Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Heftig roeren zich de voor- en tegenstanders voor verdere Europeanisering. Al of niet storten in de stroppenpot van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)? of ! Het is een communicatievraagstuk van de hoogste orde, los van de materialiteit van de actie. Ooit voorlichting hierover gezien of gehad? Ooit een woordvoerder gehoord. Een hoorzitting kunnen bijwonen?

Om met het laatste te beginnen. De zichtbaarheid van communicatieprofessionals in dit proces is nul komma nul. Ik hoor of merk niets van collega’s in Nederland. Ook niet in andere landen. En al helemaal niet op EU-niveau. Dat zou te denken moeten geven in relatie tot onze beroepsgedachten over de waarde en positie van dit vak. Maar het zegt zo mogelijk nog meer over de oprechte behoefte van de politici aan transparantie, maatschappelijk verantwoorde openheid anno 2012 en democratisch overleg.

Ik heb een mening. Maakt u de uwe maar op. Volgens mij ben ik de enige die zich min of meer (mijn actieradius is beperkt) in het openbaar roert over dit onderwerp, los van gesprekken van vakgenoten in kleine kring bij die of gene gelegenheid, maar dat is buiten onze professionele verbanden en instituties.

De meest actuele discussie in Nederland gaat over de bijdrage aan het noodfonds van het ESM. De feiten in het kort. Het ESM is geen EU-bank, maar een afspraak tussen de lidlanden voor een gezamenlijke stortplaats voor miljarden die dan vervolgens ter beschikking staan voor hulp aan landen aan de rand van de afgrond. Spanje staat nu op die rand. Griekenland is letterlijk en figuurlijk al afgeschreven, wat er verder ook uitkomt. We zijn onze euro’s aan Athene grotendeels al kwijt en wellicht binnenkort alles.

Voorstanders, veel politici hier en in de EU, zeggen dat noodfonds moet. Hun hoofdargumenten zijn  er twee. Als we Spanje of Italië niet van de afgrond wegtrekken staat de hele EU aan de afgrond, omdat de internationale financiële wereld (maar ook andere regeringen van Amerika of China) Europa dan van triple AAA naar tripple OOO verwijst. Ofte wel het avondland is aangebroken. De EU wordt tweedewereldregio.

Een sterk argument. Het is het beeld van overlevenden op een niet al te drijfwaardig vlot, die zich genoodzaakt zien in zee gevallen medevlotgenoten, die zich wanhopig vastklampen aan dat vlot weer op dat vlot te trekken, omdat zij anders iedereen doen zinken, op het gevaar af dat het vlot uiteindelijk daardoor juist voor iedereen onvoldoende drijfvermogen biedt.

Als we willen weten hoe het zo ver heeft kunnen komen, dat wij een plaats op het vlot boden aan mensen die niet kunnen zwemmen, noch aan het drijfvermogen van dat vlot bijdroegen, zelfs toornden aan de bindingen op hun plekje, is straks voor historici ter vaststelling. Discussiëren over oorzaak en schuldige vlotbouwers en drijfmanagement, daar is geen tijd meer voor. Bovendien kennen we het hopeloze excuus van non-experts: “als we toen hadden geweten wat we nu weten….”

Het vlotmanagement eist nu dat de individuele nog drijvenden  zwemvermogen en vastklampcapaciteit bieden aan hen die in het water spartelen. Let wel, zij moeten daartoe stukken hout van het vlot aanbieden dat ze zelf niet hebben, maar omdat zij niet hoeven vast te klampen, nog niet, kunnen zij nog aan passerend drijfhout of toegeworpen boeien komen.

Zie hier hoe politici dit benaderen. NRC-Handelsblad, voorpagina woensdag 23 mei.De krant citeert VVD-er Mark Harbers: “Nee, de burgers willen geen noodfonds voor de euro. Maar ze willen wel allemaal dat het geld op hun spaarrekening blijft staan. Beide wensen gaan heel moeilijk samen.”In het artikel wordt dit een knoop in de maag genoemd bij burgers, die Kamerleden ook zouden hebben.

Wat een gruwelijke onzin. Waarom? Omdat Harbers het gevolg tot oorzaak benoemt. Wat hij beweert, is dat Nederlanders graag hun spaarcenten onaangetast zien. Een terechte houding lijkt mij. Omdat dat zo te houden moeten we Spanje, of Portugal, of Italië niet laten verdrinken. Dus moeten die ongeruste Nederlanders achter het noodfonds gaan staan. Maar, meneer Harpers, om dat te kunnen doen, moeten Nederland zijn krediet, dat ons land nu nog heeft vanwege die spaarcenten, aanspreken. WANT we hebben die euro’s niet met zelf een staatsschuld van straks tegen de 400 miljard euro. Nederland moeten lenen en dus zijn schulden verhogen om aan een noodfonds voor andere schuldenaren  bij te dragen. Dat gaat dus altijd ten koste van de kredietwaardigheid, want onze schulden lopen op, en dus worden onze spaarcenten minder waard, want we krijgen een hogere rente voor onze kiezen, waarbij het eigen vlot (terug naar de metafoor van zonet) dieper zinkt.

