Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Als de politiek en de leiders één ding duidelijk maken is dat het volslagen gebrek aan volledige en volwassen informatie naar de burgers. Het is opvallend hoe vaak de laatste tijd vraagtekens worden gezet bij het vermogen om langs democratische weg snel en krachtdadig beleid te ontwikkelen.

Op deze site staan drie artikelen over de Griekse schuldenaffaire en één artikel over de Libische machtstrijd. In beide gevallen heb ik geconstateerd, dat van een duidelijke strategische aanpak, die toch mag worden verwacht van politieke leiders en hun cohorten aan deskundigen als het gaat om zulke ingrijpende gebeurtenissen, geen sprake is. Het ontbreken van een duidelijk doel en een eensgezinde aanpak inzake Lybië zou, zo stelde ik, leiden tot een treurige impasse. Die treurigheid kan niet beter tot uitdrukking worden gebracht dan in de verwoording die één dezer dagen in NRC-Handelsblad is gebruikt om de aanvalsstatus van de westerse steun aan de opstandelingen te duiden: onderhoudsbombardementen. De Libische strijd kent drie partijen: het oude, nog steeds onverslagen Khadaffi-regiem, de opstandige bevolkingsdelen en de westerse steun voor de revolutionairen. Het land is verscheurd en verdeeld. De opstandelingen maken geen duidelijke vorderingen. De Khadaffi-getrouwen houden stand, maar kunnen vanwege die bombardementen en de no-flyzone geen vuist in hun voordeel maken. Het is één grote hangpartij. Opvallend is dat ondanks die verdeeldheid en interne chaos de Khadaffi-regering overeind blijft. Het roept de vraag op over welke reserves de oude macht nog beschikt. Ontvangt deze soms ook hulp op de een of andere manier, want geld is er genoeg. En let op: ook Khadaffi is straks te oud en/of te ziek om te kunnen worden berecht. Het wordt op deze wijze een uitputtingsslag, waarvan de uitkomst minstens zozeer afhangt van de financiële armslag van landen als Frankrijk en Engeland. Op deze wijze is de afloop mede afhankelijk van de financiële crisis in de Eurozone. Strategisch gezien zou deze onverwachte interferentie moeten voeren tot een herziening van de strategie richting Libië, maar tja, waar geen duidelijke plan van aanpak bestond, is elke herziening betwijfelbaar.

Die financiële crisis is inmiddels opgeschoven van wat in aanvang een Griekse kwaal was tot een ziekte, die de hele EU raakt en samen met de Amerikaanse onmacht om te bezuinigen aan die kant van de Atlantische ceaan inmiddels de hele wereldeconomie infecteert. Ik breng u in herinnering dat het ongeveer een jaar geleden is, dat onze minister van Financiën de Nederlandse bevolking in het openbaar bezwoer dat het alleen om een garantie ging. De Jager wordt stoer genoemd. Een bewindsman die in de EU als lastig wordt ervaren. Dat is allemaal goedkope retoriek. De werkelijkheid is dat de Frans-Duitse combine de hoofdlijnen bepaalt. De jongste EU=voorstellen komen niet uit gezamenlijk overleg, maar uit een onderonsje tussen Merkel en Sarkozy. Dat Spanje en Italië als grote lidstaten hierover hun mond houden is begrijpelijk gezien de penibele situatie waarin ze zitten, maar dat Engeland dit over zijn kant laat gaan, is het definiteive bewijs dat dit land zijn wereldpositie heeft verloren. Nederland is een brave betaler, die niet valt onder het adagium; wie betaalt, bepaalt. Nu ineens gaat dit gezegde niet op. De jongste afspraken over de tweede infuusronde voor Griekenland waren zo onduidelijk, dat onze eigen premier Rutte het overzicht helemaal kwijt was en nog is. Hij mag dan inmiddels zijn excuses hebben gemaakt, maar noch hij, noch de experts van het ministerie van Financiën kunnen ons weken na de ondertekening van het akkoord precies vertellen hoeveel het Nederland op welk tijdstip gaat kosten en welke risico's we lopen als het gaat om terugbetaling. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij weten ze dit in andere EU-landen evenmin, want als het daar duidelijk was, zou het totaal van de steun minus de bijdragen van andere lidstaten toch heel eenvoudig opleveren wat het Nederlandse aandeel is? Overigens bleek mijn suggestie in een van de vorige Griekenland-commentaren nog zo gek niet: vraag een onderpan. De Finnen hebben nu zoiets dergelijks gedaan. De hele EU valt over hen heen. Vreemd. Is dat niet wat banken altijd het eerst doen als iemand om een lening komt: vragen om een onderpand.?

