Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Zij die mij kennen, weten dat ik veel ontleen aan natuurkunde en mij niet louter baseer of richt op de gedragswetenschappen. Deze laatste vertellen veel over het menselijke gedrag (individueel), de geestelijke situatie (psyche) of maatschappij-ontwikkelingen (sociaal-maatschappelijk), maar over onderliggende processen of invloedrijke factoren gaan zij in beginsel niet. Toch valt daar veel te leren en zoniet diect toepasbaar dan toch zeker zet die immateriële wereld aan het denken en inspireert tot een andere kijk. Voorts biedt zij houvast voor scenariodenken en een ander zicht op trends, waar veel trend watchers nu juist hun vooruitzichten ontlenen aan een extrapolatie van de bestaande gedragingen en maatschappelijk-economische tendenzen. Voorbeeld. Nieuwe modetrends worden gebaseerd op veranderende publiekssmaak (vaak door jongeren gestuurd) of een omslag bij topontwerpers of de invloed vanuit een andere sector of een ander land, maar waarom mensen modisch gedrag vertonen en of dit nature of nurture gestuurd is, daarover komen we niet veel te weten. In deze kennisaflevering ga ik in op veranderingen vanwege nieuwe natuurkundige paradigma's. In het vervolg komende week geef ik aan hoe we deze in sociaal-maatschappelijke wijzigingen terugvinden.

 Een paar eeuwen terug kreeg de mensheid zicht op de samenstelling en werking van de kosmos. Met telescopen kon men verder kijken dan zon en maan en gaandeweg drong men door in een verbijsterend wonderbaarlijke macrowereld. Met microscopen daalde wetenschappers af in de microwereld van moleculen, later atomen en nog basaler quanta. Van die eerste ronde is Isaac Newton het grote voorganger. Ontleding van de nieuwe macrowereld gaf het gevoel dat deze werkte als een klok, als een mechaniek. Grote wetten bepaalden alle bewegingen en verhoudingen, zelfs van sterrenstelsels. De kosmos en daarmee de wereld deed zich voor als maakbaar. Die wetten waren almachtig. Zij ordenden alles en zorgden voor stabiele relaties en periodieke verhoudingen. Ze waren ook universeel ofwel overal geldend. Drie dimensies maakten als het ware de ruimte uit en ze schiepen de mogelijkheid posities en banen te berekenen. Het heelal leek begrensd: er moest toch ergens een begin en een einde zijn. Verbanden waren hoofdzakelijk lineair en de tijd werd niet gezien als een eigen dimensie, gold in de hele kosmos en kon in allerlei duurstukken worden opgedeeld: dag en nacht, seizoenen of een menselijke verfijning zoals uren en secondes.

Maar zo maakbaar en onveranderlijk in mechanische zin bleek het helemaal niet. Onderlinge betrekkingen, de positie van de waarnemer, vooral ook beweging of liever nog snelheid, bepaalden wat we zagen en konden. De hoogste snelheid bleek die van het licht en voor iets dat die topvaart heeft, staat de tijd stil. Achter die wetten verscholen zich sturende krachten: de relatief zwakke kernkracht ( naar buitengerichte ontbinding van atoomkernen), de sterke kracht die atoomkernen juist in stand doet houden, de elektromagnetische kracht en de zwaartekracht. Een eenvoudige termen gesteld, de kosmos was helemaal niet zo'n onveranderlijk mechanisme en al helemaal niet maakbaar en veel meer een chaotische poel van onderlinge krachten en betrekkingen, van hoofd- en deelsystemen.  De relativiteit was geboren, dat wil zeggen zij was door mensen ontdekt met Einstein als voornaamste bedenker. Tijd werd de vierde dimensie en geen niet langer onaantastbare abstractie. Het heelal leek uit te dijen, hetgeen inmiddels de algemeen aanvaarde kennis vertegenwoordigd. Hiermee werd het grensbegrip ook relatief. Grens met wat en waar dan wel? Snelheid lijkt daaarentegen wel een boven en een ondergens te hebben en sneller dan het licht kan geen informatie worden doorgegeven. Sterker nog wat zich met de lichtsnelheid van elkaar verwijdert, ontsnapt aan het informatiecontact.

De kennis leidde tot twee hoofdinzichten. Op zekere schaal (macro) valt er nog steeds te werken met een soort mechanistische aanpak. Daardoor kunnen we uitrekenen hoe en wanneer bij een gegeven baan en snelheid en nog zo wat we op de maan landen. Maar wie de kosmos ten diepste wil kennen en beïnvloeden ontmoet een universum dat zich onttrekt aan elke menselijke schaal van beheersbaarheid. Dit inzicht werd nog versterkt door de opvolgende kennisgolf, die ertoe leidde dat op het niveau van subatomaire deeltjes en golven elk houvast en elke stabiliteit of zelfs elke identiteit een primitief menselijke aanduiding blijkt. Van een 'redelijk' inzicht in de eigenschappen van materie tijdens Newton zijn we beland in een onbegrijpelijk pandemonium, waarbij we ons moeten afvragen wat onze kennis nu eigenlijk voorstelt in de zijndheid van de quantumfysische werkelijkheid. Deze woorden kloppen al niet, want wat mensen onder werkelijkheid verstaan, lijkt nu juist quantumfysisch zich aan die betekenis te onttrekken. We hebben er letterlijk geen woorden voor en ook geen voorsteling van.

Die snelle verschuiving van inzicht in pakweg een half millennium werkt uiteraard door in onze moderne samenleving, net zo goed als het paradigma van een mechanische wereld tot de bouw van grote en kleine apparatuur leidde en tot de gedachte dat organisaties als een klokwerk stuurbaar zouden zijn middels wetten, hiërarchie en stuurbare krachten. Volgende week de maatschappelijke invloeden en de leermoment of analogieën voor het vak communicatie.

 

 

Interessante artikelen

Divide et impera. Houd de burgerij verdeeld en heers. Het is een aloude strategie, waarbij verdeeldheid onder de tegenstander zorgt voor zwakte van de oppositie. Is dit de aanpak op regeringsniveau bi


De wereld kent grootschalige problemen als daar zijn honger, oorlogen, epidemische ziektes, armoede, ongeletterdheid, gebrek aan vrijheid en scholing. Deze rampzalige situaties bestaan al sinds de ove