Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Al sinds meer dan 2500 jaar dalen denkers en wetenschappers af in de wereld van het superkleine. Lange tijd gold de gedachte dat atomen als ondeelbare micromaterie de kleinste eenheden vertegenwoordigden (Democritus). Men kon deze detailhandel niet zien, maar slechts bedenken. Het duurde lang voordat we met microscopen moleculen konden waarnemen,Sacharias Jansen/ Athoni Leeuwenhoek) maar daarna ging het zeker de laatste honderd jaar snel. (Planck, Einstein. Bohr) Toen ontplooide zich een wonderlijke wereld, waarin duidelijk werd dat atomen verre van de kleinste eenheden vormden. Ze hadden kernen met protonen en neutronen en bevonden zich in een soort atmosfeer van elektronen.De quantum fysica was geboren.

 

Die kerndelen waren weer opgebouwd uit verschillende quarks en naast die elektronen stelden wetenschappers ook nog vast dat er een scala aan andere onzichtbare frutsels bestond, zoals leptonen en bosonen. En die heelalstoffen vormden niet alleen deeltjes of stralingsgolven en daarmee energie, maar kenden misschien nog weer een ander voorkomen. Iets dat we trilhaartjes gingen noemen ofwel superstrings.

Het heelal barstte van de materie, maar toen we dachten dat we het einde wel in zicht hadden, gaven weer andere berekeningen aan dat de zichtbare materie in ons heelal slechts 5% uitmaakte van de totale materiële bevolking. Zogenoemde zwarte materie en energie zouden samen tot het overgrote deel (95%)van de totale hoeveelheid ietsigheid optellen. De uitdijing van het heelal en de bijbehorende gedragingen van licht en zwaartegolven gaven aanleiding tot deze constateringen of voorzichtiger gezegd deze overwegingen. Met onze zintuigen kunnen we eigenlijk maar een ietsiepietsie waarnemen. Ons bezintuig, zoals ik onze hersenen wel noem, opent die bijzondere wereld voor ons. Via experimenten en waarnemingen van lichtgedrag o.a. komen we al redenerend tot deze bevindingen. Het draagt de naam quantum fysica en frappant genoeg (maar misschien ook wel helemaal niet) kennen ook onze hersenen quantum fysische aspecten.

 

Nu ontvouwt zich nog weer een nieuwe theorie, waarvan onder anderen ook de Nederlandse fysicus Erik Verlinde een verkondiger is. De grondstof van ons heelal zou worden gevormd door informatie. Of liever gezegd informatie vormt materie en energie. Het mooie is dat dit uit het Latijn afkomstige woord die eigenschap al semantisch weergeeft. In-form-are betekent maken, in vorm brengen. Niet vorm als gestalte maar vorm als structuur. Zoals we dit ook kennen in het werkwoord formeren. In dit werkwoord komen informatie, organisatie en communicatie samen: het proces van verbindingskunde, niet louter als menselijk vermogen, integendeel, als zijnsessentie. Dus ook van stof en energie. Denk ook aan de overdrachtswaarde van DNA, welke moleculaire structuren het bestek neerleggen voor de bouw van ons lichaam.

 

Als informatie de basisstof is van het heelal wordt dit heelal ‘tastbaar’ in de verschijnselen van energie en materie als er sprake is van verbindingen. Op natuurkundig niveau als het om natuurwetten en atomaire relaties gaat en op scheikundeniveau als het om moleculaire, meer stoffelijke betrekkingen handelt. Hierbij ontstaan telkens weer andere eigenschappen. Gezien het aantal onderling verschillende kwaliteiten lopen die eigenschappen tot in de miljarden.

Heelalkunde wordt zo bezien de leer van verbindingen en betrekkingen. Tot welk een wereld dit kan leiden laat onze aarde zien. Het is ongelooflijk tot hoeveel kleuren, vormen en levende eigenschappen al die verbindingen leiden.

