Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

GEerder schreef ik al eens, dat heel veel kwesties in overheidsorganisaties, bedrijven of welke organisateis ook maar (onderwijs, ziekenzorg) kunnen worden teruggebracht tot de vraag: wat moet er krimpen of wat kan er groeien? Toe- of afname is het mechanisme.

Ingewikkelder is het niet.

Neem krimp. Wat kan er krimpen in een willekeurige organisatie? Wel, datgene waaruit deze bestaat. Die onderdelen zijn bekend. Het zijn mensen (personeel), financiën, leidinggevenden/management, bedrijfsmiddelen ( fabrieken, kantoren, spullen, apparaten, voertuigen of dure processen, zoals ict-verkeer), marketinginspanningen (reclame, presenatie-activiteiten) en informatie/communicatie.

Stel de inkomsten lopen terug. Dan moeten de uitgaven ook omlaag. Wat omlaag moet, zit dan in die andere organisatiekosten. Dus minder personeel, of minder werkplaatsen, minder management, minder spullenboel, marketing of informatie.

Een organisatie kan ook anticyclisch investeren en dus zijn uitgaven verhogen in de hoop dat dit leidt tot meer inkomsten. Dan zien we een toenamebeleid. Meer personeel (bijvoorbeeld meer verkopers op pad), betere, maar duurdere managers, efficiëntere werktuigen, die eerst voor meer geld moeten worden aangeschaft, meer marketing. Wat is beter? Dat weet niemand op voorhand.

Is dit ingewikkeld? Nee, de mogelijkheden zijn bekend. Dat geldt voor een huishouden net zo hard als voor een groot bedrijf. Je kunt ook schaven. Dat is een beetje bezuinigen op van alles.

Wat is dan wel ingewikkeld? Het gedoe, de regels en de weerstand.

Neem personeelsreductie. Het vertegenwoordigend overleg moet worden geïnformeerd. Alsmede de vakbonden. En ten slotte alle personeel. Nu wordt het al wat complexer. De Ondernemingsraad wil het eerder weten dan de vakbonden. Anders kan deze zijn verantwoordelijkheid niet nemen. Maar OR-leden zijn soms ook vakbondslid. Ze hebben dus een dubbele loyaliteit. Houden zij hun mond? Houden zij zich aan de afspraak?

Iets weten dat een ander nog niet weet, brandt in het hoofd. Je maakt jezelf belangrijker als je kunt laten weten dat je iets weet dat een ander nog niet weet. Dit is les 1 in basispsychologie. Dus maar hopen dat de OR haar mond houdt. Voor de vakbonden geldt hetzelfde. Dikwijls wordt afgesproken, dat aan het eind van de week als men het eens is, alle personeel wordt geïnformeerd. Niet raar opkijken als je het toch de volgende dag al in de krant leest, omdat een vakbondslid naar de pers is gestapt. Mensen houden zich niet aan afspraken. O ja, en dan zijn er ook nog stakeholders ,die het eerder wilen wrten dan de andere doelgroepen, omdat tijdig hun belangen veilig te stellen. Kortom iedereen wil het eigenlijk het eerst weten. Daarom is voorkennis ook strafbaar. Dat is les 2. Dus waartoe leidt dit? Tot tijdsdruk. OR, vakbonden en personeel moeten tegenwoordig het liefst zo snel mogelijk achtereen op de hoogte worden gesteld van de reorganisatieplannen. Kan dit altijd? Nee. Een organisatie is zo lek als een tennisnet. Wacht de pers totdat het reguliere, formele werk aan regels is afgewandeld? Nee. Als ze onraad ruiken, gaan journalisten los. Weten we dit? Ja. Is het complex? Nee, als je weet hoe het zit, treedt eenvoud binnen. Alleen als al die zaken tegelijk spelen, wordt het complex net zo als het verkeer complexer wordt wanneer zich meer deelnemers in het verkeer begeven.

 

Keuzes maken, timing, met veel partijen tegelijk moeten dealen. Dat zorgt voor verwikkelingen. Al die factoren zijn in een dag te leren. Ermee om gaan vergt ervaring en herhaalde oefening. De balletpassen zijn in een paar uur te kennen: welke zijn er? Maar ze uitvoeren en vooral deze beheersen, vraagt om oefening, oefening en nog eens oefening. En het liefst in de praktijk.

Groei of krimp. Het geldt ook voor kennis. Wil je meer weten, dan eerst naar school. Dus meer leren wat er te weten valt. Je kunt leren door naar anderen te luisteren, door te lezen, door te oefenen en door de praktijk. Is dat moeilijk? Niet zo. Het gaat om alledaagse praktijk, die we allemaal al kennen uit onze eigen omgeving. Geen rocket science. Wel wat psychologie, human resources management, juridische zaken, organisatiespelregels en –afspraken, geschiedenis en financiële know how. En voor communicatoren: de wetten en vooral processen van informatie- en gedrag. Is dat dan complex? Valt mee. Mensen zijn ingewikkeld. Maar ook dat is niet nieuw. Stel bij elke stap in het proces de vraag: wat moet of kan er groeien en wat krimpen. De mogelijkheden ontvouwen zich dan snel. Keuzes en afwegingen zijn lastig. Niet alle gevolgen zijn te overzien. Maar denken vanuit groeien of krimpen is de tomtom van de organisatiepraktijk en daarmee ook van de communicatierealiteit.

Interessante artikelen

Nederland denkt co2-problemen aan te pakken door.. wattenstaafjes te verminderen.

Wie dit oppert en steunt is natuurlijk zot geworden.

We moeten naar 4 miljard of minder terug.

Wat komt daarvoor om


De kwaliteit van het zingen is niet langer de essentie van het songfestival. Ook hier hebben marktwerking, techniek en politiek een nare invloed. Die kwaliteit berust bij vier componenten: een goede o