Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Landen bespioneren elkaars. Dit doen zij sinds mensenheugenis. Maar als ik goed over de NSA-praktijken nadenk, kan ik maar één conclusie trekken, als het Amerika uitkomt, breken zij bij mij in en stelen mijn informatie. Het beperkt zich allang niet meer tot het bespioneren van het vijandelijke leger. Moet ik nu een bevriend land beschouwen als de grootste inbreker en dief ter wereld?

Toegegeven, andere landen doen het ook. En Nederland op zijn beurt evenzo. Bij ons thuis is het de gewoonte, dat niemand de post van een ander openmaakt. Ik heb dat weer van huis uit meegekregen en vindt dit een vanzelfsprekende zaak.

Het verweer, dat deze inbrekerij een noodzakelijk gedrag is om een land te verdedigen tegen mogelijk vijandige aanvallen of om vroegtijdig achter terroristische plannen te komen, acht ik geen rechtgevend argument. Een land mag zijn grenzen verdedigen, maar die liggen niet bij mij op de computer of in mijn telefoongesprekken. Als ik moet aanvaarden, dat in de moderne digitale wereld die verdedigingsgrenzen in feite niet meer bestaan en er een soort virtuele elektronische, onbegrensde wereld is ontstaan, dan moet ik vrezen dat iedereen mag inbreken. De één om veiligheidsredenen, de ander omdat hij geld nodig heeft. Beide redenen kunnen immers voortkomen uit de noodzaak te overleven. Als de bank rare dingen doet met mijn spaarcenten, mag ik dan bij die bank inbreken om te zien of dit zo is en om de reden, dat ik mijn geld veilig wil stellen?

Mag Duitsland nu digitaal inbreken bij Kennedy, Clinton en hun bedkamergeheimen in de media publiceren onder de argumentatie dat een promiscue president zich kwetsbaar maakt en dus een onstabiele bevriende factor is, die de Duitse veiligheid in gevaar brengt, als anderen hem kunnen chanteren op dit gedrag? Vanuit de redenerng, dat het dan maar beter is als de hele wereld dit weet. Kan ik nu straks niet meer spreken of schrijven over een bom-moeder, omdat het verkeerd kan worden opgevat?

Overigens worden de redenen naar het lijkt opgerekt, want er zijn ook aanwijzingen, dat er sprake is van het gebruik van aldus verkregen informatie ten behoeve van industriële spionage en wie weet wat nog meer. Als dit zo is, verdwijnen er meer grenzen. Mensen afluisteren om te weten te komen of zij een besmettelijke ziekte hebben? Of dat zij contacten onderhouden met landen, die jij niet vertrouwt? Of zij tot een ‘ongewenste’ politieke partij behoren? De redenen kunnen eindeloos talrijk worden. Of moeten we concluderen dat staten c.q. regeringen dingen mogen die de burger niet zijn toegestaan. Ik heb dat overigens nooit in partijprogramma's gelezen.

 Minister Plasterk gaat de Amerikanen vragen of het zo is. Ik zie de drie mogelijke antwoorden al voor mij. A. Nee, meneer Plasterk, de NSA luistert Nederland niet af. B. Ja, meneer Plasterk, ook van Nederland tappen wij telefoon- en emailverkeer af. En wat wilt u nu? C. Soms wel, soms niet, meneer Plasterk. Dat hangt af of we aanwijzingen hebben, dat er bij u in Nederland iets fout zit.

In de media wordt ruim aandacht besteed aan de spionagepraktijken. Het gaat om communicatie en om recht. Van deze beroepsgroepen mag een standpunt worden verwacht. Ik heb echter vanuit deze vakhoeken nog niet veel commentaar gehoord of gelezen.Kortom, waar trekken wij de grens?

 

Interessante artikelen

Sir Martin Rees, hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge en Asronomer Royal van Engeland schreef recent een boek met als hoofdtitel Onze laatste eeuw en als subtitel УOverleeft de mens de 21e eeu


De grenzen als het gaat om terrorisme zijn teruggetrokken tot betonblokken bij kerstmarkten, drukbezochte festivals en andere massabijeenkomsten. Samen met extra agenten of militairen uitgerust met ge


Veel van mijn blogs zijn zeer kritische beschouwingen over van alles en nog wat in de grote wereld. Deze keer betreft het een Nederlander die we allen een beetje kennen. Geen miljoenen verdienende top