Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Uit de Groninger bevolking klinken eisen op om de gasproductie te halveren. Dit sluit bevingen nog steeds niet uit. Of dit de kracht van schokken sterk vermindert, moet helaas ook nog blijken. Wellicht geven de onderzoeksrapporten hierop een duidelijk antwoord. Maar om andere redenen, die ik in mijn eerste beschouwing al aangaf, kan dit niet. De verplichtingen en de belangen zijn te groot. Aan hen, die dit argument afwijzen, zou ik als nadenker willen meegeven: Stel u voor dat Rotterdam het Nederlandse volk en al zijn wereldwijde klanten zou laten weten dat over een jaar de helft van de havens wordt gesloten. Wat zouden dan de gevolgen zijn?

In de Volkskrant van jongstleden zaterdag stelt Frank Kalshoven, directeur van De Argumentenfabriek, in een column de volgende vraag: “ Van wie is het Groningse gasgeld? De kern van zijn redenering is, dat het gas circa 300 miljoen geleden ontstond, dus dat de baten niet alleen de nu levende generatie(s) toekomen, maar de komende. Hij stelt voor de nettobaten uit olie en gas van alle landen in een fonds te stoppen. Dat fonds belegt netjes en alleen het jaarlijkse beleggingsrendement zou moeten worden verdeeld over de wereldbevolking. Het is een schone gedachte, maar idealistisch. Die wereldbevolking bestaat wel, maar de noodzakelijke wereldeenheid en –harmonie allerminst.

Het ontstaan van het begrip ‘eigendom’ en het fenomeen ‘natiestaat’ heet ertoe geleid, dat die energievoorraden het bezit zijn van landen, schrijft Kalshoven. Van hieruit redeneert hij, dat de vindplaatsen ten minste dienen te worden gecompenseerd voor schade die bij de winning ontstaat. Ook dit, zo constateert hij, is allesbehalve de gewoonte. De gasopbrengsten in Nederland zijn verjubeld en uitgegeven aan de huidige generaties, zeg maar vanaf 1970 tot nu en nog een twintigtal jaren, als we op dezelfde voet doorgaan.

Hij propageert, dat de regering ernstig zou moeten nadenken over de bestemming van de huidige en nog komende baten uit aardgas. Voorts oppert hij de bepaling van eisen, die aan goed schatkistbeheer moeten worden gesteld met betrekking tot die toekomstige opbrengsten.

Dit is niet bepaald een hemelbestormende propositie. Het is al talloze keren in de afgelopen halve eeuw door anderen aangeraden. Feit is dat toen eenmaal de verkeerde weg is ingeslagen in de jaren ’70 geen kabinet van welke kleur en samenstelling ook in staat is geweest te breken met de verjubeling. Nederland heeft helaas niet gedaan wat Noorwegen wel is gaan doen, toen dit land en volk de gas- en olie-inkomsten in een fonds onderbrachten. De Noren hebben inmiddels naar verluidt circa 600 miljard gespaard. Nu alsnog breken met dat desastreuze patroon in Nederland is vrijwel onmogelijk zonder enorme onrust en weerstanden.

 Tot slot zegt Kalshoven benieuwd te zijn naar de argumentatie waarom op een tijdlijn van min 300 miljoen jaar en plus 5 miljard jaar (wanneer de zon dooft, aw.) juist onze generaties moeten profiteren van het in Groningen opgepompte gas. Wie durft?

Ik doe een poging. Ten eerste is het aardgas pas in 1958 ontdekt en we kunnen het dus niet meer delen met voorgaande generaties. Ook al omdat vroeger de benodigde technologie niet aanwezig was. Zijn vraag heeft wel relevantie naar de toekomst. Als we de gasopbrengsten uitsmeren over alle komende generaties tot ongeveer twee miljard jaar na nu, want dan is de aarde al verzengd, krijgt elke generatie een verwaarloosbaar bedrag. Het is realistischer om de eerste vijf komende generaties te laten delen in de ‘waarde en welvaart.’ Zeg dat de huidige voorraad van circa 1 miljard m3 gas al met al nog zo’n 250 miljard euro opbrengt. Dat is dan 50 miljard per generatie en dus ook 50 miljard euro voor die generatie van nu, die binnen 10 jaar aan de slag gaat. Dit komt neer op 5 miljard per jaar. Stel de inkomsten in die tijd op gemiddeld 10 miljard euro, dan zouden we à la de Noren in ons geval elk jaar 5 miljard op de bank moeten zetten. Dat is over 20 jaar gerekend, dan 100 miljard en dus goed voor nog twee generaties.

We kunnen er ook de staatsschuld mee omlaag brengen en betalen dan minder rente in de komende jaren, wat op zich een verlichting van de jaarlijkse lasten betekent. In 20 jaar zouden we 100 miljard euro sparen of met dat bedrag de staatsschuld verlagen. Wat we in dat geval vervolgens minder aan rente hoeven te betalen zetten we op de bank. Zeg dat dit 3 miljard gemiddeld per jaar betekent, dan levert deze aanpak in 20 jaar 60 miljard euro op. Hoe dan ook zou minder rente gedurende 100 jaar ofwel 3 generaties (per 30 jaar een nieuwe) circa 300 miljard euro opleveren. De vijfde generatie zou dan als ze dit bedrag benutten voor aflossing schuldenvrij zijn en elk jaar 10 tot 15 miljard aan rente besparen. Gedurende hun generatieperiode van 30 jaar is dat een ‘opbrengst’ van tussen 300 en 450 miljard euro.

Mijn vraag is: durven we dit?

Interessante artikelen

Fysiek geweld is strafbaar. Een enkele klap wordt al als misdaad gezien. Met taal mag een mens behoorlijk om zich ‘heenslaan.’ Rechtvaardigt de informatiemaatschappij een herijking van taalgebruik met