Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Bij tijd en wijle lees ik iets, dat mij doet concluderen, dat het niet beter kan worden uitgesproken of neergeschreven. Bij tijd en wijle schreef ik, omdat er veel meer is dat geen herschrijving of bewerking behoeft, maar ik kan niet alles lezen. Deze keer trof mij een beschrijving van de Engelse filosoof David Hume (1711-1776) , empirist bij uitstek. Anders gezegd een pragmatische realist, voor wie de zintuiglijke waarnemingen de bron van inzicht en kennis vormen. Het onderwerp is de waarde van exact taalgebruik. Elkaar probleemloos verstaan, exacte semantiek: een essentie in het communicatievak.

 

In An enquiry in human understanding schrijft Hume in het hoofdstuk over Vrijheid en Noodzakelijkheid het volgende.

Men zou redelijkerwijze mogen veronderstellen, dat in vraagstukken die sinds het allereerste begin van de wetenschap en de wijsbegeerte aan de orde zijn gesteld en besproken, tenminste de betekenis van alle termen voor de verschillende richtingen zou vaststaan en dat onze navorsingen in de loop van tweeduizend jaar van woordenstrijd hadden kunnen overschakelen op het probleem zelf waarover het gaat.

Want hoe gemakkelijk lijkt het niet om exacte definities te geven van de termen die in een discussie worden gebruikt en om deze definities en niet de woordklanken tot voorwerp te maken van onderzoek en analyse? ( Het zal duidelijk zijn, dat Hume geen voorstander is van persoonlijke interpretaties. AW).

Maar bij nadere beschouwing zijn wij juist geneigd de tegenovergestelde conclusie te trekken. Alleen al uit het feit dat een controverse zich steeds maar voortsleept en nog steeds onbeslist is, mogen wij veronderstellen dat er een dubbelzinnigheid schuilt in de gebruikte termen en dat de beide partijen verschillende inhoud geven aan de termen die in de controverse worden gehanteerd. (Pas dit eens toe op politieke discussies en steekspelen die ten onrechte debat worden genoemd. AW).

Want omdat wij mogen veronderstellen dat de vermogens van de geest gelijk van aard zijn bij ieder individu –anders zou het volstrekt nutteloos zijn met elkaar te redeneren en redetwisten- zou het onmogelijk zijn dat mensen zo lang verschillende meningen kunnen koesteren over hetzelfde onderwerp als zij dezelfde inhoud aan hun woorden geven, vooral als zij hun inzichten propageren en elke partij alle mogelijke moeite doet om de argumenten te vinden die hen de overwinning op hun tegenstanders kunnen bezorgen.

Wanneer mensen een discussie op gang trachten te brengen over kwesties die geheel buiten het bereik van het menselijk vermogen liggen, zoals de oorsprong van het heelal, of de structuur van het systeem of de wereld van intelligente geesten, kunnen wij ontegenzeglijk lang in het duister tasten en nooit tot een bepaalde conclusie komen. Maar als het gaat over een onderwerp uit het gewone leven en de gewone ervaring, denkt men eerder dat alleen dubbelzinnige uitdrukkingen een dispuut zo lang onbeslist kunnen houden, omdat deze de tegenstanders in zichzelf opsluiten en verhinderen dat zij elkaar op gemeenschappelijk terrein ontmoeten.

 

> Ik zie deze passage nog niet in gedragsfilosofieën of de communicatiecodes van organisaties staan. Al was het maar als een nastrevenswaardig doel. Zelfs niet in de preambule. Het citaat laat, ondanks de formele toon en de lange zinnen in de oren en ogen van nu, echter niets aan duidelijkheid te wensen over. Taal is geen wiskunde. Dat beseft Hume maar al te zeer. Definities dienen evenwel de stofwolken van duiding te vermijden. Er lijkt ruimte te komen voor een nieuw communicatiespecialisme: de woordstemmer. Voor die deskundige die de discussie toetst op onzuiverheden en langs elkaar heen praterij en voor de tweede discussieronde de woordsnaren op hun definitieve toonaard stemt, opdat zuiver kan worden gespeeld. Het lijkt voorts ook een onderwerp voor een taalkundige beschouwing over actuele discussies en politiek uitspraken op televisie. Bij voorkeur op een ochtendtijdstip op zondag, zodat ook kinderen dit programma kunnen volgen. <

 

Interessante artikelen

Nog niet hebben overheid, KNVB en clubs afgesproken een respectactie te beginnen om het geweld op voetbalvelden terug te dringen of het aantal knokpartijen, kopschoppen en molestaties neemt schrikbare