Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De wereld kent grootschalige problemen als daar zijn honger, oorlogen, epidemische ziektes, armoede, ongeletterdheid, gebrek aan vrijheid en scholing. Deze rampzalige situaties bestaan al sinds de overgang van een nomadisch-agrarische wereldgemeenschap naar een urbane maatschappij. Grote drijfveren achter deze overgang waren de vooruitgang op technologisch gebied en de toename van bevolkingsaantallen. In de moderne wereld, gerekend vanaf de Verlichting tot aan heden, hebben alle kennis, wetenschap, techniek, toegenomen welvaart en internationalisering deze problemen niet kunnen oplossen. Weliswaar zijn er delen van de wereld waarin de verbeteringen zeer significant zijn of zijn sommige vraagstukken zo goed als opgelost, maar de groei van de wereldbevolking maakt deze verbetering getalsmatig relatief. In absolute cijfers is er sprake van een achteruitgang: meer mensen lijden honger, hebben een kort leven of kennen alleen maar armoede. Alsof dit al millennia durende lastenpakket nog niet zwaar genoeg is, heeft de mensheid moeten constateren, dat er de afgelopen eeuw nieuwe, complexe vraagstukken en dreigingen aan deze lijst moetenen worden toegevoegd. Het gendervraagstuk betreft een onrechtvaardige achterstelling van vrouwen- en meisjes in rechten en maatschappelijke positie, waarbij de verschillen in ontwikkeling van het gelijkwaardigheidsbeginsel over de wereld voor iedereen manifest zijn geworden als gevolg van de snelle distributie van informatie. Aids vulde de lijst van epidemische ziektes aan en andere, dodelijke virussen rukken op. choon water en daarmee ook zoet drinkwater worden schaarser, al of niet mede veroorzaakt door de eerste effecten van een klimaatwijziging in de vorm van opwarming van de aarde. De gestage groei van de wereldbevolking in combinatie met een moderne leefstijl en bijbehorende eisen aan energiegebruik en productie van consumptiegoederen, put de natuurlijke bronnen uit.

De hele dreiging van een klimaatverandering, de oorzaak nog in het midden gelaten, geeft uitzicht op een heel scala van levenverzwarende effecten voor mens, dier en plant.

Onweerlegbaar heeft de wetenschap en de daaruit voortgekomen verspreiding van kennis en informatie zorg gedragen voor meer welvaart en meer welzijn. Onweerlegbaar heeft die wetenschap ook negatieve ontwikkelingen veroorzaakt of mensen met boze bedoelingen in de kaart gespeeld, zoals de productie van grootschalige vernietigingswapens of de verslaving aan asociale, verblindende en verwekelijkende welvaart. Duidelijk is dat niet de wetenschap vanuit haar aard als fenomeen of doctrine hiertoe oproept, maar dat mensen tot negatieve toepassingen besluiten om welke reden dan ook. Maar alle vorderingen ten spijt, de genoemde, historische problemen zijn er niet door verdwenen en het is nog maar de vraag in hoeverre diezelfde wetenschap de aanstormende rampscenarioТs afdoende kan beteugelen of nog liever voorkomen.

In de loop van de geschiedenis hebben mensen ongeveer alle denkbare vormen van bestuur van een land, regio of stad bedacht en in de praktijk gebracht. Van staalharde dictaturen tot anarchistisch liberalisme. Er is geen ideale bestuurs-  of staatsvorm ontstaan. Telkens steken aloude spelbrekers als machtswellust en teugelloosheid de kop weer op. Met veel gevoel voor realisme en relativiteit wordt algemeen de democratie als tot nu toe beste vorm erkend. Dit zegt nog niet, dat in elk land waar geen democratische staatsvorm aanwezig is die democratie met succes kan worden ingevoerd. Eeuwenoude structuren en culturen laten zich niet zonder meer opzij schuiven voor deze relatief jonge bestuursvorm/
In dit opzicht zal er geduld moeten worden betracht. De positieve uitwerkingen van de Verlichting worden nog niet door iedereen gedragen en zelfs in moderne democratieën liggen nieuwe gevaren op de loer. De grootste hindernis, in het verleden en het heden, wordt opgeworpen door het taaie koppel van mystiek en mythe, die om elkaar draaien als waren het twee neutronensterren met een ongemeen sterk magnetisch veld.
Zeer dominant zijn geloven, waarvan de profetische geschriften en zelotische volgelingen aanspraak maken op het alleenrecht van hun god en waardoor expansionisme wordt gepredikt en andersgelovenden en ongelovigen voor vernietiging worden voorgedragen. Dit is de alles overheersende schaal van onverdraagzaamheid, maar op kleinere Цwat heet- schaal kunnen ook nog de meest gruwzame geloofsuitingen of mythisch geïmpregneerde dwalingen worden geconstateerd. Van zoТn gruwelijk dogmatisme getuigt de huidige paus als hij de verspreiding van condooms in Afrika (en elders) om de explosie van aids te temperen afkeurt. Een voorbeeld van een mythisch gerelateerde aberratie is de breinverduistering in Zuid-Afrika bij mensen die geloven dat aids kan worden bestreden door met een maagd te paren. Dit leidde tot een hoog aantal verkrachtingen van meisjes, die hun leven soms viervoudig zagen verwoest: aids-besmetting, een kind met aids, een verkrachtingstrauma en het verlies van normale huwelijkskansen.

De gevolgtrekkingen dringen zich op:
1. Geloven lossen de grote wereldvraagstukken niet op. Individueel doen mensen vanuit hun geloof hun best, maar  het geloofsstelsel als geheel blijkt door mythe en mystiek een sta-in-de-weg en leidt menigmaal tot grootschalig kwaad;
2. De staatsvormen zijn geen van alle toereikend gebleken om de structurele rampen af te wenden en hebben eveneens door de geschiedenis heen geleid tot afschuwelijke gebeurtenissen;
3. De wetenschap heeft getoond de kennis en technologie te kunnen aanreiken om aanzienlijke verbeteringen te verwezenlijken en verdient ruim baan zowel vanuit het perspectief van staatsvormen als geloven.

