Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

De evolutieleer leert ons dat aanpassing doet overleven. Wie zich niet op tijd kan aanpassen legt het loodje. Het is een meedogenloos mechanisme, dat werkt als een natuurlijke selectie. Een onbewuste selectie wel te verstaan, want de natuur heeft geen doelbewuste intenties. Voor planten en dieren geldt die harde confrontatie. Mensen als onderdeel van de aardse natuur hebben het vermogen tot nadenken en reflecteren. Zij kunnen zich bewust zijn van de consequenties van hun handelen. Komen de levensbedreigende krachten van buiten de aardbol dan zijn we machteloos. Soms zelfs tot op het niveau van die aardse planeet zelf. Neem de inslag van een grote meteoor of de botsing met een andere planeet. Binnen de aardse dampkring kunnen zich enorme natuurrampen voordoen. Aardbevingen, overstromingen, orkanen, branden door blikseminslagen. Planten en dieren zijn dan onmachtig en mensen iets minder doordat hun technisch vermogen en hun (voor)kennis hen in staat stellen al of niet voldoende maatregels te nemen.

Planten, dieren en mensen wedijveren in de strijd om het voortbestaan, waarmee zij de natuurlijke omgeving op aarde beïnvloeden en daarmee ook een deel vormen van dat natuurlijke selectiemechanismen en de noodzaak tot aanpassing. De evolutie is zo bezien niet iets dat zich in alle aspecten buiten onszelf afspeelt.

Aanpassing is op kleine schaal geboden als het om individuen gaat. Echte evolutionaire adaptaties strekken zich evenwel uit over hele reeksen generaties. Bio-evolutionaire aanpassingen nemen eerder miljoenen dan honderdduizenden jaren. Pootjes, vleugels, vinnen, ze ontstonden in kleine mutaties gedurende era’s. Is de verandering snel en heftig, dat werkt die geleidelijke aanpassing niet. Zo konden de Siberische mammoets de snelle kouontwikkeling niet bij benen met een adequate bontjas. De kortste aanpassingstijd voor een lichamelijke adaptatie ligt in een orde van grootte van minstens 10.000 jaren. Of als je dit deelt door generaties van 25 jaar 400 genpassages.

.

De mensevolutie van pakweg 100.000 jaar geleden naar nu (evolutionair een relatief korte periode), van Neanderthaler en CroMagnon naar de moderne mens kent een alles overheersende verandering van fysische aard en dat is de groei van de hersenen van 500 gram naar 1,5 kilo. Dat vertegenwoordigt een recordtempo. Wetenschappers hebben hiervoor een aantal verklaringen, maar zij kunnen de doorslaggevende oorzaak nog niet precies duiden. Misschien is het ook wel weer een combinatie van factoren, zoals opgaat voor veel veranderingen.

Binnen dat hersenvermogen neemt het geheugen een belangrijke plaats in maar indrukwekkende voorbeelden van geheugen kennen dieren ook. Zo weet een eekhoorn de tientallen plaatsen waar hij in de zomer voer voor in de winter verstopte. En weten schildpadden instinctief de weg over duizenden kilometers door zee naar de broedplekken en hun oorspronkelijke geboortegrond. En zij zijn waarachtig de enige niet.

Wat de mens echter voor heeft op dieren is het vermogen tot reflectie: wat leer ik van mijn ervaringen, waarbij reflectie en passant leidt tot analyse en hergebruik maar dan met mogelijke verbeteringen of veranderingen ten goede of ten kwade. Hierdoor werd de mens dominant binnen diezelfde natuur en begon hem voor eigen doeleinden te gebruiken op een voordien ongekende schaal. Dat is de situatie vandaag de dag.

Geen pantser, bontjas, langere nek of grotere snavel, maar verbeteringen van bijvoorbeeld onze zintuigen, die vaak slechter zijn (zien, ruiken, tasten) dan van dieren, maar door hulpmiddelen (verrekijkers, telescopen en chemische analyse) thans bijkans oneindig versterkt kunnen functioneren. We komen dit tegen onder de noemer technologie. Evolutionair zijn die zintuiglijke verbeteringen niet en daardoor past eerder het woord revolutionair. Je kunt ook zeggen dat het een vermogensmutatie is langs kunstmatige weg in een korte tijdspanne.

Die hersengroei speelde zich af over maximaal een paar honderdduizend jaar, evolutionair gezien in korte tijd. Hierdoor moeten we concluderen dat het mechanisme van reflectie een enorme versnelling vertoont, waarbij onder andere de technische hulpmiddelen in deze tijd het menselijk vermogen in prestaties voorbijsnellen.

