Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Om Alles wat er bestaat aan te geven hebben we verschillende woorden: heelal, kosmos, geheel, iets en alles zelf. Op het niveau van Alles is er één tegenwoord. Het is Alles of Niets. Het is de grootste tegenstelling die we kennen, maar die tegelijkertijd niet bestaat. Dat klinkt vreemd, maar lees verder.

Het woord heelal wordt gebruikt om aan te geven, dat we alles bedoelen dat er is, ook ver buiten ons bereik of waarnemingsvermogen.
Heelal is een mooi woord. Het bestaat uit de componenten heel en al. In het woord heel liggen twee andere woorden besloten: heel als in geheel en heel als eenheid, als bij elkaar horend. Dit laatste komt sterk overeen met de oorspronkelijke betekenis van het woord kosmos: het geordende geheel.

Heelal omvat alles en daarmee alle iets. Iets kan een beetje zijn, maar kan ook duiden op al het bestaande, omdat alles wat is, iets is. Vandaar dat we ook de tegenstelling kennen tussen iets en niets.
Heelal heeft geen meervoud. De moderne kosmologen en astrofysici maken het ons moeilijk wanneer sommigen stellen dat er meerdere heelallen zijn. Het woord staat geen meervoud toe, maar wij begrijpen ze. Ze bedoelen dat er meer ruimtelijkheden zijn die kunnen worden aangeduid als heelal, niet omdat ze alles omvatten (elkaar bijvoorbeeld niet), maar omdat het van elkaar gescheiden kosmische eenheden zijn. Als we onszelf corrigeren en de verzameling heelallen Цzo ze er al zijn- zouden laten vallen onder de betekenis van heelal in de alles overkoepelende zin zijn het dus eigenlijk deelallen, delen van het Al, zoals ik ze bij voorkeur noem.

Als we de kosmos als een eenheid beschouwen zouden we, om die eenheid in het woord weer te geven, ook kunnen spreken van een Geheelal.
Al deze woordspelingen en betekenissen kunnen we terugbrengen naar drie begrippen of termen: alles, iets en het tegenovergestelde niets.
Alles is dan weer het heelal, iets is het materieële, tastbare en waarneembare spul, datgene wat het alles tot concrete inhoud maakt, zodanig dat alles altijd wel iets is, maar iets niet altijd alles hoeft te zijn. Met iets kunnen we zowel het geheel als het minicuulste deel aangeven.

Met iets bedoelden we oorspronkelijk iets dat waarneembaar was, waarvan we het bestaan met onze zintuigen konden bevestigen ook al zijn het subjectieve waarnemingen die niet per se de werkelijkheid vertegenwoordigen. Inmiddels weten we ook dat heel veel ietsigheid is dat zich onttrekt aan onze waarnemingen, dat wil zeggen onze directe waarnemingen. Direct heeft dan betrekking op datgene wat binnen de actieradius valt van ons waarnemingsvermogen. Dankzij telescopen, die heel groot-kijken en microscopen die heel klein-kijken doen we waarnemingen die verder reiken dan onze zintuigen, zijnde de ogen, oren, neus, smaak en tast. De wereld, de werkelijkheid en het heelal zijn groter of meer dan wij kunnen overzien en overweten. Maar mensen hebben met veel vernuft de eigen grenzen verwijd. Overigens kijken we met beide kijkers in het verleden en ook in een mogelijke toekomst. Als we sterrenstelsels of supernovaТs ontdekken op miljarden lichtjaren afstand ( in tijd en ruimte) heet het dat we kijken naar het ontstaan en daarmee de geschiedenis van het heelal, omdat het licht(beeld) zolang onderweg is. Als we kijken tot in de kern van atomen of naar superkort bestaande, nanokleine energiedeeltjes ontwaren we de kosmos tot vlak na de oerknal en dat is eigenlijk even ver terug in de tijd. Tegelijk slaan we blik in de toekomst, omdat die supernova ons vertelt wat er met sterren gebeurt aan het eind van hun leven, zodat we weten dat dit ook onze ster en ons zonnestelsel te wachten staat ,enige miljarden jaren in de toekomst. Niet met zekerheid maar wel met een hoge waarschijnlijkheid als er geen, nu nog onvoorstelbare, veranderingen plaatsvinden.

Met het woord niets is iets bijzonders aan de hand. Het is als het ware een woord zonder inhoud, want als we niets omschrijven als niet-iets, slaat het niet op enige bestaande werkelijkheid of waarneembaarheid. Het woord slaat alleen op zichzelf. Strikt genomen is het niets niet voorstelbaar, want wat moet een mens zich daarbij dan voorstellen? We doen dat wel, maar niet correct. Niets stellen we ons dan voor als een lege ruimte. ZoТn leegte ruimte kennen we op onze dagelijkse schaal als iets begrensd. Een lege kamer of een lege doos, maar dan duiden we op een begrensde ruimte, die geen inhoud heeft maar als fysieke ruimte wel contouren. Het volstrekte niets daarentegen heeft geen grenzen en geen contouren. Het niets is zelfs geen lege ruimte. Tenzij het oploopt tegen de ruimte die gevuld is met iets. In onze voorstelling van zaken ligt er dan achter de ietsruimte de nietsruimte. Dit op zijn beurt brengt ons weerin conflict met een begrip als oneindige ruimte. Iets-niets is dus eigenlijk, zoals ik hierboven al aangaf, een niet bestaande tegenstelling. Hoe kan iets tegengesteld zijn aan het onbestaande. Tenzij we niets beschouwen als een superabstractie, waar we nu eenmaal een woord voor nodig hadden.

