Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Deling als ultieme oorzaak.Deling is de bron van alle beweging, verschil, materiebenoeming, leven en het polaire denken en handelen van mensen.
Polariteit: Mensen zijn meesters in polarisatie. Voor elke eigenschap, mening, situatie of standpunt hebben we wel een tegenstrijdige, alternatieve of betwijfelende pendant. Het geldt voor de materiele wereld zowel als de geestelijke, die zelf ook tegenover elkaar worden gesteld, zoals materialisten en idealisten elkaar opponeren. Het geldt voor afstanden en uitgebreidheid, voor maten en gewichten, maar ook voor normen en waarden. Die verschillen per mens, familie, groep, land en cultuur en dat onderscheid bieden ons een wereld van variatie, waaraan we evenzeer, praktisch nut, genoegen, bewondering en positieve gevoelens ontlenen als angst, afweer, obstructie en verwerping.

Dit zou alles bijeen nog niet zo erg zijn, als mensen zich gedroegen als de meeste filosofen. Deze nemen het woord tegen elkaar op, niet het zwaard. Ze kunnen een theorie of gedachtengang van andersdenkenden aanvallen en bekritiseren of het er zelfs hartgrondig mee oneens zijn, maar zij kunnen desondanks bewondering hebben voor de door die ander gevolgde gedachtengang en diens poging tot argumentatie en bewijsvoering, voor een interessante constructie of een goed uitgewerkte opzet. Pas als een filosoof een theorie ontwerpt en praktisch wil zien toegepast, die moreel verwerpelijk is (doorgaans is er dan sprake van een aantasting van wat we door de tijden heen zijn gaan beschouwen als universele waarden), gaan de haren bij zijn vakgenoten overeind staan. Dan neemt de oppositie toe, maar voor zover ik weet heeft nog nooit een filosoof een andere wijsgeer gedood om zijn denkwereld. Filosofen beseffen dat hun gedachten en rederingen ook maar een poging zijn de werkelijkheid en de waarheid te ontdekken en dat telkens weer blijkt dat ze niet alles kunnen overzien of worden teruggeworpen door de uiterste consequenties van hun denkmodel of redeneertrant.

Hoe anders treffen we dit aan bij gelovigen of politici.
Is de kern van een geloof en de bijbehorende geloofspraktijk vreedzaam en universalistisch van aard, uitleggers en aanhangers interpreteren en misbruiken oorspronkelijke teksten net zolang totdat zij passen in hun momentane bedoelingen en belangen. Hun fanatisme gaat daarbij menigmaal zover dat zij anderen het recht op hun geloofsvorm, hun hemelse of zelfs hun aardse leven ontzeggen.Is in essentie allang uitgedokterd waaraan een staatsbestuur c.q. de overheid zou moeten voldoen om het welzijn van burgers en de rechtvaardigheid te dienen, politici verketteren elkaar tot op het bot van belediging en zwartmakerij in de verkiezingscampagnes, hoewel zij nog geringe tijd voordien samen een regering vormden en dit (in Nederland regelmatig) in de nieuwe regering ook weer doen. Dit wordt meestal afgedaan als politiek wapengekletter en behorend tot politieke propaganda, maar erg verheven en voorbeeldig is het niet. Het woord politiek staat daarmee zo langzamerhand voor alles wat het niet zou moeten willen zijn: integer bestuur en consistent respect.  Het is vaak een principeloos opportunisme, dat even primitief is als de natuur. Om te overleven vreten we elkaar op, maar samen vormen we de voedselketen en die vereist een zekere balans tussen prooi en prooidieren; dus doden is als natuurfenomeen acceptabel als het de honger stilt of als gaat om het egoïsme van voortplanting via de genen, maar niet voor het genoegen of uit hedonistische overwegingen. Tenminste daar kunnen mensen een morele streep trekken.. En in dit kader geldt het ook voor het streven naar macht, naar het zijn van de bovenliggende partij, wanneer het louter om macht als instrument voor persoonlijk gewin gaat.