Ik bepleit een demytholigisering en demystificatie van de wereld ten gunste van een democratie met beginselen, waarin het rationalisme de boventoon voert. Die rationaliseringsslag moet worden gevoerd met een niet aflatende voorbeeldgolf van praktisch realisme en voor iedereen zichtbare argumentatie en voorbeelden.

Daarbij gaat het er niet om geloven te vernietigen. Dan vervallen we immers in het oude strijdconcept. We dienen het een plaats te geven waar het hoort: in het domein van fantasie en individueel behoeftevervullende mystiek. Een domein van persoonlijke beleving, in het virtuele land van onmacht. Binnen een samenleving als geheel dient er vrij baan te zijn en te worden besloten en geregeerd vanuit feiten en rationele overwegingen. Misschien is de preferabele staatsvorm zelfs geen rationalistisch gegrondveste democratie, maar beter een democratisch rationalisme.

Hoe staan we er in het verlichte westen voor?
Eerst was er vanuit de joods-christelijke geloofshistorie bezien sprake van een oorlogszuchtige en wraakzuchtige god Jahweh, wiens naam niet mocht worden uitgesproken. Jahweh was een stamgod en had vele concurrenten in het toenmalige Palestinië en de aangrenzende regioТs. Deze goden in het Midden-Oosten maakten op hun beurt deel uit van een aards pantheon met honderden, zoniet duizenden goden. Pantheïsme was schering ven inslag in die dagen en nog lang daarna, zoals in het klassieke Griekenland en het Romeinse Rijk met drukbevolkte dynastieën van oppergoden, halfgoden, mythische of legendarische helden en goddelijk verklaarde of zich zelf zo ziende keizers en generaals. Eigenlijk is de wereld tot op de dag van vandaag pantheïstisch gegeven de verschillende wereldreligies, hun opperheren en de gelovigen die elkaar het recht betwisten op de enige echte Oppermacht. Om over alle lokale in magie en mythe gelovende gemeenschappen nog maar te zwijgen. De aarde als geheel bezien is niet monotheïstisch.

Alle wetenschappelijke bevindingen en bewijzen van een andere ontstaansgeschiedenis van aarde en heelal hebben de geloofsaanhang misschien relatief gesproken kunnen verkleinen, maar in absolute cijfers zeker niet. Waar las u dit eerder?
Ook filosofen kunnen het geloof niet wegredeneren. Dan bedoel ik niet het feit dat mensen gelovig zijn of behoefte aan een geloof hebben; dat is al duizenden jaren een menselijk fenomeen en daarmee een realiteit waarmee we te maken hebben net zoals de menselijke behoefte aan eten en drinken, aan liefde en aandacht, aan houvast en hoop. Nee, ik bedoel dat de rede van uit haar aard niet kan ontkennen dat iets kan bestaan, ook al hebben we er geen cognitieve of wetenschappelijk overtuigende bewijzen van. Het is de eerlijkheid en straffe discipline van de wetenschappelijke opstelling, die twijfel tot principe heeft verheven. Dit leidt tot de paradoxale situatie dat wetenschappers zich ondanks alle beproefde weten fundamenteel onzeker achten en dat gelovigen stellen zeker te zijn. Het geloof staat ten principale niet open voor nieuwe inzichten.

Daarbij komt dat de wetenschap haar kennis- en weetgrenspalen slaat op de virtuele tijdlijn van de actualiteit: we weten wat we vandaag menen te weten, totdat we morgen beter weten. Alles dient falsificeerbaar te zijn en aan toetsing onderhevig. Falsificatie is instrumenteel en essentieel voor voortgaande kennis. Geloven is uit den boze en ook speculaties worden met minachting afgewezen, tenzij ze worden geopperd in de vorm van een vooronderstelling (hypothese), die pas waarde krijgt na uitvoerig onderzoek en meervoudige verificatie. Fundamentele twijfel als wetenschapsprincipe wordt, behalve door wetenschapsmensen ook door veel filosofen onderschreven. Zij laten ruimte voor andersdenkenden en respecteren zonder verdere aanvaarding van welke geldigheid ook gelovigen die het rationele denken en het getoetste weten onderschikt maken aan hun geloofsvoorschriften.

Dit acht ik niet bezwaarlijk, vooropgesteld dat gelovigen hun religiositeit innerlijk of in gezamenlijke innerlijkheid beleven. Vooropgesteld dus, dat zij een strikte scheiding aanbrengen tussen geloof en kenbare werkelijkheid, waarbij toetsbare en herhaalbare waarnemingen en ervaringen als criteria voor werkelijkheid gelden Zoals er argumenten zijn voor een nauwlettende scheiding van kerk en staat, zo bepleit ik een absolute scheiding van religie en de kenbare werkelijkheid. Religie kan worden beleefd en in geloof en persoonlijk gedrag tot uitdrukking worden gebracht, maar
religieuzen dienen zich te onthouden van uitspraken over het ontstaan en de geschiedenis van de kosmos en de aarde, van de aard van de natuur en de vormgeving van de samenleving op basis van hun geloof als zouden die op ware feiten berusten.

