Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De Commissie De Wit heeft de onderzoeksgesprekken met bankiers, politici en andere kopstukken in de kwestie van de financiële crisis afgerond. We zullen over twee maanden de conclusies in hun rapport kunnen lezen. Persoonlijk heb ik mijn conclusie al getrokken. De ondervraagden tonen over de hele linie gezien een gemeenschappelijke opstelling die haar neerslag vindt in de volgende citaten:
УAls we toen geweten hadden wat we nu weten, zouden we anders hebben gehandeld?

We hebben gedaan wat we konden, maar regels of omstandigheden lieten niet toe dat we anders hadden kunnen ingrijpen dan we hebben gedaan?
Ik voel mij niet schuldig of verantwoordelijk voor de negatieve uitkomsten. De schuld ligt bij anderen?
Om met die laatste uitspraakcategorie te beginnen: een mea culpa leidt tot baanverlies, eerverlies, veroordeling en hoge boetes of gevangenisstraf. In dit vooruitzicht mogen we alleen verantwoordelijkheidsgevoel verwachten van echte kerels met eergevoel. In Japan hoor je af en toe nog wel eens van een in huilen uitgebarsten leider en wat verder terug in de tijd van een harakiri-geval, maar in Nederland heeft sorry-zeggen blijkbaar al een te zware status, hoewel een woordelijke schuldbelijdenis in geen verhouding staat tot de ellende die is veroorzaakt.
Het lijkt erg op de houding tijdens de parlementaire enquête aangaande de bouwfraude.

De hoge bazen wisten van niets en keurden het handjeklap af. Nu wil ik best geloven, dat je als hoogste bestuurder niet precies weet wat er twee hiërarchietrappen beneden je gebeurt. Maar daarmee kom je er natuurlijk niet mee weg. Allereerst bestonden die frauduleuze praktijken en die smeergeldsex al tientallen jaren. Ten tweede zijn die bestuurders niet allemaal in één ruk op die hoogste plek beland, maar hebben zij zelf die onderste managerslagen doorlopen. Misschien, zo denkt de vileine criticaster, zijn ze wel op die hoge positie gekomen, omdat ze vroeger in dit mistige aanbestedingscircuit zo goed meespeelden. Met andere woorden, ze wisten wel degelijk wat er in het veld gebeurde. De bij de bouw betrokken overheidsambtenaren en politici wisten het trouwens ook, want de hele miserie komt voort uit het feit, dat overheden (ministeries, provinciale staten en gemeentes) stelselmatig te laag begroten, omdat een reële begroting met inachtneming van realistische bouwrisicoТs niet door het politieke debat heen zou zijn gekomen. Het is een realistische constatering, dat aannemers bijkans wel werden gedwongen tot onderlinge afspraken.

In dit opzicht was er eigenlijk geen sprake van fraude. Bij fraude bedrieg je een ander. Maar als beide partijen elkaar willens en wetens over en weer bedriegen is er sprake van een mogelijk onwettige- consensuscultuur. De partij die dan wordt bedrogen heet dan burgerij en samenleving. Die zijn altijd de klos, maar zitten niet aan tafel.
Zo ook weer in het geval van de financiële crisis.
De tweede uitspraak: Уwe deden wat we konden binnen de kennis en de verantwoordelijkheden van toen.
Daar hoort zoТn commissie messcherp doorheen te snijden.
De betreffende bestuurder zag de bui dus wel hangen ('we deden wat we konden':bijvoorbeeld de zeer betwijfelbare verkoop van ABNAMRO), maar wist zijn handen gebonden door regels of wetten.

