Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Een aantal westerse landen voelt zich ongemakkelijk bij de atomaire activiteiten van Iran. Het politieke pact tussen Amerika en Israël, waarbij dit laatste land als het ware de westerse erfhond is, die zich bevindt aan de grens met de Arabische regio, knarst. Obama wil geen ingreep, Netanyahu staat te trillen in de startblokken. Wat is er communicatief te analyseren en wat vertellen gedragingen in deze spannende situatie?

Obama kan zich een zoveelste conflict of Amerikaans ingrijpen niet veroorloven. Irak zal steeds meer een debacle blijken, als het slecht gehechte litteken opnieuw openscheurt door verregaande binnenlandse twisten. Een rechtsomkeert mars! van vertrekkende VS-soldaten voor een terugkeer naar de Perzische/Arabische Golf is geen populaire optie. Het geld is er ook niet. De Amerikaanse staatsschuld is voor 15 triljoen dollar door zijn bodem heen. Waar andere presidenten, ook elders op de wereld, nog wel eens een oorlog begonnen om de aandacht van binnenlandse problemen af te leiden, kan Obama dit zich vlak voor de verkiezingen niet permitteren, ook al omdat het eerder een republikeins type actie zou inhouden. Daarbij komt, dat ook een trieste aftocht in Afghanistan dreigt. De Taliban als machtsfactor is niet verslagen. De krijgsheerlijke verdeeldheid in het land is niet in een hechte democratie omgezet. Een conflict met Iran zal echter hoe dan ook het westen verder in de schacht van minachting doen dalen en de ancien regimes van voor de Arabische lente in de kaart spelen.

Die hopeloze poging in Afghanistan kon ook niet in zo’n korte tijd tot succes leiden. Elke staatsculturoloog of anthropoloog weet dit allang. Culturen veranderen niet revolutionair; zij wijzigen zich stapje voor stapje over generaties. Daarbij komt dat het sterkste leger ter wereld opvallend genoeg geen van zijn laatste oorlogen heeft gewonnen, omdat het guerilla-oorlogen zijn geworden in plaats van grootschalige legerbotsingen met een duidelijke en te lokaliseren en daardoor uit te schakelen  tegenstander. De verzamelde legers van zelfs een aantal grote landen ziet geen kans de baldadige piraterij vanuit Somalië of Nigeria de kop in te drukken, omdat het gebruik van de echte vechtkracht verlamd is door niet werkend politiek humanisme en angst voor verlies van imago ter linkerzijde.  De Amerikanen kwamen en komen niet zegevierend uit VietNam, niet uit Irak, niet uit Ethiopië en niet uit Afghanistan. En voorts vreest Obama een kettingreactie in het Midden-Oosten als Amerika Iran zou aanpakken, welke in ieder geval de economie hard kan raken.

Of de republikeinen,  wanneer Obama en de democraten de verkiezingen zouden verliezen, die giftige handschoen wel opnemen, moet nog worden bezien. Op zich staat deze partij met meer antipathie tegenover de Arabische wereld dan de democraten. De Joodse lobby is verder binnen republikeinse kringen zwaarder dan bij de democraten. Daarbij kan de economie via de wapenindustrie wel een impuls gebruiken, want als met een paar jaar een definitieve streep achter de Amerikaanse aanwezigheid in Irak en Afghanistan is gezet (eind 2013), breekt er een militair zomerrooster aan. Het effect van een ‘corrigerende’ aanval op Iran op de olieprijzen is een factor die naar twee kanten kan worden uitgelegd. Nu al lopen die prijzen hoog op door alleen al de dreiging van een ingreep. Het zogenaamde psychologische effect van de onzekerheid. Dat pleit voor rust en bezinning.  De Amerikaanse benzineprijzen zijn zoiets als de koorts in een mensenlichaam. Te lang te hoog en het lichaam Amerika behoeft een stevig medicijn. Obama is gebaat bij een sussende aanpak en vreest escalatie vanwege een militaire actie,  zoals een blokkade in de Perzische Golf door Iran. De republikeinen kunnen in de hoge energieprijzen en verdere schaarsterisico’s juist redenen vinden om, zoals zij dit zullen noemen, ‘eens orde op zaken te stellen.’

Veel staat of valt met de zekerheid omtrent de echte bedoelingen met het atoomprogramma van Iran. Het wordt dan een dilemma over de al of niet aanwezigheid van bomgerichte kernactiviteiten, net zoals indertijd met het vermeende chemische wapenbezit in Irak ten tijde van Saddam Hoessein. Als Netanyahu zo aandringt, is dit dan omdat Israël meer weet over de stand van zaken in Iran? Waarbij we er gevoeglijk van kunnen uitgaan, dat als Israël meer weet, Amerika ook over die kennis beschikt.

Vanuit het perspectief van een al of niet te hulp schieten van Iran door andere Arabische staten is het tijdstip gunstig voor Israël. Syrië is in disorde en heeft teveel binnenlandse problemen om Iran bij te springen. In Irak woedt een binnenlandse machtsstrijd en de twee landen zijn op grond van oud zeer al geen vrienden. Egypte is verre van stabiel en de andere Noordafrikaanse, Arabisch geliëerde  landen verkeren ook in een kwetsbare herordening. De rijke Arabische Emiraten zullen hun kapitale bezittingen niet in de waagschaal stellen en hetzelfde geldt voor Saoedi Arabië, voor welke beide Iran toch al een historische angstgegner is en de geloofspartijen matchen ook al niet. Yemen is als partner voor Iran verwaarloosbaar en is noch militair krachtig noch stabiel. Dit geldt ook voor Pakistan. Kortom Iran kan niet rekenen op een hechte eenheid van eventueel sympathiserende landen in het Midden-Oosten.

De kwestie van al of niet ingrijpen in deze omstandigheden zal derhalve op de korte termijn afhangen van de openheid die Iran zal betrachten als het erom gaat in de atoomkeuken te laten kijken en de overtuigingskracht om het westen te doen geloven, dat men inderdaad alleen atoomactiviteiten ontwikkelt, gericht op niet-militaire toepassingen. Want wat Netanyahu dan wel Obama kunnen bedenken, kan de Iraanse leiding ook. Komende teksten en gedrag zullen veel duiding geven aan de werkelijke intenties over en weer.

Interessante artikelen

Eerbied voor het leven is mij aangeboren. Van een strenge leerschool thuis was geen sprake, wel ondersteuning voor die houding. Ook later waren er geen duidelijke ervaringen of ontmoetingen die mij he


In het eerste artikel naar aanleiding van de coverstory in Adformatie van 31/10 sprak ik verwondering uit over de voorstellen van de Amerikaanse reclamestrateeg Kay, die pleitte voor meer empathie, on


Organisaties, of het nu overheidsdiensten zijn of bedrijven, houden van eenrichtingsverkeer. Hun houding is als die van bewoners van een huis met eenzijdige ramen. Zij willen graag naar buiten kijken