Menig filosoof vooral na de inburgering van het christendom en de islam- doet verwoede pogingen rede (en wetenschappelijke feiten) en geloof te verenigen. Deze zouden elkaar niet uitsluiten. Dat doen ze wel en niet alleen waar het de zekerheidsparadox betreft. Het feit, dat redeneervermogen en geloofsvermogen binnen een en hetzelfde brein aanwezig zijn maakt ze nog niet verenigbaar, noch in hun grondslagen, noch in hun uitingen. Het is heel goed mogelijk om over geloof te redeneren. In ons hersenen ontstaat dan geen kortsluiting. Er is geen synaps die dienst weigert. Een mens kan ook zonder breinscheuren geloven dat er niet zoiets bestaat als rede, maar dat alles op een vorm van ingeving is gebaseerd Daarin schuilt nu net een wezenlijk verschil. Men kan alles geloven, maar niet alles beredeneren. Wat geloven betreft zijn de hersenen grenzeloos of beter gezegd het breinproduct geloof bedenkt zich geen kaders; er is geen biologische behoefte (en noodzaak al helemaal niet) aan epistemologisch kader. Wat redeneren betreft, hapert het breinproces als concrete bewijzen, ondervinding en ervaringen en zintuiglijke waarnemingen ontbreken of als het denkstelsel logica wordt verkracht. Die hapering uit zich in de vaststelling van onzekerheid, onvoltooidheid of regelrechte afwijzing.

De brandstof voor de hersenen en de zich daarbinnen afspelende breinprocessen hoeft niet eens concreet te zijn. Zelfs binnen de rede argumenterend en alleen werkend met taal of woorden in het brein zonder invoer van concreetheden van buiten loopt het proces van denken volgens de rede spaak.
(Overigens is het interessant te bedenken hoe de grote geloven er voor zouden staan als zij waren geprofeteerd voordat het schrift was uitgevonden. Denk eens in: Уmijn geloof is gebaseerd op de overgeleverde uitspraken van de chef magie van stam Oeroud in het Jaar 0, die vermoedelijk zoТn 8.000 zielen telde, vanaf nu gerekend 7100 jaar geleden).

Wat theologisch ingestelde filosofen doen en theologen tot een wezenskenmerk hebben verheven, is het oprekken van de betekenis van begrippen als rede en geloof. Bijvoorbeeld door de definities te veranderen, waarvoor alle ruimte is, omdat de wetenschap ook aan definities ten principale een tijdelijke, vaak cultureel gebonden waarde toekent. Met gewijzigde of meer uitgebreide definities wordt en passant de betekenis aangepast, waardoor je gaande het proces niet meer over dezelfde begrippen en begripsinhoud praat als aan het begin. Die oprekking slokt uiteindelijk de afstand op tussen de oorspronkelijke begrippen en hun betekenis toentertijd en, omdat men wil verenigen, zijn de grenzen niet langer rigide en ondoorlaatbaar en ontstaat er vanzelf een schemergebied, dat onwetenschappelijke trekken vertoont, maar voor geloof nog steeds volle grond inhoudt. Geloof is nu eenmaal veel beweeglijker en flexibeler dan wetenschap, althans voor die intelligente gelovigen, die de kennisstroom de gewijde grond onder hun voeten zien wegspoelen.

Het standpunt dat oude, godsdienstige teksten vanuit de wereld van vandaag dienen te worden geïnterpreteerd leiden tot net zoveel uitleggingen als er interpreten zijn en verliezen daarmee hun eenduidige geldigheid.
In weerwil hiervan zijn theologen en theologische filosofen door de tijd heen bijzonder vernuftig gebleken in de aanpassing van geloof en tekstuitleg aan nieuwe wetenschappelijke inzichten. De oorspronkelijke idee, waarbij de aarde het middelpunt van de schepping en de kosmos was, is prijsgegeven voor het heliocentrische model. Dat onze zon met het bijbehorende planetenstelsel evenmin een centrale plaats inneemt, maar zich de buitenwijken van ons melkwegstelsel bevindt, is inmiddels ook aanvaard. Dit melkwegstelsel is op zijn beurt er één van miljarden en bevindt zich ook al niet in het centrum, omdat in de visie op het heelal, zoals we die nu erop na houden, dit heelal helemaal geen centrum heeft. Inmiddels heeft het Vaticaan (maar bij lange na niet alle katholieken) het concept van de oerknal omarmt en ziet dat nu als een bewijs van het Bijbelse scheppingsverhaal in Genesis:Тen toen was er licht. Hiermee is impliciet toegegeven, dat de Bijbel niet letterlijk moet worden genomen maar retrospectief moet worden geïnterpreteerd. De teksten worden daarmee oneindig metaforisch. Het betekent in feite dat elke vroegere voorstelling van de positie van de aarde en de gehele kosmos ook gepast heeft in de tekst van Genesis, zelfs die primitieve gedachten die er waren voordat de waarheidТ in de Bijbel werd opgetekend.

Een sterk voorbeeld van slimme adaptatie aan de wetenschappelijke wereld ofwel de intellectuele natuur is de voorstelling van zaken van Plantinga, een Amerikaanse filosoof van Nederlandse afkomst met een groot gezag. Plantinga omzeilt de discussie waarbij rationele argumenten tegen het geloof in het geweer worden gebracht. Hij stelt dat geloof helemaal geen argumenten nodig heeft: het zou pre-argumentair zijn en als overtuiging en daarmee kennis (zonder bewijsvoerende argumenten) in mensen zijn neergelegd. Bewijsvoering op basis van evidentialisme is niet nodig, omdat dit kennistheoretisch niet tot absolute kennis leidt.

Een dergelijke redenering kaatst terug op Plantinga's eigen beweringen, die namelijk net zo goed redeneringen zijn, waardoor ook hij behoefte heeft aan bewijsvoering (evidentie), de onnodigheid waarvan nu juist de kern is van zijn betoog. Hoe je überhaupt een denkwijze in discussies op dit niveau met gewone mensen kunt voeren zonder tot een isomorf stelsel van kennis en taal en daarmee definities en welomschreven feitelijkheden te zijn gekomen, maakt Plantinga nergens duidelijk.

