Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

In Duitsland rekende Marseille Kliniken uit Hamburg onlangs 199,20 euro voor het beantwoorden van een persvraag. De journalist in kwestie ging hier naar viel te verwachten niet op in, maar schreef wel een artikel over zijn wederwaardigheid. Veel aandacht tot gevolg. Is die rekening te gek voor woorden of tekent zich hier een nieuw fenomeen af. Sommige reactanten doen de zaak af als incident, anderen verklaren het bedrijf voor idioot of tenminste onrealistisch. Maar is dit zo?

Moet deze Duitse stap ons verwonderen? Een journalist die werkt en schrijft ontvangt daarvoor geld in de vorm van salaris of een vergoeding als freelancer. Een medium, zeker printmedia, vraagt abonnementsgeld terwijl veel informatie gratis wordt verkregen. Een ingezonden briefschrijver, blijkbaar voldoenend aan nieuws- of informatiewaarde krijgt geen vergoeding bij plaatsing. En dat terwijl ik menigmaal een reactie lees, die mij meer en beter vertelt hoe de vork in de steelt zit of hoe ook kan worden geredeneerd anders dan in het artikel waarop de inzender respondeert met zinvolle argumenten. Antwoordgevers in sportpraatprogramma's verdienen soms fikse bedragen. Vaak betreft dit een soort van semi-journalistiek verpakt in een vermaaksjas of omgekeerd. Waarom dan geen vergoeding voor het antwoord, de kennis en het schrijven van dat antwoord? Niets voor niets toch?

 

Aanzet tot een nieuwe informatieorde

Zien we in dit Duitse voorbeeld dat de gewoonte of conventie dat media gratis recht hebben op informatie lijkt te gaan bladderen? In het informatietijdperk is informatie geld waard. Dit zien we alom. Daarbij komt dat journalistieke uitingen helemaal niet altijd gunstig uitpakken voor een organisatie en dat moet vooral (!) zo blijven, maar de besproken organisatie zit niet te wachten op dergelijke openbaringen. In beginsel is dit een goed recht. Journalistiek verliest haar waarde als zij tot reclame of propaganda verwordt, maar mag een organisatie die niet vroeg om een vraag, noch om een artikel geld vragen voor haar kennis c.q. moeite als die vraag wel komt, als iedereen er verder aan verdient? Zien we hier een drastische verandering in de wereld van journalistieke media als een gevolg van de nieuwe informatie-orde? Het raakt enerzijds de vrijheid van meningsuiting, maar is tegelijk ook mogelijk een nieuw thematisch fenomeen in de publiciteitswereld.

De nieuwe informatieorde maakt het organisaties mogelijk de media te omzeilen en hun eigen kanalen te gebruiken. Niet iedereen is altijd gediend van publiciteit, waarvoor de partij in kwestie ook nog eens tijd en moeite moet doen. In het informatietijdperk maakt men zelf wel uit of de publiciteit wordt gezocht. Hebben ook organisaties recht op hun privacy? Er ontstaan nieuwe normen en waarden (goed of slecht) nu informatie steeds meer waarde krijgt of juist ook schade berokkent. Ontstaat er naast de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid ook de vrijheid verschoond te blijven van ongewenste platforms. Paparazzi hebben toch ook niet het recht ongevraagd te fotograferen en daaraan soms veel te verdienen of....? Welke hypocriete lezer van het schandaalblad wil zelf nooit zo worden gefotografeerd? Kortom: een nieuw discussiethema is geboren.

Niemand wil ongevraagd te kijk staan

 

De functie van de journalistiek is een hoogwaardige. Zij vormt de verrekijker zowel als de microscoop in de samenleving en is daarmee een intermediair tussen de macht en de onderdanen, tussen de leiders en de slaven, tussen de elite en de horigen. Een buitengewoon nobel beroep. Tegelijk zijn die journalisten in dienst van mediatycoons die net zoals andere organisaties keihard voor de winst gaan. Het zijn soms de beste vrijschrijvende media die het eerst te gronde gaan in de genadeloze concurrentieslag, juist omdat zij zich onafhankelijk opstellen. Op veel plaatsen in de wereld worden journalisten gezien als hinderlijke pottenkijkers. En pas op, niet alleen door politieke machthebbers die de openbaarheid als vijandig beschouwen, ook door machtige criminelen die onderzoeksjournalistiek beschouwen als een virusaanval of door bazen van welke signatuur ook, die hun handelen willen weten afgeschermd. Niemand wil aan de kaak worden gesteld ten opzichte van de omgeving, omdat het zijn positie aantast. De journalistiek wil graag onpartijdig blijven. Een lovenswaardig streven, maar die vrijstelling is een utopie, want in de ogen van de ene dan wel de andere partij in conflictsituatie is de aan-de-ordestelling al een keuze op zich.

 

Kunnen communicatiedeskundigen en journalisten een verbond sluiten?

Wat zich hier voordoet in Duitsland, zal of een incident blijken of krijgt navolging. Ik sprak hierboven van een nieuwe informatie-orde. Het wordt een onverenigbare tweespalt. Mensen en organisaties willen privacy, de sociale hype van vandaag. Tegelijk willen zij alles weten van een ander en van wat elders gebeurt. De journalistiek is zo ongewild ook de enige spionagedienst in dienst van niemand. Maar zodra je er geld mee gaat verdienen, is niets meer onafhankelijk. Dat motto hanteren journalisten zelf immers voortdurend als zij twee petten-zaken aan de orde stellen. Het bolwerk en de processen van vrije pers, vrijheid van meningsuiting, privacy en informatiecloud staan stijf van de paradoxen. Alle reden voor communicatiedocenten en –studenten hier volop aandacht aan te besteden. Want juist communicatie-intermediairs krijgen hier ook voluit mee te maken. En zo dit gaat in machtsstrijden, er gaan altijd groeperingen ten onder. Doorgaans degenen die het goed bedoelen. Aan welke kant scharen zich de communicatiedeskundigen?

 

Interessante artikelen

Twee bewindslieden stappen op. Minister Opstelten wist niet beter of het ging om 2 miljoen gulden bij de deal met de drugsbaron. Ik kan mij niet voorstellen, dat in al die tijd dat de affaire zich voo