Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Het staat vast dat de voorraden aan fossiele brandstoffen eindig zijn en dat die beëindigingperiode over een halve eeuw al een stuk gevorderd is. Met ongeveer een eeuw zullen zowel de bestaande reserves als nog te vinden aanvullende voorraden voor het merendeel zijn verbruikt. Het staat vast dat kernsplijting voor langdurige opslag van radioactief afval zorgt, dat de inzet van uranium via splijting voor de opwekking van plutonium nog verre van een beheerste techniek is en dat de aanwezigheid van plutonium op vele plaatsen in de wereld een verontrustend scenario oplevert. Het staat vast dat allerhande verschijnselen duiden op een verandering in het wereldklimaat. Opwarming van de aarde stelt de mensheid voor grootschalige, ernstige gevolgen of dit nu komt door kosmische redenen of door menselijk handelen. In het laatste geval lijkt er meer aan te doen dan in het eerste, maar dat we in actie moeten komen is in beide situaties een feit.

Wat houdt ons tegen?
In de eerste plaats is het besef van het bovenstaande nog niet bij de hele wereldbevolking doorgedrongen. Een hoopgevend feit is het groeiende inzicht bij niet toevallig dat deel van de wereldpopulatie, dat het meest energie verbruikt. Voorzover de nadelige gevolgen van dit gebruik de oorzaak zijn van die klimaatverandering nemen de kennis en de erkenning toe bij de hoofdschuldigen; al ziet de geïndustrialiseerde wereld zichzelf niet als dader, maar als ongewilde veroorzaker in de slotdecennia van een mechanisch en technologische proces dat hen door generaties die welvaart zochten heen naar de dreigende consequenties voerde.

In de tweede plaats vormen bestaande belangen een barrière tegen een omslag van denken en handelen. Dit moet niet als verwijt worden opgevat. Bestaande belangen vertegenwoordigen het als momentaan ervaren geluk. Wat je hebt, mits goed, wil je behouden. Wat de toekomst brengt, moet je nog maar afwachten. Geïnvesteerde inspanning moet eerst worden genoten en terugverdiend. Dat is een menselijke houding en redenering alsmede een economische wetmatigheid, die niet verwerpelijk is, maar begrijpelijk. Verbeteringen worden bij voorkeur aangebracht op dat bestaande en niet explosief ingevoerd middels revoluties, want die vernietigen eerst de gevestigde orde en bouwen op de puinhopen het nieuwe ideaal. Los van de ervaring, dat revoluties in de geschiedenis geen overtuigende statistiek van succes laten zien, zit in aanleg niemand op de fase van puinhopen te wachten anders dan de revolutionaire fanaat.

In de derde plaats betreft het een min of meer generale of mondiale bedreiging, zodat niemand de directe eigenaar van het probleem is of zich het onmiddellijke slachtoffer voelt. Dit leidt tot het gevaar dat, als de ene helft van de mensen (of politici/leiders of wetenschappers) van oordeel is dat het allemaal wel meevalt of niet zo urgent is en de andere helft een acuut gevaar ziet, het menselijk collectief tot een afwachtende middenhouding vervalt. Wie moet ik geloven? Wat is waar? Wie de file verlaat belandt in onbekend terrein en andere kleinschalige opstoppingen.

In de vierde plaats is in sommige scenario´s de doem zo groot, dat zich de psychologische valkuil van de lethargie opent. Dit resulteert dan in een houding van Уals het dan toch zo angstwekkend erg wordt, laten we het ons in de tijd die rest dan maar zo goed mogelijk naar de zin maken.Ф Hulpeloosheid verschuilt zich dan achter het schild met de wapenspreuk Na ons de zondvloed .

In de vijfde plaats geldt, dat er nauwelijks wereldleiders zijn die de mensheid voorgaan in het reddingbrengende besef dan wel die voldoende aanzien en vertrouwen genieten, dat zij zich los kunnen maken van de bestaande belangen zonder aan geloofwaardigheid te verliezen als als grote waarachtige roergangers worden aanvaard.