Zijn politici eenmaal aan de macht, dan is hun neiging groot het werk van hun voorgangers om te buigen en ongedaan te maken, ook al is de waarde daarvan bewezen: hun politieke dna moet zegevieren. Het is een vorm van politieke infanticide. De strijd om de macht kan zo hoog oplopen dat definitieve uitschakeling van tegenstanders tot op het niveau van uitroeiing van anders denkenden niet wordt geschuwd. Geloof en politiek kunnen elkaar de hand geven op dit punt. De jarenlange strijd in Noord-Ierland is van deze samengang een sprekend voorbeeld, net zoals het Israelisch-Palestijnse conflict en de lijst is niet moeilijk ui te breiden.  Het eenzijdige denken, het zwartwit denken en handelen Цwie niet voor mij is, is tegen mij- ruïneert de dialoog, verbreekt harmonieën en samenwerking en leidt tot verkettering en bloedige strijd. Mensen zijn dit zich maar al te goed bewust en toch ontkomen zij niet aan de sluipende ziekte van antagonisme. Sterker, we zoeken de confrontatie niet zelden op om er persoonlijk voordeel uit te putten, handelend vanuit eigenbelang ten koste van sociale of menslievende waarden.

Waarin schuilt die zucht naar tweedracht, naar tegenstelling en verwondende oppositie?

Is dit een kenmerk van de menselijke aard en een nog zeer sterk rudiment van onze evolutionair primitievere voorgeschiedenis, van de strijd om het voortbestaan? Komt het voort uit ons breinproces of is er een diepere grond voor tweedeling?

In zijn magistrale boek УMet alle geweld geeft filosoof Hans Achterhuis ons zes bronnen voor de menselijke neiging tot en praktisering van geweld. Deze zijn (Achterhuis 2008, blz 45)

  • het doel-middelendenken;
  • de mimetische begeerte;
  • de spanning tussen moraal en politiek;
  • de dierlijke natuur van de mens;
  • de strijd om erkenning;
  • het wij/zij-denken.

De eerste vier perspectieven of oorsprongen, zoals Achterhuis ze aanduidt, selecteerde hij tijdens een filosofische zoektocht. De laatste twee perspectieven doemden voor hem op uit discussies en kritieken op zijn tekst.

Met korte citaten zal ik hier aangeven, waarom Achterhuis in deze zes punten oorsprongen van geweld ziet. De lezer, die zich wil verdiepen, kan ik het boek Met alle geweld ten zeerste aanbevelen. Het is een schatkamer aan inzichten in menselijke beweegredenen voor bepaalde gedragingen en attitudes en als zodanig uiterst leerzaam voor de praktijk van communicatie en intermenselijk verkeer.

Het doel-middelendenken: op weg naar het doel Цen dat kan veel verschillende invullingen krijgen: van overleving en zelfverrijking tot een verheven ideaal- wordt de medemens, die men op zijn pad aantreft,algauw als een lastig en vervelend obstakel gepercipieerd. Geweld is dan een perfect middel om hem of haar opzij te schuiven of te elimineren.

De mimetische begeerte: de oerhorden van hominiden zou gekenmerkt zijn geweest door een voortdurende mimetische strijd van allen tegen allenЕ.Alle oermythen en religieuze rituelen en offers vertellen en herhalen telkens weer, op een verborgen en verdraaide wijze, het mysterie van de gewelddadige oorsprong van de cultuur.

(Achterhuis verwijst hier vooral naar het werk van wetenschapper en filosoof René Girard, die in Wat vanaf het begin der tijden verborgen was (1990) het mimetische karakter van de menselijke begeerte aan het begin plaats van onze cultuur).

De spanning tussen moraal en politiek; het onbedachtzaam toepassen van persoonlijke morele waarden en de collectieve politieke realiteit kan tot gewelddadige rampen leiden Het geweld van de moraal kan zich langs vele wegen in de politiek manifesteren. Het zwart-wit denken dat de wereld in goeden en slechten verdeeld is er één van, de nadruk op het zielige slachtofferschap van personen en groepen een andere. De rol van de media in dit soort processen wordt steeds groter.

De dierlijke natuur van de mens: evolutionair gezien blijkt de moraal verbonden met zelfbedrog.

