Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Er zijn talloze wetmatigheden en berekeningen van natuurkundige, kosmologische of astronomische aard, die erop wijzen dat het heelal nog miljarden jaren of langer kan bestaan. Experts kunnen vrij exact –in verhouding tot de enorme tijdschalen- uitrekenen wanneer sterren hun laatste levensbrandstof hebben verbruikt. De uitdijing van het heelal heeft zijn grenzen en de kosmos zal uiteindelijk ten prooi vallen aan de entropie. Zelfs de tijdspanne hiervan is bij benadering bekend. Diezelfde uitdijing zal tot die eindtijd sterrenstelsels zover uit elkaar trekken, dat er afstanden ontstaan, zo groot dat zelfs het licht met de bijbehorende snelheid die kosmische distanties niet meer kan overbruggen. Sterrenstelsels zullen dan in een staat van ruimtelijke eenzaamheid terechtkomen: een kosmisch, contactarm sterfhuis Het heelal zoals wij dit nu min of meer kennen houdt dan op te bestaan, maar komt niet tot een absoluut einde. Het gaat over in een hoedanigheid die nog onbekend is, waarbij zelfs de quanta vervloeien en we misschien kunnen spreken van een profysische toestand.

Die onmetelijke tijdlijn vanaf nu naar de toekomst lijkt geen einde te kennen. Teruggaand in de tijd komen de berekeningen over de verhoudingsgewijs jonge leeftijd van het heelal uit op 13,7 miljard jaren gerekend vanaf de oerknal. Of de wetenschap hiermee ook het begin te pakken heeft, staat nog niet vast. Dat er zoiets als een oerknal heeft plaatsgevonden behoort thans tot het paradigma van de wetenschap. Het is en zal een benaderingshypothese blijven. Waar exacte wetenschap meervoudige verificatie vereist, moet worden geconstateerd, dat experimenten met oerknallen ondoenlijk zijn. De mensheid zou immers indien wel doenlijk zelf een nieuw heelal moeten scheppen en dat meer dan eens. De gedachte is niet ondenkbaar, zelfs opschrijfbaar. Het idee is niet onvoorstelbaar, maar de definitie en inrichting van wetenschap en het proces van wetenschappelijk bewijs sluiten uit, dat we er meer over kunnen zeggen of schrijven dan de weergave van onze gedachtegang in taalvorm. Zo beschouwd kunnen onze hersenen zich oneindige voorstellingen maken zonder dat we het begrip oneindigheid als zodanig kunnen bevatten. Dit hoeft overigens niet zo te blijven. Het is heel goed denkbaar dat de evolutie van onze hersenen kan leiden tot grotere of meer ingenieuze begripsmatigheid of binnen meer afzienbare tijd tot een denkvermogen, dat uitdijt en ons toegang biedt tot een grotere inzichtsruimte. Alsof de menselijke kenniskosmos expandeert net zoals het heelal maar dan op zijn schaal.

Dit leidt bij mij tot de intrigerende, maar tevens bizarre gedachte, dat, als de mens in staat zou zijn tot het verkrijgen van een totaal over- en inzicht, hij in zekere zin met zijn kennis de ruimtelijke expansie in snelheid zou inhalen en met kennis zelfs die eerder genoemde onmetelijke afstanden zou overbruggen, hetgeen de materie, zelfs op fotonniveau, niet meer zou vermogen. Vergeleken met de reikwijdte van onze huidige, chemisch en natuurkundig werkende zintuigen zouden mensen dan de kosmos letterlijk als kenbare voorstelling van hun weet-zintuig ervaren zonder er lijfelijk materieel ooit mee in aanraking te komen. Ernaar reizen en er vertoeven is dan uitgesloten, erin denken als immaterieel verblijf kan wel. Ons kenvermogen zou zich dan niet aan de dimensie tijd, maar wel aan de tijdsduur onttrekken. Instantaan weten overtreft de lichtsnelheid.