In de zesde plaats heerst er verschil van mening tussen wetenschappers. Het broeikaseffect wordt betwijfeld, de menselijke schuldfactor is aan discussie onderhevig, van de nieuwe energiebronnen krijgt er niet één een duidelijk beargumenteerde voorkeur en voor de geloofwwardige bestempeling van een  kosmische impact als bepalende factor is de kennis eenvoudigweg ontoereikend of zijn de onderzoeksfeiten nog niet overtuigend genoeg.

In de zevende plaats geldt wellicht, dat de moderne mens nog moet wennen aan zijn vermogen om veel verder vooruit te kijken dan voorgaande generaties. Met andere woorden: we onderkennen veel eerder en veel dieper opkomende problemen en kunnen er ook met steeds meer mensen onder elkaar over communiceren. Dit is een grote verworvenheid maar of het altijd de effectiviteit dient is een onbeantwoorde vraag. Hierbij doet zich de bijzonderheid voor, dat ons inzicht in problemen (vooruitziendheid) vooruitloopt op ons oplossingsvermogen ( operationele en technologische kennis).

Welke aanpak overwint de weerstand of het ongeloof?
Als zeven belemmeringen duidde ik aan:

- onvoldoende besef

- bestaande belangen

- de probleemeigenaar ontbreekt

- doemdenken dreigt

- leiderschapsvacuüm

- verdeelde wetenschappers

- gewenning aan vooruitziendheid

De oplossingen kunnen komen van individuen, zowel van elk mens op zich als een vooraanstaand leider, van groepen, nader te bepalen welke, of van het menselijk collectief. Het collectief zal normaal gesproken de oplossing niet bieden. Zoveel tijd hebben we niet. Het zal generaties duren, voordat het merendeel der mensheid wat deze vraagstukken en hun aanpak aangaat op één lijn zit. Alleen een directe massale levensbedreiging kan de wereldbevolking op grote schalen het gevaar doen inzien, maar dan is het misschien al te laat. Geen optie derhalve. Wel een laatste strohalm.

Blijven over het individu of een groepen van mensen.
Als er één leider opstaat, die de mensheid in korte tijd het besef moet bijbrengen, dan zijn er drie twijfels. Allereerst moet die leider er nu al zijn of binnenkort opstaan, anders verliezen we een kostbare periode van 20 of 30 jaar. Ten tweede lopen we het gevaar, dat die leider ,uit wat voor een deel van de wereld hij ook afkomstig is, als het andere kamp wordt gezien , en diens gezag maar door een deel van de wereld zal worden erkend. In de ogen van een miljard chistenen zou de paus zo´n leider kunnen zijn, maar voor even zoveel mensen is hij als leider een afwijsbare persoon en functionaris. Net zo als een islamitisch geestelijke  leider door het westen met argwaan zal worden bekeken. Ten derde zal hij in korte tijd vele geesten en zielen voor zich moeten winnen, hetgeen bijkans ondenkbaar is als  deze grote voorganger al niet over een machtig distributie-instrument beschikt.

Een andere vorm van individualisme is, dat er een kettingreactie ontstaat van enkelingen, die zich in supertempo ontwikkelt tot een massa van individuen die allemaal dezelfde kant uit denken en handelen. Dit zou een ongekend epidemisch besef inhouden, dat zijn gelijke niet kent. Het kan, maar is onwaarschijnlijk en vormt geen strategie. Het is of een natuurfenomeen onder mensen (en dus niet planmatig) of we vallen terug naar een enkeling als bron en verzeilen weer in de unieke leider uit de voorgaande passage. Kortom, we kunnen er op hopen, maar het biedt geen enkele mate van zekerheid dat het ook tijdig zal geschieden.

Blijft over de groep als instigator van de verandering van de mondiale houding. Zoiets als de Club van Rome uit de jaren ´70 van de vorige eeuw. Dat veronderstelt een groep van snel aan invloed en in aanhang winnende wetenschappers of een conglomeraat van deskundigen en leidinggevenden. Bezwaar 6,  het leiderschapsvacuüm,  zou dan door deze elitedenkers worden opgeheven en zij zouden de doorbraak in het denken moeten bewerkstelligen. Deze groep voorgangers zou  zich snel moeten vinden en aaneensluiten, al of niet onder aanvoering van een gezaghebbend initiatiefnemer, die via een kleine, maar invloedrijke aanhang de grote beweging in gang zet en aldus voor startmotor speelt.

