Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Zoals in zovele vakken zijn beroepsbeoefenaren vooral geneigd te lezen wat vakgenoten en wetenschappers uit dezelfde discipline ontdekken en publiceren. Communicatoren zouden zich ervan bewust dienen te zijn, dat hun vak vooral een leenvak is. Het is zelfs in hoge mate betwijfelbaar in hoeverre communicatie een zelfstandige wetenschap is en niet vooral of zelfs geheel leunt en steunt op andere disciplines. In het boek De Bonobo en de tien geboden verhaalt Frans de Waal van zijn bevindingen met mensapen. Ook andere dieren komen met hun ‘moralistisch’ gedrag aan bod. De kern van De Waal’s betoog is: moraal is een fenomeen van de biologie. Ver voordat religie –naar zijn kennis en dat van andere gelijkgestemde wetenschappers-- moraal als gegeven van goden claimde, zijn er morele gedragingen aantoonbaar in de natuur bij dieren die deels dichtbij, deels verder weg staan van mensen. Altruïstisch gedrag is een dragend argument voor deze stellingname, die inmiddels door bewijsvoering danig wordt ondersteund.

 De Waal’s boek zou naar mijn mening verplichte liiteratuur moeten zijn voor communicatiestudenten en practici. Ik geef één voorbeeld. Wil van mij aannemen, dat het boek volstaat met voor communicatoren behartenswaardige feiten en onderzoeksuitkomsten. Op pagina 185 van de Nederlandse uitgave kan het volgende worden gelezen.

….Zoals tieners de haardracht van Justien Bieber kopiëren, zo doen chimpanzees liever proninente leden van hun gemeenschap na dan laaggeplaatste soorgenoten. ‘Anthropologen noemn dat het <prestge-effect>. Maar ook al zijn er bij mensapen aanwijzingen te vinden voor het belang van reputatie en zorg om de gemeenschap als geheel, mensen gaan daarin veel verder. Wij kunnen veel beter inschatten welke invloed onze daden en die van anderen op het algemeen belang hebben en bespreken onderling welke regels we hanteren en welke sancties we toepassen. We beseffen dat zelfs de geingste overtreding in de kiem moet worden gesmoord om te voorkomen dat iemand ernstigere begaat. We beschikken bovendien over het voordeel van de taal, die ons in staat stelt te communiceren over gebeurtenissen die zich ergens anders en op een ander tijdstiip voordoen, zodat de hele gemeenschap ervan weet. Als een chimpansee een ander mishandelt, is zijn slachtoffer mogelijk de enige die dat weet. Gaat het om mensen dan weet iedereen, ook zij die in omliggende dorpen wonen, de volgende ochtend alles tot in de kleurrijktste details. Wij zijn onvoorstelbare roddelaars. Taal maakt het mogelijk herinneringen levend te houden en bepaalde overtredingen telkens weer op te rakelen. Onze reputatie zijn cumulatief, liggen opgeslagen in het collecteive geheugen. Cephu’s misstap ( De Waal wijst hier op een eerder voorbeeld van gedrag van een mensaap, AW) zal zijn leven lang niet vergeten worden, en misschien worden zelfs zijn kinderen eraan herinnerd, De mens heeft reputatieopbouw en gemeenschapszorg op een plan gebracht dat zijn gelijke onder de primaten niet kent, waarmee hij morele net rond elk individu strak heet aangetrokken….”

 Het feit, dat bepaald gedrag, vooral het morele, altruïstische handelen, besloten ligt in onze voordierlijke natuur en niet pas is ontstaan met religieuze voorschriften en godsgeboden, wijst op een diepe reden tot dit gedrag. Wat niet wegneemt, dat de mensheid, evenals dieren trouwens, even zovele voorbeelden ten toon spreidt, van amoreel, gruwelijk gevoelloos gedrag. Ik moet mijzelf corrigeren. Misschien moeten we helemaal niet spreken van ‘reden’, alsof het gedrag een bewust doel zou hebben. Naar mijn overtuiging kunnen we nog slechts spreken van oorzaak. De Waal legt die oorzaak in ieder geval deels bij diepe, biologisch-archïsche emoties. Er zou zo beschouwd geen rationaliteit de boventoon voeren of hoe dan ook in het spel zijn. Voor mij is opvallend dat De Waal aangeeft dat bij lagere diersoorten die moraal, of empathie of sympathie, afwezig is. Slangen, haaien dichten wij, zo schrijft hij elders, deze gevoelsniveaus niet toe. Bij hogere diersoorten, zoals dolfijnen, olifanten en mensapen o.a. verschijnen deze ethische niveaus van gedrag pas. Zo lijkt het er dus op dat met het groeien van de hersenen toegevoegd aan instincten en emoties rationaliteit ontstaat, waarmee moraliteit zich later in de tijd lijkt te ontwikkelen dan in de meer primitieve biowezens. Als straks dan nog een keer blijkt dat er geen echte scheiding tussen die twee gebieden is, zoals we ook ontdekten dat Descartes idée van de scheiding tussen lichaam en geest als absoluut feit niet opging, dan zullen emoties meer primitieve ratio’s blijken te zijn of omgekeerd ratio’s een hogere vorm van stofwisseling.

Interessante artikelen

Een klein jaar terug schreef ik onderstaand stuk op mijn kenissite. Kern van het stuk is: twijfel aan de onschadelijkheid van overdadig beeldscherm- en informatiebombardement.

Afgelopen week kwam in


 Pas op, het echte onderhandelen moet nog beginnen. Er is nog slechts een akkoord tot een akkoord.

Allereerst moet het Griekse parlement vier pittige wetten in twee dagen maken en aannemen. Dat kan n