Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Het is mijn mening, dat de neurowetenschappen en de genetica deze eeuw de toon zullen zetten. Anders gezegd: de vraag 'hoe genen en hersenen werken' komt niet van de agenda. We willen nu wel eens precies weten (voor zover dit kan) hoe het allemaal in elkaar zit en grijpt. Hierbij doet zich een verschuiving voor van het menselijk inzicht in voorgeschiedenis en toekomst.

De moderne technologie maakt het mogelijk dat we verder kunnen kijken in onszelf en in verleden en komende gebeurtenissen. Het genoom is al grotendeels in kaart gebracht. Met meer precisie proberen deskundigen nu vast te stellen welk gen of welke genen in samenhang verantwoordelijk zijn voor de receptuur van de lichaamsopbouw en de natuurlijke, overgeërfde eigenschappen en aanleg. En hoe ver die invloed strekt. Op vergelijkbare wijze wordt nu elk gebied in onze hersenen in kaart gebracht en op zijn werking en deelfunctie onderzocht. Het ligt voor de hand, dat er ook naar de synthese tussen beide onderwerpen wordt gekeken. Welke genen zijn voor welke hersenhoedanigheden 'verantwoordelijk'. Het is een intrigerend gegeven, dat onze hersenen zover zijn ontwikkeld, dat zij zichzelf kunnen onderzoeken.

Als ik het in de inleiding heb over een verschuiving in het menselijk inzicht neig ik er naar het woord paradigma te gebruiken. Dat moet niet te licht worden toegepast. De Amerikaanse filosoof Kuhn gebruikt dit woord voor het eerst om een verandering van het denkraam aan te duiden. Zo'n verandering houdt in, dat de wetenschappelijke wereld als geheel aanvaardt, dat zaken anders in elkaar zitten dan men voordien dacht en dat die andere zienswijze de heersende opvatting wordt vanwaaruit we vervolgens de wereld weer beschouwen. De ontdekking, dat niet de aarde het middelpunt van het heelal is en de zon om onze bol draait, maar die aarde rond de zon beweegt en deze op haar beurt weer niet het kosmische middelpunt is, vertegenwoordigt zo'n denkraam-verschuiving. Een zelfde proces zou zich afspelen, als definitief wordt aangetoond en door de wetenschap aanvaard, dat er buitenaards leven bestaat.

De verplaatsing van inzicht, waarop ik hier duid, is het gegeven, dat de huidiige mens veel verder terug en vooruit kan kijken in de tijd. We hoeven niet verder terug te gaan dan enkele eeuwen en eigenlijk korter om te constateren, dat de mensheid niet erg ver achterom kon kijken. Het waren vooral verhalen waarin men doorgaf wat er in het verleden was geschied en deze vertelsels hadden ook nog eens een hoog mythisch gehalte. Thans blikken we terug in het ontstaan van het heelal over een tijdspanne van miljarden jaren. Tegelijk kijken we vooruit in even grote tijdstappen. Ons wacht een nieuwe ijstijd op een termijn van -als het al zolang duurt- enige tienduizenden jaren. Wat verderop in de tijd draaien we met ons zonnestelsel door een ruimtegebied dat vol zit met brokstukken van vergane of geteisterde hemellichamen met alle kans op een rampzalige botsing. Onze zon heeft nog een vijf miljard jaar of daaromtrent brandstof, maar zal ruim voor die tijd al stervensverschijnselen vertonen, die voor het leven op aarde in zijn huidige vorm dodelijk is.

Dat weten we. Anticiperen we daar nu ook op? Niet bepaald. Het ligt te ver weg en zelfs onze kinderen en kleinkinderen tot in de nodige generaties zullen er geen last van hebben. We houden ons bezig met de strijd om het bestaan van alledag, met ongewenst oorlogsgeweld of een verontrustende financiële crisis. Maar onze hersenen weten het wel.

De evolutietheorie zegt, dat het vermogen tot aanpassing de factor is die het voortbestaan in een vijandige, machtige omgeving veilig m oet stellen. Een sterk punt in dat vermogen is anticipatie op basis van inzicht en vooruitzicht. Maar dan moet je dat wel hebben. Die van oudsher dominante omgeving naar je hand zetten zou een ongekende omzetting van de historische situatie betekenen. Die machtige buitenwereld heeft, zoals ik hierboven al aangaf, enorme bedreigingen in petto. Wat voor zin heeft het die te voorzien als je er niets mee doet. Zoals geconstateerd, we zijn er niet echt mee bezig, maar misschien ons weetorgaan al wel. Misschien is alle inzet voor vooruitgang een vorm van anticiperende aanpassing op zoek naar beheersing in plaats van lijdelijke afwachting. We moeten intellectueel overdrachtelijk gezien indrukwekkende vleugels krijgen om te ontsnappen aan de doem. Wij zijn er direct bewust niet mee bezig, maar iets in ons misschien wel. Zelfs op het arrogante niveau, dat de rollen maar eens moeten worden omgedraaid: de natuur heeft zich maar aan ons aan te passen, hetgeen een buitengewone omslag in de evolutietheorie zou betekenen. Wat heeft die kennisgang anders voor zin?

Interessante artikelen

Vluchtelingendebat zit in de verdediging

 

Voor alles: mensen als slachtoffers van oorlogsellende moeten worden geholpen. Hier en daar. Eerst over hier. We maken terugtrekkende bewegingen. Opvangen


De Russische wereldkampioene hoogspringen Isinbajeva beweert, dat wij haar uitspraken over de wetgeving aangaande homoseksualiteit in Rusland verkeerd hebben begrepen. Dit zei zij na felle reacties op


Als Plutonen langs de aarde scheren, zouden ze van de ene verbazing in de andere vallen. Afgezien van bergen, ijsvlaktes en veel water zouden zij immaterieel het volgende aantreffen en rapporteren. “E