De strijd om erkenning: (Achterhuis volgt hier de Duitse filosoof Hegel) de oorspronkelijke strijd om erkenning eindigde volgens Hegel in de onderwerping van het ene bewustzijn aan het andere. Er ontstond een maatschappelijke hiërarchie van meester en slaaf, van hoog en laag, die de strijd om erkenning in min of meer vreedzame banen leidde.

Het wij/zij-denken: steeds werd de eenheid van de eigen groep gesmeed door een vijand te construeren van wie men zich kon onderscheiden.

Doel-middelendenken, nabootsing, moraal, onze evolutionaire afkomst, erkenning en wij/zij-denken lijken op het eerste gezicht weinig gemeen te hebben. Wanneer deze geweldsbronnen vanuit de doelstelling overleven worden beschouwd verschijnen ze als takken aan een stam. In de strijd om voedsel is het begrijpelijk en beredeneerbaar  het andere dier of die concurrerende mens als hindernis te percipiëren als van een overaanbod aan prooidieren of weidegronden geen sprake is. Hetzelfde geldt bij voortplanting: de ander staat tussen jou en de beste genenpartner of genenoverdracht, waarbij zelfs het doden van de kinderen van de vorige partner of leider zowel bij mensen als dieren als strategie voor komt..

Nabootsing, het willen begeren wat de ander heeft, toont ook het strijd- en bestaansbelang. Bij het wij/zij-denken worden bescherming en veiligheid gezocht binnen de groep, die gezamenlijk tot meer weerstand in staat is tegen vijanden dan een wezen in zijn eentje vermag. De dierlijke natuur is een rechtstreekse voortzetting van de rauwe strijd om het voortbestaan. Daarover zijn de (evolutionair-) biologen het volslagen eens. Wat tot nadenken stemt, is de praktijk van het onnodige doden of martelen, waarin mensen veel verder gaan dan dieren en zich bijna paradoxaal УondierlijkФ gedragen. Het menselijke vernuft laat zich hierbij van zijn slechtste kant zien.

Erkenning als lid van een familie of een stam is een eerste voorwaarde voor een zekere geborgenheid. Wie niet erkend wordt en als paria wordt behandeld, weet zijn bestaansgrond en Цrecht bedreigd.

Moraal is nog het moeilijkst aan onze evolutionaire afkomst toe te wijzen. Tot voor kort werd moraliteit vooral gezien als een typisch menselijke eigenschap. Normen, maar zeker waarden komen in de natuur als zodanig niet voor en ontspruiten aan onze reflectie,  intellectuele niveau en denkvermogen en afspraken. Tot voor kort, want inmiddels wijst onderzoek bij dieren er steeds meer op dat ook zij over moraal beschikken en bijvoorbeeld altruïstisch gedrag vertonen. De Nederlandse onderzoeker, professor De Waal, heeft wereldfaam verworven met zijn bevindingen op dit terrein bij apen. Al maken sommige filosofen het weer lastig door altruпsme in zijn puurheid te ontkennen en te bestempelen als een gedragsvorm die toch steolt op eigenbelang.

De bronnen van geweld kunnen meer of minder worden teruggevoerd op onze (voor)geschiedenis als product van een competitieve evolutie, waarin geweld het overlevingsdoel dient en daarmee inherent lijkt te zijn aan de continuïteit van het bestaan der soorten. Dit verontschuldigt ons niet - we kunnen inmiddels verder denken - maar verklaart veel.

Het lijkt erop alsof moreel gedrag een overlevingsfactor wordt naarmate de intelligentie toeneemt en daarmee een hogere vorm van evolutionair gedrag wordt dan het primitieve rauwe knauwen.

Toch gebruik ik het bovenstaande om een ander perspectief in te leiden. Leven vergt actie tot leven en dat brengt strijd met zich mee. Het Darwinistische principe van de aanpassing toont niet alleen die strijd, waarbij de antilope zijn loopvermogen opvoert om de snelle jaguar te ontkomen, die op zijn beurt zijn snelheid weer omhoog brengt, maar laat die tweekamp ook zien tussen levende wezens en onbezielde natuur, waarbij het dier of de plant zich aanpast aan bijvoorbeeld droogte of hitte en bij succes de natuur als het ware een beetje verslaat, al heeft die alles omvattende natuur daar zelf geen weet of pijn van.

