Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De EU-verkiezingsuitslag is een ongelooflijke ratjetoe en staat symbolisch voor het fractionisme in diezelfde EU. In de praktijk ontmoeten we maar al te vaak het fenomeen van de interpretatie. Daar is met een variant op een gezegde op van toepassing: ‘aan de beoordeling herkent men de beoordelaar.’ Interpretaties zijn doorgaans sterk subjectief gekleurd. Het is een virus in het communicatieproces.

Anders gezegd: als naar gelang het belang worden harde feiten de ene keer een objectieve werkelijkheid toegekend en de andere keer gekneed tot een mening vanuit eigen belang. Of ze worden doelbewust teruggebracht tot een vergelijking binnen een gebied, dat maar voor een deel de werkelijkheid representeert. Een voorbeeld. Vanuit Nederland gezien is de CDA de grootste, maar binnen de EU vind je die partij en trouwens heel ons land niet terug. Dit laatste spreken de vaderlandse politici liever niet uit, maar het is natuurlijk wel de werkelijkheid.

Zie deze analyse van de uitslagen.

 

Feit is, dat het CDA de grootste partij is als het om de EU-stemming in Nederland gaat. Feit is ook dat D66 de meeste stemmen kreeg. Aangezien het een stemmingsgebeurtenis is, zou je verwachten dat D66 dan de grootste is. Nee, want het CDA krijgt een restzetel door haar lijstverbinding met andere christelijke partijen. Winst zonder directe stemmen op deze partij derhalve?! Geen punt zegt de een. Als D66 een lijstverbinding was aangegaan met de VVD, had zij er een restzetel bij gehad en was zij de grootste geweest. Zo lust ik er nog wel een paar. Het is toch geen goede vergelijking als je een solo-partij kwalificeert in grootte door deze af te meten aan een samenstelling van partijen. De dubbeltwee wint het van de skiff!. De solotennisser verliest van de dubbel. Zie de onzinnigheid hiervan als je het puur wiskundig bekijkt. Twee is groter dan 1. Maar 3 kan kleiner zijn dan 1, als die drie samen toch minder stemmen krijgen dan die ene. Groot zijn is dus relatief. Als dit onweersproken wordt aanvaard, dan kan een cynische beoordelaar stellen: als alle EU-partijen met elkaar een lijstverbinding waren aangegaan was die partij niet alleen de grootste geworden maar ook de enige.

De PVV heeft verloren. Heeft die veel minder stemmen dan D66 met 4 om 4 binnen Europees verband. Je kunt de PVV verliezer noemen als je de partij vergelijkt met hun vroegere aantal zetels. Dat kan, maar dan heeft het CDA meer verloren, want die hadden ooit meer zetels dan 4 en zelfs dan 5 als je de lijstverbinding toch meetelt. Het CDA kachelt dus achteruit en nu is in de vergelijking de tijd weer ineenas een factor. Zo bezien heeft de PvdD (dierenpartij) het meest gewonnen, namelijk 100 procent. Zij ging van 0 naar 100.

 

Dat mensen naar zich toerekenen, komen we maar al te dikwijls tegen. Dat media, die objectief behoren te verslaan, die interpretaties overnemen is laakbaar. De groei van het aantal ultrarechtse zetels Europees breed laat de grootste winst zien. Verhoudingsgewijze is dat blok in de EU nog niet heel sterk, maar als verschijnsel is het ontegenzeglijk veelsprekend en op landelijk niveau (Frankrijk en Engeland) in de ogen van sommige interpretatoren zelfs verontrustend. Ofwel het is maar hoe je het bekijkt.

Neem de opkomst. 37% stemt in ons land. Meer dan 60% komt niet opdagen. Alleen de stemmen tellen, menen sommige analisten. Dus Nederland is vooral pro-EU. Maar de stemming onder het volk is daarmee helemaal niet bekend of weergegeven. Welk aandeel van die 57% vindt die EU maar niets of niet belangrijk genoeg. Niet eens de moeite waard om te gaan stemmen. Die interpretatie lijkt me ook verdedigbaar. Zeker als we tevens constateren dat in sommige landen nog geen 20% (Tsjechië, Slowakije) naar de stembus ging. Dat moet toch te denken geven. Je bent dan geneigd te beoordelen dat de EU niet erg aanspreekt. En dan komt de volgende interpretatievraag? Is die onaantrekkelijkheid een gevolg van bezwaren tegen de EU of een signaal van afwijzing of kan dit worden uitgelegd als een schouderophalen, omdat men vindt dat zijn/haar stem toch niet is terug te vinden in dat EU-parlement met 766 zetels.

Want het CDA mag dan met een kromme redering de grootste zijn van Nederland, in Brussel stelt de partij helemaal niets voor. Natuurlijk vindt de partij van het eigenbelang een andere interpretatie. Het CDA is binnen de stemverbinding met alle christelijke partijen toch de grootste combinatie in dat parlement. Volgens mij telt men dan geen stemmen, maar de macht van een blok, hetgeen op zich overeenkomt met de werkelijkheid. Maar dan, zo kunnen wegblijvers redeneren, blijft de macht bij de christen-democraten zolang er meer gelovigen zijn dan seculieren en dus gaat mijn vrije stem verloren. De stem voor het CDA kan zo bezien ook heel goed een stem zijn voor de macht en niet voor het programma. Of een stem van de gewoonte, niet van het onafhankelijke oordeel over het programma. Dit geldt uiteraard ook voor andere ‘klassieke’ partijen.

 

Er zijn maar twee harde feiten. Dat zijn de zetelverdeling in het EU-parlement op basis van die blokvorming en de opkomst van kiezers, die gemiddeld over heel de EU beduidend minder is dan 50%. De laatste, onmiskenbare feitelijkheid is dan, dat meer dan de helft van de EU-stemgerechtigden om wat voor reden dan ook zijn of haar stem niet uitbrengt. De oorzaken of de motieven  hierachter zou ik willen weten. Dat kon wel eens zeer leerzaam zijn en de facto iets zeggen over de stand en kracht van de democratie. Tegelijk is daar die politieke lappendeken. Er kan veel over worden geïnterpreteerd. Ten positieve, het gevaar voor absolute machtsblokken is gering. Revoluties zijn niet erg voorstelbaar. Elk gewicht heeft een tegengewicht op de weegschaal; de balance of power dus. Ten negatieve, de besluitvorming verloopt traag en de scherpe kantjes worden weggeharmonieerd (dus ook de goede). Op wereldniveau beweegt Europa zich trager dan andere grote landen of regio’s met kans op achterstand. En tot slot: de EU kan nog alle kanten op. Of is dit nu weer juist een voordeel? Hoe dan ook: de EU-verkiezing laat vooral een interpretatiedemocratie zien.

Interessante artikelen

Communicatie kan worden gedefinieerd als de uitwisseling van informatie tussen mensen. Voor het vakgebied is dit het kader, waarbinnen overwegend gewerkt wordt. Uitwisseling van informatie tussen leve


TOp een paar landen na leven alle landen en hun regeringen op basis van schulden, in casu geleend geld. Zolang men de rente op schuld kan betalen, blijft dit systeem overeind.  Het s een zeer betwijfe


In Via Victoria 1: woordbetekenis gaf ik aan hoe de oorspronkelijk militaire betekenis van het woord strategie geleidelijk aan wordt uitgebreid met toepassing op civiele actieplannen. De betekenisscha