Dat nu is net zoiets als zeggen: Ik stond op het strand van Scheveningen, ik zag de vloedgolf aankomen, maar ik hebben de andere mensen niet hard schreeuwend gewaarschuwd, omdat er bij het duinpad een bordje staat, dat het een stiltegebied is, waarin het niet is toegestaan lawaai te maken.
Deze bestuurders verdien(d)en enige tonnen per jaar of tegen het miljoen en bij de banktoppers lopen die verdiensten met de exorbitante bonussen erbij op tot vele miljoenen en soms zelfs enige tientallen. Voor dit soort beloningen mag worden verwacht dat de functionaris als verantwoordelijkheid heeft te allen tijde voor onheil te waarschuwen, zeker als de regels niet afdoende blijken of formeel te weinig ruimte bieden. Regels voorzien immers nooit in alle gevallen.. En dat je dus dan publiekelijk duidelijk maakt, dat er noodweer dreigt, maar jij niet bij machte bent of niet bevoegd bent de sluisdeuren te sluiten. Publiekelijk, op het gevaar af daarom op de vingers te worden getikt, omdat je het binnenskamers had moeten houden. Als zo'n verantwoordelijke, dikbetaalde topper dit al niet doet, wat zijn dan woorden waard als transparantie, integriteit en verantwoordelijkheid. Is er niet een universele regel dat de hoogste verantwoordelijkheid is de samenleving te waarschuwen als deze moet worden behoed voor groot onheil.
De verontschuldiging Уals we toen wisten wat we nu weten getuigt van een grote naïviteit en heeft in geen enkel opzicht een ontlastende waarde. Als dit verweer geldigheid heeft, kan iedereen die een misstap of misdrijf begaat zich hierop beroepen. En zou dan zelfs blijkbaar niet eens sorry hoeven te zeggen.

Mensen aan de top worden verondersteld juist met vooruitzicht beslissingen te nemen in situaties, waarin nog niet alles bekend is. Wanneer alles uit en te na bekend is in een gegeven situatie kan elk mens het goede besluit nemen. Voor die bijzondere kwaliteit bij leidinggevenden Цbeslissen met onzekerheden- worden zij juist aangesteld en hogelijk beloond. Waar zijn anders die topbedragen op gebaseerd?
Bovendien wisten de bestuurders toen wel degelijk wat ze zeggen achteraf te weten. Ze zullen niet per se liegen op dit punt, maar overzien niet wat ze daarmee beweren over die vroegere situatie. Laat ik mijn standpunt verduidelijken.

Neem de kwestie van de risicovolle beleggingsproducten. De banken hier en elders in de wereld, te beginnen in Amerika, verdienden er goudgeld aan. Wat hoor ik bankiers en andere financiële deskundigen altijd zeggen: hoe hoger de winst, des te hoger vaak het risico. Of omgekeerd: als je snel veel winst wilt maken, kan dat alleen met risicovolle acties. Kortom high profit, high risk is les 1 in de financiële wereld. De bankiers gingen voor hoge profijtelijkheid, namen die risicoТs, ook voor hun klanten dus bewust, om mee te doen in de winstrace, mede ter verkrijging van hoge bonussen. Graaizucht dus, over de rug van niet-financieel deskundige burgers en ook het eigen personeel. Wie achteraf zegt, had ik dat toen geweten, beweert dat hij dit adagium niet kent!!!

De vraag die zich hier opdringt is: waarop worden bankiers eigenlijk geselecteerd? Waarop kiezen we de financiële leiders uit, die zoveel schade kunnen berokkenen als ze op de verleerde knop drukken? Die uit op eigen gewin onverantwoorde risicoТs nemen.
En voor de toezichthouders geldt: wisten zij niet dat die lucratieve producten risicovol waren en de toets van vereiste zorgvuldigheid en stabiliteit (geleend geld versus tegenwaarde) niet doorstonden? Natuurlijk wisten al die financiële experts bij elkaar dit? Wat maakt ze anders tot de experts die ze zelf zeggen te zijn ter rechtvaardiging van hun woekerbonussen. Ze geven het zelfs toe met uitspraken als: Уwe moesten wel meedoen, want iedereen doet het.

