Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

X, je vroeg me een tijd terug: denk je dat ik ooit het geluk nog eens ontmoet?

Ik beloofde toen met een antwoord te komen, maar had daar enige tijd voor nodig. Hier is mijn antwoord. Het zal niet zijn wat je indertijd verwachtte. Jij duidde, meende ik, op de mogelijkheid in je horoscoop na te gaan of het levensfortuin je nog eens zou toelachen. Weet dat een horoscoop geen toekomst voorspelt. Dat wordt vaak wel gezegd, maar het is tot nu toe uit niets gebleken. Wat de astrologie doet, is een statusoverzicht van je persoonlijke krachtenveld tonen binnen de context van omstandigheden. Dat geeft weliswaar aan welke eigenschappen sterk of zwak zijn en hoe deze in je leven kunnen uitwerken, maar het voorspelt niet de levensloop zelf en wat de wereld in petto heeft. De horoscoop van de wereld is immers die van het saldo van miljoenen anderen en niet van jou zelf. De wetenschap heeft geen enkele reden de sterren te verbinden aan invloeden op individuen anders dan de algemene werking van kosmische krachten tussen de hemellichamen. Wat astrologen in het verleden deden was hun ervaringen met menselijke karakters symbolisch weergeven in een hemelpatroon, dat toen overigens nog lang niet compleet was. Want wat niet uit de praktijk konden worden verklaard, moest wel vanuit die mysterieuze kosmos komen.

Geluk staat niet in een horoscoop aangegeven. Als er een aanwijzing is dat je makkelijk vrienden maakt en heel sociaal bent, is daarmee nog niet aangegeven dat dit je ook gelukkig maakt of dat vrienden het geluk brengen. Het indiceert alleen dat je niet eenzaam zult zijn. Verder is het zo, dat goede ‘beschijningen’ mogen doen verwachten dat het leven in voorspoed verloopt. Als dat een factor van of voor geluk is, is op deze manier geluk wel aangegeven, maar ook nog geen absoluut feit.

Geluk is een woord net als liefde of vriendschap . We weten allemaal wat het ongeveer inhoudt, maar voor elk mens is die inhoud anders en die kan door het leven heen ook nog van accent of betekenis wisselen.

De natuur, of nog groter de kosmos, kent geen geluk. Ook geen hoop of verwachting, geloof of twijfel. In de kosmos zijn de dingen zoals ze zijn. Betekenis ontstaat wanneer iets, doorgaans een wezen en in ons geval vooral mensen, de dingen duiden om aan te geven wanneer iets aangenaam is, eetbaar is, vriendschappelijk of veilig is. Die betekenis kan alleen worden gegeven als er sprake is van een onderscheid. We kunnen dus alleen iets duiden als deel van een groter geheel in relatie tot iets anders. Neem ethiek. Het besef van goed en kwaad is een menselijk construct. Planeten, neutronensterren en gaswolken kennen die begrippen niet.

Mensen vinden 20 graden buitentemperatuur behaaglijk. Maar gerekend vanaf het absolute nulpunt is dat 290 graden Celsius; verschrikkelijk heet derhalve. En gerekend vanaf de inwendige temperaturen van een ster als onze zon, die op kunnen lopen tot miljoenen graden is 20 graden weer ijselijk koud. Mensen vinden 30 graden of meer vaak al te warm, hoewel onze eigen lichaamstemperatuur daar nog ongeveer 7 graden boven zit en die ervaren we als aangenaam. Sterker nog, een paar lichaamsgraden warmer of kouder en we gaan dood, ook al is het buiten ons lijf levenswarm. Zo betrekkelijk is het dus.

We weten allemaal wat pijn is. Het mes dat in ons vlees snijdt veroorzaakt pijn en we hebben er veel voor over dit te vermijden of te voorkomen. Echter, sommige mensen ervaren een zekere mate van pijn als aangenaam. En degene die zwaar verwond is of ernstig geïnfecteerd, zal de pijn van het mes dat zijn verwonding bestrijdt of het gezwel verwijdert als wenselijk of aanvaardbaar ondergaan. Zo betrekkelijk is het dus. Psychische pijn is hiermee vergeleken trouwens weer vrijwel ongrijpbaar en niet invoelbaar van buitenaf.