Het gaat bij voortduring over een situatie, waarbij er sprake is van een jij of ik-relatie. Van het ene zijnsfenomeen tegenover het andere als het om zielloze dingen gaat. Ook in de anorganische of kosmische natuur vinden we deze betrekking voortdurend terug. De sterke vloed spoelt het strand weg. De harde regen erodeert de bergen en voert via de rivier vanaf de bovenloop weer sediment aan op strandniveau. Tektoniek leert ons, dat landmassaТs scheuren, waardoor aardbevingen en diepe kloven ontstaan, maar ook weer botsen, waardoor bergen worden gevormd. Dynamiek bestaat bij gratie van verschillen, van botsende, niet harmoniserende krachten.

Op nog grotere schaal zien we dergelijke verschijnselen in de kosmos. Pure, plasma-achtige energie klontert samen tot deeltjes, die bijeengebracht in grote gaswolken weer verdichten tot  sterrennevels en verder tot sterren, die miljarden jaren kunnen voortduren als de binnenwaarts en buitenwaarts gerichte drukken redelijk in evenwicht blijven om uiteindelijk uiteen te spatten of te imploderen, daarbij de biotoop heelal weer van nieuwe energie en deeltjes voorzienend.

Duid ik hierbij niet gewoon op het bestaan van dynamische processen, van oorzaak en gevolg en van de eeuwig lijkende cirkelgang van opkomst en ondergang, zoals we die kernachtig op mensen betrekking hebbend weergeven met de zegswijze: uit stof zijt gij geboren, tot stof zult gij vergaan? Dit bestaan, dat proces, die cirkelgang erken ik uiteraard, maar dat hele pandemonium is alleen maar mogelijk op basis van de tweedeling, van de verbroken eenheid.

De verwoestende dichotomie
In den beginne was het heelal precies wat we met heelal treffend aanduiden: het allesomvattende. Voor wat we nu weten Цen weten is tot nu toe niet volledig en absoluut- omschrijven we dit begin als een singulariteit; en soort verdwijnpunt, waar de krommen van tijd en ruimte oneindig worden en tegelijk alle energie tot een  miniem punt is samengebald. Dit punt is zo geconcentreerd, dat voor de oerknal geen tijd bestond en ook geen ruimte. Het ruimtecontinuüm als term voor een omstandigheid waarin tijd en ruimte absolute waarden krijgen bestond nog niet. Lokaliteiten, waarin ruimte en tijd als relatieve begrippen optreden bestonden evenmin. Zij zijn uitingen van het deelal, niet van het heelal.

Die oorsprong van eenheid is nooit verloren gegaan, hoezeer het heelal ook in plaatselijke brokstukken en sterrenhopen of subatomaire deeltjes of superstrengen is verdeeld en hoezeer ook het heelal is uitgebreid en nog doende is te expanderen.

Die eenheid blijkt uit de kosmische achtergrondtemperatuur, die de afkoeling vanwege die expansie van het heelal laat zien van de onvoorstelbare beginhitte van tientallen miljoenen graden naar een minieme 3 graden boven het absolute minpunt van -273 graden Celsius.

Die eenheid blijkt ook uit het feit, dat licht ons nog steeds bereikt van sterren of verstervingen, die meer dan 13 miljard jaren geleden plaatsvonden, zodat we oog in licht staan met de oudste en tegelijk vroegste verschijnselen, die vlak na die oerknal optraden.

Die eenheid blijkt verder uit het experiment van Alan Aspect, die het gedachte-experiment van Einstein bekend onder de Einstein, Podolski, Rosen (ERP-experiment) beproefde en vaststelde dat de eenheid van een fotonenpaar dat met de lichtsnelheid uiteen wordt gedreven behouden blijft, ook al vliegen die fotonen uiteen met de lichtsnelheid, zodat een (informatief) contact onmogelijk lijkt, want dat zou via een overdrachtsvorm met een onbestaanbare snelheid groter dan het licht tot stand moeten zijn gekomen. Dit experiment duidt op een soort eenheid van weten (instantane kennis of contact), die de non-lokaliteit ofwel het zich bevinden op onoverbrugbare (informatie)afstanden van elkaar teniet doet.

