Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

In verband met mijn artikel op de Groninger Internet Courant en diverse reacties geef ik onderstaand in korte trekken de geschiedenis van de besluitvorming weer. Hoe ging het toen en hoe gaat het nu en verder? Gaan we een herhaling tegemoet? Het begin in vier stappen.

Wat hebben we nou?

In1959 boort NAM gas aan. Liever had men olie aangetroffen, want gas was in de ogen van toen lastig spul. Niet door een kabel te vervoeren, niet in vaten en niet in schepen, althans toen niet. Maar ja, er leek wel veel te zitten en was dat toch niet te vermarkten? Aardgas stoken in huizen, voor koken, voor fabrieken? In de jaren ’60 ontwikkelde men de markt. Het hoofdtransportnet werd in ijl tempo aangelegd en de huishoudapparatuur aangeschaft en omgebouwd. Gas was nieuw, een kleine luxe, een product van de moderne tijd. Boren? Gaf dit geen vervelende consequenties?. Nou, nee, daar leek het niet op. Het moest kunnen.

Oliecrises

Gaande de jaren ’60 werd duidelijk om hoeveel het wel niet ging. In die jaren het grootste landgasveld ter wereld. In 1974 sloeg de eerste bonanza toe. De Arabieren wakker geworden begonnen met voor hun gewilde olie meer dollars te vragen. De olieprijs steeg fiks en aardgas, slim hieraan gekoppeld door die Nederlanders, steeg in prijs mee. Het geld rolde binnen en nog harder na de tweede oliecrisis van 1978/1979. Goud betekent in het Gronings goed. Gas ook, maar dan vooral voor Nederland.

1980 en verder

Nederland had een onverwachte, gigantische meevaller. Sociaal gezien werden de gasinkomsten gestopt in maatschappelijke verbeteringen: werkeloosheidsuitkeringen, huurtoelages, zorg- en onderwijs. Niets mis mee, maar niet altijd leidend tot inkomsten in de toekomst. Hoe lang kon dit doorgaan? De hoeveelheid gas reikte inclusief de grote porties aan buitenlandse verkoop wel tot 2030 à 2040, als we alles optelden aan landgas en Noordzeegasvelden en hun inhoud. Slochteren als grote moederbron, de rest als zeer appetijtelijke aanvullingen, waardoor de duur van Groningengas nog kon worden gespaard. Nederland begin te leven met aardgas en de euforie, het geldinfuus werd internationaal gedoopt tot Dutch Disease. We hebben inmiddels de kabinetten van Den Uyl, van Agt en Wiegel achter de rug, waarmee ik maar wil zeggen dat alle grote partijen (PvdA, VVD, CDA) feestvierden (mijn werkwoord).

Het kabinet Lubbers trad aan. Er moest fiks worden geremd. Dat deed deze CDA-er, oud ondernemingsman dan ook. Later in de jaren ’80 legde hij de EU een concept voor aangaande een EU-energieaanpak. Naar zijn eigen zeggen daartoe geïnstigeerd door het lezen van een speech tijdens een reis naar Wenen. Die speech schreef ik voor mij toenmalige directeur Ton Grotens. Soms verbergt de geschiedenis charmante details.

U leest in het voorgaande geen letter over besprekingen betreffende mogelijke gevolgen in de ondergrond van de gaswinning. Klopt, die waren er ook nauwelijks. Dat drukvermindering in de ondergronds nog wel eens gevolgen kon hebben was geen geheim. Niet voor geologen, niet voor energiedeskundigen, niet voor de Staatsmijnen, namens her Rijk mede-toezichthouder op aardgas en dus ook niet voor EZ als ministerieel verantwoordelijke organisatie. En ten leste niet voor de regering. Maar was het ook een scherp punt van aandacht en toekomstbeleid als het om geologische gevolgen ging? Werden er noodscenario’s gemaakt.

Ik weet als werknemer in die tijd, dat men zo precieus mogelijk scenario’s maakte van de beschikbare volumes, de bewezen en mogelijke reserves en de duur van aardgasverkoop en hun inkomsten gegeven de jaarlijkse afzet in binnen- en buitenland. Ik ken niet de inhoud van de regeringsbesprekingen, maar u en ik weten dat er geen maatregelen zijn getroffen om de gevolgen, in dit geval bevingen, op te vangen. Dat wil zeggen: geen fonds of noodfonds. Vanaf 1980 resteerden tot 2030 nog 50 en tot 2040 nog 60 jaren aan behoorlijke productie. Dat is dus twee generaties van 30 jaar verderop. Met dit soort termijnen houdt de dagelijkse zetelpolitiek zich niet bezig. Ook nu nog niet. Lees maar. Kamps excuses betreffen een serie van kabinetten!

