Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Mensen vragen zich in algemene zin af wat het doel van het leven is. Ook vinden we die vraag terug in soortgelijke frase, nl. wat is de zin van het leven? Samen komen we dan tot: welk doel geeft het leven zin?

Er is ook een vraag die er veel op lijkt en die luidt: waarom bestaat een mens? Deze kennen we als de existentiële vraag naar de betekenis van ons bestaan. Strikt genomen duidt die vraag op een reden die niet in onszelf kan worden gevonden. Het antwoord ‘omdat je ouders met succes hebben gepaard’ gaat niet op. Dat is namelijk het antwoord op de vraag ‘waardoor besta je.”

Filosofen houden zich al eeuwig bezig met die waaromvraag. Godsdienstigen zoeken het antwoord in een bovennatuurlijke opdracht met een hemelse onsterfelijkheid als eindeloze afsluiting van de aardse kortstondigheid. Of spreken van Gods be-doel-ing die we vervolgens niet kennen. Seculieren en vrijdenkers zijn geneigd het antwoord meer te vinden in persoonlijke zingeving: wat vind ikzelf dat de reden tot bestaan is? Dat er een kosmisch doel mee is gemoeid wijzen zij af, omdat daar nog nooit iets van is gebleken. Die existentiële waaromvraag lijkt typisch iets van de menselijke geest, wat op zich de zoektocht waard is. Daar niet van.

Allereerst kunnen we na bewustwording van onze deelname aan het bestaan constateren dat we er zijn. Dit zelfbewustzijn is bij mensen verder ontwikkeld dan bij dieren en planten. Wat alle organische wezens gemeen hebben is dat zij een proces volgen van voortbestaan. Zaad is het zaad van overleving tot overleving. Bij planten, bij dieren, bij mensen. Misschien gaat dit nog verder terug tot diep in de anorganische natuur. Uiteindelijk belanden we dan bij kennis, die ons voorlopig vertelt dat energie nooit verloren gaat, maar altijd overgaat in een andere vorm. Dit zou op zich al bevredigend kunnen zijn: we zijn onderdeel van een kosmisch continuüm. Uit stof zijt gij geboren, tot stof zult gij terugkeren is dan een passend gezegde. En dan moet je ophouden met vragen en niet verder willen dan het eerste begin. Zij die zichzelf vanuit die stof een gestalte geven en zich een voorstelling maken om als een Adonis of Aphrodité weer terug te keren dromen in hemelse gelukzaligheid. Dat mag. Zij die we materialisten noemen weten dat het eigenlijk niet is van stof tot stof, maar van atoom tot atoom of zelfs nog iets kleiner. Het gezegde luidt dan beter: uit zaad en cel zijt gij geboren tot stofjes zult gij u (niet) terugvinden.

Wie met dit beeld of gegeven geen genoegen nemen en zich afvragen, maar wat is de zingeving van mijn bestaan gedurende die stoffelijkheid in mensengedaante kan verschillende antwoorden vinden. Sommige filosofen zeggen dat die zingeving ligt in de genieting. Dat is niet een aaneenschakeling van lichamelijke genoegens, zoals bijvoorbeeld lekker eten en seks en andere frivole genietingen, maar een bewuste zintuiglijke aandacht voor wat u als mooi en aangenaam aanvaardt. En wat u naar vermogen kunt nastreven. Hierbij hoort niet bij dat u anderen kwaad berokkent of het leven beneemt, want wat u niet als een genieting zou aanvaarden, geldt voor die ander in gelijke mate. De gouden regel, zoals we die kennen. Men moet dus vooral netjes genieten. Ook vreugdevolle en genoeglijke ervaringen en bezittingen horen hierbij. Dus delen is ook een vorm om zingeving te verspreiden.

