Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Dit artikel gaat er over dat wij heel wat minder over onszelf te vertellen hebben dan we wel denken. Het behandelt processen waarin de kracht van herhaling en imitatie maakt dat we in hoge mate worden geleefd. Dat is niet leuk, maar je kunt het je maar beter bewust zijn. Het gaat over memen en temen. Het is een soort selfisme van de hoogste graad. Deze twee begrippen c.q. verschijnselen zullen communicatie diep raken. Genen deden dit al. Memen doen dit al, maar als techniek (t) zich voegt bij de mentale replicatie van informatie zal de uitkomst zijn dat mensen niet meer zijn dan middelen voor genen, memen en temen om zich te verspreiden via replicatie. De mens als doorgeefluik, beduidend minder sturend dan we ons zelf aanpraten of willen doen geloven. Het raakt ook aan het aloude vraagstuk van de vrije wil, maar dan vanuit het communicatieproces gezien, als blijkt dat wij helemaal niet sturen.

 

Genen

Sinds Darwin en vooral ook het bewijs van genen door Franklin, Crick en Watson in de jaren ’50 is de evolutionaire betekenis van deze lichaamsonderdelen onomstotelijk naar voren gekomen. Genen maken kopieën van zichzelf en hebben dit als enige bedoeling, hoewel onbewust want genen hebben noch een ziel noch een brein. Wij, ons brein levert niet de receptuur voor onze genen, maar het is juist andersom. Eerst heb je genen en dan een mens. Bij deze replicatie worden er weinig of zelden fouten gemaakt; het is biologische perfectie van een hoog niveau. Behoudens plotselinge mutaties, die overigens nog niet eens altijd duurzaam blijken, ontwikkelen genen hun werking zeer langzaam, waardoor er een hoogst monotone receptuur ontstaat. Het lichaam van planten, dieren en mensen staat in dienst van die egotistische selfies zonder dat er een camera aan te pas komt. Generatie na generatie. Wat onder veranderende omstandigheden weet te overleven overleeft en vindt zichzelf opnieuw terug als resultaat van de natuurlijke selectie. Maar, naar nu blijkt, selecteert de natuur vooral gecompliceerde structuren die in staat zijn de natuur in vooruitzicht tegemoet te komen of tenminste gelijk op te lopen met de veranderingen en dat kan op den duur een strategie van dominantie ( wij denken de natuur te kunnen overheersen) inhouden. Spannend!!

 

Memen

Richard Dawkins kwam tot de ontdekking dat hij moest concluderen dat er ook zoiets als culturele genen bestonden. We spreken over de jaren ’70. In mijn driedelige VanDale uit 1984 komt het woord meme nog niet voor. Via taal, gedrag en imitaties ziet informatie kans zich te verspreiden en gedurende langere of kortere tijd invloed uit te oefenen op de kennis en het gedrag van mensen. Hierbij zijn mensen veel minder autonoom dan zij vaak veronderstellen. Langdurige memetiek ( lees het als imitatiekunde) zien we bijvoorbeeld terug in sagen en legendes of nog veel nadrukkelijker in godsdiensten. Kortstondige memetiek betreffen verschijnselen als mode en hypes en geruchten of zelfs het gesprek van de dag, erger nog als de waan van de dag. Memen zijn in heftige competitie met elkaar in ons hoofd. Genen ook maar niet binnen één lijf. Het gaat erom wie of wat overleeft? Die moderne meme-overleving zien we ook al terug in het gegeven dat informatie op het internet of in de cloud vrijwel niet meer is te ‘doden.’ Wat wij het heelal inzenden, gaat zelfs in beginsel nooit meer verloren. Alle verbindingen na de oerknal zijn natuurkundige memen.

