Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Een gesloten gemeenschap verstikt. Contact met de omgeving is levensvoorwaardelijk. Gedragswetenschappen leveren hier uit empirie verkregen argumenten voor. Een fundamentele natuurwet toont dat dit principe een bestaansvoorwaardelijke essentie vertegenwoordigt. Deze oeroude grondslag verhoogt de accountability van communicatie. Harde wetenschap steunt ons. Betalfa 2 verbindt de tweede wet van de thermodynamica met de noodzaak tot dialoog en uitwisseling.

Een volledig in zichzelf gekeerd mens verkalkt. Een geïsoleerd levend mens verschrompelt of wordt gek. Daarom is eenzame opsluiting ook zo’n zware straf en een martelmethode. Ook groepen of  grote gemeenschappen kunnen zich een vorm van isolement opleggen. Vaak gebeurt dit door leiders, die op deze manier alle macht naar zich toe trekken en hun leden en onderdanen in een psychische en fysieke dwangbuis stoppen. Dat geldt voor de fanatieke geloofsgroepen, voor doorgeslagen one-issuepartijen, voor criminele bendes, voor politiek-ideologische regimes en daarmee hele landen. Van de laatste zijn Birma en Noord-Korea hemeltergende voorbeelden. Iran komt in de buurt. Cuba is een meelijwekkend randgeval, maar gelukkig al aan erosie onderhevig.

We komen het in alle soorten en maten tegen. Soms verweren dergelijke groeperingen zich door de rest van de wereld als zondig, misdragend en ketters te bestempelen. Hun vertegenwoordigers en volgelingen beweren de wijsheid in pacht te hebben of uitverkoren te zijn. We zien het minder dreigend maar krampachtig terug in de houding van zigeuners, die tegen alle veranderingen in hun nomadische en daarmee ook grenzenloze status en gedrag proberen te handhaven. In elitevorming zoals in kringen van de SS of andere besloten clubs met een betwijfelbare ballotage. In xenofobe gemeenschappen met een incestueuze levensstijl. Deze houding kan een tijd lang stand houden, maar hoe de ‘samenzweerders’ ook hun best doen de bijzondere closed shop-positie te continueren, zij zijn uiteindelijk ten dode opgeschreven. Contact met de wereld, met de omgeving is van vitaal belang en niet alleen in biologische opzicht.

De volstrekte ingekeerdheid kan lang duren maar is niet duurzaam. Die soms lange duur naar menselijke maat gemeten is ook reden dat dictators telkens weer opnieuw denken dat het hen wel lukt. Meestal overtuigen zij hun volgelingen, die prompt van andere opinies en kennis worden afgesloten met een heilstaat in het vooruitzicht. Opvallend genoeg is de bestaande situatie nooit die heilstaat. Paradijzen liggen altijd in het verschiet. Het zijn dan zogenaamde hogere waarden of betere idealen die de argumentatie leveren om hun positie en belang weer te geven in de toekomstzegening van alle geloofsgenoten, aanhangers of partijleden. Het hele Cubaanse volk bevindt zich in zo’n dwangsituatie. Waar het falen van het communisme elders allang tot nieuwe inzichten heeft geleid, blijven de retrocommunisten geloven in het heil van de deelstaat en verkondigen dat de rest van de wereld het bij het verkeerde eind heeft. Overigens geldt het ook voor het tegenovergestelde, cholesterolrijke kapitalisme, omdat het voor alle situaties opgaat, ongeacht het onderwerp.

Een houding van fatale ingekeerdheid komt ook bij organisaties, ambtelijke of private, voor. Vooral in de vorm van ‘wij doen het al jaren goed zoals we het doen’, welke adagium hen resistent maakt voor bewijzen of signalen in de omgeving, die de noodzaak tot een verandering aankondigen. Het inzicht in de funeste werking van introversie is de drijfveer bij moderne organisaties om open te staan voor nieuwe invloeden en om hiertoe hun processen in te richten. In technisch-logistieke zin door innovatie ruimte te geven of zelfs te stimuleren. In personele zin door vermenging van de oude garde met jonge aanwas en dito vrije geluiden of door de dialoog met buitenstaanders.

Zoals gesteld: we weten dit al en voldoende gedragswetenschappelijke en organisatiekundige onderzoekingen bepleiten een open houding en een constante uitwisseling met de omgeving ten einde vereelting en verkalking te voorkomen. Toch komen we alle dagen jammerlijke voorbeelden tegen van de foute denklijn. Alsof die ervaringsgegevens niet voldoende bewijs leveren. Welnu, met deze Betalfa 2 wil ik erop wijzen, dat in de natuurkunde een hard bewijs kan worden gevonden voor de onderbouwing van het principe van de verstikking bij gedwongen of zelfverkozen isolement. De wet die dit duidelijk maakt, is één van de machtigste wetten die we ontdekten: de tweede wet van de thermodynamica. De eerste wet is die van behoud van energie. Energie kan overgaan in uiteenlopende andere vormen, maar er gaat geen energie verloren. Er sijpelt wel nuttige energie weg bij die overgangen. Dit is de tweede wet. Anders gezegd: bij de overgang van de ene energiesituatie A in een andere situatie B  wordt nooit de totale hoeveelheid energie van A in die van B omgezet. Warmteverlies, wrijving en vergelijkbare verschijnselen maken dat de omzettingsefficiëntie altijd minder is dan 100%. Deze wetmatigheid introduceert het begrip entropie. Dit is kort aangegeven een maat voor wanorde. Elke systeem dat in contact staat met zijn omgeving ondergaat een interactie, waarbij een deel van de energie, hoe miniem soms ook, ‘verloren’ gaat. Warmte stroomt altijd van een warm gebied naar een kouder, nooit omgekeerd. Zou dit eeuwig doorgaan en het heelal een gesloten systeem zijn dan heeft op de hele lange duur alles in de kosmos dezelfde temperatuur en sterft het heelal, plastisch uitgedrukt, de warmtedood. Het einde van de verstrooing van energie, in jargon dissipatie, is fataal. Want wat zou er nog moeten worden uitgewisseld in een situatie van volmaakte, maar dodelijke gelijkmatigheid.