Onvoldoende kennis vergt een lange leergang, voordat een doorslaggevende hoeveelheid mensen voldoende op de hoogte is en het ook eens is over een gezamenlijke aanpak. Netwerktechnologie en media hebben op zich distributie- en contactmogelijkheden voldoende, maar vereisen weer een probleemkatalysator, waarmee we terugkeren naar het startvraagstuk rond de individuele leider of leidersgroep. Uit de kringen van bestaande belangen mag per definitie de oplossing niet worden verwacht, tenzij die belanghebbers hun gevestigde positie in gevaar zien komen. Dat veronderstelt weer een acute ramp en belanden we in het risicogebied van te laat.De mensheid is probleemeigenaar, maar treedt pas als zodanig in werking als dat alom wordt ingezien en erkend. Het is juist het ontbreken van een collectieve bewustwording, dat de wereld parten speelt bij een adequate en snelle aanpak van het vraagstuk. Wie of welke instantie zich ook opwerpt om vanuit een inktzwart scenario de nu-of-nooit actie te ontketenen loopt het risico juist het tegendeel te bewerkstelligen, namelijk de grote berusting. Nog afgezien van een niet denkbeeldig massaal verzet tegen het doemscenario als shocktherapie is dit een reële kans, waardoor deze strategie slechts als uiterste in aanmerking komt.

Het leiderschapsvacuüm valt samen met de bezwaarlijkheden verbonden aan het opstaan van de individuele grootheid. Het blijft afwachten geblazen en biedt geen zekerheid of een redelijke zekerheid. Het elimineren van de verdeeldheid binnen wetenschapskringen is zoveel als de wetenschap (tijdelijk) afschaffen. Twijfel is de bron van wetenschap. Om die professionele verdeeldheid om te zetten in een eensgezinde mening zijn twee voorgaande factoren noodzakelijk. Of een acute dreiging brengt in één klap werkelijkheid en waarheid samen ( de feitelijkheid als leidinggevend principe) of er verschijnt een superdeskundige ten tonele die de doorbraak in denken en discussie teweeg brengt. De gewenning aan vooruitziendheid is al gaande, maar biedt op zich geen oplossing. Rampen blijven niet uit, omdat we ze zien aankomen, maar omdat we tot actie overgaan en ze weten te beteugelen of liefst nog voorkomen, op basis van gedeeld inzicht. En die unanimiteit van kennis en inzicht ontbreekt nog. Misschien is deze dreiging met zijn mondiale karakter wel de eerste testcase voor dit moderne sapiensvermogen.

Als enkeling, groep of collectief weinig soelaas lijken te bieden en het deus ex machina geen planbaar alternatief is, ligt een mogelijke oplossing of in ieder geval een duidelijk voorbeeld of stap in de goede richting in een combinatie: het collectief (natie), waarbinnen een groep (merendeel van de bewoners) als enkeling (enige van de naties) in het geweer komt. Wie denkt, dat dit het zoveelste voorbeeld wordt van Nederland als gidsland, wil ik graag zeggen, dat het ook heel goed een ander land dan het onze zou kunnen zijn. En omdat aan te tonen geef ik de lezer vier voorbeelden van landen die om eigen redenen met zonenergie voor een doorbraak kunnen gaan zorgen.(Het zal duidelijk zijn, dat ik een voorstander ben van de zon als bron van duurzame en schone energie. Wie het recht op deze voorkeur wenst te betwijfelen verzoek ik met argumenten te komen, die deze optie verifieerbaar achterstellen bij andere alternatieve energiebronnen).

