Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Het begrip van de vrije wil houdt filosofen al eeuwenlang en wetenschappers als psychologen en neurologen al 100 jaar of daaromtrent bezig. Het onderwerp is nauw verbonden met fenomenen als bewustzijn en zelfbewustzijn. Deze eeuw zal in het teken staan van verdere ontsluiering van de werking van onze hersenen en de functie van dna, waarmee we dieper en dieper in onze historie en organische structuren doordringen. Deze consideratie is een korte beschouwing op die wilsvraag.

Wat betreft het antwoord op de vraag of mensen al of niet over een vrije wil kunnen beschikken kunnen twee kampen worden aangetroffen. De ene groep neemt het standpunt in, dat alle menselijke handelingen en wilsuitingen onderdeel uitmaken van een complexe omgeving met beperkingen vanwege natuur- en samenlevingswetten, sociale afspraken en fysieke beperkingen van het eigen lichaam en het denken, waarbij dit laatste afhankelijk is van chemische stofwisseling en elektromagnetische impulsen. Eigenlijk is alles, zo redeneert men, gedetermineerd en de uitkomst van een oneindige hoeveelheid mogelijke invloeden. De mens is in die hoedanigheid een onderdeel in het kosmische samenspel en alle fysische krachten, ook die binnen zichzelf, nooit los hiervan en dus nimmer vrij. Op zijn best heeft een mens enige bewegingsruimte, maar geen bewegingsvrijheid.

De andere groep is van mening, dat een mens wel degelijke een vrije, eigen wil heeft wanneer hij bewust voor keuzes staande het een kiest en het ander nalaat. Met dat bewustzijn heeft de mens de mogelijkheid te beseffen dat er opties zijn, hierover na te denken en een eigenstandige selectie te maken. Dit maakt ook de mens verantwoordelijk voor zijn keuze en opvolgende daden behoudens omstandigheden waarin van een ontoerekeningsvatbare gesteldheid kan worden gesproken. Dieren hebben een dergelijk, vergelijkbaar hersenvermogen niet en handelen vanuit hun instincten, waarbij wel naarmate men hoger op de ladder van de dierenwereld komt –hoger is meer ontwikkelde hersenen bezittend- eerste vormen van keuzebesef herkenbaar zijn. In hoeverre het proces van bewustzijn vrij is, staat nog niet vast. Onze kennis over de precieze werking van bewustzijn, zelfbewustzijn en geest heeft nog een lange onderzoeksweg te gaan.

Zou het denkbaar zijn, dat beide kampen gelijk hebben? Ofwel zijn de standpunten op enige wijze verenigbaar? De abstracte metafoor in dit geval is de liniaal. Aan de beginkant staat het gegeven, dat alles in de kosmos met elkaar is verweven, in ieder geval dat alles uit één bron of beginsituatie is voortgekomen. Een voorstelling van zaken die tot uiting komt in ons woord voor dat geheel, namelijk heelal. Die alom geldende verbondenheid verbiedt niet, dat zich door een proces van deling en verbinding nieuwe structuren voordoen. Dit proces duiden we aan als toenemende complexiteit. De hersenen zijn hiervan een voorbeeld in de organische wereld en de menselijke hersenen zijn in het proces van breinontwikkeling weer het verst gevorderd. Zo ver, dat hersenen het besefvermogen bezitten dat ze zelf bestaan en ze het lichaam, waarvan ze onderdeel uitmaken, in staat stellen henzelf te onderzoeken en het geheim van bewustzijn en geest te ontrafelen. Zo ver ook, dat ze de mens een ik-besef geven en zichzelf tot gedachtes, keuzes en opties laten komen, waarbij vooralsnog niets anders dan die hersenen zelf de vrijheid van keuze hebben.

Aan de voorlopige eindkant van de hersenliniaal staat het vermogen om tot een concept als vrije wil te komen. Geheel gebonden aan de tastbare, energetische realiteit en daaruit na een lange evolutionaire ontwikkeling ook voortgekomen hebben de hersenen een niveau van complexiteit bereikt waardoor zij tot een dergelijke concept komen. Hoewel niet tastbaar, is het voor onze hersenen wel werkelijkheid. Dit concept of die gedachte van het bestaan van een vrije wil heeft mijns inziens dan veel weg van wat in de quantumfysica een superpositie wordt genoemd. Dit is een situatie die alle mogelijkheden in zich herbergt, in dit geval dus ook nog alle keuzes, die op één na alle komen te vervallen, wanneer een bewuste keuze wordt gemaakt en de eigenaar van de gedachten tot handelen over gaat. Zodra die keuze wordt gemaakt en omgezet in actie belandt de persoon in die alles omvattende en continu beïnvloedende wereld en daarmee in het domein van determinatie. En daarmee houdt de vrijheid op. Die alles meebepalende en vaak ook directieve wereld begint al in de hersenen zelf als de persoon in kwestie afwegingen maakt en daarin de feiten van de buitenwereld en het eigen kunnen betrekt.

