Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Wat is het doel van het leven? is één van de meest gestelde vragen en niet alleen in de dagelijkse omgang, maar ook in de weten schappen, te beginnen met de filosofie. Dat we het nog steeds niet te weten geeft wel aan dat het in enig opzicht een bijzondere vraag is. We noemen het ook wel de existentievraag: waarom of waartoe bestaan we? De natuur zelf geeft het antwoord niet. Voor mij geldt dat dit doel nu juist is wat de vraag stelt. Het doel van het leven is dat doel te vinden. Laat mij dit toelichten.

Om te beginnen is er een onderscheid tussen het doel in het leven en het doel van het leven. Met het doel in het leven bedoelen we in ons in tijd beperkte leven. In ons dagelijkse bestaan hebben we gedurende ons leven duizenden doelen, elke dag wel een aantal. Het grootste doel is overleven. De meeste zijn klein, zoals iedereen deze heeft. Het gaat dan om allerlei resultaten van onze handelingen. Eten is een doel, aan de slag gaan, kinderen opvoeden, sporten, lezen, nadenken. Grotere doelen zijn het bereiken van een hoge positie, het vinden van een goede levenspartner of het leveren van een bijzondere prestatie. Elke activiteit is in beginsel gericht op het bereiken van iets, dat meer of minder waardevol, nuttig of noodzakelijk is. Wie niet eet, legt het loodje. Wie wil blijven leven kan maar het beste voldoende eten. Of dat altijd lukt, staat niet vast. Niet alles heeft immers het resultaat dat we beogen. En elke handeling en elk resultaat zijn ook nog eens de uitkomsten van vele samenhangende oorzaken. Een mens kan grote invloed uitoefenen op zijn handelingen en het bereiken van doelen, maar de omgeving is machtiger en groter dan de eigen actieradius. Het bereiken van doelen is zoiets als het rijden in een kermistent met botsautootjes.

Niets alles ligt binnen bereik. Die dagelijkse doelen kunnen we ook weergeven als plichten of relatieve noodzakelijkheden. Wie niet gaat werken, ontvangt geen loon, kan geen eten kopen, leeft niet lang. Veel doelen zijn gericht op overleven of veraangenaming van het leven. Geniet is beter dan verdriet, vermijden van lijden.

De vraag naar het doel van het leven is een vraag aangaande het leven als zodanig (toen, nu en in de toekomst) die de natuur of nog groter de kosmos zich niet stelt. De kosmos heeft geen plan noch bedoelingen. De natuurwetten bepalen de dynamica en de resultaten, maar er is geen ontwerp en geen bestek. Er gebeurt, wat er gebeurt. Het lijkt overwegend een supercausaliteit, een gaan en komen van oorzaak en gevolg. Maar elke oorzaak is op zijn beurt het gevolg van tientallen voorouder-oorzaken. Misschien wel tot in het oneindige toe, zowel terug als naar voren in de tijd. De zwaartekracht, de wet van behoud van energie of de tweede wet van de thermodynamica, de quantumfysische wetten enzovoort zijn er, komen elkaar tegen en leiden tot een kosmisch huis, maar van een welbewust gekozen richting is geen sprake. Het feit, dat zij na ruim 13 miljard jaar leiden tot zoiets als een menselijk wezen met hersenen, die ons vertellen dat wij ons wel bewust zijn van gebeurtenissen en ons doelen kunnen stellen is een nog niet verklaard fenomeen. Dat wil zeggen we beginnen er steeds meer achter te komen hoe die ontwikkeling in zijn werk is gegaan, maar beseffen ons tegelijkertijd dat het ook heel anders had kunnen uitpakken, behoudens die wetenschappers die de mening of visie hebben, dat het geheel van natuurwettelijke eigenschappen wel tot zoiets als levende wezens met hersens moest leiden. Nogmaals niet als doel, maar als een fysisch resultaat. Onmiskenbaar lijkt de kosmos niet alleen het verval van organisatie te herbergen oftewel naar maximale entropie te streven (streven is eigenlijk een fout menswoord in dit verband), maar tevens een vermogen te bezitten om tot sublieme organisatie te kunnen geraken, die wij in onszelf tegenkomen als onder andere complexiteit als zodanig en het breinvermogen tot reflectie in het specifieke.

