Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De dood van Osama Bin Laden of moet ik zeggen diens vermeende dood is een zeer realistisch voorbeeld van het complexe mengsel van identiteit, imago, schijn en werkelijkheid. En hoe de verschillende belangengroepen hun eigen interpretatie en perceptie toepassen. Alle communicatie hieromtrent en alle mediapublicaties zullen een praktijkgeval opleveren dat zijn weerga niet kent. Onmiddellijk na de bekendmaking van de geslaagde, in Amerikaanse ogen, militaire actie in Pakistan, die leidde tot de dood van Bin Laden, werd het resultaat in twijfel getrokken. Van diverse kanten werd ongeloof geuit en beweerd dat de hele operatie een schijnvertoning zou zijn. Bin Laden zou niet gedood zijn. De Amerikanen en hun president Obama voorop zouden een succes nodig hebben in barre imagotijden en in de aanloop naar de nieuwe presidentsverkiezingen. Het feit, dat er geen beelden van een gedode Bin Laden werden getoond, voedde dit ongeloof. Westerse media namen een deel van de redenering over; waar bleef het beeldende bewijs? Hiermee steunen zij onbedoeld de complottheoristen. Blijven die beelden uit, dan blijft op zijn beurt het grote publiek achter in de draaikolk van moeilijk vast te stellen feiten en beweringen.

Er is één groot vaststaand feit: door president Obama is voor de hele wereld te zien en te horen verklaart, dat Osama Bin Laden bij een geheime operatie is omgekomen. Als de operatie schijn zou zijn en Obama's mededeling daarmee een leugen, is het duidelijk dat Amerika een onherstelbare reputatieschade zou oplopen, als eerdaags Bin Laden met een videotoespraak en actueel te controleren omstandigheden in eigen persoon zou aantonen dat het hele verhaal op bedrog rust. Amerika zou zich in één klap belachelijk weten en niet alleen in het anti-Amerikaanse kamp, maar ook bij de westerse bondgenoten. Het is een risico, dat te groot is voor een strategie met een uitvoering, die verkiezingspopulariteit zou moeten opleveren. Daarbij komt, dat die Amerikanen, die diepe en pijnlijke herinneringen hebben aan 9/11, zich zo bedonderd zouden voelen, dat het een politieke revolutie zou kunnen ontketenen. Deze redenering zal ook wel naar voren komen in de reeks van commentaren en analyses. Om Amerika in deze positie te brengen hoeft Bin Laden derhalve alleen maar het levende bewijs, zijnde zichzelf, te tonen. Als het uitblijven van beelden van een gedode Bin Laden voor groeperingen een reden is om te twijfelen, dan zou het uitblijven van beelden van een levende Bin Laden hun dezelfde argumentatie bieden voor het gelijk van de Amerikanen. Maar let op dan wordt de redenering: Bin Laden toont zich niet, omdat dan de twijfel blijft bestaan, de Amerikanen niet opnieuw achter hem aan kunnen gaan en er een langdurige mythe wordt geboren, die energie zal vormen voor terroristen. Een meesterlijke tegenzet derhalve.

Zouden de Amerikanen overigens wel met beeldend bewijs komen, dan zal het verweer zijn dat niet duidelijk kan worden vastgesteld dat het Bin Laden is en dat de foto is gemanipuleerd. Er is nog een feit en dat is het beeld, dat als foto in vele kranten verscheen, waarbij de top van het Witte Huis en regeringsleden en -adviseurs samen in spanning de operatie in Pakistan volgen. Zij die een complot veronderstellen, zullen dus ook dit beeld als deel van de schijnvertoning bestempelen. Alsof het lang is vol te houden met alle moderne infogelek, dat deze foto is gemaakt terwijl dit gezelschap naar de basketbal play-offs zat te kijken of iets dergelijks. Het geeft ook te denken, dat anti-Amerikaanse groeperingen als Taliban, Hesbollah en Hamas lieten horen wraak te zullen nemen. Als Bin Laden niet dood is, hoeft dit helemaal niet en zouden deze dreigingen op zich berusten op een onware grondreden; dus evenzeer een propagandstunt zijn. De pot verwijt de ketel. Ook in Arabische gelederen bevinden zich kampen die Bin Ladens dood toejuichen. Hierbij zijn ook landen die niet bepaald vrienden zijn van de VS. Deze aanvaarden de mededeling dus wel als waar. Dat Bin laden allang niet meer de sterke, centrale commandant was in de internationaal, terroristische kringen (wat ook niet in absolute termen valt te bewijzen), doet in beginsel aan de discussie over schijn en werkelijkheid niets af. Het feit, dat een gefortificeerd huis, midden in een rustige woonwijk van een grote stad 100 km van de hoofdstad van Pakistan, als verblijfplaats lange tijd niet opviel, dat de Pakistaanse geheime dienst verdeelde fracties kent, dat Bin Laden een slechte gezondheid had en dus verwacht kon worden dat hij de onbewoonbaar verklaarde grotten in het grensgebergte al lange tijd had verlaten en dat de Pakistaanse regering helemaal niet of misschien heel beperkt van de actie op de hoogte is gebracht, zijn allemaal zaken en omstandigheden, waarvan in stukjes en beetjes de waarheid nog zal blijken. Maar de werkelijkheid en daarmee de identieit van Bin Ladens dood is voorlopig aan twijfel onderhevig. Het imago van de ongrijpbare terroristenleider zal lang rondzweven en mythische proporties aannemen. De reputatie van Amerika zal zowel ten goede als ten kwade toenemen. En wat vertrouwen betreft, heerst de aloude waarheid: het vertrouwen ligt in het midden.

We kunnen de affaire Bin Laden nu al wel bijschrijven in de lijst van de moord op Kennedy, de dood van Lady Di, de verdwijning van Khadaffi en de geclaimde landing op Mars door de Chinezen. Eén punt is duidelijk: ondanks alle media (nieuwe of oude), alle openheid, snelle informatiedistributie en alom aanwezig publiek de werkelijkheid zal altijd onzeker blijven en de schijn worden geheiligd.

Interessante artikelen

- Hoe staat de staat er voor?
- De staat staat in het rood.
- Mooi is dat. Ik werk mij blauw en mijn land staat in het rood.
- En als je kleurenblind bent?
- Dan wordt het zwart voor je ogen.