Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Is het werkelijk? Deze vragende uitroep wordt meer en meer realiteit. Schijn, illusie en perceptie overheersen het communicatieproces. Imago en virtualiteit cumuleren naar een can-be samenleving. Is het spelen met woorden? Semantiek? Of gaan we tastend door het licht?

De ideeënleer van Plato stelde, dat de mens de echte werkelijkheid niet kon zien. Achter de wereld van tastbare en zichtbare dingen ging een universeel ideeënrijk schuil. Wat wij, mensen, waarnemen, is slechts een afspiegeling hiervan, een aftreksel, een projectie, een verschijning, een representatie, een abstractie, allemaal het gevolg van onze beperkte waarnemings- en geestesvermogens. Eigenlijk zouden we moeten zeggen voorafgaand aan onze wereld, want die universele ideeën bestonden natuurlijk al voordat de mens de imago's hiervan tot zich nam. In die zin is het beter te spreken van profysica dan van metafysica (meta ta fysika: wat na de fysika komt).

Parallel aan deze opvatting constateert de moderne natuurkunde, maar nu niet als filosofie, maar verifieerbaar, dat de wereld bestaat uit een continuum van superposities. Die wereld van in potentie alle mogelijke verschijningsvormen en uitkomsten brengen wij met ons zintuiglijke vermogens terug naar één representatie, zoals wij die voor waar nemen binnen onze beperkingen.

Het zal duidelijk zijn, dat we de objectiviteit niet kunnen kennen, zo die al bestaat. We kunnen de eigen vermogens niet overstijgen en dus is subjectiviteit imperatief, want we zijn mens- en persoonsgebonden. We leven met een afgeleide werkelijkheid. Daar komt nog bij dat we inmiddels weten, dat we die beelden fysiek letterlijk niet helemaal zien. Midden in ons zicht zit een zwarte vlek, die onze hersenen buitengewoon kundig repareren en invullen op basis van het meest waarschijnlijke uit ons ervaringsarchief. Die al subjectieve beeldontvangst zien we dus ook nog eens  niet volledig.

Behalve met de invulling van dit 'fysieke' gat zijn we nog een keer subjectief, want we ontwaren en ervaren iets mede gebaseerd op onze dan geldende mentale en persoonlijke omstandigheden. Daarom verschillen getuigenverklaringen ook zo dikwijls. Verder vellen we een oordeel en geven die vermeende werkelijkheid weer op basis van eigen smaak en voorkeur, opgebouwd in ons verleden en dus zijn we voorgeprogrammeerd ten opzichte van nieuwe ervaringen en kennisnemingen. De facto is het niet zo, dat iets op ons overkomt als zijnde zus of zo, maar dat wij iets oversauzen: imago in plaats van identiteit. Vervolgens geven we die hele subjectieve ervaring weer in taal, waarbij de woorden niet altijd de lading dekken, mensen niet allemaal kundig zijn in het voorhanden hebben van de juiste woorden en de woorden zelf ook niet altijd een precieze betekenis vertegenwoordigen van hetgeen ze willen 'betekenen.' Want de taal is op zich weer symbolisch en een beperkte representatie van de werkelijkheid, wat die ook moge zijn. Tot slot spelen ook externe factoren nog een rol als het om zintuigelijke waarnemingen gaat, zoals mist, verblinding, duisternis, lawaai, gevoelsinterpretatie enzovoort, enzovoort.

Even op een rij gezet zijn er dus minstens zeven onvolmaakte, vervormende lagen. 1. de mogelijk filosofische laag; 2. de quantumfysische laag; 3. de fysiek beperkende laag; 4. de mentale toestandslaag; 5. de imago-dit vind-ik-perceptie-laag; 6. de onvolmaakte taalweergave-laag; 7. de externe factoren-laag.

Als we dit gegeven duidelijk naar onze opdrachtgevers en meerderen zouden weten over te brengen, zouden zij meer begrip opbrengen voor het uiterst gecompliceerde karwei, waar communicatoren voor staan, als men van hen verlangt dat zij de de waarheid, de werkelijkheid en de feiten bij de binnen- en buitenwacht ongeschonden en onvervormd onder de pet moeten zien te krijgen.