Het heelal is nog steeds een eenheid en wat wij mensen bestuderen is het deelal vanwege de onvermijdelijke positie die wij innemen en dat is die van het zijn van een onderdeel.

Onze gedachten en onze wetenschappelijke experimenten kunnen ons dan wel tot de grenzen van het fysieke heelal en zijn wetmatigheden voeren, dit neemt niet weg dat we het heelal als geheel niet van buitenaf kunnen overzien. Als onderdelen stromen we mee in de rivier van tijd en gebeurtenissen. En we zijn middels ons reflectief vermogen in staat onze waarnemingen om te zetten in inzichten, maar we zijn tegelijk een deel van die voortgang en daarmee van de ontwikkelingen. We ervaren de stroom en vormen de stroom ten dele.

De kennis die we opdoen via onze waarnemingen en experimenten die op hun beurt ook werkelijkheidsgehalte krijgen binnen ons waarnemings- en verwerkingsvermogen zijn lokaal gebonden, dat wil zeggen ze vinden plaats in ons moment en onze plaats binnen het ruimtetijdcontinuum. Als we het licht ontvangen van 13 miljard jaar oude sterren ervaren wij ze in het nu, vanuit toen gezien in de toekomst, maar we kijken in het verleden. We weten inmiddels dat tijd niet absoluut is en ruimte evenmin. Ze zijn dimensies van die grote eenheid: het continuьm.

Al die waarnemingen en al die verschillen in de natuur en de kosmos maken het mogelijk de wereld te zien, te benoemen en te bewonderen. We betalen echter een hoge prijs, want die fragmentatie is niet alleen de grondslag van het gesubjectiveerde heelal, het is ook de basis voor alle geweld en confrontatie. Betekent dit dat we ons in ons lot moeten schikken en deze verscheurdheid, die schoonheid en verwoesting als gevolg heeft, als onoverkoombaar gegeven moeten aanvaarden of is er een uitweg, juist omdat die kosmos in mensen, begiftigd met besef- en reflectievermogen, zich heeft ontwikkeld tot een entiteit met bewustzijn en zelfbewustzijn?

In gedeeltes en fracties
Eigenlijk zijn er drie lagen van deling als het gaat om het menselijke denken en handelen.

Ten eerste is onze kennis partieel-individueel. Een enkeling beschikt over die kennis, die het gevolg is van zijn erfelijke vermogen tot kennis (talent, aanleg) en zijn sociaal-culturele opgroei en opvoeding. Een ieder is een kind van zijn ouders, zijn omgeving en zijn tijd. Eenvoudig gezegd; een mens weet niet alles wat er te weten valt.

Ten tweede is onze kennis partieel-collectief. De mensheid beschikt over een totale hoeveelheid kennis, waaraan we allemaal deelachtig kunnen zijn, maar wat door geen mens als geheel kan worden overzien. Die veelheid heeft de homo universalis tot verleden tijd gemaakt. Een beperkte intellectuele elite heeft op zijn best een notie van wat er allemaal te weten en kennen valt voor zover we het ons eigen maakte, maar wat er allemaal nog te kennen valt, bevindt zich in het intrigerende duister van de toekomst. We weten wat we nu weten, meer dan vroeger, minder dan -naar verwachting- in de toekomst. Ook het collectief weet derhalve niet wat er geweten wordt, want dit collectief is geen eenheid maar verdeeld over miljarden breinen. En van dit brein weten we dat het op zich weer is verdeeld en dat een deel van onze kennis of die informatie tot bewust tot kennis kan worden getransformeerd buiten onze bewuste vermogen valt. Een deel van ons brein is bezien eerder eigenaar van ons dan wij van dit breindeel.

Ten derde valt de kennis van dit collectief binnen de begrensde reikwijdte van onze waarnemingen, aangevuld met de technologische apparatuur waarmee we onze waarnemingen versterken en geholpen verder doen reiken dan onze eigen fysieke begrenzingen. Inmiddels kan de mensheid al wel steeds dieper terugkijken in de geschiedenis van de aarde en het heelal en krijgt we zicht op ver in de toekomst gelegen potentiële gebeurtenissen, maar hoe we het ook wenden of keren het blijft een gedeeltelijk waarnemen en dus ook een onvolledig kennen. Zoals eerder opgemerkt; we bestuderen de facto het deelal.

