Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Je bent minister van Buitenlandse Zaken geweest en je hebt een lange overheidscarrière achter de rug. Je hebt dan drie keuzes zo op het eerste gezicht. Rustig van je pensioen en vrije tijd gaan genieten en je hobby’s intensiveren waarvoor tijdens de drukke loopbaan te weinig tijd was. Dit is al een enigszins paradijselijke omstandigheid, als je die afmeet aan de levenslange zwoegellende waarvoor veel mensen staan in arme landen. Je kunt ook je kennis en tijd ter beschikking stellen aan de overdracht naar opvolgende generaties. Dat betekent je aanmelden voor onbekostigde colleges aan studenten en andere belangstellenden, waarbij je jouw ervaringen en de praktijk onder ogen brengt van toekomende dienaars van het vaderland. Je kunt ook een boek schrijven om je kennis te delen. Als derde keuze kun je besluiten om gewoon door te werken. Waarom zou je als je fit en helder van geest bent, keuze 1 of 2 navolgen of de bekende geraniumrelatie aangaan? Doorstumpen, mooi als dat nog kan. Vooropgesteld dat je een beroep hebt, dat je hiertoe fysiek in staat stelt. Doorwerken is allerminst voor iedereen weggelegd, dus dat is sowieso al een persoonlijke rijkdom.

Zo niet Ben Bot. Hij verkoos het als lobbyist na zijn pensionering door te gaan. In dienst van een Haagse lobbybureau. Waarin ligt nu de meerwaarde van Bot? Ongetwijfeld dat hij, zoals dit heet, de juiste ingangen heeft in relevante netwerken vanuit zijn oude functie. Daarbij treedt hij op als belangenbehartiger voor willekeurig welke opdrachtgever c.q. betaler die voldoende pecunia heeft om hem in te huren. Uit de voorbeelden van zijn werk die nu in de media opduiken blijkt dat er dubieuze opdrachtgevers tussen zaten. Of dat het om betwijfelbare praktijkbelangen ging. Stond daarbij altijd het belang van het volk dat hij ooit diende voorop? Zeker niet. Het volk was immers zijn opdrachtgever niet. Eenzijdige belangen verdienen nooit een erepalm, maar in het geval van een doorgewinterde overheidsdienaar, een hoeder van democratie en een voorvechter van gelijkwaardigheid en openheid, mag je alweer veronderstellen, zouden ze nooit voorop mogen staan. Het doet je twijfelen welke principes Bot erop na hield toen hij nog in die hoedanigheden in openbare dienst was. Het werpt een schaduw over zijn hele loopbaan.

Bovendien ga nu na. Hij is 78. We mogen veronderstellen dat hij een redelijk pensioen heeft en een bovengemiddeld bestaan leidt. Kun je dan niet werk overlaten aan de jongere generatie, zeker in een tijd waarin het werk toch al niet ligt opgestapeld, en je verdienstelijk makent met onbekostigende begeleiding, zoals ik al aangaf. Je werd ooit zelf opgevoed en opgeleid. Gedurende je werkleven deel je je kennis en als je gepensioneerd bent heb je er zelfs alle tijd voor. Of de gemeenschap er op sit te wachten, moet je maar zien, maar je beschikbaar stellen kan altijd. Om niet wel te verstaan.

Verder heeft Bot zich kunnen bedenken, dat anderen die hem niet kunnen betalen, die geïntermedieerde toegang tot beslissers en invloedrijke mensen niet hebben. Hij schept dus per definitie een situatie van ongelijkheid. Nu gebeurt dit overal in de maatschappij. Dat weten we maar al te goed, maar een oud staatsman zou dit niet moeten willen. Zijn onderscheidingen veronderstellen een hogere moraal. Als men tegenwerpt dat dit nu eenmaal zo gaat in Den Haag, dan ik slechts vragen "En vindt u dat normaal?' Een eindeloze reekst van vleien, pleiten, kuiperijen. is dat het landsbestuur dat complexe problemen moet aanvatten en oplossen? Het is een wegwedstrijd waarbij voortdurend vanuit alle kanten ongevraagden het circuit opstormen en porberen mee te sturen. Zij verstoren dus ook nog eens het toch al moeizame traject van rechtlijninge en doelmatige koersen. Het maakt hen in feite medeplichtig aan elke vertraging van een aan de chirurgische tafel staande regering en politiek operatieteam.

Het is al met al een voorbeeld waarom ik een tegenstander ben van lobbyen. Opkomen voor je belangen, daar is niets mis mee. Maar dan in volle openheid en niet in vertrouwelijke gesprekken en in besloten afspraken waar de wereld geen weet van mag hebben. Zelfs niet van de uitkomsten, want die kunnen het daglicht soms dan weer niet verdragen. Het zou dus goed zijn als partijen lieten weten zij dat op een bepaalde wijze hun belangen gaan verdedigen en wel om die redenen en op die manier. Met naam en toenaam en onderwerp. Anderzijds gezegd strijden met open vizier. Zo niet, dan ben je geen gentleman en zeker geen ridder. Bot met zijn gedrag ondermijnt hoe dan ook wezenlijke aspecten van de democratie. Eerst die democratie dienen en eraan verdienen en dan rusten op je lauweren met voldoende financieel zwemvest om vervolgens onder water nog wat bij te verdienen voor mogelijk niet-open praktijkzaken is een desavouering van je eigen werkleven. Die vorm van lobbyisme is mij als kiespijn. Ik zou zo’n vak nooit kunnen hebben. Sterker nog ik vind het geen vak. Louche praktijken zijn nooit een vak. Ga maar na. Welke professionalisering voert louche zaken naar hun optimale resultaat? Gezien Bots achtergrond vraag ik mij af van wie hij de moraal heeft toegereikt gekregen?

Interessante artikelen

Het bestaan van goed en kwaad is een centraal thema in godsdiensten en in de moraal en in de maatschappij in het algemeen. Veel minder maar minstens zo heftig is de oppositie van genoegen en pijn. In


Duitsland is in beroering door de verregaand beledigende teksten van een cabaretier aan het adres van de Turkse president Erdogan. U kunt deze dictator zo fout vinden als een demon, maar daar wil ik h