Nog weer een categorie mensen acht dit nogal een fysiek doel en streeft naar geestelijke bevrediging als het om zingeving gaat, waarbij de vorige alinea te weinig hoogstaand is. Wel om te beginnen is daar het besef van het eigen bestaan en van de mogelijkheden die dit zoal biedt. Het is aan uzelf om daar een grotere of kleinere keus uit te maken. Voortbestaan kan als zinvol worden gezien, maar al snel leren we de eindigheid van ons eigen relatief kortstondige bestaan. U heeft dan twee opties. Eén is voor iedereen weggelegd, dat wil zeggen als de natuur ons hiertoe in volledigheid heeft opgebouwd. Dat is overleven, liever gezegd materieel doorleven, via nageslacht. Die optie wordt alweer gedeeld door mensen, dieren en planten. De ander is naast kindertal het scheppen van iets dat in enig opzicht echt van uzelf is en uzelf en anderen tot genoegen strekt. Dat is betekenisgeving door middel van zelf gemaakte producten en kunstuitingen. Dat is tegelijk een mooie invulling van de bewering dat iedereen talent heeft. De wereld heeft de neiging die talenten te rangschikken, maar dat doet aan het beginsel niets af. Talent heeft iedereen; het is zaak van de ouders en het onderwijs om dat talent te ontdekken, ruimte te geven en te helpen vervolmaken. Dat is niet iedereen gegeven, maar als uitgangspunt geldt het wel. Waar dit mislukt, is waar de mensen onderling elkaar in die betekenisgeving dwars zitten of het zelfs regelrecht onmogelijk maken.

Als u geen doel in het leven vindt, ben ik geneigd te zeggen ‘stop er dan mee.’ Niemand beweert dat u een doel moet hebben. Als de weg naar een doel wordt gehinderd door anderen of de omstandigheden maken u elke stap in die richting onmogelijk moet u hard werken en als het dan nog buiten bereik blijft, moet u of een ander doel kiezen dan wel uw huidige locatie verlaten. De harde kant van deze redenering is dat het leven soms zo is, juist ook omdat de natuur als zodanig met u geen doel heeft. De natuur wil niets. Zij is er in de vorm die zij heeft in de periode dat u er bent. U weet allang dat u verdrinkt en dat water geen medelijden kent. U moet dus leren zwemmen en zo dat niet lukt diep water vermijden. Soms wordt u in die waternatuur geholpen door dolfijnen, of door een drijvende boomstam of door zwemmers, maar u kunt er niet vast op rekenen.

Als anderen voor u een doel bepalen, moet u oppassen. Doorgaans bent u dan een middel of een levend instrument waardoor zij hun doel denken te verwezenlijken. Symbiose komt voor. Sociose ook. Maar deze samenlevingsvormen hebben weer zo hun eigen regels en wetten en dat zijn altijd kaders en grenzen.

Mijn doel is kennis. Ik heb daar niet altijd tijd voor. Juist om te denken, te lezen, te luisteren hebben mijn hersenen calorieën nodig en die komen niet aanwaaien. Wist ik al vroeg: van de lucht alleen kun je niet leven, zeiden mijn ouders.

Het mooie van kennis als doel is, dat er meer te weten valt in de tijd, ook over of juist in de toekomst, dan het eigen leven lang zal zijn.

Het doel als geheel, alle kennis, is oneindig menselijkerwijze gesproken en zal ik dus ook nooit bereiken. Mijn doel valt zo samen met begrippen als onbereikbaarheid, onhaalbaarheid, onvoltooibaarheid, ondoenlijkheid. Dat vind ik geruststellend. Want als ik ooit het laatste antwoord zou vinden op de laatste waaromvraag zou dat betekenen dat ik geen doel meer heb. Het leven is dan pas echt doelloos en zinloos tegelijk. Ik moet er niet aan denken. Alwetendheid maakt mijn hersenen waardeloos.

Interessante artikelen

Onvoorwaardelijke trouw komt niet vaak voor. Het is het ideaal dat we verbinden aan de liefde tussen een man en een vrouw. Het liefst wederzijds. In andere maatschappelijke betrekkingen is evenwel d