Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Hetleven moet toch een doel hebben is de overheersende gedachte bij het merendeel van de mensen. Om welke reden zou dit zo moeten zijn en zou dit van buiten onszelf dienen te komen? Voor seculier denkenden, de godvrijen, is ons bestaan niet imperatief. We zijn er en met dat nuchtere feit moeten we leren leven. Gelovigen achten zich het hoogtepunt van de schepping Gods en in dankbaarheid en dienstbaarheid ligt het doel met als beloning eeuwig leven vooe wie zich godvruchtig gedraagt. Cruciaal is de bewijsvoering dat er een schepping heeft plaatsgevonden.

Religieuzen hanteren als argument om het bestaan van God aannemelijk te maken onder andere het zogenaamde finetuning argument. Het gaat hierbij om een scala van uiterst precieze verhoudingen in het heelal, die al vanaf de oerknal uitkwamen op een zodanige combinatie, dat bijvoorbeeld koolstofatomen of andere elementen konden ontstaan, die we voorwaardelijk achten voor het ontstaan van menselijk leven. Wetenschappers hebben berekend, dat de kans op de kosmologische constante, één van die noodzakelijke uitkomsten, 1 op 10 tot de 53e macht is. ( 10 53). Sommige kosmologen zijn van mening dat die kans zelfs nog beduidend kleiner zou kunnen zijn. Het moet als onwaarschijnlijk worden bestempeld dat het geheel van al die precieze ratio's zomaar tot stand is gekomen. Edoch, van zomaar is evenwel helemaal geen sprake.

Nuchterhalzen en seculieren reageren hierop o.a. met het anthropische principe. Dat komt kort door de bocht neer op Unnieke verhoudingen of niet, het is zoals het is. Was het anders gelopen, dan waren wij mensen er niet geweest om het te constateren. Het mag dan een superkleine kans zijn geweest, maar zoals we zelf constateren is het die uitkomst wel geworden.

Religieuzen, zeker de monotheïsten, vinden op basis van die kansberekening dat een natuurlijk, ongestuurd proces leidend tot leven volstrekt onwaarschijnlijk is. Er moet een sturende hand zijn geweest, die het heelal zo heeft afgesteld dat het tot leven komt en dat is in de monotheïstisch religies de enige en onaantastbare, almachtige God. De schepping is een creatie van dit Opperwezen als goddelijke constructeur, die zelf geheel en al buiten die werkelijkheid bestaat en ook buiten de tijd, want de dimensie tijd startte toen het heelal aanving tegelijk met de inmiddels tien andere ruimtelijke dimensies. God heeft en kent geen tijd, heeft geen ruimtelijke maten, geen gestalte, maar is almachtig, in staat tot alles en beschikt daarmee over een superpotentie. Als men de schepper depersonaliseert, nadert dit heel dicht het quantumfysische concept, waarbij energie en materie tevoorschijn floepen uit een entropisch vacuum. De discussie is dus terug te voeren tot drie rederingen: 1) de kans op leven als voortkomend en gebaseerd op precieze verhoudingen moet statistisch als onvaardbaar klein worden beschouwd; 2) zomaar ontstaan maakt de mens tot een toevalsfactor en daarvoor zijn mensen te hoogstaand en 3) de mensheid als zodanig is niet het resultaat van een bewuste doelstelling.

 

De andere kant van hele grote getallen

 

Het zijn echter juist die onvoorstelbaar grote getallen en subtiele verhoudingen, die tegenovergesteld aan de religieuze uitleg de waarschijnlijkheid van het kosmische proces zonder doelgerichte sturing aannemelijk maken. De wiskunde of ons rekenstelsel geeft een aanwijzing om te beginnen. Wij schrijven niet 1 tot de 53e macht maar 10 tot de 53e macht. 1 kunnen je eindeloos vermenigvuldigen, maar het wordt nooit meer dan 1. Optellen kan uiteraard wel. Dan krijg je erg veel van hetzelfde. We kunnen een biljoen atomen optellen bij een mbiljoen atomen, maar dan hebben we alleen meer van hetzelfde. Zou een foetus bij de celdeling slechts dezelfde cellen (re)produceren, dan zou er niet meer dan een klompje eenheidsmaterie ontstaan. De variatie aan cellen, de veelvormigheid van constructie en organisatie met elk hun functionaliteit herbergen het leven. Ook het ontstaan van organische materie als zodanig vereist een variatie van ingrediënten.