Als ik als kind mij thuis verweerde na een domme daad met de opmerking dat klasgenoten ook zoiets deden, zei mijn moeder altijd: Уdus als Jantje in de sloot springt, doe jij dat ook?
Tijdens een discussie over de financiële crisis, die ik enige maanden terug meemaakte en waar bankiers een substantieel deel van het gehoor vormden en mee debatteerden kwam men, met instemming van die bankiers, tot de ontluisterende slotsom dat de crisis in hoofdzaak te wijten was aan twee feiten:
1. onvoldoende regels en kracht van toezicht (een gotspe, want in de pre-crisisjaren hebben banken sterk aangedrongen en ook bewerkstelligd dat de regels juist werden versoepeld, waardoor ze in feite de deur open kregen naar de speeltuin van risico's);
2. de zwakte van het vlees. De graaizucht die leidde tot de bonusbonanza is nu eenmaal een algemeen menselijke eigenschap.
Kortom bankiers zijn ten principale net als alle andere mensen en worden dus niet geselecteerd op hun weerstand tegen dergelijke zwaktes en een meer dan gemiddelde moraal.

In mijn ogen was dit onderzoek aan de kant van de geïnterviewden een farce en aan de kant van de vragenstellers verbijsterend mager. Al met al voldoet het niet eens uitgesproken sorry voor geen meter. De straffen zou beduidend concreter dienen te zijn.
Als een burger een kwartier te laat zijn parkeermeter bijvult, pleegt hij een overtreding ter waarde van een kwart euro of daaromtrent, maar zijn boete is het tweehonderdvoudige. Dat zijn nog eens straffen.

Ik heb tot slot nog een suggestie over een betere regel in de toekomst:
De hoogte van de bonussen moet gelijk zijn aan de hoogte van het gemiddelde rendement dat banken behalen op de centen van hun klanten. Wat men voor zijn klant weet te bereiken, is gelijk aan wat men daarmee ook voor zichzelf als rendement ontvangt naast het vaak toch al vorstelijke salaris. Is dit in alle eenvoud geen duidelijke regel en grens?

Ps. De meest onthutsende onderzoeksbijdrage werd mijns inziens geleverd door Wim Kok,de oud vakbondsman, die het tot minister-president bracht.
Hij verdedigde die bonuscultuur met het afgesleten argument van de internationale competitie en het dreigende vertrek van topbestuurders. Top in de zin van de beste kwaliteiten bezittend.

Afgezien van het feit, dat Kok in zijn vakbondstijd en zelfs nog tijdens zijn regeringsperiode over excessieve beloningen heel andere geluiden liet horen en hij met zijn uitspraken thans verraad pleegt aan zijn vroegere principes en meningen, rest er een simpele vraag: Geachte heer Kok, u zegt we moesten wel hoge beloningen bieden, omdat de beste bankiers anders waren weggekocht door het buitenland? Bijvoorbeeld naar Amerika? Het land waar de bankiers zo goed waren dat ze de grootste financiële crisis sinds ongeveer een eeuw veroorzaakten. Moesten we die kwaliteitsbankiers vooral hier houden?

Meneer Kok, met wat we nu weten, hadden we ze dus maar beter kunnen laten gaan, want voor de ellende in de VS had dit geen verschil gemaakt en in Nederland hadden we dan misschien de beteren, want niet zo top, overgehouden met schappelijker niveaus van beloning.

10 Februari 2010

Interessante artikelen

De NRC-columnisten zijn buitengewoon goede adviseurs als het om grote onderwerpen gaat. Ik kan niets anders zeggen. In andere kranten verschijnen ook prima columns, maar die kan ik niet aanhalen. Ik h


De ziel is stuurbare energie. Een mens beschikt tijdens zijn bestaan over een kleine portie energie die zichzelf tijdelijk kan besturen. Het is een bijzondere vorm van energie, die wij leven noemen. S


“Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit”, is in beoordelingssituaties een veelgehoorde opmerking. Ik kan net niet stellen, dat er geen kwaliteiten zijn, maar mijn standpunt komt er dicht bij