Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Mensen hebben een notie van het geheel en het deel. Filosofen breken het hoofd al eeuwen over de vraag wat werkelijkheid is. Moderne fysici voegen zich bij dit gezelschap. Communicatoren krijgen steeds meer te maken met imago’s en virtualiteiten. Met het geheel bedoelen wij het heelal of de verzameling van alle heelallen, voor wie de multiversum-theorie aanhangt. Gelovigen betitelen het als de schepping, de totale creatie van een almachtige god.

Waar filosofen, wetenschappers en mensen in het algemeen het over eens zijn, is dat we het geheel niet kunnen overzien noch bevatten. Maar wat is dan de werkelijkheid? En aansluitend: waarom is het ook zo belangrijk om die werkelijkheid geheel te kennen? Om de echte werkelijkheid, dwz het geheel te kunnen overzien en inzien, moeten onze zintuigen zover reiken. Dat is niet het geval. Is dan dat wat mensen wel kunnen waarnemen, de echte werkelijkheid. Ja en nee. Daar hoeven we niet mee te zitten. Ik leg het uit.

Al onze waarnemingen en kennis zijn gebaseerd op onze zintuigen cq ervaringen. Zelfs onze fantasieën en visies. We kunnen ons namelijk geen fantasie bedenken of visie ontwikkelen zonder een voorstelling in ons hoofd. En die is altijd terug te brengen tot zintuiglijke ervaringen. Die ‘innerlijke breinvoorstelling’ is eerst een projectie van en vervolgens, als we erop terugkomen in ons hoofd, een reflectie op de aanvankelijke waarneming. Ook als u zich een onbestaand creatuur bedenkt, dan nog bestaat die fantasie uit onderdelen (ogen, oren, bokkenpoten, lichaamsvormen) waarvan u het bestaan al wel in uw hoofd heeft. Waarnemen, kennisnemen is het resultaat van projectie. Er over gaan denken is een activiteit van reflectie.

Onze werkelijkheid is eerst en vooral gebonden aan onze waarnemingsvermogens en vervolgens een positionering, waarbij we zelf het referentiekader vormen. Een paar voorbeelden. Onze lichaamstemperatuur beweegt zich tussen de 36 en 38 graden Celsius. Een paar graden hoger of lager wijst op een ernstige verstoring in ons lijf en betekenen levensgevaar. De kosmische temperatuurschaal ligt tussen het absolute nulpunt van 0 graden Kelvin (= -273 graden Celsius) en (?) miljoenen graden in de kernen van sterren of imploderende hemellichamen. Wat wij koud of warm vinden is een zeer relatief gegeven op die superschaal en gerelateerd aan ons minuscule stukje op die temperatuursliniaal.

Hetzelfde gaat op voor ons zicht. Het voor mensen waarneembare deel van het lichtspectrum is ook weer zo’n stukje van de grotere werkelijkheid van langere en kortere golflengtes. Die partiële waarneming geldt evenzo voor ons gehoor, reuk- en smaakvermogen en tastzin. Voor mensen is graniet ondoordringbaar hard. Voor een neutrino is het meer gat dan kaas. Wiskundigen en astrofysici werken met vormen bestaande uit 10 dimensies en de tijd als 11. Ze zijn nog geen externe werkelijkheid, in de zin dat we deze vormen hebben gezien, als onze ogen dit al kunnen. Maar we hebben er al wel een voorstelling van, die we zelfs grafisch proberen uit te beelden en in die actieve hoedanigheid zijn ze onderdeel van de werkelijkheid.

Er zijn dus twee werkelijkheden. Die gebaseerd op onze eigen bescheiden radius van het waarnemingsvermogen en die van het grotere, voor ons niet te bevatten geheel. Ook onze fantasieën zijn een deel van die algehele werkelijkheid. Stel dat er andere wezens bestaan, die ons bestuderen. Zij zouden dan kunnen constateren, dat wij zoiets hebben als fantasieën, waanvoorstellingen of visies. Voor die andere wezens zijn die menselijke eigenschappen of vermogens dus een deel van hun externe werkelijkheid en daarmee van de werkelijkheid als zodanig. Eigenlijk is het zuiverder te zeggen, dat er maar één werkelijkheid is, die we, zolang we het geheel niet kunnen overzien, verdelen in een binnen- en een buitenwerkelijkheid, in een kenbare en daarmee vertrouwde en een vooralsnog onkenbare en daarmee vreemde wereld.

Zo beschouwd kan de echte werkelijkheid alleen maar bestaan voor een wezen of proces, dat het geheel kan overzien en buiten die werkelijkheid existeert. Wie zich binnen de werkelijkheid bevindt, is slechts een deel en kan slechts een deel overzien. Wie of Wat alles overziet, valt samen met dit geheel en zou daaraan identiek zijn en zou dan met een variant op Descartes kunnen zeggen: ik ben het geheel, de werkelijkheid en daarmee besta ik.

(Volgende week deel 2 van Werkelijkheid en eeuwig leven. Wat maakt dat wij ons zo snel ontwikkelen?)

Interessante artikelen

Geen extreme plannen of activiteiten zijn te verwachten van een kabinet dat uit vier of misschien wel vijf partijen zal moeten gaan bestaan. Zonder zich hiervan bewust te zijn heeft de stemmende bevol


Nederland is nog geen maand bezig met de opvang van asielzoekers of de problemen gieren door de straten. Geen wonder, we kunnen geen duizenden sloebers opvangen. Jaren achtereen. Wel met voedsel, maar


Vergeleken met de Planck-lengte (10 tot de macht -35e meter) ben ik een bijna onmetelijk grote reus. Voorbij de Planck-lengte vervalt elke maat, maar van het grootste deel van de weg van mijn lengte n