Een ongekende transformatie: een onlijmbare breuk.
Die Jahweh verandert op slag gaande van het Oude naar het Nieuwe Testament van een strijdgod in een vreedzame god, die zich niet langer richt tot één stam, maar tot de hele mensheid. Jahweh wordt universeel en krijgt monopolistische trekken. In de Bijbelse boeken blijkt nergens dat Jahweh die stap zet en al helemaal niet waarom. Het heeft er alles van weg, dat mensen hem die mentaliteitsverandering hebben toegeschreven met Jezus Christus als degene die in hun ogen het partijprogramma opstelde en praktisch toepaste. Zo bezien schiep Jahweh met terugwerkende kracht de mens en die mens vormde God naar zijn evenbeeld; het omgekeerde derhalve van de gang van zaken die de geloofsleer ons voorschotelt. Die God van Goedheid bestond, zo leert ons de Bijbel en menig ander geschift uit diezelfde periode, aanvankelijk helemaal niet. Immers Jahweh had een reeks soortgenoten als Baal, Marmoek en Jarsela (vrouwgodin) om er maar een paar te noemen. Als we de Palestijnse stamgebieden vergelijken met provincies had in die voorchristelijke tijden elke provincie zijn eigen god(en) en bijbehorende rites. En ze hielden allemaal van lekker eten gezien de vele vleselijke slacht-offers. Een situatie die overigens op alle continenten kon worden aangetroffen. Dicht in de buurt, in Assyrië, Griekenland, Egypte of verder weg in Amerika, Afrika, China of India. Die veelgoderij is zo uniform aanwezig, dat het duidelijk is, dat zij haar grondslag vindt in de mondiale status van de intellectuele vermogens van de toen levende mensen om de aarde, de natuur en het heelal te kennen. Voor mij vertoont deze situatie veel overeenkomst met het taalvermogen. Ook in de taalgeschiedenis treffen we een ontwikkeling aan, waarbij volkeren verspreid over de wereld verschillende talen en nog veel meer dialecten spreken, die in klanken, syntaxis en lettersymbolen per gebied verschillen, maar die in de kern van de structuur allemaal overeenkomen, zoals Noam Chomsky zo voortreffelijk heeft geanalyseerd en beargumenteerd. Die basale gemeenschappelijkheid is het gevolg van de werkingswijze van onze hersenen in die periode waarin de taal en de bijbehorende fysieke en mentale gesteldheid zich ontwikkelden.

Was Jahweh dualistisch, vreedzaam naast oorlogszuchtig, beschermend naast vernietigend, de mens achtte zich tot het louter goede in staat en wenste dit ook uit te dragen tot de projectie op zijn god toe. Zo'n verkondiging kan heel goed als arrogant en provocatief zijn beschouwd en zij werd dit ook, zowel aan de traditioneel Joodse zijde als in het Griekse of Romeinse kamp, waar de aanbidder binnen de ruziënde, jaloerse godenfamilie altijd wel een god aan zijn kant wist of er eentje met offers tot partijkeuze wenste over te halen maar waar men zich nu zag geconfronteerd met een revolutionaire religie (verbintenis) waarbij de godheid vrede en barmhartigheid liet prediken; geen van beide attributen waarmee je jezelf een wereldrijk verschaft en de verslagenen onder de duim houdt.

Die omslag van een bemoeizuchtige oorlogsgod naar een meer afstandelijke Almacht wordt terecht voor het overgrootste deel toegeschreven aan de superevangelist Jezus Christus, als de vleesgeworden boodschap zelf, met lichte concurrentie van Johannes de Doper. bij de Gnostici.  Dit alles vooropgesteld dat de gezalfde ook heeft bestaan. Over dat feit van zijn bestaan zijn de meeste wetenschappers het wel eens. Over zijn - in moderne termen uitgedrukt positionering, zijn komaf en achtergrond zijn de meningen verdeeld. Of hij in alle opzichten oorspronkelijke was, is aan heftige twijfel onderhevig. Zo bestond Jezus directe aanhang (harde kern zouden we tegenwoordig zeggen) uit twaalf apostelen, er werd over water gelopen en verraad gepleegd door één van zijn volgelingen; alledrie vrij specifieke gegevens. Diezelfde drie gegevens komen we tegen in de verhalen rond en over Boeddha, zelfs in de kleine details, en die Boeddha leefde toch circa vijf eeuwen eerder. In de boodschappen en leringen van Jezus Christus worden voorts veel elementen aangetroffen uit de Egyptische godsdienst en esoterische kringen. Er zijn meer indicaties, ook in de geloofsleer zelf, die de oorspronkelijkheid van gebeurtenissen in het Nieuwe Testament betwijfelbaar maken en wijzen op prechristelijke invloeden van niet geringe betekenis.

Maar afgekeken van, opgeleid in of geïnspireerd door, de christelijke verkondiging en openbaringen slaan aan en het al eerder uitverkoren volk, slechts één van de Palestijnse stammen, komt te staan aan de basis van een wereldwijd verbreide religie. Die uitverkoren positie zet andere volkeren in de subdivisie, hetgeen tot afgunst en schisma leidt en die de nazaten van de oorspronkelijke Jahweh-aanhangers de ganse geschiedenis door tot aan de dag van vandaag duur is komen te staan..

(Anders dan bij de voorchristelijke profeten, die voortdurend in een een-tweetje met Jahweh elementen ontvingen voor de gedragscode, lijkt Jezus meer vanuit zichzelf een Godsbeeld te scheppen dan het als ingeblazen openbaring mee te krijgen. Dit maakt het zo ongemeen interessant te weten te komen waar hij zijn scholing ontving in zijn jaren als jongeling, waarover slechts gissingen bestaan. Opvallend is dat geen van de geselecteerde evangeliën, noch de apocriefe geschriften hierover enige mededeling doen die houvast biedt).

