Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Alle bewoners van deze aarde behalve die 17 miljoen kaaskoppen tussen Maastricht en Texel zijn buitenlanders. Hoe kun je dan tegen buitenlanders zijn? Als we onze DNA zouden ontleden, zouden we niet veel puur Mokums tegen komen. Of Vismarktachtige genen. We zijn ieder voor zich meer van buitenlandse dan van binnenlandse afkomst. Het Nederlander zijn slaat dus vooral op de plek waar je ben geboren en niet waar je ouders en voorouders vandaan komen.

Ik raak daarom vermoeid als Nederlanders andere landgenoten verfoeien of typeren als fascisten omdat deze het niet zo ophebben met buitenlanders en hen betichten van een of andere fobie. Waar die voorstanders van strengere grenzen vooral tegen zijn, zijn mensen van buitenaf die hier de zaak komen versjteren. Ze zitten niet te wachten op lui die hier komen stelen, hun banen inpikken, sociaal geholpen worden terwijl zijzelf ook de grens van armoede voor de deur hebben. Noem mij één land waar de bevolking als geheel deze bezwaren niet deelt. Het mag een ik eerst-houding worden genoemd, maar het is geen fascisme, dat namelijk een politiek systeem is gebaseerd op ultanationalisme.

Daartegenover staan landgenoten, die beweren dat we buitenlanders, goede, wetten volgende en werkwillige buitenlanders hard nodig hebben vanwege de vergrijzing. Dat zijn niet de minste voorstanders, zoals oud-premier Lubbers of gerenommeerde economen of kenners van de arbeidsmarkt. Hun argument komt erop neer, dat we in Nederland de eigen behoefte aan nieuwe arbeidskrachten niet meer opbrengen. Maar vergrijzing kennen ook landen als Duitsland, Rusland, China en zo nog wat staten. Dat is onder meer een gevolg van de welvaart, waardoor de gezondheid is toegenomen en dus de gemiddelde leeftijd en de voorkeur voor kleine gezinnen. Het zijn derhalve vooral de landen met kinderrijke families, die voor aanvulling vanuit het buitenland moeten zorgen, of landen met een tekort aan werk casu quo economische bedrijvigheid. En daar zit nu net een andere crux en wel de groei naar een overmaat aan mensen, die de aarde niet langer kan dragen als we blijven leven zoals we doen met alle rampzalige gevolgen voor het milieu, zowel in klimaat als in grond en groen opzicht. Paradoxaal genoeg hebben uitgerekend die kleinere gezinnen in de welvarender landen een grotere ecologische voetafdruk dan die kinderrijke gezinnen in arme landen. Die rijkdom vertegenwoordigt een groter aandeel in de vervuiling, die we niet direct kunnen zien maar wel veroorzaken.

Hier ontstaat een patstelling. Het zou het leefklimaat voor mens, dier en plant goed doen als er wat minder mensen op moeder Terra drukten, plus uiteraard een gans andere levenswijze.. Maar een vermindering zou leiden tot minder productie van van alles en nog wat en dat zou minder arbeidskrachten vereisen. Men zou net zo goed kunnen pleiten voor meer criminaliteit dan hadden we meer agenten, advocaten, rechters, sociale werkers, cipiers, verzekeraars en noem maar op nodig. Dat is nu net niet de groeiende werkgelegenheid die we zoeken.

Wat we vooral nodig hebben zijn gebieden die arm blijven. Dat gaat als volgt. Wij halen grondstoffen en arbeiders uit die armoegebieden om meer te produceren ter wille van een bloeiende en groeiende economie en dus binnenlandse welvaart, waarbij we een groot deel van die groei mogelijk maken door naar die hulpgebieden meer te exporteren, wat soms ook kan omdat daar meer geld is doordat die buitenlandse werkers alhier een deel van hun verdiensten naar hun familie thuis sturen. Natuurlijk moeten we die behulpzame werkkrachten evenveel betalen als de eigen landgenoten, waardoor er meer geld naar dat thuisland vloeit en men daar meer kan importeren, waardoor hier de productie omhoog kan. Het liefst hebben we daar miljonairs wonen als wij maar miljardairs worden. Ik begreep op de middelbare school al niets van economie en ik begrijp nu waarom. Economie is niet lineair maar circulair.

Hoe meer je uitgeeft, des te meer moet je verdienen. Hoe meer je verdient des te meer kun je uitgeven. Geen speld tussen te krijgen, behalve dat we moeten constateren dat veel landen onbetaalbare hoge schulden hebben, waarvan sommige economen beweren dat die nog hoger moeten worden, omdat het helpt de schulden te verlagen door met die nieuwe leningen staatsinvesteringen te doen die voor meer werkgelegenheid moeten zorgen, waarbij meer mensen aan de slag komen dan wel beter gaan verdienen, zodat de consumptie op peil blijft en de staatsinkomsten stijgen, zodat we beter in staat zijn, zo is het argument, die schulden af te lossen, wat overigens zelden of nooit gebeurt. Ook in het rijke Nederland nauwelijks ooit in de afgelopen 70 jaar.

In die wereld, waar een gewoon mens in verwarring komt, zijn sommige Nederlanders tegen buitenlanders. Althans zo beweren tegenstanders dit en plakken daar het etiket fascisme of discriminatie op ter verduidelijking. Zouden we een woord hebben voor goede, nette buitenlanders en een woord voor inreizende criminelen of ongewenste individuen van welke aard dan ook, dan zouden we een beter onderscheid kunnen maken en hadden we die zware etiketten in veel gevallen helemaal niet nodig.

En als we toch onze taal moeten verrijken met meer duidelijk beschrijvende termen, laten we dan ook tegelijkertijd een ander woord bedenken voor ‘buitenlanders’. Want omdat we dat in hoge mate zelf ook allemaal zijn, duiden we met dit woord vooral aan dat wij als ‘Nederlanders’ een enorme minderheid vormen. Buitenlanders zijn mensen die van elders komen. Nederlanders zijn mensen die van hier komen. Ik pleit derhalve voor elderlingen en hierlingen. En elderlingen met slechte bedoelingen krijgen dan de aanduiding slechtelingen, waarmee we ook landgenoten aanduiden die de wet malverseren. Dan maken we annex geen onderscheid meer tussen binnen- en buitenlandse rotzakken. Want gelijkwaardigheid moet er zijn toch. Ook in taalaanduiding.

Interessante artikelen

Dit artikel gaat niet over astronomie, maar over de wankelende continuïteit van drukwerk. Het is eigenlijk een artikel van Joao Magueijo gezien de ruimhartige aanhalingen van zijn woorden. Ik hoop, da


Er is een voorlopige selectie van Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen. De groep vrouwen telt tot dusver 110 leden, de mannen komen tot 78. De XX-afvaardiging is talrijker dan de XY-delegat


In het december/januari-nummer van Logeions verenigingsblad C staat een artikel met als titel Kritisch kijken naar online content. De schrijfster is Natanja de Bruin, online adviseur. Ik deed wat zij