Met deze voorbeelden kan ik bijkans eindeloos doorgaan. Je zult de portee al wel begrepen hebben.

Geluk is een menselijke beleving en kan niet in de natuur worden aangetroffen. Het is de positieve gewaarwording of bewustwording van een omstandigheid, van een zich bevinden, dat men zelf als gelukkig ervaart. Als dat zo is, is geluk dus iets dat je zelf schept, niet wat je bij toeval in de schoot geworpen krijgt. Wie geluk wil ontmoeten, dient datgene wat hem of haar geluk brengt te plaatsen binnen de grenzen van het haalbare, binnen de kaders van mogelijke gewaarwording.

Ga maar na.

“Ik ben pas echt gelukkig als ik de prins van mijn dromen ontmoet,” zegt de hoopvol gestemde jonge vrouw. O ja? En wat als zij die in haar leven niet tegenkomt? Dan veroordeelt zij zichzelf op voorhand tot het ongelukkig zijn.

“Geluk is voor mij alles kunnen doen wat ik leuk vind”, zegt de hedonistisch ingestelde jongeling.

En als dat er onverhoopt niet van komt, voelt hij zich nooit gelukkig? Het is bijna vragen om de doem van continue ontevredenheid.

Geluk moet niet worden gezocht in het uiterste, het hoogste of het op voorhand onhaalbare. Als geluk makend of brengend kan worden bestempeld datgene dat binnen het bereik ligt of wat al is verworven. Veel kleine zaken,- die overigens vaak breder bekeken helemaal niet zo klein zijn-, of ogenschijnlijk alledaagse dingen kunnen als gelukkig worden aangemerkt. Gezondheid, goede verstandhouding met naasten, een wonderschone opera-avond, de glimlach van een kind dat vertrouwen en veiligheid uitstraalt, het perfecte diner, aardig werk, het hebben van werk überhaupt, het hebben van werk in het betere deel van de wereld.

Wie het geluk in haalbare stappen weet te vinden, straalt dat ook uit. Deze persoon wordt vanzelf iemand die voor anderen geluk gaat vertegenwoordigen. Wie zich bij voortduring ongelukkig betoont, schrikt anderen af. Niemand zoekt immers zijn geluk in het zwarte gat van een ander behalve de sadist of de masochist. Of de ongelukkige zelf.

Geluk bestaat niet, totdat je het zelf benoemt, totdat je zelf het etiket ´geluk´plakt op een omstandigheid of een bezit, waarvan je de relatieve waarde, voor jou dus positief, afmeet, aan het ontbreken van die omstandigheid of dat bezit. Geluk is niet weggelegd, totdat je het durft te vinden in een haalbare wens. En let op, geluk is altijd een gevoel in relatie tot iets of iemand anders.

De kosmos kent geen tijd. Er is alleen onderlinge duur. Tijd is een menselijke opdeling van duur.

De kosmos kent geen koude of warmte. Er is alleen een mate van beweging van atomen of moleculen, die wij mensen aanduiden als temperatuur. Maar de gradering is weer een menselijke opdeling. De echte gevoelstemperatuur als het ware.

Omdat we het geheel niet zijn en ook niet kunnen overzien, leven we letterlijk bij stukjes en beetjes. Je moet dus eerst een beetje gelukkig zijn om stukje voor stukje gelukkiger te worden.

Geluk is een door mensen benoemd, abstract geheel. En persoonlijk een liniaal, centimeter voor centimeter. En zoals alles kunnen we het alleen opgedeeld of ingedeeld meten, abstraheren uit onze betrekkingen met de wereld om ons heen.

Te beginnen met de meest innerlijke betrekkingen binnen onszelf. Dat heet evenwicht en de innerlijke gewaarwording van welbevinden ondanks die vaak absurde en ongrijpbare buitenwereld.

Interessante artikelen

De omslag van kolen naar olie en in Nederland vooral naar gas bracht niet louter vreugde. In 1963 kondigde de toenmalige minister van Economische Zaken Den Uyl aan, dat de mijnen in Limburg zouden moe