Harbers noemt het niet willen bijdragen aan het noodfonds een wens van de Nederlanders. Maar dat is helemaal geen wens. Het is iets wat we niet willen. En wat je niet wil, kan nooit een wens worden genoemd. Zie hier de krompraat van een politicus.

Wat hij in feite zegt, is dat, als we niet bijdragen aan de stroppenpot de gevolgen nog veel ernstiger kunnen zijn. Maar hij geeft geen enkele garantie dat het medicijn werkt. Het zou zelfs tot een snellere dood kunnen leiden.

Het ESM is een interlandelijke afspraak. Geen EU-afspraak. Het Europees parlement heeft er niets over te vertelen en wordt ook niet gehoord. Het Nederlandse parlement evenmin. Want die afspraak is al gemaakt. Dus is de soevereiniteit van Nederland en het eigen budgetrecht ondergraven. Er is kortom geen directe democratische controle op de besteding en aanwending van deze pot. Het gaat in het uiterste geval (en daar gaat het op af) om 40 miljard euro en dit zou zonder democratische controle zowel op nationaal als internationaal niveau  (in totaal kan het om honderden miljarden gaan voor de andere EU-landen bij elkaar)  kunnen worden ingebracht en uitgegeven. Van democratische besluitvorming is derhalve geen sprake.

Dat voert ons terug naar de kans op een echt politiek Verenigd Europa. Dient al deze noodgreperij het ideaal of het doel van een als één superstaat handelende EU. Over de haalbaarheid hiervan kun je van mening verschillen. Trouwens ook over de noodzaak. Maar de feiten zijn, dat we te maken hebben met 27 landen en dus 27 culturen. 10 hiervan doen niet mee aan de muntunie. Dat is de eerste scheur. Maar die landen zijn allemaal zelf geen sterke eenheid. Noord-Italië verfoeit het minder hardwerkende zuiden. Catalanen en Basken willen morgen autonomie en weg van Madrid. In Roemenië liggen de verdeelkaarten niet anders. OM maar een paar voorbeelden van sluimerende interne verdeeldheid te reppen. We praten over minstens 40 verschillende talen en allerlei gradaties van democratische kwaliteit. Er lopen nog diepe kloven van historische oorlogstrauma’s  en wederzijdse verkettering.

Een eerste conclusie zou kunnen zijn, dat Europa nooit een eenheid zal worden. Een tweede dat het een zeer lange moeizame weg zal zijn van minstens een eeuw of meer. De kans dat het allemaal lukt onder druk en dwang, zoals nu aan de orde, en verdere eenwording binnen een tien- of twintigtal jaren  mist elke praktische argumentatie, zo vertelt ons de theorie over de communicatievraagstukken rond fusies en cultuurversmeltingen. Het tast alleen het onderling vertrouwen aan, maakt de politici nog ongeloofwaardiger en infecteert de democratie.

Tot slot. Ons vak. We horen commentaren en lezen analyses hierover vanuit zeer diverse beroepsgroepen. Politici, journalisten, juristen, (macro-) economen, bankdeskundigen en ga zo maar door. Maar van communicatiedeskundigen ho maar. Men ziet dit beroep niet staan in dit opzicht en laat het zelfs niet aan bod komen binnen de processen zelf als coördinatoren of organisatoren van het debat. Dat zegt veel. En uit eigener beweging en vakkringen  komen er ook geen initiatieven naar voren. Of ben ik nu een communicatiecultuurpessimist?

Interessante artikelen

Het maakt mij altijd wat mistroostig als we schrijven over 'bedrijven die...' en dan komt er een negatieve kritiek op een gegeven gebeurtenis of industrieel gedrag. Zoals deze week speelde aangaande S


Zondag Buitenhof met Wiebes over Groningen, klimaat en transitie. Wat een zigzag-redeneringen. Als vragen verkeerspilonen zijn, slalomde de minister om de feiten te vermijden met nietszeggendheid door


Een voor mij intrigerende vraag is ‘kunnen onze hersenen zaken bedenken die niet bestaan?’ Hiermee doel ik niet op dingen die we nog niet kunnen waarnemen met onze zintuigen, maar die we wel kunnen be