Als mensen nadenken over waarvandaan of waardoor alles zo is gekomen, lopen zij de pijl der tijd af in de richting van het verleden. Inmiddels zijn we belandt op het moment van de oerknal (13,4 miljard jaar terug) en sterren die in lichtjaren nog veel verder weg staan, hetgeen we opmaken uit hun bestaansteken in de vorm van licht, waarvan het spectrum aangeeft hoe lang dat zichtbaarheidsmiddel onderweg was. Onderweg in tijd, afstand en ontwikkeling is er nog van alles gebeurd, maar het meeste hiervan moeten we nog uitpuzzelen. Als diezelfde mensen de toekomst in kijken, waar gaat het heen, zien zij heel wat minder ver. Ons reflectief vermogen houdt op en we komen met visies en fantasieën, doorgaans steunend op extrapolatie van wat we al weten of ervoeren. Neutraler gezegd, we komen met een verbeelding van die toekomst op basis van bestaande kennis en visies.

Zo het erop lijkt eten koeien gras en staan anders dan bij gras niet bij veel dingen stil. Ze leven met hun lichaamsactiviteit, gras- en zonnenergie, wat water en hun natuurlijke instincten. Zo bezien schelen ze niet zoveel van bomen en planten, behalve dat die weer geen instincten hebben en zich op een heel andere manier voortbewegen door spreiding van zaden met behulp van de wind of van insecten en andere dieren die met omgeving in aanraking komen.

Maar mensen zijn een fikse slag anders of verder zo u wilt, die duiken de magische wereld van verklaringen, redenen en doelen in. In de mens komt de kosmos terug op zichzelf. Het is een vorm van introspectie. De hele bovenstaande redenering kan dus ook worden vervat in de dubbelvraag: waardoor komt de kosmos in de mens terug op zichzelf en wat beoogt de kosmos daarmee? Dit laatste staat op gespannen voet met mijn eerdere aanname, nl. dat de kosmos geen doelen of redenen heeft. Dan is er van beogen geen sprake en is dus die reflectiviteit, het beschouwen of waarnemen der dingen en daar eens over nadenken helemaal niet tot op kosmisch niveau, maar valt binnen een beperkte menselijke actieradius.. Licht heeft een naar het ons tot op heden toeschijnt (de zuurstof van wetenschap is twijfel) ultieme snelheid, dat wil zeggen in een vacuüm. Het kan wel worden afgebogen, vertraagt en worden weerkaatst. Ons denken is zo’n weerkaatsing, een afbuiging in de zin van een tot nog toe onbekend resultaat en verloopt met een wisselende snelheid. Die reflectie heeft namelijk als kenmerk dat we ook voortdurend op elkaars gedachten en vondsten reflecteren. De vraag is nu of we met dat introspectieve hersenvermogen ook het doel kunnen ontwaren. Of krijgt de kosmos pas een doel op het moment van het ontstaan van een complexiteit in de hoedanigheid en eigenschappen van levende materie, de mensen voorop? Het waardoor kunnen we achterhalen, het waarom ligt binnen onszelf besloten. Het orakel van Delphi had als opschrift: Ken uzelf. Maximale reflectie zou dan het antwoord geven. Het antwoord dat samenvalt met de vraag.

Het heeft er dan veel van weg, dat we al denkende het doel van ons leven gaan ontdekken. Alles kennen als ultiem resultaat; doel en resultaat worden één.

Interessante artikelen

Organisaties, of het nu overheidsdiensten zijn of bedrijven, houden van eenrichtingsverkeer. Hun houding is als die van bewoners van een huis met eenzijdige ramen. Zij willen graag naar buiten kijken


Zoals in zovele vakken zijn beroepsbeoefenaren vooral geneigd te lezen wat vakgenoten en wetenschappers uit dezelfde discipline ontdekken en publiceren. Communicatoren zouden zich ervan bewust dienen


Het hoge woord is eruit. De Grieken zeiden Nee. Onmiddellijk brak de onduidelijkheid los. Noud Wellink, oud-hoofdbestuurder van de Nederlandse Bank, die drie jaar geleden zei, dat Nederland c.q. de EU