In Orde uit chaos stellen scheikundige en Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine en filosofe Isabelle Stengers ( 1987): “Een kristal kunnen we isoleren, maar een stad of cel sterft wanneer verbindingen met de omgeving verbroken worden. Ze maken een integraal onderdeel uit van de wereld die hen onderhoudt en kunnen niet afgesneden worden van de stromen die ze voortdurend verwerken.”   Let op: het gaat mij hierbij vooral over de analogie met een gesloten systeem. In een gesloten systeem (stel je een geheel dicht vat voor) wordt de temperatuur gaandeweg verdeeld over alle atomen. Er zijn dan geen warmteverschillen meer en er valt niets meer uit te wisselen. Populair gezegd: de dood in de pot. Dit kan naar een maximum stijgen, als de ondergrens van -273,15 graden Celsius wordt bereikt. Er beweegt dan helemaal niets meer, ook niet door en binnen atomen en het volslagen vacuüm zou worden bereikt. Dit maximum kan nooit worden verwezenlijkt, want de eerste wet sluit dit uit. Energie blijft er immers altijd, maar dit terzijde. De analogie met een menselijke organisatie is evident. Wanneer iedereen evenveel weet als een ander, hetzelfde weet als een ander en hetzelfde denkt, valt er niets meer te leren of te delen. Als iedereen zich gedraagt als een ander of hiertoe wordt gedwongen en dezelfde regels en principes aanhoudt, is er geen sprake van een gemeenschap maar, met een woordspeling, van een eenschap.

Het gaat mij erom dat de natuurkunde en de tweede wet van de thermodynamica met het principe van entropie aangeven, dat een systeem alleen ‘levendig’ blijft als het contact houdt met zijn omgeving en aan uitwisseling doet. In een gesloten systeem stijgt de entropie naar een waardeloos maximum. Die uitwisseling heeft evenwel ook zijn grenzen. Wat de kunst is vanuit leiderschapskunde, is de juiste mate van uitwisseling. Deze werkt als het ware anti-entropisch. Als het goed is, win je op het grensvlak van contact meer dan je verliest. Als contact daarentegen uitmondt in een overname door buitenstaanders, is er geen sprake van uitwisseling, maar van een overdondering, van een eenzijdige situatieverandering, waarin het externe systeem het eigen systeem overneemt. Dan belanden we in dezelfde situatie als voordien. Het andere dominante systeem acht zich perfect en verzinkt in eigendunk. Die voortdurende noodzaak tot uitwisseling en aanpassing vinden we ook terug in de evolutie, waarin voortdurend de balans wordt gezocht tussen het ene en het andere systeem. Twee aloude omawijsheden doen zich hier  voor en wijzen de weg: ‘alles waar te voor staat is fout’ en ‘alles met mate’. Goed bestuur en wijs beleid zoeken derhalve naar de balans tussen eigenheid en identiteit en aanpassing dan wel externe stimulansen. Maar openstaan voor de omgeving is geboden. Als we dit al niet aanvaarden vanuit de empirie van de gedragswetenschappen, kunnen we ons dan ten minste laten overtuigen door een alles bepalende wetmatigheid uit het kamp van de harde wetenschap. Waar die balanceerkunst op het grensvlak tussen organisatie en samenleving of de omgeving in het algemeen, als het om de natuur gaat, professionele communicatie vereist, moet dan de balancerende kundigheid van communicatoren blijken. Maar die natuurwet staat en dient niet te worden veronachtzaamd. Zij is in zeker opzicht haar eigen uitzondering. Er valt niet mee te marchanderen.

Interessante artikelen

Wat te doen met de veiligheid na Nice, waar een ontspoorde enkeling in lijn met IS-gedrag een aanslag pleegde op honderden bezoekers van een feestelijk vuurwerk. Hieronder volgt een overzicht van opti


Eerst was er de roep om het aftreden van FIFA-opperhoofd Blatter. Hij won de herverkiezing. Luttele dagen erna trad hij af. Waarom precies weet niemand. Komt de FBI te dichtbij? Wordt zijn vertrekprem


In ruil voor verzelfstandiging van de oostelijke provincie mag de regering in Kiev een wapenstilstand en mogelijk een status quo tegemoet zien. Gelijktijdig werd een eerste stap gezet naar meer samenw