Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Het rapport van de Commissie Deetman over het misbruik van kinderen binnen de instituties van de katholieke kerk en door haar geestelijken doet in feite hetzelfde als de vertegenwoordigers van die kerk en het instituut als geheel: verhullen.  Door veel te milde termen te gebruiken. Verder houdt de kerk er een kronkelredenering op na als het om imago gaat.

Laat ik vooropstellen, dat de Commissie Deetman een  grondig onderzoek heeft gedaan naar de misstanden in de roomskatholieke kerk en dat de feiten overweldigend zijn en de conclusies er evenmin om liegen. De laatste zijn evenwel in verwoording niet scherp en tekenend genoeg. Nu is de commissie geen rechtbank en hoeft geen veroordeling uit te spreken, dat is aan anderen, maar duiding van de gebeurtenissen mag pittiger taalgebruik tonen. Al was het maar om in dit geval elke verhulling te vermijden. En te voorkomen dat we een geloof een andere maatstaf aanleggen dan gebeurtenissen of wantoestanden in seculiere kringen. juist een geloof vereist dit.

De feiten. Medewerkers van de katholieke kerk, want dat zijn  priesters, pastoors, paters, bisschoppen, hebben op grote schaal in de periode  1945-2010 seksueel misbruik gemaakt van kinderen. Het rapport spreekt gedurende  de onderzochte periode over minstens 10.000 gevallen, maar mogelijk ook het dubbele en over duizenden plegers. Elke gedachte aan een incident vervalt hierdoor.

Het woord Groot Grote is in dit verband een zwak adjectief. Massaal benadert de werkelijkheid beter, ook al omdat het betrekking heeft op een lange en geen korte periode. Die duur van het misbruik wijst op een permanente situatie van misdaad. Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat het een virus was, dat opkwam, zich verspreidde  en op een gegeven tijdstip werd uitgeschakeld of  beteugeld. De door de commissie Deetman onderzochte periode beslaat 65 jaar. Een gerechtvaardigde veronderstelling is, dat het misbruik daarvoor ook al gebeurde en ook in de toekomst voort zal gaan. Immers uit niets blijkt, dat de paus keihard ingrijpt en excommunicatie boven het hoofd doet hangen voor elke nieuwe zondaar. Tot op de dag van vandaag. Het is nu aan de katholieke kerkgemeenschap te bewijzen, dat er voordien geen misbruik plaatsvond en dat het vanaf heden wordt uitgebannen. Ik zie dit nog niet gebeuren. De kerk moet nu het vermoeden of de waarschijnlijkheid over daarvoor en hierna teniet doen.  Iets wat zolang woekert, krijgt het karakter van een eigenschap of in organisatietermen van een cultuur. En zo niet dit, dan is kindermisbruik een kenmerk van de roomskatholieke kerk. Het wordt dan immers niet ten volle aangepakt. Grote is in mijn ogen een te zachte, milde en daardoor verhullende term. Het woord wordt niet misbruikt misschien, maar het is wel misplaatst. Een krachtiger term zou juister zijn. Temeer, daar het misbruik op mondiale schaal voorkwam.

Het woord Ernstig De commissievoorzitter en het rapport spreken van een een ernstige schending. Ernstig? Sinds wanneer noemen  we  een misdadige praktijk –het is immers bij wet verboden- ernstig als het duizenden keren werd herhaald. Als bij een bedrijf over een zelfde periode sprake zou zijn van duizendvoudige fraude, zouden we dit nooit als ernstig betitelen, maar als  structureel wangedrag.  De daders zouden worden vervolgd en bestraft. Niet slechts overgeplaatst. De verantwoordelijke leiders zouden op zijn minst moeten aftreden.  Zouden zij van de wandaden hebben geweten (en dit is nu overduidelijk het geval), dan zijn ze medeplichtig en dus komen ze ook voor bestraffing in aanmerking.  Als een regiem gedurende zijn heerschappij tienduizenden mensen zou martelen of doden, zouden we dit nooit afdoen als een ernstige zaak. We zouden het een misdadig regiem noemen, dat zou moeten worden vernietigd of tenminste hardhandig verwijderd.  Temeer daar deze feiten zich niet alleen in Nederland afspeelden en daardoor kunnen worden betiteld als een lokale wantoestand, die blijkbaar sterk met de Nederlandse omstandigheden of de samenlevingscultuur of de (on)ethische opvattingen van doen had. Het misbruik deed zich voor in vele landen. Het is dus geen lokale of landspecifieke gedraging maar volledig toewijsbaar aan het wezen van de katholieke kerk. Verder wordt een term gebruikt als grensoverschrijdend en dan wordt niet geduid op de wereldwijde gedragingen. Er zijn geboden overschreden en vooral de diepste waarden van het geloof en de moraal. Dat is niet grensoverschrijdend, dat is kuis verrot. Dat is de dieptste waarden schenden, godsgeboden ontduiken.  Het is Luxuria ten top. Ik ben het dan ook geheel niet eens dat het celibaat geen cruciale rol zou hebben gespeeld. Ook dit is een verzachting van de feiten. Immers, het impliceert dat het niet aan de kerk lag of haar regels, maar dat paters, priesters en kardinalen zou als gewone mensen met lusten. Ik zal het rappport er nauwkeurig op na lezen en nagaan wat de argumenten zijn voor deze gedeeltelijke verontschuldiging.