We zien in de gang van zaken rond Griekenland een frappant voorbeeld van ondemocratisch beleid. Een kleine anderhalf jaar geleden mocht Nederland naar de stembus. Partijen schotelden ons hun programma's voor. Daar zaten stevige en in het licht van de crisis triviale zaken tussen. De ene partij wilde bjvoorbeeld dat voortaan op sommige wegstukken op sommige tijdstippen 130 km per uur kon worden gereden, de andere zag liever een verlaging van de maximum snelheid naar 110 km (triviaal). En de kunstwereld moest zichzelf maar meer gaan bedruipen. (minder triviaal). De pensieonvoorziening en =zekerheid staat onder druk (heel belangrijk). Maar over miljardensteun aan Griekenland stond in geen enkel verkiezingsprogramma een zeta. We worden dus nu geconfronteerd met een enorme steunoperatie, waarover de stemmers zich in geen enkel opzicht hebben kunnen uitspreken. Noch in Nederland, noch op EU-niveau. Merkel en Sarkozy bepalen wat u en ik kwijt zijn. In elk bedrijf zou bij een dergelijke, onverachte rampzalige ontwikkeling de verloven zijn ingetrokken en de stormbal worden gehesen. Zo niet in de politiek. Reces is reces per slot van rekening.

In de tweede geldschuiverij moesten, zo werd ons voorgehouden ook de banken meedoen, want de burgers mochten niet andermaal de dupe worden. Wat een gotspe. Het zwalkbeleid, de onmacht tot werkelijk ingrijpen, de houdgreep van de nog grotere crisisdreiging, teistert de psychologische stabiliteit van toch al labiele markten. De financiële onrust heeft er gezorgd, dat een fiks deel van de pensioenfondsen in korte tijd voor de tweede maal onder hun gezondheidsstreep zijn gezakt. De burgers zijn dus wel degelijk weer de pineut. Het komt bovenop hun waardevermindering van spaargeld in aandelen of obligaties, althans voor die groep die zich dit kan permitteren. Dat onrust de economische opleving dwars zit en groeiverwachtingen doet omslaan in krimpvooruitzichten betekent ook, dat de burgers op dit punt gaan inleveren. Kortom de burger is al drie of vier keer onder de koude douche gezet. En in dit klimaat moet Griekenland een jaarlijks overschot realiseren via een Herculeïsche, economische groei, opdat dit land zijn schulden, na eerst nog de rente betaald te hebben, kan aflossen? Welke onbenul gelooft hier nog in? Berlusconi verklaart vrolijk tegenover de Italiaanse politici dat Italië er helemaal niet beroerd voorstaat met een staatsschuld die het bnp overstijgt. In Frankrijk verliest één van de grootste banken De Societé Generale in luttele weken een kwart van zijn waarde. In Duitsland draaien twee machtige energieconcerns, RWE en E.on, normaal gesproken winstreuzen, de rode cijfers in vanwege enorme afschrijvingen op hun investeringen in atoomcentrales. In Engeland trilt de fatsoensstaat op zijn grondvesten door de rebellie en het vandalisme van de zogenoemde kansarme jongeren. Zou er iemand op de gedachte kunnen komen van al die politici en hun cohorten aan experts dat het stelsel aan zijn einde zit. Dat onze beoordelingssytematiek rammelt. Dat je een land niet triple A kunt verklaren als die staat diep in het rood staat. Nederland staat er relatief goed voor, suste Rutte. Macro-economen komen ook tot een verklaring van een redelijke conditie. Dat woord relatief is een synoniem voor rookgordijn. Het is afkeurenswaardig woordgebruik. Van tien terminale patienten staat degene met de langste levensverwacting er ook relatief het beste voor, maar hij is wel aan het sterven. Nederland geeft toch minder uit (staatsuitgaven) dan er jaarlijks wordt verdiend (bruto nationaal product). Dus draaien we plus. Zo kan ik het ook. De Nederlandse staat geeft al jaren meer uit dan de Nederlandse staat binnen krijgt en dat is in andere landen in nog veel hogere mate het geval. Staatsinkomsten versus staatsuitgaven, dat zou de kredietbeoordelingsratio moeten zijn. Landen kunnen niet failliet gaan, heet het dan als een vreemd soort geruststelling. Dat is een technisch-theoretische benadering. Landen kunnen wel stuk gaan. In grote problemen raken. Hun welvaart en welzijn zien wegzakken. Fysiek misschien niet failliet gaan, maar sociaal en geestelijk wel. Terugvallen naar een lager of minder niveau. Intellectueel, bestuursmatig is dit al gebeurd. Wie alle geruststellende en voorspellende uitspraken over de Euro-crisis op een rij zet, kan niet anders concluderen dan dat er soms regelrecht niet wordt gecommuniceerd ( waar is de openheid?), vaak onduidelijk of verhullend wordt gecommuniceerd (waar is de transparantie?) en nog veel vaker onvolledig en ondeskundig wordt gecommuniceerd (waar is de bestuurlijke en deskundige wijsheid?). Macrocommunicatief is het al met al een zooitje. Strategisch is het een janboel. En praktisch heerst er een adhoccratie van jewelste. Natuurkundig hoeven we ons vanuit een langetermijninzicht geen zorgen te maken. Uit chaos komt altijd nieuwe ordening voort. Dat is de pracht van dynamiek, maar dat proces gaat altijd ten koste van het bestaande. En dat bent u.

