Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Meningsuiting maakt het onwaarneembare fysiek. Wie voor zichzelf alle vrijheid claimt, laat voor een ander geen territorium meer of moet uit het principe van gelijkheid anderen die vrijheid ook gunnen. Als dit werkelijkheid zou zijn, dan is er reden tot grenzen aan de claim op vrijheid. Tenzij het begrip vrijheid zou inhouden dat er überhaupt geen grenzen meer zijn. Waarover hebben we het dan? Een dergelijke opstelling biedt vooralsnog geen uitzicht op samenleving. Dan kan men immers stellen, dat in een soort grenzeloze oneindigheid voor iedereen ruimte is, waarbij er van zeer confronterende uitingen en meningen sprake kan zijn. Desnoods zoek iedere groep zijn eigen territorium. Het lijkt een ordentelijke samenleving, die zweert bij sociaal goede verhoudingen, in de weg te staan. Fysiek is onze ruimte per definitie beperkt. Dat stelt beperkingen aan gedrag. Geestelijk is de ruimte oneindig. Met schriftelijke of verbale uitingen betreden we evenwel de openbare ruimte en maken we onze gedachten en meningen fysiek. Ze zijn te lezen, te horen, door te geven en te vermenigvuldigen. Met als gevolg dat we in de dimensie van de beperkte ruimte belanden.

 

Als we het over vrijheid van meningsuiting hebben bedoelen we dan een fysieke of een geestelijke ruimte? Volgens mijn redenering duiden we dan vaak -maar realiter ten onrechte- op de laatste. Dit blijkt ook wel. Het voortdurende misverstand in de beeldspraak ( de vrijheid van meningsuiting) is, dat zij die zich bekritiseerd of geschoffeerd weten, namelijk wel degelijk in gebiedstermen denken. De criticus of opponent begeeft zich op hun denk- en speelveld en daar heeft hij niets te zoeken, zo menen zij. Zij maken een eigendomsaanspraak op een deel van die fysieke ruimte. Als ik evenwel van mening ben, dat ik mij niet kan vinden in hun wereld en dat ook uit, geef ik daarmee echter aan hun gebied juist niet te willen betreden. Fysiek niet en mentaal niet. Ik wil niet leven in hun intellectuele of geestelijke woning, waar zij deze in tastbaarheid omzetten. Net zoals als zij mijn denkgebouw verafschuwen als zij dit zintuiglijk waarnemen. Zo worden kritiek of afwijzing van andermans geuite denkwereld doorgaans echter niet begrepen of geïnterpreteerd.

Het essentiële verschil is dat in mijn beleving van ruimte voor iedereen plaats is vermits hij of zij mij niet lastig valt, of wil verdrijven dan wel uitschakelen. Dat creëert reden tot een praktisch welhaast onuitvoerbare scheiding tussen denkwereld en de omgangswereld, omdat openbaarmaking per definitie anderen raakt. De wereld van ‘hou het voor je, als je anderen met je woorden en uitspraken beschadigt of beledigt' en de wereld van ‘iedereen is vrij om te zeggen of schrijven wat hij wil. De begrensde tussenvorm van deze laatste wereld ligt in een toevoeging: …mits met respect voor de ander en diens normenstelsel en ethiek.’ Wat mij betreft doet schelden geen pijn, maar anderen zijn op zijn zachtst gezegd gevoeliger. Zij zien hun wereld als heilig. Tegenstanders moeten zich daar niet ophouden en zich er om te beginnen niet over uitlaten. Dit is de doodsteek voor de multiculturele samenleving.

 

Betekent dit dat in mijn ogen anderen dan hun gang kunnen gaan, hoe verwerpelijk hun doen en laten ook zijn, als zij mij maar met rust laten. In absolute zin vind ik dit. Maar in de realiteit gaan achter meningen maar al te vaak het zoeken naar het gelijk in relatie tot macht en overheersing schuil. Of erger het uitschakelen van andersdenkenden. Zo hield Spinoza zijn verst gaande gedachten voor zich en betaalde Adriaan Koerbagh voor zijn publicatie met zijn leven. Dit zijn twee Nederlandse voorbeelden uit een lange geschiedenis van trieste realiteit wereldwijd.