Die eeuwenlange hoge prijs voor het preferente volk zou menig aanhanger kritisch moeten stemmen, tot nadenken dienen aan te zetten en aan het twijfelen moeten brengen, maar dankzij de vondst van het grote lijden in het hiernu en het reinigende zondebokmechanisme als aanloop naar de eeuwige beloning in een paradijselijk hiernamaals Цalleen voor oprechte aanhangers weggelegd uiteraard- wordt die lijdensweg afgelopen totdat het Koninkrijk Gods neerdaalt op aarde. Of er dan nog ruimte is voor een uitverkoren volk moet nog blijken. Het lijkt erop, dat slechts zij die vooraf geloven in dat hemelse rijk mogen binnentreden en dat de nuchteren of sceptici, die van Уeerst zien dan geloven, naast de boot grijpen, hoewel ze heten geschapen te zijn naar Zijn evenbeeld. Je mag van God toch verwachten dat hij weet waarom zij zo denken, begiftigd als ze door Hem zijn met vermogen tot rede, twijfel, rationaliteit en werkelijkheidszin. Of met misschien wel de lastigste eigenschap in dit verband: de beroemde vrije wil. Als mensen vanuit die vrije wil ongelovigheid verkiezen, wordt dat als abject beschouwd. Mooi is dat! Krijg je vrije wil, mag je die maar in één richting doen uitmonden.

In die eerste periode van de Christelijke verkondiging verliest Jahweh zijn naam en wordt zijn wezensaanduiding ook zijn naam (God in het Nederlands). Het is misschien wel het allergrootste voorbeeld van branding ooit. Hij krijgt de nodige eeuwen later concurrentie, onder andere van Allah. En uiteraard van dichtbevolkte, oudere religies als het Boeddhisme, het Confucianisme/Taoïsme en het Hindoeïsme , welke beide laatste overigens minder religies zijn dan filosofische denk- en levenstelsels. Aangezien, om het bij de in het de Midden-Oosten ontstane religies te houden, God en Allah beide door hun aanhangers als scheppers worden beschouwd en hun vermogen en bedoelingen overeenkomen, waarbij ze verder nog de vroege stamvaders delen, moet het deducerenderwijze wel om een en zelfde Almachtige gaan. Dat weerhoudt die aanhangers er niet van elkaar te verketteren en tot tegenstanders te verklaren, die desnoods mogen worden uitgeroeid. Maar hun godsdiensten, zo beweren zij, prediken vreedzaamheid en vergeving. Mensen betwisten elkaar het land, het bezit, het recht op vrijheid en de waarheid, tja, dus waarom ook niet hun god. Het is allemaal heel menselijk en vertoont weinig godwill. Kort geleden stierven in Maleisië nog christenen de vuurdood in een door moslims in brand gestoken kerk, omdat deze christenen God als Allah aanspraken, en de brandstichtende moslims op die titel menen het copyright te bezitten.

In die vroege dagen van het monotheïstische, van mythes ontdane Цalhoewel- geloof wordt die god nog sterk als een persoon voorgesteld. Daarvan getuigen ook de vele afbeeldingen, bijvoorbeeld in schilderijen waarin God zich vanuit de hoogte tot de mensen en aardse situaties wendt. Het is ook altijd een man in de hoedanigheid van een oude, wijze vaderfiguur. En ook al denken we daar inmiddels anders over als buiging naar de emancipatie-eisen van vrouwen (niet overal in de wereld overigens), die afbeeldingen en voorstelling zijn nog nooit door de Kerk als achterhaald of op zijn minst als onrechtvaardig eenzijdig beschouwd.

Dat veelvoud van monogoden, waarvan de individuele god binnen de eigen geloofsculturen altijd de enige en ware is, valt voor doordenkenden niet vol te houden. God, Allah en die andere godheden, zoals Boeddha of Confucius: wil de ware godheid opstaan? Met de door de eeuwen gestaag, maar o zo langzaam groeiende erkenning van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen erodeert het monopolie van de mannelijke representatie. Voorts kun je niet afbeelden, wie je zegt onzienbaar, onnoembaar, onbeschrijfbaar en onbestaanbaar enzovoort te zijn. (Wat dit betreft zijn moslims consequenter). God is geleidelijk aan bij de meer buigzame gelovigen overgegaan in de hoedanigheid van een abstractie, van een niet kenbare, scheppende macht, een oerkracht, zoiets als de manifestatie van een prekosmische energie, die altijd bestond buiten de tijd en de ruimtelijkheid, want pas met de schepping ontstaan er dimensies, ook die van de tijd. Ineens is God tijdloos, dimensieloos, ruimteloos, kortom valt buiten de kosmische dimensies. Aangezien God geen onderdeel is van zijn eigen schepping bestond hij dus voordat er iets bestond, althans voor dat bestaande wat mensen als bestaand aanduiden: het stoffelijke heelal (exclusief God).

Volgens die definitie van bestaan, bestaat er geen God, maar dat is zo nikserig en verwart de eenvoudige van geest. Dus werd God een buitenbestaander.
Hij wordt getypeerd en beschreven in paradoxen: God is als een onstoffelijke stof, een ontelbaar getal, een vormloze vorm, een gedaanteloze gedaante en een krachteloosheid en een kracht, een wezenloos wezen, een bewegingloze beweging en een niet-doend doen (Allogens, de Nag Hammadi geschriften).

Of in negatieve termen, zoals in het Geheime boek van Johannes (eveneens Nag Hammadi geschriften): Hij is onzichtbaar, onbeschrijfelijk, onnoembaar, het onmetelijke licht, onbepaald, onuitsprekelijk, niet lichamelijk, noch onlichamelijk. Over Hem is het niet mogelijk te beantwoorden: wat is zijn kwantiteit? Of wat is zijn kwaliteit?, want er is niemand, die Hem kent.
In feite is het woord bestaan niet van toepassing. Bestaan moet in gelovige hersenen blijkbaar worden opgevat als bestaan dat een begin en een eind heeft, dat aan sterfelijkheid is verbonden en tastbare kenmerken heeft. En aangezien god geen begin of eind heeft en altoosdurend is, is hij onbestaanbaar. De Gnostici, die kennis en rede hoog achtten, kwamen tot die voorstelling van zaken, waarbij er een (ook weer buiten en boven alles uit torende) goddigheid bestond, waarvan de УmensengodФ een hemelse vertegenwoordiger en afgeleide was, want die mensengod was te bemoeizuchtig (ingevingen, gesprekken, openbaringen en verschijningen) om als echte grootheid te kunnen worden aangemerkt. Die goddigheid was ook in het gnostische denken buiten de ruimte, de tijd en het voorstelbare of bestaanbare. Eigenlijk, zo redeneerden de gnostici consequent, was hij Niets.
Maar daarvoor ontbreekt de Logos, zowel de rede als het woord.