Dit gegeven vinden we terug in de grondslagen van ons denken en in onze communicatie c.q. de uitwisseling van informatie. Het onvermogen het geheel te kennen als levensessence. Laat ik dit uitleggen.

Mensen communiceren bij gratie van verschillen en het maken van onderscheid. Als we elkaar in de jungle willen waarschuwen dat er gevaar dreigt, is het weinig doelmatig te roepen: dier! Dier wat dier? Planteneter of roofdier? Dus is het zinvol de antilope te onderscheiden van de leeuw. We herkennen de vorm en de verschillen, geven deze СbetekenisТ en kunnen via de naam verduidelijken om welk dier het gaat, onder de voorwaarde van een gemeenschappelijke betekenisafspraak, aangeduid als isomorfisme. Voordat onze naamgevende taal ontstond, waarschuwden we elkaar zeer waarschijnlijk door klanken of lichaamstaal, zoals dieren dat ook veelal doen, maar dat maakt voor dit voorbeeld niet uit.

Om ons te verduidelijken hebben we onderscheid en verschillen nodig. Dat vinden we ook elders in de fysieke natuur. De receptuur van ons DNA zorgt dat er een groot aantal verschillende cellen ontstaat, die weer samenbundelen tot uiteenlopende organen. Zou dit diversificatieproces niet plaatsvinden dan waren we één pot nat. Een niveau kleiner dan het organische celniveau vindt het onderscheidende proces ook plaats op atoomniveau, waarbij de uiteenlopende samenstellingen van kernen en omringende elektronen leiden tot de te onderscheiden elementen en eigenschappen hiervan.

Diversificatie als gevolg van aanvankelijke deelvorming maakt constructies mogelijk. De natuur geeft ons een fantastisch schouwspel van de oneindige vormen en bouwwerken en ook verschijnselen, die ontstaanbaar zijn. Ik vermijd hier het woord Сvoorstelbaar.Т Die diversificatie leidt op haar beurt tot complexiteit. Of het in de natuur besloten ligt dat de eenheid weer wordt hersteld weet ik niet, maar feit is dat onmiddellijk na de oerdeling het samengaan en verbinden een aanvang nam. We kennen dit als in-form-are, constructie en structuur. Ik spreek van oneindige vormen, omdat de natuur nog lang niet is СuitТgeconstrueerd en het er zelfs op lijkt dat de mens met zijn denkvermogen als (voorlopig bij ons weten) toppunt van complexiteit extra kunde toevoegt. Neem het volgende voorbeeld, dat Stuart Kauffman, voormalig hoogleraar biochemie ons voorhield in het boekwerk "De komende vijftig jaar" (2002: Wat is leven?).. Er zijn 20 aminozuren, die in combinatie een scala van eiwitten kunnen doen ontstaan, die elk een eigen eigenschap bezitten. Keten van 200 of meer aminozuren zijn geen uitzondering. Het aantal variaties kan derhalve oplopen tot 20 tot de macht 200. Wie bedenkt dat kosmologen het aantal atomen in het heelal schatten op een aantal van 10 tot de macht 80 beseft welk een onvoorstelbaar aantal verschillende eiwitten mogelijk zijn.

Er ligt nog een verwonderenswaardige wereld voor ons dankzij al die deeltjes en verschillen, een wereld die des te leefwaardiger zou zijn als we verschillen niet zouden hanteren als wapens in de strijd om macht en eigen belang.

Achterhuis noemt zes grondslagen of oorzaken voor geweld. Deze behoren niet alle tot de historische evolutie. Tot die voorgeschiedenis behoren onze dierlijke natuur (de harde strijd om de eigen genen te doen zegevieren), de strijd om erkenning (de dominante man of aantrekkelijkste vrouw maakt de beste kans op de beste genenpartner) en het wij-/zij-denken ( naast het eigenbelang de voortbestaansvoordelen van het groeps- of stambelang). Wellicht dat ook de mimetische begeerte bij dit drietal moet worden gerekend, maar het doel-middelen denken is van de -evolutionair gezien- moderne tijd en pas opgekomen met het bewustzijn en ratiodenken. Hetzelfde geldt voor het spanningsveld moraal en politiek. Moraal kan ook al bij dieren worden aangetroffen, maar politiek niet.