Om tot de mogelijkheid van een samengestelde vermeerdering te komen moet er sprake zijn van verschillende elementen of componenten. Wel die zijn er in overvloed. Wetenschappers hebben ook berekend dat het heelal 10 tot de macht 80 (10 80) atomen bevat. Dat is een immense hoeveelheid, maar –en dit is essentieel- tegelijk een verzameling van soorten atomen en subatomaire deeltjes met elk unieke eigenschappen, die zich in een veelheid van combinaties en tijdsduur kunnen manifesteren. Het heelal is conglomeraat. Die veelheid en die variatie door verbindingen maken meer combinaties mogelijk dan er atomen in het heelal zijn. Ter illustratie moge dit gelden. Ik ontleen dit voorbeeld aan theoretisch bioloog Stuart Kauffman. We kennen een 20-tal aminozuren, dit zijn de bouwstenen van enzymen, proteïnen en eiwitten en daarmee vormen ze de grondslag van leven. Aminozuurketens van 200 zuren zijn heel gewoon, waarbij de rangschikking kan variëren. Het aantal mogelijke ketens met elk een eigen eigenschap of functionaliteit is dus 20 tot de macht 200. (20 200) Een hoeveelheid onvoorstelbaar veel groter dan het totaal van atomen. Uit die reeksen aminozuren blijkt al hoezeer het verbindingsproces in complexiteit kan toenemen. Het totale heelal is in feite een structuur van verbindingen en betrekkingen.

Om tot leven te komen moesten de basiselementen eerst verbindingen aangaan. De kans op een ‘samenwerking’, die achteraf de moederbron van alle levensverbindingen zou blijken, is ook weer zeer klein. Dit voedt andermaal het idee van de onwaarschijnlijkheid, maar een ander enorm getal geeft ons een haalbaar perspectief. Het is de factor tijd en dat wordt vaak over het hoofd gezien; juist ook omdat deze beproevingstijd zo onvoorstelbaar lang is.

Als de aarde 4,5 miljard jaar geleden of daaromtrent is gevormd en de eerste verbindingsdynamiek start, verstrijken er 2000 miljoen jaren, voordat er verbindingen zijn, die er op hun beurt weer fiks lang over doen, aleer er eukariotische cellen ontstaan, die biogenetisch vermogen hebben.

Stel die beginperiode van al die verbindingspogingen bijeen op een tijdverloop van 1 miljard jaar. 1000 miljoen jaar van trial and error. Elk moment vinden er pogingen tot fusies en versmeltingen plaats op diverse plekken. Elke seconde wel ergens in die oersoep. Het is in werkelijkheid een continu proces van foetale complexiteit. In totaal gaat het dan om 31.404,6 biljoen secondes of pogingen tot klonteren. Aangezien het op verschillende plaatsen gelijktijdig kon gebeuren, ligt dit aantal in werkelijkheid nog veel hoger. Dat is, het zij nogmaals gezegd, zo’n onvoorstelbare hoeveelheid pogingen, dat het helemaal geen verwondering wekt, dat het een keer slaagde, vooropgesteld dat het tot de mogelijkheden behoorde. Een belissende voorwaarde is dan nog dat het als zodanig mogelijk tot verbindingen te komen. Dus dat het besloten lag in de aard van de materie. Dit nu is onmiskenbaar gebleken. Anders zouden er ook geen gelovigen zijn.

 

Dit is voor mij geen redenering conform het anthropisch principe. De kosmos is geen product van onze constatering. Het is het resultaat van een proces, waarvan we beginnen te bevroeden wat de conceptie zou kunnen zijn geweest. Wij staan tegenover een spiegel, de kosmos niet. De spiegelende kosmos laat ons gewaarworden van onszelf en we hebben het vermogen die weg van wording terug af te lopen.

Kern van de organische fase is, dat er een verbinding tot stand kwam met als eigenschap het vermogen tot zelfreplicatie. Als men redeneert, dat dit resultaat het doel van het proces was, dan kan men het geen incident noemen. Het lag immers besloten in de gang van zaken, in de samenloop van omstandigheden. Maar dit fysische proces had geen doel. Het kent wel een uitkomst. Het verbindingsresultaat was een onvermijdelijkheid. Als die trials en errors omvatten helemaal geen errors. Ja, van ons uit geredeneerd als het vooropgezet was om leven te creëren. Als je leven wil construeren en je stelt je een doel in de tijd en de investeringen, dan is elke mislukte poging een error. Maar er was geen sprake van doel tot leven. Er was ook geen investering. Energie wordt immers niet minder of meer, maar kent alleen omvormingen. En er was ook geen tijdverlies, want er was geen plan met tijdgrenzen en resultaateisen. Was er dan ten minste sprake van toeval? Nee, ook dit niet, als met toeval onvoorzien wordt bedoeld of het onberekenbare gebeuren. Ten tijde van de constructieperiode viel er niets te voorzien. Het denken, plannen of reflecteren moest als proceskwaliteit nog worden ‘geboren’. En achteraf blijkt het op zich ook niet onberekenbaar; de ene groep komt de zaak rekenkundig beschouwend tot onwaarschijnlijkheid, de andere tot het tegenovergestelde, zoals ik in dit artikel de zaak benader. Het was een samenloop van omstandigheden, waarop kwalificaties vanuit ons denkvermogen verder niet van toepassing zijn, behalve als we er achteraf, nu dus, over nadenken en een en ander benoemen in ons semantische systeem.