In de situatie van superpositie bestaat dus een flitsmoment lang een vrije wil, die bij actie onmiddellijk overgaat in de beperkingen van het kosmische keurslijf. Die vrije wil is derhalve niet metafysisch, iets dat na de fysica komt, het is ook niet iets paranormaals, buiten de fysica staande, maar iets wat aan de top van de fysica is verschenen als product van die eerder aangegeven, lange weg naar complexiteit. De vrijewilsgedachte is zo bezien een verschijnsel van het streven van de fysische natuur om los te komen van zichzelf. Hoe dit proces in de hersenen precies werkt, is al onderwerp van onderzoek. Waarom dit streven wellicht is ontstaan en waartoe het leidt, zijn vooralsnog weer vragen op het terrein van filosofen.

Een tegenwerping kan zijn, dat die gedachte of dat vrijewilsconcept niet los kan worden gezien van de mentale vermogens. Daarmee zou het hele fenomeen van de vrije wil toch weer het product zijn van een samenloop van aspecten als aanleg, hersencapaciteit, opvoeding en lering. Iemand met onvoldoende niveau op het punt van deze aspecten zou dan niet op dit concept kunnen komen en daarmee nooit over een vrije wil beschikken. In welk geval de vrije wil een onbestaanbaar fenomeen zou zijn, tenzij het uit het niets (ex nihilo) zou opduiken. Maar een wil uit het niets behoort niet tot het eigendom of een eigenschap van de wilsdrager en is daarmee niet zijn wil, als gevolg waarvan het hele begrip van de vrije wil van een mens een zinloze betekenisgeving in zouden houden. Ik houd het erop, dat de vrije wil het voorland is van een bewuste keuze, in een staat van zogeheten superpositie, die bij de wilshandeling, te beginnen met de keuze, terugvalt naar de wereld van invloeden.

Als iemand zich aan verantwoordleijkheid zou willen onttreken door te beweren dat hem geen enkele andere daadoptie openstond, geeft hij te kennen dat hij slechts een doorgeefluik is van alle externe omstandigheden en invloeden die een rol speelden. Hij verklaart zich daarmee puur als instrumentarium in de macht van een samenloop van omstandigheden. Anders gezegd: hij beweert dan dat hij zichzelf niet was. Dat helpt hem niet om tot verontschuldiging te komen, omdat zijn beoordelaars dezelfde redenering kunnen volgen en dus kunnen stellen dat zij niet verantwoordelijk zijn voor welke straf dan ook. Een dader die zijn rechters een 'hier-sta-ik, ik-kon-niet-anders voorhoudt, veronderstelt bij hen wel een vrije keuze-optie en ondergraaft daarmee zijn pleidooi voor onschuld.

Wat tegelijk knarst, is dat bij het afwijzen van schuld vanwege gedetermineerde, buiten de eigen wil liggende oorzakent de dader geen reden voor keuze had. Als hij volledig werd geleid door exogene factoren, is zijn keuze en handeling slechts de uitkomst van een mengeling van oorzaken of invloeden. Hij is dus nooit zichzelf, maar wie pleit hij dan vrij? Wat hij in feite dan doet, is de schuld bij wezenloze oorzaken leggen. Zijn hele redenering is een bewijs van de complexiteit van het brein en het denkproces. Deze nu zijn juist tot het concept van de vrije wil gekomen. Hij kan nu twee wegen volgen. Die complexiteit aanvaarden, gegeven ook zijn eigen redeneervermogen en dus het concept van de vrije wil. Of hij kan het bestaan van een vrije wil ontkennen en tot een onzinbegrip verklaren. In het laatste geval kan hij geen enkel bezwaar aantekenen tegen welk oordeel ook, want dat oordeel is een volstrekt gevolg van de samenloop van alles wat maar tot dat oordeel leidt. Verder geldt, dat als hij kan uitleggen waarom de vrije wil niet bestaat, hij wel een concept van dat begrip moet hebben. Dus zijn eigen hersenen zijn wel op dit niveau van complexiteit belandt.

Interessante artikelen

De ISIS-beweging heeft haar doel duidelijk gemaakt. Het zal niemand verwonderen. De opstandige beweging wil een orthodoxe, islamitische staat vestigen. De bevolking, laat staan de tegenstanders in het