Met de waarheid hebben memen niets van doen. Het gaat er slechts om wat er blijft hangen. Een historisch voorbeeld. Alexander Dumas schreef de drie musketiers met als bijzondere aanvulling tot een kwartet de acceptatie van de wat brutale jonge d’Artagnan. Gevieren beschermden zij in een romantisch verhaal hun Franse koning. Welaan de drie musketiers bestonden niet, maar zijn een fictie van de schrijver. D’Artagnan daarentegen was een echt geleefd hebbende musketier van adellijke afkomst. Hij streed o.a. bij Maastricht en stierf daar door een kogel. De musketiers vochten verder helemaal niet met degens (heldhaftige man tegen kwaadwillende man), maar met, hun naam verraadt het al, musketten, heel wat minder romantisch. De auteursversie blijft overeind tot op de dag van vandaag en is een kassucces gebleken. De werkelijkheid is vrijwel onbekend bij het grote publiek. De romanmeme overleeft en verslaat de werkelijkheid. Zo overwint wellicht over 100 jaar de meme, dat de Holocaust een verzinsel is, om een veel somberder voorbeeld te geven, de meme die de werkelijkheid weergeeft als een feitelijke gruwelactiviteit. In sommige kringen is dit al een feit. Ga er maar aanstaan communicatiedeskundige. Jouw opdracht is niet mensen te overtuigen, maar memen uit te schakelen en mensen als dragers ervan. In de visie van professor Blackmore bevinden memen zich in de oersoep van culturele complexificatie, zoals de prokaryoten zich ooit bevonden op weg naar bewust denken. Hoelang het neemt, is een zeer groot vraagteken. In de memetiek is taal slechts een parasiet in haar visie. Maak geen wegwerpgebaar, verneem haar argumenten en bedenk op voorhand dat een nieuwe generatie wetenschappers haar bijvalt en ook oudere kopstukken als de filosoof Daniel Dennett.

 

Communicatoren zijn obers in het wereldrestaurant van informatie

Opvoeding en scholing zijn uiteraard krachtige stromen van doorgegeven informatie. Vaak ervaren wij de werking van dit doorgeefproces dat in zichzelf slechts voortgang beoogt (overleven van memen), als vooruitgang. Informatiereplicatie is een proces dat langs lijnen van algoritmische aard duurzaam voortschrijdt. Al sinds het begin der tijden. Voor communicatiestudenten geldt, dat zij zich bewust dienen weten van een nieuwe tak van wetenschap, waarbij de mens dus ook in dienst staat van het immateriële informatieproces (voor zover we informatie als niet fysisch beschouwen, hetgeen maar ten dele waar is). De sociale media en hun programmering zijn instrumenten voor informatiedistributie die met hoge snelheid en een weidse distributie miljoenen mensen kunnen bereiken. In tijd en impact gaat deze evolutie met revolutionaire kracht door het leven. Een like of een response kan dan worden beschouwd als een meme die vrucht draagt en in kopieën wordt doorgegeven. Zij verandert instant de receptuur van ons denken c.q. opvattingen. Op de vraag: hoe weet jij nu dat dit zo is,? is het antwoord ‘omdat het op internet of facebook of twitter stond’ het bewijs van een identiek memekind. Het zal duidelijk zijn dat het ontwikkelingstempo van mentale memen veel hoger ligt dan van fysische genen, die per voldragen nazaat overleven, voor zover de natuurlijke selectie verderop in de tijd tot een positieve overleving leidt. Genen en memen kunnen elkaar versterken maar ook bestrijden en soms wint de meme. Zo sterk is al de immateriële wereld dat ze de fysische begint te overstijgen, al is het mijn mening dat die zogeheten immaterie uiteindelijk toch fysisch zal blijken. Ik beweer hier niets meer of minder dat, zoals de scheiding tussen geest en lichaam van Descartes, die niet juist bleek, vergelijkenderwijze ook zal gaan gelden voor de scheiding tussen fysica en metafysica, tussen materie en immaterie. Anders gezegd: psychologie zal natuurkunde blijken, maar laat deze zijsprong maar even voor wat zij is.

Memetiek heeft drie voorwaarden om te kunnen werken: variatie, selectie en erfelijkheid. Uit deze drie-eenheid volgen de meest complexe processen, zonder wil, zonder geest, zonder bewustzijn. Het werkt gewoonweg zo. Deze processen zijn mindless. In-form-are, ik schreef het eerder, betekent in structuur brengen. Informeren, structureren, communiceren behoren tot dezelfde zwangerschapsformule om tot complexiteit te komen. Dat we dit nu beginnen te beseffen is alsof dit supernatuurproces ons in zijn spiegel laat kijken. Techno-memes brengen ons nog een stap verder, tenzij de techniek (!) het overneemt. De meest verregaande vraag is dan: was bio slechts een tussenfase?

