Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Als men het woord strategisch hanteert, mogen we veronderstellen, dat het gaat om serieuze doelen en dito resultaten als uitkomst van een moeitevolle aanpak met een goede voorbereiding. Waarom anders dat woord gebruiken? Een spontane strategie is een contradictie in terminis. Opwellingen kunnen we geen doordacht plan noemen.

Welaan, een goede voorbereiding is geboden, een goede voorbereiding is zoals de volkswijsheid zegt het halve werk.

Ik noemde een artikel eerder die voorbereiding de tweede fase. Logisch, want waarom zou je moeite gaan doen als alles goed gaat? In eerste instantie moet er sprake zijn van een aanleiding waardoor de organisatie of persoon in kwestie op de gedachte komt dat er actie nodig is anders dan business as usual. Die aanleiding kan uit de eigen organisatie opborrelen, maar is doorgaans het product van diverse bewegingen, waarin interne en externe ontwikkelingen samenvloeien tot prikkeling. Die aanleiding kan even goed voortkomen uit de bestudering van het eigen werk en de resultaten als uit zaken in de buitenwereld, die het beleid en het eigen huis raken.

Die prikkeling of dat signaal leidt tot de constatering ‘er moet wat gebeuren’. Iets moet anders, sneller, minder of meer en uit die vaststelling volgt een eerste doeloriëntatie: we moeten daar naar toe, we moeten dat bereiken! Denk niet, dat daarmee het doel al vaststaat. Het is een rudimentaire constatering. Het is daarmee de aanzet tot een eventueel strategisch proces.

In de tweede fase moet worden vastgesteld of die prikkeling wel terecht is. Uit onderzoek naar eigen positie (sterkte en zwakte) en de van invloed zijnde omgeving ( kansen en bedreigingen) moet blijken of actie inderdaad ook gewenst is. Blijkt dit dan wordt de richting van die actie duidelijker en tegelijk ook de doelstelling. Doel 1 wordt dus aangescherpt tot doel 2.

Op basis hiervan kan de vraag worden beantwoord hoe dit doel moet worden bereikt. Nu is derhalve de keuze van het type te nemen actie aan de orde ofte wel de strategiekeuze. Maar ook nu weer is dat een keuze in eerste instantie. De denkpositie is: als dit de reden is om in actie te komen en dat het doel, dan kan dit het beste langs deze aanpak worden bereikt.

Het kan zijn dat er een paar mogelijkheden uit die analyse en toespitsing naar voren komen. Om de beste te kiezen is fase 4 essentieel: het actieplan. In deze stap worden immers de benodigde middelen aangesloten op de strategiekeuze. Een dure aanpak zal moeten wijken als uit de financiële middelen blijkt dat hiervoor onvoldoende pecunia beschikbaar is. Een arbeidsintensieve of zeer specialistische keuze kan afvallen als er te weinig medewerkers of experts voorhanden zijn.

Anders gezegd de kritische bedrijfsfactoren zijn medebepalend voor de uiteindelijke strategiekeuze. Het is allemaal heel begrijpelijk en vanzelfsprekend. Die factoren zijn bekend en dus redelijk eenvoudig na te lopen: personeel, financiën, bestuurskracht, grondstoffen en werktuigen, marketing en communicatie. (Op de rol van communicatie kom ik nog terug).

Bijstelling voordat we op pad gaan

De hoofdvraag is dus hier; “Heb ik voldoende middelen om de gekozen aanpak te doen slagen? Het kan heel goed zijn, dat het antwoord op die vraag aanleiding is om de strategie bij te stellen (2e strategie-keuzemoment) of de doelen iets te veranderen (3e doelvaststelling) of zelfs beide. Het definitief maken van strategie en doelen kent dus een iteratieve slag. Pas als alles past, komt nog de laatste vraag: Ben ik bereid die investering te doen in tijd, geld en mensen? Want als het geheel zoveel vergt, dat een Pyrrhusoverwinning dreigt dan kun je zo verzwakt uit de ‘strijd’ komen, dat je onmiddellijk een makkelijke prooi bent voor een ander. Het antwoord op de vraag tot hoever kan ik of ben ik bereid te gaan, is dus essentieel. Het kan overigens zo zijn, dat al in de analysefase naar voren komt dat van een ultieme inspanning sprake moet zijn. Uiteraard komt dan de prikkeling voort uit een constatering, dat er van een zodanige crisis of dreiging sprake is, dat het een kwestie is van erop of eronder. Er zal hoe dan ook iets moeten gebeuren, desnoods op het gevaar van ondergang af.

Het strategieproces vergt deze gedegen aanpak. Een gewone actie niet. Andermaal een steun voor mijn bewering dat het bij een strategische aanpak wel ergens om moet gaan.

Toegepast op communicatie moet er dus communicatief zoveel aan de hand zijn, dat cruciale actieonderdelen of doelen in het gedrang komen als de communicatie niet slaagt als er niet strategisch wordt gehandeld. Daarbij kan het zijn, dat communicatie van meet af aan als hoofdactie moet worden beschouwd. Bijvoorbeeld het herstel van verloren vertrouwen. Dat win je niet terug met een bonusactie of een cursus klantvriendelijkheid. Meestal evenwel is het belang van communicatie pas in tweede instantie aan de orde in de fase van strategiekeuze (communicatie als beste weg) of in fase 4 wanneer de kritische factoren (organisatiemiddelen) worden onderzocht op hun bijdrage aan het welslagen van de gekozen aanpak. In het volgende artikel behandel ik de hiërarchie van beleid tot handeling met inbegrip van visie en strategie.

Troonrede, begroting en strategie

De politiek heeft het in dit opzicht lastig. In de jongste troonrede wordt onomwonden gesteld, dat de omstandigheden onzeker en dreigend zijn en dat Nederland nog voor grote opgaven c.q. doelen staat. Alle reden voor een doordachte strategische aanpak. Een duidelijke strategie hoe deze te bereiken wordt nergens aangegeven. Wel al de acties die men voorziet. Echter, over deze moet nog worden gedebatteerd met de Tweede Kamer en eventueel Eerste Kamer. Of het allemaal doorgaat staat nog niet vast en op welke wijze te realiseren evenmin. De hele troonrede, maar ook grotendeels de toelichting op de begroting bestaat dus uit voorgenomen plannen. Op zijn verst is er een eerste SWOT uitgevoerd op de diverse departementen. Maar ik denk niet dat al die plannen al in hun onderling verband zijn bekeken, als dit al kan. Van strategie is nog geen sprake, acties en middelen staan nog niet vast. De kern van beleid wel, dat is bezuinigen en een andere aanpak op onderdelen. Nederland en daarmee zijn burgers staan dus nog aan het begin van de jaarlijkse veldtocht in de regeringstent met de stafofficieren.

Maandag een overzicht van de managementbeleidsvormen in de afgelopen 50 jaar.

Interessante artikelen

Mijn vrouw en ik zijn verhuist. Van een groter huis naar een kleiner. Het nieuwe huis is minder bewerkelijk en voordeliger. Onze afbouwleeftijd vormde de aanleiding. Alles bijeen had dit heel wat voet


Het hoge woord is eruit. De Grieken zeiden Nee. Onmiddellijk brak de onduidelijkheid los. Noud Wellink, oud-hoofdbestuurder van de Nederlandse Bank, die drie jaar geleden zei, dat Nederland c.q. de EU