Wat mij steekt, is de gebrekkige, halfslachtige informatie van de zijde van de leiders, die toch beschikken over ruim bemenste communicatieafdelingen. Anders dan een woordvoerder die voorbewerkte teksten opleest tijdens een persconferentie, waar zijn baas zelf niet aanwezig kon of wilde zijn of een voorlichter die de media uitlegt dat bepaalde uitspraken anders waren bedoeld of verkeerd zijn geïnterpreteerd, kom ik in deze crisis onze vakgenoten niet tegen. Het maakt mij in dit verband even niet uit of we spreken van voorlichters, pr-adviseurs of spin doctors. Er zijn pakweg drie mogelijkheden.

1. Communicatoren worden louter instrumenteel ingezet. Zij pogen recht te zetten wat naar het believen van de politicus/bestuurder fout is bericht dan wel verkeerd is uitgepakt. Zij verspreiden uitspraken op zoek naar meer mediadekking. Zij komen zelf niet of nauwelijks aan het woord. His master's voice prevaleert en de functie is vooral een technische die van het assiterende doorgeefluik. Het kan niet worden bestempeld als een strategische bijdrage.

2. Communicatoren geven wel degelijk hoogwaardige adviezen, maar hun bijdrage speelt zich binnenskamers af. Dit kan. Politici en bestuurders zoeken zelf in persoon het podium en dat hoort ook bij hun functie. Alleen moet dan worden afgeleid uit de onbeholpen, onvolledige en soms ronduit misleidende informatie dat hun adviezen niet worden opgevolgd. Daartoe zijn diverse redenen denkbaar. De adviezen worden niet als kwalitatief bruikbaar beschouwd. In dit geval faalt de functionaris als professional. De communicatiebijdrage en hieraan verbonden argumenten verliezen het van argumenten voortkomend uit andere disciplines. Dan kan er sprake zijn van opportunisme bij de leiders, van bewust risico in de afweging dat de halve waarheid wel stand houdt, van vrees voor de gevolgen van openheid (we willen geen onrust zaaien) of men is van mening dat communicatie van betrekkelijke waarde is. In alle gevallen geldt dat de strategische waarde en de impact van goede communicatie wordt onderschat of niet aan bod komt.

3. Communicatoren geven net als onder punt 2 hoogwaardige adviezen, maar die worden niet op juiste waarde geschat, want het aanzien van communicatie en diens specialisten staat laag op de ranglijst ten opzichte van andere waarden. In dit geval moet worden geconcludeerd dat het vak nog steeds zijn relevantie op dit niveau niet erkend heeft gekregen.

Wat ook de hoofdoorzaak is voor de povere communicatiepositie, in alle gevallen kan worden geconstateerd, dat er vanuit communicatieve vakkringen niet wordt geprotesteerd tegen de omstandigheden van de praktijk of tegen de onderschatting van de effecten van verwaarlozing van een correcte communicatieve aanpak. Wat belemmert communicatiedeskundigen voor hun vak op te komen? Is dit inherent aan hun dienstbaarheid, aan de acceptatie van het praktizerende instrumentalisme of is er binnen eigen kring nog veel werk aan de winkel als het aankomt op bewijsvoering voor de waarden van communicatie?

 

Interessante artikelen

Nu heeft het Dubai-kantoor van ABNAMRO weer alle regels met voeten getreden. Bovendien niet één keer, maar in duizenden gevallen c.q. transacties. Dat mag structureel worden genoemd. Mag ik nu mijzelf


Het hoge woord is eruit. De Grieken zeiden Nee. Onmiddellijk brak de onduidelijkheid los. Noud Wellink, oud-hoofdbestuurder van de Nederlandse Bank, die drie jaar geleden zei, dat Nederland c.q. de EU