Wij zijn als het ware onze eigen natuur of habitat gaan scheppen ook met nadelige gevolgen voor de biosfeer, waarbij wij reageren op veranderingen die we vooral ook zelf veroorzaken. De natuur buiten ons kan dit tempo niet aan en legt dus zoals de evolutieleer aangeeft het loodje. Tegen overbevissing valt niet te paren. Ontbossing valt door natuurlijke bezaaiing niet bij te benen.

De natuurlijke evolutie heet, zoals ik hierboven al schreef, te selecteren. Simpelweg komt het neer op: kan iets mee met de ontwikkelingen buiten zichzelf in zijn directe omgeving of levenssfeer. Meer warmte, minder kou, meer bomen, minder water, meer droogte enzovoort. Kortom kun je de veranderingen in het leefklimaat en de noodzakelijke energievoorziening (voedsel) bijhouden. Bepalend zijn de exogene factoren. De menselijke versnelling zit hem in endogene factoren: wat leer ik en kan ik na analyse (reflectie) verbeteren? Het is bij mensen een wedloop die zich binnen onszelf afspeelt.

Die aardse wedloop is in aantallen generaties weer te geven. Van primitief tot moderne mens 190.000 generaties. Van agrariër en dierentemmer tot aan het mechanistisch tijdperk 10.000 generaties. En van mechanische wereld naar quantum fysica in ruim een eeuw ofwel 3 tot 4 generaties. Zie hier een onevolutionaire acceleratie. Vandaar dat we constateren dat we het letterlijk niet meer bij kunnen houden. Fysisch soms niet meer, maar mentaal (mentificatie/mens mentis is geest in het Latijn) wel voor wie moeite doet en er in de basis het vermogen toe heeft.

Het oplossen van complexe vraagstukken komt vaak neer op het oplossen van complexiteit die we zelf hebben veroorzaakt en nu als omgeving aantreffen. Wij zijn als het ware de heersende natuur geworden. En dat tempo laat ook zien dat de ouderwetse natuur het niet meer bij kan benen. Dieren leggen het af, maar ook bomen, flora in het algemeen, voorheen vruchtbare oppervlaktes, nu kaal door uitputting.. Naar het lijkt kunnen alleen bacteriën en virussen het nog bijbenen, maar dat komt omdat zij zich op hun beurt enorm snel vermenigvuldigen en elkaar opvolgen en dus ook hun DNA een heel hoog aanpassingstempo heeft. Maar in het klimaatprobleem treffen we een natuurlijke reflex aan, waarin het lijkt alsof de aarde als geheel weerstand biedt en ons vanuit het hoogste niveau, de dampkring, door een externe kracht, de zonnewarmte, tot de orde roept.

Waar we nu voor staan is die reflectie te gebruiken om de zelf veroorzaakte ingewikkeldheid zo doelmatig (overleven) te benaderen dat we oplossingen bedenken die kool en geit sparen ofte wel die mens en natuur sparen, want alleen door de mens kan de natuur zich aanpassen. De evolutie is zich in procesgang aan het omdraaien. Wij selecteren, als we van die evolutieleer maar meekrijgen, dat als bewoner en habitat gelijktijdig veranderen geen van beide zich tijdig kan aanpassen. Want een andere habitat is letterlijk en figuurlijk ver weg.

Nu is er behalve gezond verstand en inzicht in het verleden nog één menselijke kracht die hoog boven alles uitstijgt: bewuste samenwerking. Als geen ander wezen is de mens in staat tot vereniging van krachten. In dit geval fysiek en mentaal. Dieren kennen som fabuleuze vormen van samenwerking. Neem de mierenhoop of de omsingeling van scholen vis door haaien of een roedel wilde honden tegen een leeuw vechtend om een kadaver of zelfs binnen ons lijf de ongekende coöperatie van bacteriën. De menselijke vormen zijn kwalitatief hoger, vooral die samenwerking op het terrein van zenuwcellen in ons hoofd. Laten we daaraan verstandig uiting geven. Je mag toch niet hopen dat ons hersenvermogen het leefmilieu inclusief onszelf onomkeerbaar uit balans brengt. De hele wereld lijkt zich aan ons te moeten aanpassen, maar zo werkt het helaas niet.

Interessante artikelen

Nederland is ontegenzeglijk één van de betere landen, als het gaat om primaire levensvoorzieningen als behuizing, voedsel en medische voorzieningen of een sociaal vangnet. Ook andere omstandigheden zi