Afhankelijk van de tijd gemoeid met deze kennisexpansie kunnen latere generaties dit ervaren. Als het een evolutionaire tijdfase nodig heeft om ons brein tot zoveel kenvermogen te laten komen, bijvoorbeeld miljoenen jaren, moeten we vrezen, dat die toekomst voor mensen niet is weggelegd. Het bestaansproces van onze zon maakt dat we –met de kennis van vandaag- circa 1,5 miljard jaar de tijd hebben voordat de aarde zal worden verzengd. Zouden we er korter over doen –zeg een miljoen jaar of minder – dan is het reëel om aan te nemen, dat de mens een geheel ander wezen is geworden. De combinatie van biotechnologie, bewust gewijzigd DNA en geavanceerde neurostructuren kan leiden tot een species, die we geen zoogdier meer zouden noemen, noch een homo sapiens sapiens, maar een sapiens constructionis.

 Als het heelal een begin heeft, zegt de logica dat er ook een voorgeschiedenis kan zijn geweest. Die gedachte staat op gespannen voet met de wetenschap, wanneer we aanvaarden dat de dimensie tijd tegelijk is ontstaan met de drie ruimtelijke dimensies, evenals die zeven andere waarmee wiskundigen en fysici rekenen als zij in stringtheorieën op de bodem van de quantumfysica zoeken naar de unificatie van de bestaande vier krachten (zwaarte-, elektromagnetische, sterke en zwakke kernkracht) naar die ene superwet. Als de tijd een begin heeft, kan er van een voorgeschiedenis geen sprake zijn. Er staan dan strikt genomen nog drie denkwegen open: 1) het begin was geen begin, maar een zich repeterende fase in een eindeloze cirkelgang; 2) het begin is echt ook wat mensen logisch als een begin beschouwen: iets waaraan niets vooraf ging; 3) het heelal is 13,7 miljard geleden geschapen door een almacht die zich onttrekt aan elke fysische dimensie of voorstelling, zoals mensen die kennen.

Is die almacht het vermogen om uit niets iets te scheppen, dan belanden we in het domein van de fysica, waarbij vanuit een potentievol vacuüm middels een quantumfysische eruptie de volslagen entropie wordt doorbroken. Wordt die almacht vanuit religieuze behoeftemodellen ingevuld, dan verlaten we de wetenschap en vallen terug in een voorstelling van iets dat we niet kunnen kennen.

In geval van een ultiem begin geldt de mogelijkheid van het vacuüm als conceptie en kraambed. Maar dan moet dit als gedeeltelijk feit worden beschouwd. Het heelal heeft dan weliswaar een begin, maar het vacuüm bestond al en dus botsen we dan weer op de vraag hoe dit vacuüm is ontstaan. Strikt genomen dwaalt de mens dan rond in zijn eigen bedachte cirkelgang, namelijk dat alles dat een begin heeft om een voorgaand begin moet hebben als zou elk iets een gevolg zijn van een voorgaand iets als oorzaak. We belanden dan bij denkweg 1, die leidt tot de vaststelling dat denken in termen van een begin foutief is. Ons heelal is dan slechts een zoveelste opvolger van een aan volslagen entropie ondergegane voorganger. Het benadert de theorie van het oscillerende heelal, zoals die door niet de minste astrofysici en kosmologen wel wordt aangehangen.

Sinds kort zijn fysici de mening toegedaan, dat het heelal, dat wij kunnen zien en het deel dat we nog niet kunnen zien, bestaande uit miljarden sterrenstelsels en die op hun beurt uit biljoenen sterren en planeten, al met al nog geen 5% van de totaal aanwezige materie dan wel energie omvat. Anders gezegd: 25% van de materie en 70% van de energie onttrekken zich nog aan ons detectievermogen. Het is het gedrag van het heelal dat tot de rekenkundige slotsom leidt, dat er 19x meer energie+materie moet zijn dan onze ogen en telescopen ons tonen. Het kan zijn met enige aannemelijkheid, dat kennis over die onzichtbare heelalinhoud tot verdere inzichten leidt over het proces van de oerknal, het karakter van die oerknal en de opvolgende fases. En misschien zelfs over de vraag of er een absoluut begin was of niet.

Interessante artikelen

Tegen de hijgerige, tijdgebonden formats van tv-interviews en nieuws in vechten de kranten terug met meer duiding, uitleg en verdiepende beschouwing. Ook kranten en sommige journalistieke tijdschrifte


NRC-coryfee Hofland schrijft op 9 januari in het HRC-Handelsblad: “In 2014 hebben de gevaren die ons bedreigen scherper contouren gekregen en daarmee is nog duidelijker geworden, dat het hier ontbreek