Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Populisme is in Nederland een scheldwoord geworden voor rechtse standpunten, die worden gebaseerd op de mening van de onderlaag van het volk. Annex hieraan fungeren kleuringen als populisten zijn mensen die reageren vanuit onderbuikgevoelens, de ongeletterde massa, zij die zich conservatief opstellen, niet open staan voor links-liberalisme en intellectueel gestoelde vooruitgang. Samengevat de achterban van populistische politici bestaat uit minderwaardige sloebers.

Dat is niet de oorspronkelijke betekenis. Van Dale heeft als beschrijving het volgende: richting in de Franse litteratuur omstreeks 1930, die belangstelling vroeg voor het leven van de lagere volksklassen en de beschrijving daarvan in zijn eigen stijl. En in een tweede betekenis: antikapitalistische volksbeweging van meest agrarische volksgroepen, met name in Zuidamerikaanse staten.

 

Woordgebruik en –afkomst werpen helder licht

Beide beschrijvingen laten opmerkelijk genoeg een weerklank horen in de verklaringen die we horen van analisten achteraf voor de onverwachte winst van Donald Trump. Het zijn de achtergestelde boeren inmiddels aangevuld met werkeloze en laagverdienende industriële arbeiders in de midden- en noordoostelijke staten van Amerika die hem in het zadel hielpen. Ook de tweede beschrijving klopt in de actualiteit. De latino’s stemden ook met een aanzienlijk aantal tegen het elitaire, kapitalistische establishment, dat in hen eigenlijk ongewenst immigranten ziet, maar ondertussen goed genoeg voor schamel beloonde arbeid.

Wie Trump van populisme beschuldigt, had in de oorspronkelijke betekenis van dit woord de bui kunnen zien hangen. Het was een kwestie van tijd. Wanneer zouden deze volksdelen in opstand komen? Wat hij deed, was aangeven dat hij hun nood zag en beloven aan deze achterstelling het nodige te doen. En dat deed Trump - zie de eerste omschrijving hierboven – ‘in zijn eigen stijl.’ Of hij het allemaal meent moet worden afgewacht. Misschien is het een slimme zet van strategische adviseurs: Donald, daar zitten de opponenten van Hillary.

 

Een klassieke tweedeling is weer opgedoken

De Trump-donderslag wordt als politiek fenomeen erger genoemd dan de Brexit-uitslag. Beide stembusuitslagen hebben gemeen dat het een plattelandsbeweging versus een urban-hegemonie laat zien. De arme plattelanders tegen de welvarende stedelingen.

In Nederland wordt het etiket populisme met dédain geplakt op partijen als die van Wilders en nieuwkomeling Roos. Ook Baudet krijgt snieren naar zijn hoofd om zogenoemde populistische standpunten. Daar zit iets vreemds aan. Wie opkomt voor de lagere volkskassen en wat daar leeft, komt hoe dan ook op voor een aanzienlijk deel van de bevolking. Inmiddels ook bestaande uit mensen die in de steden onder de armoedegrens leven. Daaraan een stem geven is voor dat deel van de bevolking niets anders dan een poging ook voor deze mensen de democratie te laten horen en te laten werken.

 

Framing bevlekt de semantiek

Als tegenstanders Trump afdoen als populistisch, geldt dan voor hen niet dat zij elitistisch kunnen worden genoemd. Of elitair tegenover populair. Ik wil hiermee maar aangeven, dat uit het analyseren van woordgebruik en medeweging van oorspronkelijke betekenissen interessante en waardevolle lessen kunnen worden getrokken. Dit zou communicatiedeskundigen moet prikkelen de omgang met woorden en taal goed te wegen en niet te snel aan de mode mee te doen. Het framen van betekenissen is net zo afwijsbaar als het framen van meningen die laakbaar en eenzijdig zijn.

Het opplakken van etiketten is toch al in de mode de laatste jaren. En als media die al te makkelijk overnemen en via een algoritme intensief verspreiden krijgen lezers/ontvangers verkeerde beelden van de werkelijkheid en zoals altijd zijn dan de feiten het slachtoffer. Een zeer fnuikende ontwikkeling. Communicatoren zouden naar vermogen hieraan een halt moeten toeroepen. Te beginnen binnen hun eigen organisaties.

Interessante artikelen

Vorige week betoogde ik, dat beleid maken een kwestie is van kiezen. Kiezen tussen groeien of krimpen. Wat moet er groeien, wat kan er krimpen is de keuzevraag bij beleidsvorming. Omdat er meerdere mo


151 denkers over de invloed van Internet. Drie artikelen in drie achtereenvolgende weken op deze kennissite met een inkijk in het fenomeen van de grootste kennis-  en netwerkrevolutie sinds de boekdru