Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De weg naar integratie in een andere cultuur begint met de bereidheid van jouw levenswijze zaken op te geven. Zo niet dan is integratie tot hopeloosheid gedoemd.

In de beschouwingen en artikelen over het actuele moslimoptreden en vooral de wanhoop en het fanatisme van sommige enkelingen, al of niet in een klein groepsverband, dat hen drijft tot wat in generalistische termen terreurdaden wordt genoemd, komen twee zienswijzen naar voren. Twee uitersten. De ene probeert begrip te kweken voor de verzetssituatie. Het gaat als volgt. De gefrustreerde moslims leven in twee landen en culturen. Zij voelen zich tweederangs, want hun afkomst, geloof, buitenlanderschap en dagelijkse levenswijzen maken hen niet van hier. Zij leven dagelijks in een voor hun vreemde, afwijzende cultuur. Dat klopt. Het kan zelfs niets eens anders. Als ik naar China reis ben ik een witte, veel te grote, in sommige Chinese opzichten onbeschaafde hork. Dat is ook zo! Ik besef dat. Ik aanvaard dit en ik vind als ik hun levenswijze niet begrijp en nog sterker afkeur, dat ik daar dan voorlopig niets te zoeken heb. Ik kan die situatie alleen overwinnen, maar nooit helemaal, door voortdurend respect te tonen voor hun ziens- en levenswijzen. Doe ik dat niet, dan ben ik des te meer Niet-Chinees. Doe ik dit wel, dan verdragen zij mij. Zij tonen respect voor mijn moeite, maar ik ben en blijf op zijn best een goedwillende Nederlander. Zij vergelijken mij dan niet met henzelf. Die kloof is vooralsnog onoverbrugbaar. Zij vergelijken mij dan met andere buitenlanders die zich mogelijk minder inschikkelijk of arrogant gedragen. Ik ben niet zozeer een Nederlander, ik ben een buitenlander, maar misschien beter aanvaardbaar dan een Amerikaan, een Rus, een Zambiaan of een Eskimo. Ik snap dit. Dus buig ik!!

Ik noem dit cultuur-empathisme. Ik kan protesteren wat ik wil, maar ik ben geen Chinees. En in Dawkinsiaanse termen: ik mis duizend jaar aan Aziatische memen.

 

De dialoog wil tot wderzijds inzicht leiden, niet per se tot consensus

De tweede houding is die van geen begrip voor de situatie. Dat is de generalisatie. Wat komen ze hier doen?  Ik herhaal: de mohammedanen in Nederland leven in twee landen en culturen. Zij voelen zich tweederangs, want hun afkomst, geloof, buitenlanderschap en dagelijkse levenswijzen maken dat zij niet van hier zijn. Dat is ook zo. Dat is een onoverkomelijk feit. Wie alleen kijkt naar de last, is terecht in zijn volstrekte afwijzing. Aboutalebs ‘Oprotten dan!’ Zo denk ik niet. Dat wil zeggen in eerste instantie. Ik ben communicator, maar geen idealist. Ik ben één ronde lang aanhanger van het Job Cohen-model: ik ga met hen praten, ik ga theedrinken, ik zoek de dialoog en als product daarvan de harmonie. Eén ronde.

Thee drinken is goed. Dialogiseren is nog beter. Maar dan komt het : het wordt nooit een harmonie. Nooit is te uitgesproken. Voorlopig niet. Waarom dan niet? Omdat er duizenden jaren van culturele brein-memen-vorming tussen ons in staan.

Het is op papier heel simpel. Het merendeel van de moslims wil een rustig leven. Dat heet gezondheid, veiligheid, een zekere mate van comfort, persoonlijke ruimte (privacy) en zo nog wat zaken, zoals respect voor hun geloof. Ik weet zeker dat als ik de wensen van moslims naast die van Nederlanders (van welke kerk of secularisme ook) naast elkaar leg, het overgrote deel zeer overeenkomt. Wij willen een dergelijk leven ook. Houd dit woord in gedachten: overeenkomen. Als zij morgen echter de Nederlandse cultuur willen zien ongevormd tot een Mohammedaanse cultuur dan moeten wij hun kunnen uitleggen dat dit zo niet werkt (althans niet in der minne), omdat het ook niet werkt als wij hun cultuur willen omvormen in korte tijd naar onze levenswijzen. Als de harde kern dan zegt: dat nooit, we zullen ons tot het uiterste verzetten, dan past maar één antwoord: nou wij hier ook. Uitkomst van het overleg; wat wij in jouw land niet kunnen, kan jij hier ook niet. Op zijn best zullen we heel lang naar elkaar toe moeten groeien in vele uiterst lastige opzichten. Ik buig voor jouw cultuur (respect is nog geen aanvaarding), jij voor de mijne. Wil je dit niet, dan moeten we onze levenswijzen voorlopig maar op eigen terrein uitoefenen. De vis kan niet zwemmen op het droge. Het lam niet gedijen in het water. Wil een zoogdier kunnen overleven in het water of omgekeerd, dan neemt dit honderdduizenden jaren. Misschien dat culturele adaptatie sneller kan dan biofysische, maar dat moet dan nog maar blijken. We hebben beide hersenen om dit te kunnen begrijpen. Daarin ligt een kans. Mocht het zo zijn, dat we vooralsnog uit elkaars vaarwater (lees: cultuur) en zienswijzen moeten blijven, dan is dat maar zo, elkaar over en weer begrijpend en respecterend. Dus beste allochtoon hier is het: buigen of vertrekken. Het omgekeerde geldt ook voor mij in jouw land. Op intellectueel, mentaal niveau kunnen we samen denken. Op sociaal en godsdienstig niveau kunnen we voorlopig nog niet fysiek samen leven.

Wie zich op het standpunt stelt, dat hij nu al het gelijk aan zijn zijde heeft, spreekt een andere, defensieve taal en moet voorlopig nog maar niet aan het debat deelnemen.

Kunnen we zo met elkaar verblijven?

Interessante artikelen

Een vreedzame wereld willen we allemaal, maar is dit wel zo? Aan welke voorwaarden zou die samenleving moeten voldoen? Als we de afschuwelijke gebeurtenissen in Spanje deze keer als uitgangspunt nemen


Laten nu uitgerekend de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de grootste wapenfabrikanten en -leveranciers van de wereld zijn: China, Rusland, Verenigde Staten, Verenig


V: Vanwaar die ophef over de grap Menu 31, met lijst?

A: Het is een flauwe en bovendien discriminerende grap.

V: Wist Gordon niet dat Japanners het foneem van l en r niet kennen?

A: Denk het niet,