Kandidaat-land 1 voor een doorbraak naar zonne-energie is Amerika. Er zijn twee zware redenen om naar alternatieve bronnen om te zien voor dit land. Allereerst bezit Amerika onvoldoende voorraden van fossiele brandstoffen en ook uranium om in de eigen behoefte te voorzien, waardoor het land zich ongans betaald aan importen. Het tweede argument weegt mogelijk nog zwaar dan het eerste. Met die importnoodzaak wordt Amerika steeds afhankelijker van buitenlandse leveranciers met als grootste Rusland en de Arabische staten. De verschuiving van macht op dit punt zit als een graat in de keel. De VS kan haar onafhankelijkheid herwinnen door op zonne-energie over te schakelen. Kandidaat-land 2 is Japan. Onafhankelijkheid speelt ook hier een rol, net zoals voor in beginsel elk ander land in de wereld, maar Japan bezit daarnaast nauwelijks enige energierijke grondstof zelf en is dus tegen enorme uitgaven aangewezen op buitenlandse leveranciers. Kandidaat-land 3 is China. Dit bevolkingsrijke land heeft weliswaar eigen bronnen (veel kolen vooral), maar moet stevig importeren en dus ook betalen om over voldoende brandstof te beschikken om de op gang gekomen industrialisatie en moderne economie te ondervuren en op tempo te houden. Om tegelijk ook meer dan een miljard Chinezen privé van energie voor verwarming en koeling te voorzien is een nagenoeg niet op te brengen economische last en distributieopgave. De Chinezen lokaal en thuis hun eigen energie te laten opwekken via de zonneoptie is buitengewoon aantrekkelijk en wellicht minder kostbaar en sneller te realiseren. Het vierde land is Duitsland. De reden is hier dat Duitsland geen grote affiniteit meer heeft met welke brandstof dan ook. Duitsland had een hechte relatie met kolen, maar die liefde is sterk verminderd. Olie en aardgas heeft het land niet. Verslingerd aan kernenergie zoals Frankrijk is niet het geval. Duitsland is een land dat sterk is in onderzoek en houdt van technologie en processen die duur van bestaan hebben. Als deze factoren samen maken het tot een land, dat de beheersing van een krachtige bron kan omarmen.

Vier machtige landen met elk zo hun eigen redenen voor een doorbraak.

Nederland op zon

Maar het zou ook heel goed Nederland kunnen zijn. Weliswaar beschikt Nederland voor nog een jaar of 30 over het zegenrijke aardgas, hetgeen ons land een uitzonderingspositie geeft binnen de EU, maar vroeger of later zal ook Nederland meer moeten importeren en overgaan naar alternatieve brandstoffen, evenals de rest van de wereld. Die uitzonderingspositie heeft wel als voordeel, dat Nederland zich thans wat onafhankelijker kan opstellen en dat aanzienlijke baten in de schatkist vloeien. Wat is er meer voor de hand liggend dat een deel van die baten wordt aangewend om op basis van een robuust plan Nederland -zeg binnen 25 jaar-  voor 25 of meer procenten (wat maar haalbaar is) op zonenergie te doen overgaan.

De voordelen zijn evident:
* Nederland voorziet in een hoger tempo dan de landen om ons heen in zijn eigen alternatieve energie;

* Nederland maakt zich daarmee minder afhankelijk van importen en dus ook van een omslag van netto naar bruto importeur met alle kosten van dien;

* Nederland voldoet aan de strengere emissienormen die de wereld graag gesteld ziet.

* en als laatste: Nederland kan de doorbraak bewerkstelligen, want als de voordelen (en het voorbeeld) zo evident positief uitwerken dan moeten andere landen (zo men wil economieën) wel volgen.

Als enkeling is Nederland onverdacht en vertegenwoordigt het niet per se een argwaanwekkend kamp. Als groep bestaat Nederland niet, maar kan het wel snel worden geformeerd. Als collectief bestaat het bij gratie van haar soevereiniteit. De belemmeringen drie tot en met zeven zijn niet aanwezig of spelen een overkomelijke rol. De gevestigde belangen van niemand worden aangetast en het gemeenschappelijk besef wordt ontwikkeld binnen het kader van een voor iedereen tot voordeel en trots leidend plan.

Warner, 12 november 2007.

Interessante artikelen

Fysiek geweld is strafbaar. Een enkele klap wordt al als misdaad gezien. Met taal mag een mens behoorlijk om zich ‘heenslaan.’ Rechtvaardigt de informatiemaatschappij een herijking van taalgebruik met


Het komende halfjaar belooft extra interessant te worden met Nederland als tijdelijke voorzitter in de EU-famillie.. Kunnen wij een stempel drukken en zo ja welke en waarover? Minister Dijsselbloem le


 

Niemand kan beweren, dat wat ik nu kortheidshalve de Griekse affaire noem niet uiterst gecompliceerd is. Maar is dit in eerste aanleg ook zo? De feiten zijn toch allang heel duidelijk. Deze feiten