Ik geloof niet in wonderen, maar ik acht het zeer verwonderlijk hoeveel er gesproken, geschreven en getypeerd wordt over een fenomeen, dat ergens ook nog niet eens als een fenomeen mag worden benoemd of betekend, dat niet wordt gekend, noch gezien, noch beschrijfbaar, bespreekbaar of zelfs bestaanbaar is.
Het is duidelijk, God valt niet onder de logica.
Hij valt ook niet onder de rede, want als al redenerend twijfel over of ontkenning van zijn bestaan de slotsom vormt, is de tegenwerping van theïsten en theologen (en sommige filosofen) dat God niet met rede kan worden benaderd. Welaan, als God niet onder de rede mag worden begrepen, dan kan Hij alleen maar bestaan voor mensen die in niets verschillen van de dieren.

De wetenschap schuift met de kracht van empirisme, praktische bewijsvoering en argumentatieve logica op, daarmee het domein van goden verkleinend. Zat er aanvankelijk achter elke boom, in elke rivier en op elke wolk een god, er is nu niemand die meer kan ontkennen, dat stormen, overstromingen en droogte verschijnselen zijn die te maken hebben met het weer, de temperatuur, nog groter het klimaat en alle zijn terug te voeren naar natuurkundige verschijnselen en de allesbepalende natuurwetten, vertegenwoordigd door abstracties als energie en massa en door invarianten als het ruimtetijd-continuum, waarbinnen plaats, snelheid en tijd niets eens absoluut zijn.

Het beperkte heelal met de zon, de aarde, de maan en wat verre planeten als voornaamste, gekende hemellichamen en een overzienbare hoeveelheid sterren in telbare sferen heeft plaatsgemaakt voor een onvoorstelbare ruimtelijkheid met een leeftijd van naar kosmoslogen nu berekenen tegen de 14 miljard lichtjaren en met een inhoud van 100 miljard sterrenstelsels, die elk weer miljarden sterren en planeten en andere brokken bevatten in elk stadium van wording en versterving. Het riep de voor de hand liggende vraag op waarom God die onmetelijke hoeveelheid grotendeels onherbergzaam spul nodig had voor een concept dat met aarde, hel en hemel alles omvatte dat er nodig leek.

Wat een overtolligheid lijkt het. Nee, zeggen gelovigen, dat is nu juist het wonder van de schepping die grandeur, die weidsheid, die onvoorstelbare diversiteit. Alsof het toch niet een onsje minder had gekund. Als dan wetenschappers een niet bedoelde helpende hand bieden door erop te wijzen dat die kosmos misschien ook nog wel van andere, met leven begunstigde bollen is voorzien, wordt deze optie met kracht en felheid van de hand gewezen. De aarde is Gods enige schepping met leven. Niet alleen één volk is uitverkoren of wat ruimer gesteld één geloofsgroep (die andere 5 miljard mensen of daaromtrent,  andersgelovig of niet, zijn gedoemd), ook die aarde is uitverkoren. Gelovigen hebben dan wel de claim moeten laten varen, dat de aarde middelpunt was van Gods schepping in positioneel opzicht, maar als topbol en kernbedoeling van zijn schepping plaatsen zij haar meer in het centrum der dingen dan ooit tevoren. En let op! als straks op een meteoor of een nabije planeet tot sporen van levens worden aangetroffen zal het heten, dat de aarde de enige plaats is waar mensen voorkomen. Kosmologen zullen vermoedelijk geneigd zijn, dat nu al toe te geven. Want als er elders in het heelal wezen boven het niveau van bacteriën of blauwalgen uitkomen zullen die met grote kans een gans ander uiterlijk hebben. Als die dan claimen naar het evenbeeld van hun Opperwezen te zijn geschapen en daarvoor overtuigend bewijs aanvoeren, moeten wij hier op Terra al die afbeeldingen en schilderijen weghalen.

De gelovigen moeten al 2000 jaren lang bewijsgronden prijsgeven, maar ze geven het gebied slechts voetje voor voetje toe. Van een royaal gebaar in de trant van Уwe hadden wel erg vaak ongelijk naar de wetenschap is geen sprake, hoewel die wetenschap een integraal onderdeel uitmaakt van diezelfde schepping. Het maakt nieuwsgierig wat de aanpassing zal zijn als ooit onweerlegbaar leven elders wordt aangetroffen. Hoe zal dan Genesis weer wordt uitgelegd? Zal dan het Уgaat heen en vermenigvuldigt u een kosmische actieradius blijken in te houden?

