Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Een column van professor Louise O. Fresco, die de eerste tien jaar op het lijstje moet komen te staan van communicatiestudenten (Hbo en Universiteit) . Let wel de lijst van ‘voordat je echt aan je studie begint, moet je deze geschriften lezen.’

Haar column gaat over taal en de grote woorden die we tot ons krijgen in deze tijden van spannende botsingen. Ik zou hier de hele column willen citeren, maar dat verbieden mij de eigendomsrechten. Ik had het zelf zo willen opschrijven. Elk woord en elke zin zweven in mijn hersenen. Maar zo goed en consequent als zij het deed kan ik het niet.

Daarom zal ik Louise Fresco terughoudend citeren en mijn redenen om het er mee eens te zijn toevoegen. NRC publiceerde haar columm op 9 september in het NRC.

De titel en eerste zin luiden: “Woorden zijn wapens, komende olie, geweren. Dit zijn de dagen van de grote woorden.”Zij begint op haar beurt met een citaat van de onlangs gestorven psychiater Olliver Sachs. Die schreef in Seeing Voices: “Taal is niet gewoon een of andere kunde of vaardigheid- het is datgene wat denken mogelijk maakt, wat denken onderscheidt van niet-denken, het menselijke van het niet-menselijke.”

‘Zonder taal geen denken’, dat motto zou in iedere klas moeten hangen schrijft zij verder. “Verder: “Taal is ook een valkuil, van het hart en van het hoofd. Bijna alle woorden kunnen iets anders betekenen, of zelfs omslaan in hun tegendeel.”

“Schrijvers zijn misschien wel de grootste bedriegers. Of in ieder geval de grootste manipulatoren.” Zo’n bewering moet mensen die zich communicatiedeskundigen noemen doen schrikken. (En vele anderen). Als dit waar is, waar begin ik aan. Wittgenstein en anderen overigens zochten ooit naar een meer wiskundige taal. Zoals een getal of hoeveelheid staat voor wat de cijfers exact aangeven, zo zou er een wiskundig soort taal moeten zijn: ‘Eeen woord is een woord en heeft de betekenis van dat woord en niets anders.’ De persoonlijke interpretatie zou teniet moeten worden gedaan om een loep zuivere overdracht te kunnen bewerkstelligen.

Wittgenstein keerde terug van zijn schreden. Het leek niet doenbaar. Taal is niet de uitwisseling van woorden, die geen ruimte laten. Taal is de uitwisseling van betekenissen, die een weergave inhouden van geschiedenis, ervaringen en actuele waarde en, alsof dit nog niet genoeg is, van duidingen uit de wereld van de zender, die in de vorm van interpretaties een eigen betekenis krijgen in de hoofden van ontvangers met al diezelfde achtergronden. Je zou kunnen zeggen (mijn woorden, aw): zo vastgespijkers en consistent de wiskunde is, zo volatiel, van een individuele invulling en een individuele interpretatie is de taal en zijn fragmenten van overdracht of reacties aan ontvangerszijde. Fragmenten omdat geen enkel stuk of geen enkele boodschap volledig is of alles omschrijvend zonder een reeks van voetnoten, die de tekst weer uiterst lastig of zelfs ‘onbeduidend’ maken en terugredeneren tot het begin van de mens en als zijn litteratuur. Elke tekst krijgt zijn eigen individuele lezing.

Fresco aan het woord:” Willen we tot een zinnig debat komen, dan moeten woorden ontdaan worden van hun lading of expliciet worden, en ingebed in hun argumenten.” Hoe waar ook, ik denk dat het ondoenlijk is, althans niet vermaakswenselijk. Pas deze zin van haar eens toe op alledaags nieuws, het tv- en radioformat van 10 minuten voor elk zwaar onderwerp van de Wereld Draait Door of welke talkshow ook. De formule van deze talk shows is immers een mengeling van belang, sensatie en duur. Een achtbaan is leuk, maar ze moet niet in de diepte storten en de spanningsduur van de meeste inzittenden is 2 minuten. Voordat je het weet, is het voorbij en aan de essentie komt men vaak niet eens toe. Het is scheren zonder de baard te raken. Presentatoren en interviewers als luchtledige barbiers.

Zij haalt ook Arnold Grunberg aan. “Niet door feiten worden discussies beslecht, maar door emoties.” Zo spelen ook cijfers een emotionele rol. In het vluchtelingendebat worden door cijfers emoties naar grote hoogte gevoerd. Aan cijfers in combinatie met beelden kleeft het stempel kil en onmenselijk. Zoveel strompelend over treinbanen: verschrikkelijk. Uitpuilende stations en bootjes. Eén enkel verdronken jongetjes: een icoon, dat de wereld tot tranen toe beweegt. Wel, er waren tienduizenden drenkelingen voordien, waarom spraken die cijfers niet zo hard. Nog los van de tienduizenden, miljoenen, die gevangen zitten in hun dorpen of al onder het regiem van de bezetters waaraan we voor alsnog nauwelijks iets doen. En van wie we geen of spaarzaam foto’s of videobeelden krijgen. Er zijn niet alleen tienduizenden, honderdduizenden mensen op de vlucht, er zijn ook miljoenen mensen in voortdurende staat van onveiligheid, gevangen in niet gewenste regiems en met een uitzicht van volslagen onvrijheid tot in lengte van, zeg het maar, vele decennia, hetgeen neerkomt op hun hele leven. En wat doe we daar aan? Dat wil zeggen aan de oorzaken en meer nog de veroorzakers!. Dit laatste is mijn toevoeging aan de column. Woorden zijn wapens, kokende ollie en geweren, maar sommige woorden zijn gesmolten marsepein. Met welke taal zeggen we voor eens en altijd overal een einde te maken aan het gevangenschap (actueel) van miljoenen mensen en de geestelijke vrijheid van in beginsel iedereen. Of is taal slechts een geniepig instrument, dat de werkelijkheid beschrijft in termen van eigen profijt, eigen belang, van macht en behoud van posities. En vooral van verhulling van het onvermogen, dat voor ons alleen geldt.

Waarmee taal het menselijke instrument is, om de werkelijkheid weer te geven in eigen voordelen en nimmer en te nooit in objectiviteiten. Het zou betekenen dat taal nooit wetenschappelijk kan worden benaderd als het om duidingen gaat of interpretaties. Taal is dan als mensen en die zijn net zo wetenschappelijk als dat ze actueel die harde wetenschap toepassen. Het is het hermeneutische instrument bij uitstek. Maar dan in dubbel opzicht.

Interessante artikelen

Het kan vaak worden gehoord: " hiermee zetten we ons land of onze stad op de kaart." Dit is een mythe. Eenmalige projecten of evenementen zijn in hun effect doorgaans even vluchtig als de duur van het