Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Hoe toerisme ons kan leren in de toekomst te kijken als het om de gevolgen van klimaatverandering gaat. Vergeleken bij mijn ouders en zeker mijn grootouders heb ik het grootste deel van mijn leven doorgebracht in de vredige en welvarende tweede helft van de vorige eeuw in dit land. Ik had zogezegd het geluk een baby boomer te zijn. Ontsnapt aan twee van de grootste oorlogen ooit. Welke rampen mijn kinderen en kleinkinderen te wachten staan is niet te voorspellen. Als regeringen verstandig blijven en het hoofd koel houden ziet het er hoopgevend uit. Maar één ontwikkeling is dreigend en wel te voorzien. Dat is de klimaatverandering.

Ik ben ervan overtuigd dat deze gaande is. Teveel wijzigingen in de natuur duiden daarop. De toenemende opwarming, de oprukkende droogte, de smeltende gletsjers, het afnemende poolijs, de nog steeds stijgende kooldioxide-concentratie. Het maakt mij niet uit of de mens de hoofdschuldige is, want hij wist niet dat hij dit zou worden, dan wel dat er sprake is van een periodieke verandering in ons zonnestelsel. Is dit laatste het geval dan mogen we niet verwachten dat dit van korte duur zal zijn. Een tijdelijke oprisping of zo. Een broeikaseffect door toenemende CO2 en verdere verdichting van onze dampkring komt dan alleen maar bovenop dat kosmische effect. Het gaat dan dubbel mis.

In Parijs spraken we af uitgaande van een menselijke oorzaak beneden een opwarming met 3 graden te willen blijven. Liefst onder de 2, maar ook dit betekent nog altijd meer broei. Het is zeer de vraag of dit plafond de merkbare broeikaseffecten doet stoppen, laat staan verminderen. Hooguit worden ze vertraagd, hetgeen ons meer tijd geeft om betere terugdringingsplannen te maken. Is de mens 100 procent verantwoordelijk, dan zou dit kunnen lukken. Is het kosmisch dan staan we voor de grootste opgave in onze geschiedenis. Maar de in gang gezette verdroging, ijsdruip en mogelijk meer extreme weerssituaties vertegenwoordigen zulke grote processen, dat deze door een geringere opwarming niet op stel en sprong zullen afremmen. Dus hoe dan ook, er is alle reden om in het geweer te komen. Het zou namelijk ook nog kunnen dat een aanpak van het een onderweg leidt tot kennis hoe het ander te bestrijden. In Bonn zal blijken dat de doelstellingen niet worden gehaald of met de grootste moeite zullen worden binnengesleept op voorwaarde dat we vanaf vandaag onze inspanningen maximaal inzetten en liever nog verhogen.

Dat tempo en die eensgezindheid ontdek ik nog niet. Politici zijn verdeeld, evenals wetenschappers. Landen vinden dat staten die langere tijd tot de grote vervuilers moeten worden gerekend meer moeten doen dan zij, die pas nu tot ontplooiing komen. En wat als over zeg tien jaar blijkt, dat het allemaal nog niet vlot en de opwarming hoger uitvalt dan nu de doelstelling is? Migrantenstromen zullen in omvang stijgen. Om diverse redenen. Zij die onleefbare gebieden ontvluchten, zij die het zich kunnen permitteren voorlopig als veiliger te beschouwen regio’s op te zoeken en zij wier angst de overhand krijgt. Chaos zal het gevolg zijn en economieën zullen worden ontwricht.

Nood breekt wetten. Brengt nood ook eenheid? De massapsychologie toont positieve voorbeelden. Nederlanders die de handen ineensloegen om ons land droog te maken en te beschermen tegen de zee dus nog maar, om dicht bij huis te blijven. Maar massahysterie is ook een fenomeen in de psychologie en het is dus nog maar de vraag welke van de twee verschijnselen de boventoon gaat voeren. Beide kunnen ook nog tegelijkertijd optreden. Bijvoorbeeld als de eenheid tot collectieve bescherming zich uit door klimaatvluchtelingen te weren.

Oorlogsvluchtelingen dragen we doorgaans een goed hart toe. Maar klimaatvluchtelingen moeten in onze psyche nog een plek veroveren. Dat is niet zonder meer een gelopen zaak. Per slot van rekening hebben we nu al fikse problemen en meningsverschillen over de nood van werkeloosheidsvluchtelingen (Afrikaanse jongeren bijv.), armoedevluchtelingen (Mexicanen, Nigerianen) gebrek aan toekomstvluchtelingen ( andermaal Afrikanen) of geloofsvluchtelingen (Rohingya). In een wereld van honger, armoede en geweldsangsten zijn vluchtelingen burgers zonder blijfsredenen. ZIj vluchten voor water dat ze niet tegen kunnen houden.

Over die toekomst verschaft het toerisme al een leerzaam beeld. Zij, die de verveling ontvluchten of de winter of voldoen aan hun zucht tot cultuurhonger en met regelmaat de hele wereld rondreizen, worden steden als Venetië, Amsterdam, Parijs of Berlijn nu al teveel. En dan zijn het nog maar tijdelijke verblijvers. Die ontluikende ergernis bij de bestaande stadsbewoners van grote voor toerisme aantrekkelijke steden slaat om in regelrechte afweer. Kun je nagaan wat de houding wordt tegenover permanente nieuwelingen die het niet bij twee weken of een lang weekend houden. Het kernargument is: we zijn onze stad kwijt. We zijn een winkel die nooit sluit en ook nog eens met een aanbod dat we niet willen.

Toerisme is op zich goed bedoeld. Het brengt werk en inkomsten. Die steden varen er wel bij. De kostprijs is het verlies aan eigenheid en nu ook al zichtbaar het verlies aan betaalbare woningen. Maar vooralsnog trekt die grote stad door zijn belofte aan of is het illusie van werk. Een tweedeling is al gaande: rijke huiseigenaren in de betere buurten, samenhokkende economisch achterblijvende burgers in minder sociale behuizingen. Is dit één van de lessen die laat zien wat we kunnen verwachten als al die klimaatvluchtelingen de wijk nemen?

Interessante artikelen

Je bent minister van Buitenlandse Zaken geweest en je hebt een lange overheidscarrière achter de rug. Je hebt dan drie keuzes zo op het eerste gezicht. Rustig van je pensioen en vrije tijd gaan geniet


Een niet zo vrolijke beschouwing   

Waarom heeft de aarde geen 100 miljard bewoners? Het antwoord op die vraag is uiterst pijnlijk en schokkend. Helaas, maar daarmee wel realiteit.

De aarde telt ru