Aan de evolutionaire gronden voor geweld heeft de mens er dus twee tot drie toegevoegd.

Als het nu zo is, dat mensen zich van geweld bewust zijn, moeten zij ook in staat zijn in te zien wanneer geweld contraproductief is en het primitieve voortbestaansdoel niet langer dient. Evengoed als dat diezelfde mens kan inzien dat deling een kosmische voorwaarde is voor elke vorm van dynamiek en onderscheid met alle esthetische waarden van dien. De ultieme eenwording is misschien nooit weggelegd en moet even misschien wel nooit worden nagestreefd. Immers wie alles overziet en weet en daarmee het heelal (en voor mijn part al die andere heelallen, zo ze er zijn) tot één kennisfeit terug brengt, die kent verleden en toekomst en heeft geen reden meer tot onderscheid, want hij valt samen met alles wat er is. Wie alles weet, verliest het denken. In analogie met de warmtedood bij volledige entropie is hier dan sprake van de denkdood; hetgeen fysiek-energetisch op hetzelfde neerkomt. (Als deze gedachte wordt doorgetrokken naar de vermeende almacht van goden moesten die wel een schepping realiseren, anders bestonden ze niet voor zichzelf).

Behalve de voor het leven voorwaardelijke verschillen zou de mens de negatieve kant hiervan kunnen pogen uit te sluiten door tegenover dat confronterende fractionisme een eenheid van harmonie te stellen. Die eenheid wordt, zoals bovenstaand betoog blijkt, niet gevonden in de kosmos na de oerknal, maar ligt in het nabije verschiet, vooropgesteld dat de mensen in staat zijn met hun rationeel besef die eenheid gestalte te geven. Naar mijn mening ligt die gestalte de term klinkt me eigenlijk te klassiek materialistisch- in abstracties. Die producten van de natuur die pas ontstonden met het niveau en het vermogen van het menselijke denken. Hiermee acht ik materialisme en idealisme geen tegenstelling, maar aanduidingen van een fenomeen, waarbinnen geen confrontatie bestaat, wel een vloeiende verbinding. Wij mensen brengen die scheiding aan, de natuur niet.

Deze abstracties hebben we al benoemd: het zijn de universele waarden. Deze dienen met maximale intelligentie te worden uitgewerkt en met wijsheid te worden toegepast.

Als een vooruitgang in deze richting al niet voldoende zou worden gerechtvaardigd of kunnen worden beargumenteerd vanuit de poging geweld en antagonisme uit te bannen, dan kunnen we Цbijna paradoxaal?- de reden nog vinden in het ouderwetse overlevingsprincipe. Hoe het eigenbelang of groepsbelang wordt verdedigd dan wel bevochten kan dagelijks worden geconstateerd: het is ik tegen zij. Hoe het stam- of volksbelang als groter defensieargument kan dienen levert ook momentane voorbeelden op: het is dan wij tegen zij.

Maar hoe we het voortbestaan van de mensheid als ultieme overlevingsstrategie moeten dienen, kon wel eens gelegen liggen in onze nieuwste aanwinst: het hersenvermogen dat ons het besef geeft dat deling naast ellende schoonheid en bewondering brengt en dat alleen het besef van de oorspronkelijke eenheid die schoonheid en bewondering duur geeft.

23 april 2010

Interessante artikelen

Mijn vorige blog is meer dan ooit doorgemaild. Dank u wel. Zij ging over de bankierseed die alle bankmedewerkers nu moeten afleggen. Die eed is mooi, goed en nietszeggend. Het spijt mij. U kent de men


In Syrië woedt een godsdienstoorlog. Deze burgeroorlog is een landenoorlog geworden door het binnenvallen van Irak door IS en wordt  verder uitgebreid tot een ouderwetse volkerenoorlog doordat westers


Tenzij er in de laatste week dramatische veranderingen komen stevent de verkiezingsuitkomst af op een informateurspartijtje eindeloos klaverjasssen met vijf deelnemers. Die dramatiek moet dan komen ui