 

Nu kennen mensen opmerkelijk genoeg een eigenschap die voert tot een hoge vorm van verbinden. Wij informeren elkaar via gedrag, geluid, taal en symbolen en vele hulpmiddelen. Dieren kunnen dit ook en op onderdelen soms beter dan mensen, maar niet over het geheel van die reeks van informatiemogelijkheden genomen. Mensen spannen de kroon. Dat wil zeggen voor zover er elders in het heelal geen hogere verbindingen bestaan. Daarmee gaan wij hoogwaardige relaties aan, die we tegenkomen in allerlei voorkomens van coöperatie en coëxistentie. Helaas wordt deze kwaliteit ook ingezet voor negatieve connecties. Momentaan wordt die rijkdom van taal aangevallen door buitengewoon abjecte vormen van misbruik. Nota bene leiders (dus ook politici) die het goede voorbeeld zouden moeten geven leggen taalkundig verbindingen die leugenachtig zijn, die bewust onvolledig zijn, die we alternatieve feiten noemen of nepinformatie. Het lijkt mij dat juist in het informatietijdperk aan de fantastische mogelijkheden voluit moet worden gewerkt en voorrang gegeven, terwijl helaas de misbruikvoorbeelden ook voluit blijken.

 

Het zal woorden of symbolen een worst zijn hoe ze worden gebruikt. Mensen zouden evenwel gezien deze diepe afkomst en de waarde van verbindingen een grenzeloze eerbied moeten hebben voor waarachtigheid en feitelijkheid. Omdat mensen zoiets kennen als reflectie, ethiek en dan wel in de betekenis van goed gedrag. We geven met dit begrip waarde aan op zich natuurkundige mogelijkheden van verbinding die nu juist alleen mensen kunnen geven na een kleine 15 miljard jaar van het aangaan van materiële, mogelijk vanaf nu informatieve verbindingen. De oerknal gaf zo beschouwd de aanzet tot de mogelijkheden tot informatie!

Taal als uitwisseling van woorden, die op zich bestaan uit letters en symbolen en op hun beurt weer uit atomen en kleinere eenheden is een product van de evolutie van het heelal. Het heelal resulteert niet in een bepaalde mate van kwaliteit. Het heelal is in dit opzicht volstrekt neutraal. Maar het heelal heeft wel geresulteerd in mensen die aan informatie een tot nu toe ongekende mate van kwaliteit toekennen en dat heet waarheid, werkelijkheid, feitelijkheid en verifieerbaarheid.

 

Communicatie is daarmee eerst en vooral een proces van uitwisseling van een grondstof die onmateriële hoedanigheden van het allerhoogste niveau vertegenwoordigt en die mensen in hoogste instantie machtig zijn. We zijn het aan de natuur, aan de hele kosmos verplicht, hier zorgvuldig en eerbiedig mee om te gaan.

We gebruiken wel eens als gezegde: hij of zij heeft het hoogste woord.

Dat klopt, maar anders dan in de bedoeling van deze zegswijze. We bezitten als mensheid de schat van het hoogste woord en dat moeten we letterlijk nemen, maar dan wel allemaal tegelijk.

Ik ben voor het vrije woord, maar daarmee niet per se voor een ultieme vorm van meningsuiting. Respect, beschaving en burgermansfatsoen gelden ook nog. Maar scherpe kritiek op het misbruik van taal acht ik wel geboden. De journalistiek zit in de verdediging momenteel. Communicatiedeskundigen zouden hen moeten bijspringen. In deze tijden dienen professionele gebruikers van taal en waarheid elkaar te steunen. Ook voor professionele communicatoren geldt dat als informatie voortdurend tot ongeloof leidt en als bestuurders informatie misbruiken, zij moeten beseffen dat hun instrumentarium vals, bot en de facto onbruikbaar wordt. Dit impliceert dat hun werk derderangs wordt. Hoe dan ook moeten we dan vrezen dat woorden plaatsmaken voor wapens en geweld. We verliezen dan terrein en met ons heel veel mensen, die het goed voorhebben met informatie en communicatief verbindingsgedrag.

Interessante artikelen

Het gerucht               

(een politiek sprookje)

 

Er was er eens een groot land met een almachtige tsaar.

Het volk beminde hem zeer, maar wist dat daar

In het paleiscomplex ook anderen die ma


De Grieken hebben geen 320 miljard euro staatsschuld. Nee, ze hebben 320.000.000.000 euro staatsschuld. Dat is toch hetzelfde zult u zeggen. Koel in cijfers wel, maar in de perceptie niet. Ik verklaar


Al sinds meer dan 2500 jaar dalen denkers en wetenschappers af in de wereld van het superkleine. Lange tijd gold de gedachte dat atomen als ondeelbare micromaterie de kleinste eenheden vertegenwoordig