Vooralsnog wordt het bolwerk in stand gehouden door de contouren te laten vervagen..
Was God in den beginne een manstaltige kracht en daarmee enigszins voorstelbaar, met een beperkt werkterrein, in de moderne opvattingen is Hij de onbekende energie, kracht, beweging, geestelijke mega-amoebe die lichtjaren, golfdeeltjes/dualiteit, 11 dimensies, snaartheorieën en de singulariteit als baarmoeder van de oerknal deed ontstaan.
De gang van zaken is duidelijk. Toen het denk- en begripsvermogen nog pril en in ontwikkeling was, hadden de goden een duidelijke positie en waren bijna tastbaar aanwezig: elk natuur- en cultuurfenomeen, had zijn eigen hemelse veroorzaker of hoeder. Naarmate de verschijnselen op basis van wetenschap, gezond verstand en praktische ondervinding verklaarbaar werden, kreeg de goden of de monogod een hoger en omvattender werkterrein, maar tevens afstandelijker positie, tot op het punt dat Hij volledig buiten de bestaande wereld werd geplaatst en niet meer kon worden verwoord of geïdentificeerd. Letterlijk werd God onvoorstelbaar. Kosmische zwarte gaten zuigen alle energie of heelallichamen die te dicht in de buurt komen naar binnen. God vertegenwoordigt als het ware het omgekeerde. Hij is het witte gat, van waaruit alles is voortgekomen. Hij is de oerbron, een onfysisch vermogen tot fysische schepping in staat, want een creatio ex nihilo levert ook bij verstokte gelovigen denkrimpels op.
Die afstandelijkheid, die onaantastbaarheid, die weergaveloosheid leiden tot vervreemding en dus moesten iconen en symbolen voor de nodige tussenstations zorgen. Het kruis, Moeder Maria en de lijdende, zich opofferende zoon van God (zelf noemt Jezus zich alleen maar een mensenkind) zijn de meer zintuiglijk waarneembare vluchtheuvels in de grote oversteek naar de onbekende oever.

Sinds Darwin heeft de wetenschap een andere verklaring voor het ontstaan der soorten inclusief de mensheid. Ongestuurde mutatie en selectie op basis van geschiktheid onder de actueel heersende omstandigheden, gevoegd bij een zelforganiserend bouw- en structuurvermogen, zorgden binnen een natuurlaboratorium zonder cao-werktijden eerst voor opbouw en vervolgens voor de continuïteit van leven, gepaard aan toenemende complexiteit. Atoom voor atoom, molecuul voor molecuul, cel voor cel.

Zoals dit haarfijn wordt beschreven en uitgelegd in Vital Dust, Life as a cosmic imperative van Nobelprijswinnaar Christian de Duve (1995). Hadden onze voorouders dit niet al kunnen inzien? Wel, sommigen deden dit, zelfs in voorchristelijke tijden, zoals
Anaximander, bedenker van een evolutietheorie, volgens welke levende wezens voortkwamen uit oerwater en zonlicht en de mens uit de vis. Of Thales van Milete met geofysische verklaringen waar voorheen de goden verantwoordelijk werden gehouden.

Wat afviel in de evolutionaire reeks kan niet per se fout worden genoemd als betrof het een misconstructie. Het principe is het zich kunnen aanpassen aan de omgeving, die de facto als een oppermachtige selecteur te werk gaat, en alle daarin besloten liggende factoren en omstandigheden, waarbij de natuur in al haar verschijningsvormen ongewild en onbedoeld als scherprechter optreedt. Natuurlijke selectie is een proces en geen project.
Eerst schrompelden de creationisten ineen, vervolgens het idee van de schepping in één daad. Maar het geloof en zijn genoten zijn flexibel en bewegen moeiteloos opportuun. In Darwinistische terminologie: ze zijn buitengewoon adaptief. Als we in dit geval de natuurlijke omgeving vervangen door de wetenschappelijke wereld vertonen gelovigen een overlevingsvermogen, dat opmerkelijk moet worden genoemd en gezien de tegenkrachten zelfs bewondering afdwingt, hoe rampzalig ook. Ze overleefden het realisme, het materialisme, het logisch positivisme en ze zullen ook het fysicalisme links laten passeren. Zelfs de laatste wetenschappelijke vulkaanuitbarsting overleven ze; zij laven zich aan lava. Kosmologen en aanverwante deskundigen hebben in de meest recente kenniskaders het ontstaan van de kosmos en vooral het leven daarin afhankelijk gesteld van uiterst minieme voorwaarden. Als de begintemperatuur na de oerknal ook maar een iets ander niveau of verloop had vertoond, als de expansie (inflatie) een fractie in de tijd anders had plaatsgevonden, als sommige voorwaarden tot binding fracties van minder dan een duizendste achter de komma in hoeveelheden waren afgeweken, dan zou aan de condities voor de ontwikkeling van voor leven noodzakelijke, atomen, moleculen, elementen en vooral stoffelijke verhoudingen niet zijn voldaan. De gelovigen deinzen niet terug in ongeloof over hun eigen grove beeld van de onkenbare alchemist. Nu roepen zij uit dat deze bijkans uitzonderlijke en hersenpijnigende beginbetrekkingen naar hun oordeel juist het bewijs zijn van het goddelijke ingrijpen. Het kan, zo grijpen zij de nieuwe lier naar hogere gelegen gronden, geen toeval zijn en vooral geen autonome natuur die het recept voor het leven van zulke verfijnde ingrediënten en verhoudingen voorzag. Het moet wel duiden op een ontwerper, op een intelligent design. De verfijnde en complexe ingrediënten wijzen op een superintelligentie. Frappant dat naarmate de mensen intelligenter worden, zij juist tot een andere ontstaansgeschiedenis concluderen.

Vreemd, dat we gelovigen verder nooit eerder va deze specifieke visie hoorden gewagen en dat die nanoverhoudingen nergens in die uitvoerige geschriften worden behandeld of door hun profeten (want voorzieners) werd verkondigd. Het lijkt erop, dat men voor de openbaring gebruikt maakt van voortschrijdend inzicht: hoe meer de wetenschap ontdekt des te meer verwerven we inzicht in hoe het eigenlijk precies in zijn werk is gegaan. De macht van God gaat gelijk op met het wetenschappelijke inzicht. Dat moet te denken geven.
Of zijn minst duidt dit op het feit, dat de oorspronkelijke geschriften, zoals Bijbel, Thora of Koran gebrekkig zijn in hun voorstelling van zaken. Neutraal gezegd; ze zijn tijdgebonden openbaringen. Voor een atheïst is dit begrijpelijk, want men kon in die dagen gewoonweg alles nog niet weten. Maar God wel en die leidde toch de schrijfhanden. De plooibaren, de opportuun-theïsten, voelen nattigheid, maar zo niet de zeloten en fanaten. Zij stellen: het is zoals het geschreven staat, aan het woord van God, Allah of de profeet mag niets worden toe- of afgedaan. Alsof hun religieuze leiders en kerkvorsten en officiële exegeten zich al niet door de eeuwen heen in bochten hebben gewrongen en door aanpassingen onhoudbare stellingnames van nieuwe loopgraven hebben voorzien.