De filosofische laag kunt u desgewenst naar het rijk der fabelen verwijzen. Mooi gedacht van Plato en navolgers, maar daar kunnen we niets mee. Wat we per definitie niet waarnemen, zou er ook wel eens niet kunnen zijn. Bent u zo''n materialist-realist, dan houdt u nog altijd 6 verbeeldingslagen over, die wel aantoonbaar zijn. Overigens weten we, dat in een scala van ziens- en belevingswijzen de meeste mensen op aarde van oordeel zijn, dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij, mensen, waarnemen. Al noemen zij dit in navolging van Plato niet  een Idee, maar houden zij er een, voor henzelf, tot realiteit gepromoveerde perceptie op na.

Was die gelaagdheid er vroeger nu ook? Vervangen we de Ideeënleer van Plato door mystiek, dan kunnen we constateren dat 5 lagen van perceptie, interpretatie en gebrekkige waarnemingsvermogen sinds mensenheugenis aanwezig zijn. Vanuit de natuurkunde hebben we de quantumfysische inzichten er door diepgaande wetenschap bij gekregen en vanuit de individualisering en het recht op persoonijke interpretatie is sinds kort de imagolaag erbij gekomen. Natuurlijk interpreteerden mensen vroeger dat wat ze tegenkwamen eveneens, maar niemand vroeg er naar en hun actieradius van invloed was zeer beperkt, terwijl we nu de hele dag jaar in jaar uit moeten horen wat anderen er van vinden en hoe ze tegen iets aan kijken, ook al vragen we daar niet voortdurend om. De imagoregen maakt ons allemaal nat, tenzij je je in je eentje opsluit onbereikbaar voor mensen en media.

Communicatoren zouden een ferm standpunt hebben ingenomen als zij hadden gepoogd het imagodenken tegen te gaan onder het argument, dat we al genoeg onzekerheden hebben als het over de werkelijkheid gaat. Maar het is te laat, want er komt nog een 8e laag aan, die van de virtualiteit. Onder die noemer kan straks elk mens zijn eigen wereld scheppen. Dat konden we natuurlijk ook altijd al, maar in gedachten, in onze fantasie, die over het algemeen slechts door vertellers, schrijvers en kunstenaars als artistieke uiting voor anderen waarneembaar gestalte kregen. Maar straks kan iedereen zijn fantasiewereld scheppen en door anderen laten betreden of zelf die van anderen binnengaan. Is dat nu verheugend of verwerpelijk? Een spannende vraag voor communicatoren? Moeten we ons ertegen afzetten of het juist toejuichen?  Of is die verzameling van 10 miljard virtuele wereldjes tegen het eind van de eeuw (gesteld dat de welvaart voor iedereen de middelen verschaft) eigenlijk slechts de weergave van een werkelijkheid die altijd al bestond, maar nu door iedereen van ons kan worden teruggeprojecteerd? Virtualiteit als een nieuwe vorm van reflectie ten opzichte van de buitenwereld. Bedenk, dat als een wezen van een andere planeet straks al die virtuele uitingen van ons zou waarnemen, dat voor dit wezen onze identiteit zou zijn, maar de werkelijkheid niet zou weergeven.

Wie in een ironische dialoog, gebaseerd op het bovenstaande, geïnteresseerd is, verwijs ik naar de button Ideeën, titel Getuige.

Interessante artikelen

Stel Nederland heeft 450 miljard euro staatsschuld. De regering geeft nog steeds meer uit dan er binnenkomt, dus de schuld groeit nog elke dag en daarmee ook de te betalen rente.

De economie groeit n


Dialoog en draagvlak zijn de aanduidingen van de bezweringsrituelen die moeten leiden tot overeenstemming en harmonie. Het lijkt paradoxaal. In de postmoderne westerse wereld beschouwen we cultuur nie