrag niet analyseren en tot de slotsom komen dat het misschien diervriendelijker is als zij voortaan hun behoefte aan energie met gras invullen. Mensen daarentegen reflecteren wel. Zij analyseren hun gedrag en ook de gevolgen ervan. Hun besef groeit uit tot een bewustzijn van zichzelf, zowel als van de omgeving en de samenhang, en van de consequenties van hun handelen. Dit geeft hen ook het vermogen om vragen te stellen bij hun bestaan en de toekomst en stil te staan bij de mogelijkheden tot verbetering, verandering en vernieuwing. Zij zijn steeds meer geneigd de natuur naar hun hand te zetten. In deze eigenschap ligt ook de kwalificatie van kunstmatigheid. Dit is kort samengevat zijn redenering.

De Mul toonde dit proces aan de hand van een drietal paren van stadia.

Het conventionele drietal wordt opeenvolgend gevormd door analyseerbaarheid – wetmatigheden – beheersbaarheid. De moderne reeks ofte wel het actuele kunnen bestaat uit synthetiseerbaarheid – programmeerbaarheid – manipuleerbaarheid.

We leerden de natuur en haar processen kennen door alles te ontleden en te zien wat elke component op elk niveau bijdroeg aan het totale proces. Door deze ontleding ontdekten we de natuurwetten en de mogelijkheden om hiervan gebruik te maken. Het gevolg was een mate van dominantie. In ieder geval over onze directe omgeving op aarde. De componenten kennende gingen we zelf construeren en samenvoegen. Vandaar die moderne synthetiseerbaarheid. De natuur staat binnen die wetten toe dat er andere vormen en combinaties worden gemaakt. Als de wetten worden gekend en de processen op basis hiervan kan de mensheid ook eigen programma’s ontwikkelen en tot slot belandt de mens in het manipuleren van procesonderdelen, waar onze macht tot gelding kan worden gebracht: het meesterschap over de omgeving.

Al luisterend bedacht ik mij twee zaken. Allereerst hebben we de neiging al deze ontwikkelingen aan te prijzen als vernieuwend, innovatief en nog nooit vertoond. Er is wel iets nieuws onder de zon, maar niet origineel. Nieuw is dat WIJ meer kunnen dan vroeger of dan de natuur voor ons deed, maar als we van de grijze naar de groene economie willen, ongeacht welke motieven, dan zijn de alternatieven onder andere het inzetten van biomassa, windenergie, kernfusie en zonne-energie. Strikt genomen zit daar niets nieuws bij. Het stoken van hout, mest en turf deden onze verre voorouders al. Hetzelfde geldt voor het gebruik van windenergie (zeilen, molens, vogels die vliegen). Kernfusie is het basale proces in sterren, waardoor mede zonne-energie ontstaat, waar planten en bomen al miljarden jaren gebruik van maken (fotosynthese). We volgen in feite het natuurlijke spoor terug, maar nu met een doelmatige, efficiënte en meervoudig toepasbare manipulatie vanuit een zekere beherrsbaarheid.

De Mul gaf ook aan welke voortgang ons gestoei met de genetica laat zien. Het traject, zo gaf hij aan, verloopt van in silico via in vitro naar in vivo. We zitten in het prille begin van dit laatste stadium nu we aan genen kunnen gaan sleutelen en langer levende, krachtiger of intelligentere mensen kunnen gaan bewerkstelligen door directe ingrepen in het basismateriaal. Ook hier deed mijn retourgedachte opgang. In vivo waren we al machtig; dat heet voortplanting door vrijen. In vitro is al gemeengoed in laboratoria voor paren waar de natuurlijke bevruchting niet slaagt en we zijn bezig (heel pril) met het kunstmatig maken van kinderen, waaraan geen ouders meer te pas hoeven te komen (de in silico-fase . Deze fase vinden we in de natuur terug als de overgang van anorganische replicatie naar organische replicatie. We lopen dus ook hier terug op het spoor van de natuur, maar op een in die zin hoger plan, dat wij mensen het (hele) natuurproces onder de knie krijgen en nabootsen. Of dat ‘op hoger plan’ ook een kwalitatief hoger plan is, is een vraag van een andere orde. Het neemt wel al bijzondere uitkomsten op. Ik schreef al eerder op deze site, dat er inmiddels diverse manieren zijn om moeder te worden zonder dat er lijfelijk een man aan te pas komt. Denk aan in vitro fertilisatie/kunstmatige inseminatie of bevruchting op basis van ontvroren sperma.

Wat mij vooral intrigeert, is dat die hoogst geniale mensheid, althans vergeleken met onze primitieve oervoorouders, weliswaar al deze ontwikkelingen in gang heeft gezet met het oog op een resultaat dat op afzienbare tijd van decennia bij voorkeur moet worden bereikt, maar dat we met al die kennis geen flauw benul hebben, laat staan beleid of strategie, van waar we naar toe willen op de lange termijn.

Bij de lezing van De Mul reageerde een deel van de aanwezigen met zichtbare afkeer van het vooruitzicht van robots met meer of minder menselijke trekken, als een opvolgende soort. Dat moesten we maar niet doen. Ik legde de toehoorders in het debat het volgende voor. Stel dat de natuur tot een ontwikkeling was gekomen, waarbij anorganische elementen tot de synthese van robots waren geraakt. Deze zitten nu in plaats van ons in deze zaal en bediscussiëren of ze de ontwikkeling van de organische mens moeten doorzetten, de vermenselijkte robot. Zouden wij daar dan bezwaar tegen hebben? Die omdraaiing van de volgorde veroorzaakte stilte. Waar zijn we mee bezig?, bleef toch in de hersenen vooraan liggen. De Muls antwoord is: Met dat wat ons mensen maakt. Lees zijn boek er maar op na.

Interessante artikelen

Een jaar heeft 365 dagen of 8760 uur. Wie 75 jaar oud wordt, leeft al met al 657.000 uren. Mensen, die dit voor het eerst horen en het getal tot zich door laten dringen, schrikken bijna allen. Een men


Als de EU in deze crisistijd zouden worden vergeleken met een ziekenhuis, dan ontstaat het volgende beeld. Er zijn stervende patiënten aan wier bedden de dokters eindeloos staan te praten over de juis