2015

De actualiteit laat zien dat Groningen in problemen verkeerd. De productiegevolgen zijn aardschokken. Niet zo zwaar, vergeleken met andere wereldschokken, maar genoeg om huizen te doen scheuren, de verkoopmogelijkheden drastisch te verminderen, mensen in onrust en vrees te doen verkeren. Er slapen ook kinderen in die huizen, zij zitten in wankele scholen en menig historisch gebouw vertoont schade, waaronder talloze kleine en grotere kerken. Een noodplan is zeer gewenst en komt in de ogen van de getroffenen traag op gang. De regering in Den Haag is mondjesmaat wakker geschud.

Dit is met alle details die u zelf wel kent de huidige situatie. Wakker geschud, o ja?

2015 – 2060

Dit is een periode vergelijkbaar met 1980 – 2030. In welke energiesituatie wil Nederland zich dan bevinden? Het aardgas zal nagenoeg op zijn. Dus ook de inkomsten. Olie hebben we schaars. Schaliegas is er, maar onvoldoende en zal niet populair zijn na de Groningse perikelen. Kolen hebben we niet, willen we niet. We zijn dus vanuit nu bezien volstrekt aangewezen op importen of de nieuwe bronnen wind en zon. Windparken is Nederland mee bezig, maar geliefd zijn ze niet. Bovendien geldt, dat zelfs bij enorme parkbouw toch slechts voor 10 à 15 procent in de totale energiebehoefte kan worden voorzien. Er is meer nodig. Vijf of meer kerncentrales bouwen kan, maar willen we niet en we zouden vandaag al moeten beginnen. De zon dan. Nederland bevindt zich Europees gezien in de staart van het peloton van landen wat de transitie naar zonenergie betreft. Wat ik wil aangeven met deze vergelijking is dit. Vanaf 1980 was geen regering echt bezig drie, vier decennia vooruit te kijken naar de consequenties van gasboringen dertig jaren vooruit en evenmin naar een robuuste noodvoorziening en energieopvolging. Nu in 2015 is geen politieke partij onverzettelijk bezig te hameren op noodzakelijke maatregelen voor de toekomstige voorziening. Er zijn intenties, er zijn bijvalsbetuigingen dat het anders moet, maar een uitgekiend, langetermijnaanvals- en investeringsplan, ho maar. Er is geen daadwerkelijke visie. Slechts goede bedoelingen: het visionair minimum.

 

Conclusie, regeringen kijken niet lang vooruit. Ze tellen zetels. Is het niet bij de gemeenteraadsverkiezingen, dan wel bij provinciale stemmingen, en anders wel bij de landelijke populariteitsrondes. Dus telkens twee of vier jaar vooruit. Partijen zijn vooral bezig met wat actueel knelt: de zorg, het leerstelsel, het asielbeleid, de werkeloosheid en de emancipatie in bestuurlijke toppen. En o ja, de verbouwing van het Binnenhof. Dat typeert onze regering al enige decennia: Binnenhof. Dat heet politieke introversie. Als Willem Alexander een vooruitziende blik had gehad zou hij zijn nieuwe villa in Loppersum hebben laten bouwen. Temidden van het volk. Al die actuele zorgen zijn relevant, allemaal terecht, maar alles bijeen van een ondergeschikte urgentie in verhouding tot het huidige en toekomstige energiebeleid. De bevingen van 2035 en daarna in de schatkist en de staatsbegroting, ach, dat zien we dan wel weer. We zijn toch triple A. Dat moge zo zijn, maar met een staatsschuld die ook wij in geen decennia kunnen aflossen drijven we op de schotsen van een smeltende economische kap. Sterker, een snel verouderend systeem. De oplossingen voor 2040 liggen op de schouders van de dan levende generatie, (niet anders dan in 1980). Nieuwe naam: de Dutch at Ease. Ironisch zou ik bijna zeggen: Groningen beweegt nog tenminste, maar een naam voor de huidige situatie is Groningen en Kommerlanden. En bedenk, ik ben van nature een optimist. Daarnaast: wie zegt dat we van de geschiedenis kunnen leren? Een analyse van de huidige langetermijnvisie en de bijbehorende daadkracht levert de herkenning dat het in 1980 niet anders ging. Regeren is vooruitzien heet het gezegde. Geldt ook het omgekeerde? Vooruitzien begint bij regeren?

Interessante artikelen

Mevrouw Lagarde, directeur van het IMF stelt voor Griekenland nog twee jaar te geven om de bezuinigingen en de resultaten ervan aldaar een kans te geven. Dit betekent dat er op korte termijn nog geen


De enorme informatiecrisis rond de rampvlucht MH17 geeft Jan Driessen aanleiding tot een duidelijke beschouwing en analyse op de website van communicatieonline. Jan toont niet alleen bezorgdheid, maar


Met het CPB-doorrekeningsrappport betreffende de voorstellen van politieke partijen heeft de discussie over programma’s en doelen pas echt zee gekozen. Wanneer we alle voorstellen op een bepaald onder