Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De taal kent een aantal woorden of begrippen die allesomvattend zijn. Woorden met een betekenis buiten welke niets bestaat. Zij geven een volstrektheid aan. Ik noem ze in dit stuk gemakshalve absoluten.

Alles is zo’n woord. Het is de superlatieve trap van weinig veel, meer en meest.

Niets is zo’n absoluut. Het is het tegenovergestelde van iets, maar tegelijk omschrijft het woord…ja, wat eigenlijk? Het duidt het niet iets aan? Maar wat is dit dan? Let wel, natuurkundigen geven soms een andere betekenis aan dit begrip. Het niets als een toestand waaruit wel degelijk iets kan ontstaan. De creatio ex nihilo is het etiket van die theorie. Niets heeft zo beschouwd twee tegengestelde betekenissen. Enerzijds duiden we er de volstrekte leegte, het onbestaande mee aan. Anderzijds is mogelijk alles –nota bene alles – uit het niets te voorschijn gekomen. Niets is zo bekeken de bron van het potentiële iets.

Oneindig is ook zo’n absoluut. Het is de aanduiding voor iets dat een begin noch een einde heeft. Het begrip is toepasbaar op alles. Oneindige tijd, oneindig volume, oneindige lengte, oneindige getallen. Oneindig is grenzeloos.

Het woord heelal betekent allesomvattend, alweer een absoluut. Daarbuiten is dus niets. Zo bezien heeft het heelal ook geen grenzen, want waarmee dan wel? Als er iets is buiten het heelal(les), dan dekt het woord de lading niet. Ook heelal behoort tot de absolutistische categorie, tot de volstrektheden.

Almachtig, zoals God wel wordt gekwalificeerd, is een ander absoluut. Die absoluten omvatten onze gehele werkelijkheid op een bepaald terrein (alles als aanduiding van alle iets) of een bepaalde dimensie (altijd). Tussen niets en alles bevindt zich die werkelijkheid.

Nu lijkt het mij, dat waar we in taal en duiding oplopen tegen absoluten er paradoxen ontstaan. Een eerste voorbeeld. Een bekende tot paradoxaliteit leidende vraag is: Als God almachtig is, kan hij dan een steen maken die zwaarder is dan hij kan dragen? Is hij almachtig dan kan hij zo’n steen maken. Maar als de zin wordt bevestigd en daarmee waar zou worden, is God niet almachtig want hij kan de steen niet tillen. Eenzelfde vraag zouden we kunnen stellen wat betreft Gods Alwetendheid. Als God Alwetend is, kan hij dan een vraag bedenken waarop hij het antwoord niet weet. Zo’n vraag zou kunnen zijn: ‘Weet ik zeker dat ik alles weet? Is het antwoord ja, dan is de vraag overbodig, want God kende het antwoord al. Strikt genomen komt het erop neer, dat als hij alles weet, God nooit vragen zal stellen.

Een tweede voorbeeld van een paradox is het bekende voorbeeld uit het oude Griekenland van een Kretenzer die zegt, dat alle Kretenzers altijd liegen. Als dit waar is, is de uitspraak als bewering onwaar. Als hij met zijn uitspraak ook liegt, beweert hij dus eigenlijk dat of alle niet klopt of altijd niet of allebei niet. Altijd is ook een absoluut.

Eenzelfde paradox ligt besloten in de uitspraak: Ik heb nooit gelijk.

 

Op de grens van nooit (0) en alles (op zich een verzameling met een eindigheidsbepaling) beginnen beweringen hun betekenis te verliezen en komt de waarheid in problemen. Neem de uitspraak: Alles is al gezegd. Of: Er is niets nieuws onder de zon. Dit laatste zou betekenen dat elke ontwikkeling een herhaling is. Het zou zelfs betekenen dat er geen nieuws is en het begrip nieuws net zo zinloos is als het begrip niets. De uitspraak: We zullen nooit de hele waarheid kennen, krijgt wel waarheidsgehalte. De vraag is nu, is het woord of begrip waarheid zo’n absoluut. Bestaat er iets dat waar is en tegelijk een beetje onwaar? We zeggen vaak: Iets is waar of niet. Een beetje waar bestaat niet, net zoals een beetje zwanger zijn niet bestaat. Maar wanneer bestaat de kikker? In het dril, als dikkopje of pas als volgroeide kikker, ook al is dat een babykikker. We zien dergelijke lastige vragen een rol spelen in geval van de abortuskwestie (wanneer is er sprake van een mens?) of bij euthanasie (wanneer is er sprake van ondraaglijk lijden).

We naderen hier een analogie met het onzekerheidsprincipe van Heisenberg. Dit principe stelt, dat we nooit gelijktijdig de positie en de snelheid van een deeltje kunnen waarnemen c.q. vaststellen. Focussen we op de positie dan ontgaat ons de snelheid. Proberen we de snelheid vast te stellen, dan belanden we in de wereld van de doorgaande beweging en kennen we de positie nooit exact. Vandaar dat in de natuurkunde de positie van een elektron wordt aangegeven als een gebied waarin dat deeltje zich bevindt c.q. dat energiegolfje. Een waarschijnlijkheidsregio derhalve. Het woord drukt het mooi uit: het schijnt waar.

 

Kennis

Veronderstel nu eens, dat de menselijke kennis ergens in de toekomst alles omvat, dus alwetend is. Dan valt onze kennis samen met de totale werkelijkheid. De filosofische gedachte, dat we de werkelijkheid niet kunnen zien en alleen een menselijke interpretatie of representatie van de dingen, zoals Plato en anderen later aangaven, komt dan te vervallen. Die alles omvattende kennis omvat dan ook zichzelf. Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg komt dan ook te vervallen, lijkt mij. De mens kent dan immers alle kennisposities en gedachten (kennisbewegingen) op hetzelfde moment. Staat het denken dan stil? Binnen zichzelf niet, maar van buitenaf gezien wel. Ho, wacht even! Alles wetend is tegelijk ook alles omvattend, dus is er geen binnen of buiten. Dit komt overeen met de betekenis van het woord absoluut: onbeperkt, geheel onafhankelijk, het geheel op zichzelf zonder enige betrekking tot iets daarbuiten.

In het absolute ligt niet het doel van de schepping, maar misschien wel de uitkomst. Vooralsnog hebben we nog wel even te gaan. Die staat van absolutisme wordt pas bereikt als onze kennis zich sneller verruimt dan het heelal zich uitbreidt. Kennis haalt dan de materie-expansie in. De constructie van materie dan wel de complexiteit van materie en energie (E=MC²) zou dan inhouden dat kennisontwikkeling sneller gaat dan het licht, anders zouden we nooit kunnen omvatten en overzien wat zich met de snelheid van het licht van elkaar verwijdert. 

Interessante artikelen

Nederland zal het handelsverdrag met Oekraïne tekenen als Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan. Aan de bezwaren van de referendum Nee-stemmers wordt met een aanhangsel van de EU-verdragtekst tegemoet g


 

Voetbalinnovatie

 

Vlak voor de wedstrijd

 

De trainer: mannen we moeten vandaag echt punten pakken. Dus vol ertegenaan.

Doen we, trainer.

Maar stel we hebben pech. Door twee onnodige, domme


Varkens en kippen kunnen niet geloven voor zover wij hebben kunnen vaststellen. Mensen zijn religieus, dieren niet. Zouden deze dieren wel hersenen hebben van ons niveau zouden zij dan gegeven hun rec