Die milde woordkeuze is des te meer een semantisch bezwaar, omdat de kerk zelf mede is gebaseerd op geloofswetten en daarmee op een afspraak met het door hen ten hoogste aanbeden en geëerbiedigde wezen, die mishandeling van kinderen en zelfs van mensen in het algemeen als zondig bestempeld. Deze afspraak wordt verzwaard door de eigen regel, dat het celibaat een huwelijk met de Heer inhoudt en dus overspel (tov de Heer) een diepe zonde is en bovendien diametraal staat tegenover de conventie dat seksueel verkeer de voortplanting moet dienen en niet mag plaatshebben uit louter lustbeleving. Daarbij komt dat veel misbruik homoseksueel verkeer betrof, hetgeen ook niet tot de voorkeuren behoort van het kerkgeloof.  Dit allemaal doen vallen onder de term ‘ernstig’ staat op zeer gespannen voet met de terminologie die we gebruiken in geval van andere misdrijven op een schaal en een bewustheid als waarvan hier sprake is, waarbij zowel wettelijke als religieuze grenzen massaal en langdurig zijn overtreden.

De Commissie Deetman spreidt het gewicht van de affaire vervolgens over een groter grondvlak uit. Daarmee de schuld in die tijd als het ware verdunnend. In die periode, zo zei de voorzitter  op de persconferentie en zo staat het in het rapport, worstelde de hele samenleving met het fenomeen seksualiteit. In de zin dat openlijke discussie niet plaatsvond en het vooral werd beleefd als heel persoonlijk en intiem.  Misbruik van kinderen kwam breder (lees: overal) voor. Is dit een poging tot verontschuldiging? Er rustte een taboe op publiekelijke behandeling en openheid. Wat in de kerkgemeenschap plaatsgreep, gebeurde ook elders. Hiermee wordt het misbruik binnen de kerk niet zozeer vergoelijkt als wel minder de kerk alleen aan te rekenen, want we hadden er allemaal een probleem mee. Een jezuïtische redenering. Het misbruik vond ook plaats in de jaren  ‘80 en ’90; decennia waarin de seksualiteit in alle openlijke blootheid op tafel lag via bladen, boeken, radio en televisie. In nederland bijkans meer dan waar ook ter wereld. En mag ik Deetman c.s. erop wijzen, dat juist in die vroegere onderzoeksperiode het aantal mensen, dat lid was van de kerk en deze getrouw bezocht, veel hoger was. Toen dus heel nederland met seksualiteit worstelde, was vooral heel nederland een stuk geloviger dan nu.

NRC-Handelsblad gaat mee in die verbredingsargumentatie.  In het hoofdredactionele commentaar van vrijdag 16 december “Kerk in de beklaagdenbank” luiden de laatste zinnen:  “ Het rapport is geen eindpunt, maar hoort het startsein te zijn voor een brede maatschappelijke aanpak van een veel te lang miskende problematiek. Binnen en buiten de kerk.” Daar kan niets tegen worden ingebracht, maar dit verzwaart  juist de schuld van de kerk. De seculiere, ordinaire, ongelovige gemeenschap claimt geen heiligheid of hogere moraal. Het geloof en de kerk, zo beweren de godsdienstigen, kennen die hogere moraal. En die hebben ze niet van zichzelf, want het vlees is zwak, maar juist van hun lichtend voorbeeld. De kerk gaat dus dubbel in de fout. tenzij we moeten aannemen, dat zij die moraal van hogerhand nodig hebben, omdat ze te weinig van zichzelf bezitten.

