Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

In het eerste deel van het artikel over het doel van het leven gaf ik aan, dat die vraag begint bij de mens ergens onderweg op de lange weg van de eerste hominidae tot aan de homo sapiens sapiens in het heden. Als de kosmos als zodanig die vraag niet stelt (hoe zou zij ook) en zelfs helemaal geen doel heeft, ligt het in eerste instantie voor de hand om dat doel dan ook maar bij onszelf te zoeken.

Je leven zin geven is een persoonlijke keuze uit de mogelijkheden, ook al zijn die helaas voor velen zeer beperkt en ronduit teleurstellend. De zinvolheid van het leven als organisch fenomeen staat of valt met onze blijdschap over het feit, dat wij bestaan. Dat is egocentrisch, maar hoe kunnen we anders. Niemand kan blij zijn dat hij bestaat omdat iets anders bestaat, tenzij dit zijn bestaan veraangenaamt.

Het doel van het leven wordt door velen gezien als eeuwig leven. Weliswaar niet op het aardse domein maar ergens op een of andere manier in de toekomst. We kunnen ook zeggen in het hiernamaals, maar hierna is altijd toekomstig.

We verbinden eeuwig leven aan drie dingen. Allereerst willen we onszelf terug vinden in een levende vorm en zoniet lijfelijk dan toch tenminste in een toestand van bewustzijn van wie en wat er is, ook van anderen, de vroegere geliefden, of oude liefhebberijen. De dood is in die benadering slechts een onmeetbaar korte overgang. Hel en tussenvuur zijn culturele voorstellingen van zaken. Vervolgens komt er geen einde aan. Altijd is van dit doel een kenmerk, dus oneindigheid. Zou het heelal eindig zijn, dan houdt die hemelse oneindigheid in dat voortbestaan wel plaats moet vinden in een tot nu toe onbekende dimensionale ruimte of een plaats waarvan we ons zelfs geen voorstelling kunnen maken. Ten derde heeft dat eeuwige leven drie tijdloze kenmerken: we hebben als mens altijd levensenergie of iets wat hierop lijkt, het is permanent aangenaam (geen lijden, geen verdriet, geen psychische problemen) en onze gezondheid en bestaanskwaliteit zijn onaantastbaar. Welke leeftijd we hebben in die dimensie doet er niet toe; we zijn immers tijdloos. Samengevat; we hebben het eeuwig goed.

Sprekende in termen van oneindigheid vervalt ook de huidige dimensie tijd, want die lijkt een afgeleide van de duur der dingen en waar geen duur meer is houdt de tijd op. Eeuwig valt buiten de tijd. En als alles eeuwig is, heeft niets een duur. Bewustzijn als product van die complexiteit en klontering der materie was al in quantum processen opgegaan bij het verscheiden, dus u merkt er ook nog eens niets van. Alles is, is, is, is, zoals het is. De eerste van die drie bovenstaande dingen ‘bewustzijn’ mist zijn verschillen en overgangen. De hemel kan nooit een kopie zijn van het aardse bestaan met plussen en minnen. De laatste zijn er niet.

 

Zoomen we hierop in dan ontstaan er wel wat kwesties of vragen?

Ons zenuwstelsel, onze waarneming, ons praktische en mentale leven bestaan bij gratie van onderscheiding en verschillen. Als we constant hetzelfde voelen (aangenaam, aangenaam, aangenaam) valt elke prikkeling weg. Als we elke dag hetzelfde eten (erwtensoep, erwtensoep, erwtensoep) is de aanduiding erwtensoep nutteloos. Erwtensoep valt dan samen met eten. Een specifieke betekenisgeving of betiteling is nutteloos. Als de hele omgeving voortdurend hetzelfde is, laten we zeggen alles is unikleurig grijs zonder tinten dan zien we niets, ook geen dimensies, want de lichtweerkaatsing is overal hetzelfde en ook niet van de zon, want die is niet eeuwig. Wie zegt ons trouwens dat er licht zal zijn, want als alles hetzelfde is, heeft zien geen functie meer.