Zo beschouwd hebben we dan drie fenomenen: het iets of heelal, het niets en de grens tussen die twee. Maar als het heelal alles omvat is het oneindig en heeft dus geen grens en al helemaal niet met niets, want je kunt geen grens hebben ten opzichte van iets dat niet bestaat. Het bovenstaande heeft filosofische trekken, kan metafysica worden genoemd, kan ook heel goed als sofisme worden betiteld of afgedaan en raakt aan de onzin. In omgangstaal: waar hebben we het dan nog over?
Wat in feite volgens mij aan de hand is dat we de woorden uitrekken tot betekenisloosheid als we pogen hun betekenissen tot absolute reikwijdte oprekken.

Je kunt het ook anders stellen. Met sommige woorden raken we aan СzakenТ of fenomenen waarvoor nog geen woorden zijn. We komen dan op het terrein waarop we de filosofie aanduiden als een denkwijze die eerst en vooral met de taal bezig is. We uiten ons dan in taal maar die is slechts symbolisch voor de werkelijkheid en een partiële weergave, volledig mensgebonden. Subjectief zoals dat heet.

Kosmologen en aanverwante deskundigen maken het ons andermaal niet gemakkelijk. Sommigen stellen dat tegelijk met de oerknal tijd en ruimte en daarmee het tijdruimtecontinuüm ontstond. Het zou dan onzinnig zijn om te vragen wat er was voordat de oerknal plaatsvond, want er was niets, want iets kan er alleen maar zijn tegelijk met tijd, omdat iets altijd een duur heeft. Anders gezegd: als de dimensie tijd pas ontstond als gevolg van de oerknal en start van het heelal is er geen daarvoor.
Anderen beweren dat de oerknal alleen kan hebben plaatsgevonden in een gegeven omstandigheid en dus zouden ruimte en tijd als dimensies moeten hebben bestaan voor de knallende schepping van de inhoud van dat ruimtetijdcontinuum.

Wij als mensen bevinden ons in het heelal of in ieder geval in dit heelal. We hebben zicht, krijgen steeds meer inzicht en streven naar het overzicht. Ik vind het overigens treffend dat we talig zoiets weergeven met variaties op het woord zien, welk woord vooral betrekking heeft als waarnemen dankzij licht. Wanneer we met de snelheid en de reikwijdte van het licht als zichtbaarheid verschaffend medium alles kunnen 'bekijken', kunnen we alles overzien en leren kennen. We zullen pas alles kunnen verklaren als ons brein het vermogen heeft ons van verstrekkend inzicht naar totaal overzicht te voeren. Dat veronderstelt dat we dan alles kunnen zien, waarnemen, kennen en weten en misschien, maar dat is niet zeker, ook begrijpen. Of dat een prettige toestand is weet ik niet. Als we alles weten, vallen verleden en toekomst weg en belanden we in een situatie van alwetendheid (let op: ik zeg niet almachtigheid) en daarmee in een situatie van kennisdood, vergelijkbaar met de warmtedood als uitkomst van volslagen entropie.

Dit is allemaal zeer intrigerend, maar één gegeven, of moet ik zeggen gedachtegang, vormt daarin de piek voor mij.
Wanneer ik de weg volg van volslagen materialisme en aanneem dat alle gedachten en denkvermogen van scheikundige en één laag fundamenteler van natuurkundige aard is, waarom is het heelal en ik bedoel eigenlijk het iets, of dit nu materie is of pure energie, in zijn opbouw en complexiteit zover gekomen, dat het altijd weer die laatste vraag kan stellen?

Waardoor het allemaal gekomen is (oorzaak en gevolg) dat we weten we dan misschien straks. Hoe het gekomen is eveneens. Maar de ultieme vraag waarom is daarmee nog steeds niet beantwoord. Heeft het alles, het iets en onze rol daarin een kosmisch doel? Een reden in aanvang en een uitkomst ten finale?
Besluiten we tot het antwoord dat de waarom-vraag ten leste onzinnig is, omdat het heelal geen doel heeft maar alleen uitkomsten van een ongeleid proces, dat oneindig in alle richtingen verloopt, waarbij alleen de eigen natruurwetten als begrenzing optreden, omdat het heelal in geen enkel opzicht buiten zichzelf kan treden, dan ben ik nog niet klaar. De vraag kan wel onzinnig zijn, maar zij bestaat desalniettemin en niet als de gril van een gek. Immers, dan is er nog altijd die belendende vraag: waarom is het heelal tot die complexe substantie (mens met hersencapaciteit en denkvermogen) gekomen die in staat is tot het bedenken en stellen van die vraag, waarop geen antwoord mogelijk is? Is die vraag en dat proces dat tot die vraag komt het СmechanismeТ dat zorgt voor een ultieme dynamiek, zodat noch de volslagen entropie noch de warmte- of kennisdood ooit wordt bereikt, omdat het heelal zichzelf zonder die vraag nihileert als alles geweten wordt?

Maart 2010

Interessante artikelen

Voetbalinterviews kunnen we afdoen als entertainment. Helaas, waren ze dit nog maar een beetje. De inhoud is echter dikwijls zo zouteloos dat je er nog geen suikerkorrel mee kunt bestrooien.

Ik geef


De Russische wereldkampioene hoogspringen Isinbajeva beweert, dat wij haar uitspraken over de wetgeving aangaande homoseksualiteit in Rusland verkeerd hebben begrepen. Dit zei zij na felle reacties op


Het is een taalverschijnsel dat de betekenis van woorden verandert in de tijd. Als evenwel begrippen, die in oorsprong iets heel specifieks aanduidden te ver worden opgerekt of modieus worden gebruikt