Imago en reputatie In de diverse artikelen en commentaren heet het, dat angst voor schade aan het imago tot ontkenning van de wantoestand leidde. Een dergelijke constatering horen we vaker, ook bij andere verhullingen van wangedrag in de maatschappij. In deze bewering zit een enorme kronkel. Als iemand iets misdaan heeft en hij bekend schuld en hij neemt de verantwoordelijkheid voor zijn wangedrag  op zich, dan wordt hij voor die eerlijkheid geprezen. Hij wint dus aan imago. Openheid en mea culpa-verklairngen bevorderen aanzien. Verzwijgen moet juist leiden tot angst voor imagobeschadiging.  Het is niet de openheid die het imago schaadt. Het is de daad, de wandaad, die het imago aan diggels slaat. Als je dus bevreesd bent voor een slechte beeldvorming, moet je geen wandaden begaan. Je mag het niet omdraaien en stellen, dat wandaden het imago niet schaden, zolang het maar onbekend blijft. En wat heet onbekend in dit verband? Om te beginnen is de daad nooit onbekend aan jezelf. Je zelfbeeld, jouw imago van jezelf, is derhalve al stuk. We noemen het niet voor niets geweten.

In geval van gelovigen geldt ook nog, dat hun god, die alles ziet en weet,  die wandaden kent. Een groter  publiekelijke figuur is niet denkbaar.  Zwijgen tegenover god voert naar de hel. Vergeving en verschoning brengen alsnog de hemel in zicht. Vandaar de biecht. En wat gebeurt er tijdens het biechten. Juist ja, de wandaad wordt geopenbaard en naar buiten gebracht. Aan derden. Weliswaar een enkeling, maar toch. Het roept de cynische vraag op hoeveel zondaars hun kindermisbruik hebben opgebiecht tegenover een biechtafnemer, die zelf ook misbruik pleegde. Het feit, dat er sprake is van tienduizenden gevallen en duizenden plegers alleen al in Nederland, laat staan wereldwijd, MAAKT  Dat leidt tot boetedoening en verschoning en herstelt het imago.  Leidt angst voor schade aan het imago dus tot verzwijgen?  Als de kerk dit beaamt, zou ze derhalve als logische consequentie de biecht moeten afschaffen.

Dan de bescherming van de reputatie. Hiervoor gaat een vergelijkbare redenering op. Wat is reputatie? In de oorspronkelijke, Latijnse betekenis is reputatio een beschouwing, een overweging, een berekening. In de moderne betekenis en als zodanig in de beschouwingen over het misbruik in kerkkringen bedoeld betekent reputatie hoe iemand bekend staat, zoals in ‘een goede of slechte naam hebben’.

Als de kerk gesloten bleef, omdat zij reputatieschade vreesde, was zij bevreesd haar goede naam (faam) te verliezen.  Hoe bouw je een goede reputatie op? Niet met één handeling of daad, maar door voortdurend kwaliteit te leveren. Het werkwoord puto betekent  rekenen (computer), berekenen, schatten, vooral naar innerlijke waarde. Het voorvoegsel re staat voor her. Dus wordt het herberekenen. Het gaat dus om herhaalde goede waarden.  Door deze grootschalige, langdurige, verzwegen  misbruikcultuur heeft de katholieke kerk haar goede reputatie verloren. Alleen herhaald, altijd zichtbaar kwalitatief hoogstaand handelen kan die slechte naam doen omslaan in faam. Zo werkt het. Verhullen, verzwijgen of binnenskamers houden wordt niet beschouwd als hoogstaand kwalitatief handelen.  Openheid wel. Als de kerkleiding de daders niet bestraft, heeft zij voor eeuwig en altijd op dit vlak het kwaliteithandelen achterwege gelaten.

Blijft de kerk gesloten, dan sterft zij af. Zie op deze kennissite het artikel Betalfa 2: over de tweede wet van de thermodynamica. Handelt de kerk tegen deze natuurwet in, die binnen hun eigen geloof door hun Heer is ontworpen, dan is vitale continuïteit uitgesloten.  Tegen een reiskostenvergoeding naar Rome ben ik bereid om namens Logeion dit pr-advies  gratis toe te lichten. Vooropgesteld dat Ron van der Jagt cum suis zich er achter stellen. Ik wil ook wel op eigen houtje gaan.

Interessante artikelen

Onvoorwaardelijke trouw komt niet vaak voor. Het is het ideaal dat we verbinden aan de liefde tussen een man en een vrouw. Het liefst wederzijds. In andere maatschappelijke betrekkingen is evenwel d


Zoals in zovele vakken zijn beroepsbeoefenaren vooral geneigd te lezen wat vakgenoten en wetenschappers uit dezelfde discipline ontdekken en publiceren. Communicatoren zouden zich ervan bewust dienen


Nu heeft het Dubai-kantoor van ABNAMRO weer alle regels met voeten getreden. Bovendien niet één keer, maar in duizenden gevallen c.q. transacties. Dat mag structureel worden genoemd. Mag ik nu mijzelf