 

Temen, de derde generatie

Susan Blackmore, (reader in psychology on the Bristol University) die in The meme machine (1999, the Oxford University Press) met veel argumenten en voorbeelden de theorie van Dawkins op haar manier toelicht en verder uitlicht, is de mening toegedaan dat we een derde generatie van replicatoren tegenkomen in zoals zij ze noemt temen. Dit omvat informatie, gelijkend op memen, die we nu gaan tegenkomen niet als ‘product’ van mensen maar van technische apparaten. Hierbij valt te denken aan intelligente computers, robots, maar ook informaties die zich uitwisselen met informaties via wat ik met een ouderwets woord nu maar even overkoepelend weergeef als machines.

Gedurende mijn colleges aan de UvA liet ik in mijn slotsessie zien hoe we de informatieladder kunnen terugvinden. In primitieve tijden ontwikkelde de taal zich als memedistributeur. Blackmore verklaart naast taal ook de relatief snelle groei van de menselijke hersenen in omvang als een memeresultaat. Maar de taalgroepen waren klein (stammen) en de actieradius beperkt. Mondelinge verhalen waren doorgeefmiddelen. Met het schrift en de boekdrukkunst vergrootten zich de distributiesnelheid en ruimtelijkheid. Moderne media omspannen de wereld in secondes en memen kopiëren zich in minuten. Nu leven we in het informatietijdperk. Uitwisseling van informatie met informatie levert kennis op. Mensen doen dit, maar inmiddels ook computers. Kennis plus kennis levert visie op. Als dit proces ook door automaten kan worden uitgevoerd zullen die sneller dan de mens tot kennis komen en ook zonder emoties, want vooralsnog kunnen we die niet programmeren. En tot visie over hoe nog beter te overleven. Acht u dit wat overdreven, zie hoe nu al miljarden in flitsen van seconden op de beurs worden verhandeld, niet door mensen maar door computers, waarbij je je af kunt vragen wie nu eigenlijk wat aanstuurt.

 

Moraal en vrije wil in het gedrang

De mens komt gaandeweg drie keer als instrumenteel in het verhaal voor. Eerst biologisch-fysisch voor genen, dan mentaal-biologisch-fysisch voor memen en ten slotte als primitief-technisch fysisch voor temen. Informatie wordt verder in de tijd nog sneller doorgeven en de actieradius wordt kosmisch, vooropgesteld dat apparaten zich met meer overlevingskansen verspreiden in het heelal dan mensen. De informatieprocesdominantie krijgt dan ongekende macht.

Dus, als dit verder wordt bevestigd zijn mensen slechts instrumenteel als het om informatie en dus ook communicatie gaat van zielloze processen. De consequenties zijn huiveringwekkend. Mensen filosoferen en juridiseren als eeuwen over moraal. Godsdiensten ontlenen het goede en de goede keuze aan goddelijke voorschriften. Zullen apparaten ook een moraal krijgen en daarover discussiëren? Komt er zoiets als de situatie in I robot van Isaac Asimov, waarbij robots worden geprogrammeerd om mensen niet aan te vallen of te doden?

Waarheid is geen criterium in de maatschappelijke ordening en welke communicatie-expert zou dan nog durven beweren dat hij of zij De communicatie doet. Dan wel hiervoor verantwoordelijk is. Want die door memen bestuurde kopieermachine, de mens, heeft ook nog eens zo zijn meme-gestuurde perceptie en zijn genen gestuurde beperkingen. Dit zijn de echte bazen of cro’s: chief replication officers. De CRO is de baas van de CEO. Communicatiemanagement zal dan blijken een poging tot lokale verkeersafhandeling te zijn. Niets mis mee, maar meer dan ooit wordt communicatie door mensen bedreven een probabiliteitsvak, zoals ik dit eerder op deze site noemde. Wij moeten onze organisatiebesturen hierop voorbereiden. Het maakt communicatie tot één van de meest ingewikkelde vakgebieden ter wereld en tegelijk één van de meest gemangelde.

Op die vrije wil in relatie tot communicatie kom ik apart terug in een wat meer filosofische beschouwing.

Interessante artikelen

De IS-beweging heeft een tweede westerling onthoofd. Na de Engelse journalist verloor nu een Amerikaazichse reporter het leven. De boodschap die de onthoofding begeleidde is duidelijk. “Laat ons met r