Wie zich zo die toekomst en het doel voorstelt, zal bedenken dat dit beeld sterk neigt naar het beeld van de dood. Ga maar na. Het leven eindigt en gaat over in een andere toestand. Uit stof zijt gij geboren, tot stof zult gij vergaan. Oftewel u was tijdelijk een uiterst gecompliceerde hoeveelheid energie in lichaam en geest, kwam uit klontering en verbindingen voort, en keer terug tot het eeuwige vat (lees: kosmos) van energie. U hebt het eeuwige niet-leven, heeft het dan altijd aangenaam, immers wat deert u nog, en uw gezondheid blijft onaangetast, want er valt niets te lijden. Het essentiële verschil tussen nu en dan is dat u zich het leven nu bewust bent en straks niet meer. Dat is voor u persoonlijk een zeer uiteenlopende bewustwording. Het is beangstigend, onaanvaardbaar, juist wel aanvaardbaar en zelfs rustgevend, bevredigend of juist helemaal niet. Kortom onze geest is er nog niet uit. Een ieder maakt zich een voorstelling van die toekomst door het huidige leven als vertrekpunt te nemen en de vervelende aspecten weg te laten.

De dood is geheel in lijn met de wet van behoud van energie en tegelijk overeenkomstig de tweede wet, dat alles slijt en verwordt tot nutteloze en eenzelvige basisenergie. Willen we hieraan ontkomen, dan moeten we die entropiewet bevechten en dus door te leven en vooral door te denken aan een overlevingsstrategie tegen de natuurwetten in. Het zou daarbij handig zijn als we die natuurwetten de baas konden; ultiem kosmisch management. Tegelijk klinkt dit als een volmaakte uitwerking van de evolutietheorie, maar dan in omgekeerde vorm. In Darwins bevinding is de natuur de baas en het meedogenloze principe van de natuurlijke selectie. Wat zich niet aan oppermeester natuur weet aan te passen gaat ten onder. De kansen keren natuurlijk als de mens (in welke vorm dan ook) de natuur naar zijn hand zet en die natuur selecteert die hem het leven laat leven zoals hij dat wil. Selectie betekent dan de natuur zo inrichten dat het de mens ten goede komt. Daar zijn we nog niet klaar mee en na de aardse natuur komt nog het beheer over die kosmische grootheid. We zijn dus nog wel even bezig. De mens zal er trouwens tegen die tijd beduidend anders uit zien of gestructureerd zijn, want vooralsnog moeten we ons aanpassen en volgen het oude systeem.

 

Van de natuurlijke selectie weten we, dat het met horten en stoten gaat, maar dat wezenlijke aanpassingen eonen nemen. Als eeuwig leven dus het doel is, zullen we moeten aanvaarden, dat het bereiken van dat doel c.q. resultaat nog veel tijd vergt en wij nu slechts als schakel fungeren in een immens proces, dat we wel al enigszins kennen uit het verleden, maar waarop we nog schamel kort vooruit kunnen kijken, laat staan vooruit kunnen weten.

Dit alles is een mogelijke redenering als de doelvraag hout snijdt. Als de kosmos leert, dat er geen doel is en daarmee aangeeft ‘beste homo sapiens sapiens, teleologie hoort bij jou, maar je bent tijdelijk en lief maar simpel denkend als tussenschakel en daarmee ook jouw vraag naar een doel, dan lijkt het erop, dat die doelvraag een product is van deze organische fase en structuren in dienst van de overheersende neiging tot continuïteit, helemaal vallend binnen de natuurlijke selectie. Willen we die doelvraag beantwoord zien, dan zullen we ons niet moeten laten belemmeren door de evolutietheorie, maar daar weer opvolging aan geven door nieuwe inzichten. Zonder uitdaging van de wetenschap en haar ondervuring door de twijfel met als energiebronnen de vraagwoorden waarom en waartoe die het denken aan het werk houden, krijgen we het antwoord nooit. Begrijpelijk, voor wie naar het eeuwige streeft, is het einde nog niet in zicht. De mens is zichzelf een paradox. De natuurlijke selectie doet overleven, maar niet per se de mens. Voor het echte eeuwige overleven moet je eerst dood, maar na de dood werkt de natuurlijke selectie niet meer. Dus toch maar eerst zien zover mogelijk te komen voor jezelf met die doelvraag?

Interessante artikelen

Branding, identity, story telling, aantrekkelijk geëtaleerde workshops rollen van de lopende band in ons vak. Door de crisis belanden bedrijven aan de rand van de afgrond. Redden zij het door aan deze