Een tegengestelde beweging
Het beeld is duidelijk. De wetenschap ontdekt steeds meer feiten, experimenteel en empirisch onderbouwd, over het ontstaan en de werking van de kosmos. Stap voor stap wordt het bouwwerk ontleed. De kosmos en wat dichterbij onze belevingswereld de natuur hebben geleid tot een constructie (ons brein) dat het vermogen heeft tot bewustzijn en zelfreflectie. Waarom dit zo is, zullen we wellicht nooit weten. Als er geen doelen bestonden in aanvang, is die reflectie een uitkomst van ongeleide processen, al of niet onvermijdelijk. Misschien moeten we constateren dat de natuur pas een doel kreeg met het ontstaan van mensen en hun reflectieve vermogens? Dit zou een zeer bijzondere constatering kunnen zijn met verstrekkende gevolgen.
Die ontwikkeling lag dan wel besloten als één van de mogelijkheden in het kosmische proces, maar niet als opzet.
In de mensheid (en misschien ook wel elders?) volstrekt zich dan een fantastisch proces:
We kunnen denken, nadenken, het geheel overzien tot aan de oerknal (al of niet de ultieme beginsituatie) en zijn beland in een fase in de natuurkunde, waarbij de natuurwetten zichzelf laten onderzoeken. Meer wonder, als we in die terminologie moeten spreken, is er nauwelijks denkbaar.
Die wetenschap, in mensen tot gelding gekomen, loopt voetje voor voetje de berg der waarheid en werkelijkheid op. Maar die zelfde reflectie maakt ons voorzichtig en terecht. Al te vaak dachten we de top te zien en sloegen we een kamp op: het kamp van vermeende Zekerheid. En telkens bleek dat er een hoger kenniskamp viel te bestijgen. Het lijkt er op, alsof we met elke etappe zelf de meet verleggen en dus de top hoger stellen.
Gelovigen doen precies het omgekeerde. Zij beweren de top al te kennen. Alle inspanningen bergaf- of opwaarts zijn vergeefs en onnodig. We leven in het dal, kennen de top, die van alles van ons vergt, - leven daar overigens niet naar, want het dal kent zijn eigen, voortdurende verleidingen en aberraties - , maar zij zeggen de werkelijkheid en waarheid te kennen, voor nu en altijd, hoewel onze eigen geest, ons brein, daar vanuit de empirie geen aanleiding toegeeft en waarbij de logica en ratio binnen dat breindenken door hen wel elke keer wordt aanvaard als ze van een euro 20 cent willen ontvangen, wanneer het ijsje 80 cent kost, als ze op de stoep blijven staan als de stadsbus vol vaart aankomt, terwijl als God heeft bepaald dat hun tijd niet is gekomen ze toch rustig kunnen oversteken, als Haïti verwoest wordt door een aardbeving, hetgeen de goede God niet heeft gewild noch veroorzaakt en het Kwaad er geen hand in kan hebben, want dan zou al het natuurgeweld des Duivels zijn en dus ook de vernietiging van de Aarde door een meteoor of het sterven van de Zon en zou het Kwaad derhalve als onderdeel van de schepping deze teniet kunnen doen, als zelfstandig fenomeen, want dergelijke natuurkrachten kunnen onmogelijk op het conto van mensen worden geschreven. Wil God niet alsnog verantwoordelijk worden gesteld, dan bestaat er al redenerend toch tussen de afstandelijke God en het verleidende kwaad een neutrale Natuurkracht, die dan wel in het oorspronkelijke Ontwerp is meegeschapen en die in de gestalte van de Wetenschap en de naar Zijn evenbeeld geschapen wetenschapper als producten van die Natuur, moet proberen haar eigen kracht te temmen ten faveure van de overleving van de mensheid. Gelovigen dalen dus af van de mysterieuze topzekerheid naar de empirische werkelijkheid, daarbij hun medesoortgenoten onderweg naar beneden passerend, van wie de wetenschappers als voorhoede klimijzer voor klimijzer en groef voor groef de berg der Kennis bestijgen en beseffen dat niet zij de hoogte van de berg bepalen maar de berg zelf c.q. de kennis en het volhardingsvermogen van de klimmer.
Er rest zo bezien maar één fundamentele vraag met aanhang? Waarom vrezen of verketteren gelovigen hun weldenkende, bewijs na bewijs leverende medemensen? Uit angst voor de werkelijkheid die hen terugwerpt op eigen vermogens en verantwoordelijkheid en het inzicht van dwaling? Uit angst voor het verlies van een wazig mysterie in ruil voor een schitterende werkelijkheid, die de ogen zal verblinden door het lumen van kennis, maar het neurale zien zal vergroten met een inzicht gelijk aan de ongeïntermediëerde werking van het licht?

Februari , 2010

Interessante artikelen

Ons zonnestelsel is een reuzenplaneet kwijtgeraakt. Dit schrijft de Amerikaanse astronoom David Nesvorny in een artikel dat  (1 december) is verschenen in the Astrophysical Journal Letters.  Wisten de


 De koude oorlog wordt weer wat opgewarmd. Verslechtering van de relatie tussen Amerika en de EU aan de ene kant en de Russische Federatie aan de andere kant kent verschillende oorzaken. De EU zit ond