Materie, juist ook op het allerkleinste niveau, heeft als fundamentele eigenschap het vermogen tot samengaan en afstoting en in het verlengde daarvan tot complexiteit. Hier op aarde heeft dit type proces geleid tot ons soort complexe constructies, omdat deze gang van zaken enige duizenden miljoenen jaren kon doorgaan onder omstandigheden die hiertoe gunstig waren. Een deel van die omstandigheden werd nota bene door het proces zelf veroorzaakt. Het hele proces als proces kan als een vorm van maagdelijke ontvangenis en een lange draagtijd worden getypeerd.

Of er elders in het heelal ook vormen van menselijk leven bestaan weten we niet. Ook hier weer geldt, dat er enorme aantallen in het spel zijn. Het heelal bevat honderden miljarden zonnen met minstens zoveel planeten, verdeeld over miljarden melkwegen, zodat de kans op leven ergens anders in het heelal zonder absolute zekerheid als realistisch kan worden aangemerkt. Het kan een levensvorm zijn, die afwijkt van de onze maar die niettemin als leven door ozu kunnen worden betiteld.

 

Er is doel genoeg.

 

Zoals in het voorbeeld van aminozuren zijn de combinatiemogelijkheden bijkans eindeloos. De natuur heeft ze bij lange na niet eens allemaal uitgeprobeerd. De tussenvorm onderweg die we mens noemen is binnen die kosmische procesmogelijkheden nu op zijn manier bezig met het maken van nieuwe chemische verbindingen en wie weet nog wat meer straks. Wij weten zelf niet eens met welk einddoel en kennen het eindresultaat evenmin. Hier en daar op de korte termijn nog wel, zoals verbindingen voor sterkere materialen, voor medicijnen die nu nog onbehandelbare ziektes zullen gaan uitbannen of biochemische combinaties die de levensduur verlengen, maar waartoe en met wat we bezig zijn op de lange termijn gezien weten we niet. Zelfs met onze bijzondere hersenvermogen, met besef van het proces en het begrip toekomst hebben we nog niet uitgemaakt waarheen we op weg zijn. Mensen mogen zich dan wel bewust zijn van een doel op korte termijn, maar we zijn niet het proces zelf, maar er onderdeel van. We zijn zogezegd op reis met onbekende bestemming.

7 Miljard mensen op weg naar de 10 miljard vormen samen een gigantisch complex van hersenen en kennisgroei. Onze toenemende kennis van de genetische code, van de werking van DNA, van de diepere functies en werking van het brein en van de quantumnatuur brengt ons verder op die weg van het Rijk der Verbindingen, omdat we er steeds meer achter komen hoe het werkt.

Als ik mij ergens aan verbonden moet weten, dan is het aan dit proces en nog wel als miniem onderdeel ervan. Is doelloos leven dan niet waardeloos en daarmee ons hele bestaan rijp voor nihilisme? Naar mijn mening in het geheel niet. Om te beginnen kunnen wij ons wel degelijk doelen stellen tijdens de duur van ons leven. Een verder weg liggend doel kan het voortbestaan van de menselijke soort zijn. Planten en dieren kennen dit al. We noemen dit overleven. Nog mooier is het voortbestaan van de menselijke soort, maar dan zonder diens mensonwaardige terugval in gruwelijke gewelddadigheden, in de rauwheid van de natuur. Vermenselijking tot een hogere kwaliteit lijkt mij een buitengewoon nastrevenswaardig doel. De natuur en het heelal kennen middels de Tweede Wet van de Thermodynamica een nietsontziend verval als eindresultaat. Het zou een prestatie van de eerste orde zijn als de mensheid in zijn tijd van bestaan dit verval kan stoppen. Ik bedoel dan op de schaal van ons vermogen en binnen de actieradius van ons leven. De natuur en de kosmos met die meedogenloze wet zijn vooralsnog buiten stuurbaar bereik en het is een filosofische discussie waard om te bespreken of dit misschien maar goed is ook. Het hele ontstaansproces is een fenomenaal fenomeen. Dat geschiedenisboek ontdekken door terug te lezen en zelfs te beschrijven omvat een ongemeen boeiende speurtocht. Het vraagt het uiterste van ons op intellectueel niveau en in feite om een samenwerking (lees: verbindingen) van tot nu toe ongekende complexiteit. Niks waardeloos, niks nihilisme. Water heeft geen doel, wel een onmisbare functie, zeker als het om leven gaat. Zuurstof net zo en er is meer. Het menselijke denken, de schat en bron die reflectie is, heeft een vergelijkbare functiewaarde, waarvan de optimalisatie ons doel kan zijn. Wie het denken stopt, wie kennisvergaring in de boeien slaat, dient de ontmenselijking en is zodoende tegennatuurlijk bezig. De natuur biedt ons een open, zelf te bepalen doel en de dimensies energie en tijd geven er ook nog dynamiek aan mee.

Interessante artikelen

Zoals in zovele vakken zijn beroepsbeoefenaren vooral geneigd te lezen wat vakgenoten en wetenschappers uit dezelfde discipline ontdekken en publiceren. Communicatoren zouden zich ervan bewust dienen