De werkelijkheid is dat wij elkaar ontmoeten, omdat ons fysische leefgebied onze aarde is. Ik kom wat ik afwijs dus elke dag tegen. Door de verspreiding van informatie verneem ik wat anderen voor gruwelijks uithalen. Fysiek door afvalligen of inferieur geachte medemensen in hun omgeving te doden of te martelen, geestelijk doordat zij andersdenkenden geen vrijheid laten, ook niet als deze die leefomgeving wensen te verlaten wanneer dit al kan. Ik heb moeite dat zij hen, die de vrijheid zoeken, gevangen houden. Ik zou mij daar niets van aan kunnen trekken, maar alleen al de informatie hierover pijnigt mij, omdat ik als geen ander meen te weten hoe erg het is als je vrijheid wordt beknot. Mij ziende blind en horende doof houden kan ik niet zonder dat ik mij zelf daartoe in zintuiglijke kluisters sla. De populaire reactie van ‘dan zet je de knop toch om’ is van elke doordenking gespeend. Een tweede ontmoeting volgt wanneer de bewakers van door henzelf gestelde grenzen hun ruimte, leefgebied of denkwereld verlaten en mijn ruimte binnendringen en eisen dat ik moet leven en denken zoals zij doen. In de informatieruimte gebeurt dit voortdurend. Wel, als ik hun gebied niet mag betreden, moeten zij dit omgekeerd ook niet doen. Ironisch en paradoxaal genoeg steken zij de grens over die zijzelf trokken. Maar de gouden regel wordt niet universeel toegepast.

 

De beperkte omvang van de aarde maakt ook dat we elkaar fysiek voortdurend ontmoeten. Vaak om hele goede redenen. Er zijn veel situaties te noemen waarin de mensen op elkaar zijn aangewezen. Het delen van voedsel is zo’n voor de hand liggende reden tot contact. Het gemeenschappelijk maken van de geneeskunde is er ook één. Het geven van hulp in rampsituaties een derde. Maar uitgerekend op het terrein waar de grootste ruimte aanwezig is, dat van de kennis en kennisontwikkeling, willen zij scherpe en harde grenzen trekken, terwijl ik nu juist daar de grootste vrijheid en de meest zinvolle contacten vindt. Als ik mijn mening ten beste geef over anderen en ik doe dit in het publieke domein en niet in een besloten ruimte, dan betreed ik nadrukkelijk ook hun terrein en moet ik mij afvragen of ik alles grenzeloos te berde kan brengen. Nee dus, dat kan ik niet en dat moet ik ook niet willen zolang we geen universele afspraak op dit punt hebben. Een mening die kritisch is en met recht en rede wordt gegeven, dus beargumenteerd en van feiten voorzien, en voor iedereen na te gaan, behoort tot het discours en is daarmee vrij te uiten. Het is dan immers aan de opponent of tegenpartij om met betere argumenten zijn positie te verdedigen. Lukt dit niet, dan zal hij van mening moeten veranderen. Kortom in het discours dient iedereen zijn stellingen te verlaten, zijn hele hebben en (denk)houden midden op tafel te leggen en conform de regels van discussie en gemeenschappelijke vertrekpunt, zijnde de logica, de redelijkheid en de rationaliteit het gesprek te voeren.

 

Vrijdenken en weten zijn niemands eigendom. Zo’n discours sluit in beginsel elk voorafgaande gelijkhebberigheid uit, evenals fantasieën, waandenkbeelden, geloven en emoties. Dat is onmenselijk, zo zitten mensen niet in elkaar. Ik hoor het verweer opklinken. Met dit laatste ben ik het eens. De praktijk wijst het dagelijks uit. Dat het onmenselijk is of ondoenlijk , weet ik zo net nog niet. Per slot van rekening zijn we nog maar kort bezig met de wiskunde en met het alfabet van de rationaliteit. Vooralsnog eigen ik mij geen volledige vrijheid van meningsuiting toe. Ik aanvaard dat de wereld c.q. de mensheid die mentale habitat nog niet heeft bereikt. Het verschaft mij ook geen genoegen om een persoon die anders denkt dan ik of tot een andere conclusie komt te krenken. Het krenken van tegenstanders, laat staan van hen, die zich vijandig opstellen, brengt de tafel van discours niet dichterbij. Doordenkend kan ik mij eigenlijk alleen maar grenzeloos vrij uiten ten overstaan van vrienden, maar dat moet je dan eerst worden. Onze huidige denk- en gedragscultuur schenkt mij nog geen instrument hiervoor. In ieder geval niet in de fysieke ruimte.

Interessante artikelen

Opwarming aarde en communicatie: een vakdilemma

 Er zullen vele grote issues de revue passeren in deze eeuw. De opwarming van de aarde maakt mijns inziens een goede kans bij de top drie te behoren. E


Het reclameblad Adformatie (31/10) heeft als coverstory een artikel onder de naam ‘Alles moet anders’ en als ondertitel “te beginnen met ‘de reclame’ “. Ik fileer in dit artikel dat artikel. En wordt