Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Een mens waant zich baas over zichzelf en eigenlijk ook wel over zijn leven en alles wat zich daarin afspeelt. We weten dat dit niet helemaal waar is. Sommigen hebben veel meer te vertellen en uit te maken dan anderen. We hebben dus machtige, invloedrijke mensen en meer of minder gedweeë volgelingen of zelfs onbetekenende slaven als menselijke instrumenten. Als we scherp kijken en oordelen zijn we slechts zeer beperkt de baas. In algemene zin gesproken geldt die dominantie in een persoonlijke actieradius. In een doorgaans kleine eigen kring.

Het begint al met de zeggenschap over de processen in ons eigen lichaam. Fysiek dus. Het knipperen van je ogen, de haargroei, het functioneren van ons darmstelsel kunnen we beïnvloeden maar het primaire proces is baas in eigen huis, beter gezegd in eigen lijfelijke omgeving. Als u tegensputtert en zegt, maar ik kan met voedsel of haargroeimiddelen of het bewust de ogen sluiten het proces wel degelijk beïnvloeden,is dat slechts een zeer beperkte dominantie, van korte duur ook nog.. De samenstelling en het functioneren van uw genetische bouwplan of recept, daarover heeft u op termijn niets te vertellen. De aanleg of talenten die u bij geboorte meekrijgt, daarmee moet u om te beginnen het vooralsnog doen. En die genen zijn behoorlijk bepalend leren we steeds en steeds meer.

Wat neuronen wel en niet aan elkaar doorgeven in uw hersenen valt niet onder uw bevelsvoering zonder te vervallen tot abnormale ingrepen. Ik ben mijzelf zeggen we, maar is het niet feitelijker om te zeggen ‘ik denk dat ik mijzelf ben’, maar wat daar precies onder moet worden verstaan is nog geen uitgemaakte zaak. Bewustzijn en identiteit komen meer en meer onder vuur te liggen.

Samengevat een groot aantal processen in uw lijf valt niet onder uw beheersregime. De wetten van de natuurkunde en scheikunde trekken zich niets aan van wat we zouden willen of verkiezen. Ze zijn ons te machtig. We kunnen ons beschermen tegen natuurrampen als overstromingen, orkanen of epidemieën maar ze echt uitschakelen ho maar. Hier en daar boeken we succes, dat is mooi, echter deze enorme krachten, in feite de achterliggende wetten, veranderen vergeet het maar. We wanen ons dominant ten opzichte van de natuur en daarmee van dieren, planten en lokale natuurfenomenen, en daarmee in ons bescheiden wereldje, maar op het hoofdbureau c.q. de verkeerstoren van het bestaan hebben we geen stem.

Mentaal achten we onszelf gezien die resultaten van ingrepen koning in eigen levensland. Het is ook niet mis wat we hebben bereikt. Dat is ontegenzeglijk waar, maar van die grote processen bepalen we noch het beleid noch het doel noch het resultaat. Onze beheersing heeft hoe dan ook een lokaal karakter. Van kleine stroompjes zijn we kracht en richting in handen, maar het geheel van de kolkende levensrivier hebben we niets te vertellen. Processen leiden ons, niet wij de hoofdstromen.

Incidenteel, lokaal, relatief kleinschalig mogen we onze prestaties roemen, maar binnen het heelal en daarbinnen op en rond moeder Aarde stelt dit niets voor. Persoonlijk hebben wij doelen, het heelal heeft het niet. Overleven als doel is menselijk misschien wel het hoogste doel, maar in dat universum met biljoenen eenheden zijn wij een minuscuul klontje van doelen en ambities op een stukje heelalgrond, dat niet in getallen is uit te drukken zo gering en dat zelfs hier op die in onze beleving grote brok die aarde heet nog niet eens van doorslaggevende kracht is. De zon lacht om ons. De zwarte gaten scheppen eigen heelalkrachten en zelfs die supermachten zijn aan opkomst en ondergang onderhevig.

We leven dus in een mythische voorstelling van krachten en processen, waarbij we onze invloed grotelijks overschatten. Het gevolg is dat we die macht overdragen aan goden en godheden, omdat we onszelf anders als klein en nietig moeten inschalen. We roepen opperwezens te hulp, daarmee toegevend dat we zelf eigenlijk nietig zijn. Voor die futiele functie van invloed achten we ons nu weer te groot en onterecht magistraal. De mens als kroon op de schepping.

Als die enorme krachtige, elk op zich onbestuurbare processen vallen niet onder ons beleid, hebben op zich geen doel maar alleen een uitwerking en onttrekken zich ten enenmale aan zoiets als een menselijke strategie of aanpak. Het heelal heeft geen beleid, geen doelstrategie, maar beweegt alleen maar als voortdurende wisselende van energie- en materiemachten. Zou die schepper dit wel hebben dan leveren ons die mythische boeken en verhalen daarvoor geen enkel feitelijk bewijs. Onze intelligentie, hersenvermogen en cognitie heef ons dat inmiddels onweerlegbaar duidelijk gemaakt.

Dit vatten we samen onder de term wetenschap, die ironie, o ironie nu net een hoofdproduct is van die schepping. De omvang en kwaliteit hiervan zijn onmiskenbaar enorm toegenomen sinds we onze familieleden de mensapen achter ons lieten en alle andere voorgaande organismen. We zijn, gelovig of ongelovig, geneigd om te redeneren dat het toch een begin moeten hebben en mogelijk ook een einde, maar is dit niet een vertaling van ons eigen begin en einderealisme, geprojecteerd op het totale universum? Om de open vragen en het gevoel van ongemak - hoe zit het nu eigenlijk – toch een plek te geven hebben we enerzijds onze religies die ons zeggen dat er ergens toch een bestuurder moet huizen en anderzijds de filosofie met als meest fundamentele vraagwoord ‘waarom’. Om welke reden, welk vraagzin voortkomt uit ons cognitieve denkproces dat ons brandstof geeft om te blijven vragen en daarmee een fenomeen is van overlevende energie. De vraag als continuïteitsprincipium. Als er niets meer beweegt en er geen energie meer is, vervalt het heelal tot een gegeven van niets en bij niets kunnen we ons gewoonweg niets voorstellen, omdat onze hersenen zichzelf niet kunnen ontkennen als zijndheid en dus per definitie een iets als bewustzijn hebben. Anders gezegd: we kunnen niet echt buiten onszelf denken. En hersenen die zich een volstrekte ledigheid kunnen voorstellen werken niet meer.

Voor mij geldt dat het feit, dat onze hersenenwerking tot die vraag is gekomen, de meest verregaande filosofische vraag inleidt. Klein cognitiefje als ik ben heb ik dan de tergende vraag ‘waarom dat heelal, dat alleen maar is (doelloos en beleidsloos)_en niet denkt, toch tot die chemische constructie van die miljarden neuronen is gekomen die binnen het verschijnsel mens de vraag formuleren. Moet ik tot op dit moment nu constateren dat het heelal geen doel heeft en ook geen plan en als een scheikundig werkend orgaan tot de constructie is gekomen van een orgaan dat zich die vraag kan stellen. Want hoe dan ook, ik, voor zover die identiteit betekenis heeft, stel mij die vraag, die voortkomt uit dat neuro-orgaan, dat voortkomt uit de scheikunde en niet wordt tegengegaan door de natuurkunde (natuurwetten) en welke vraag voor mij de ultieme vraag inhoudt. Is het heelal daarmee bezig zichzelf toch een bewustzijn en doel te verschaffen en ben ik dus slechts een tijdelijk en tegelijk onmisbaar componentje in de poging waarbij het heelal en diens natuur (zijnsaard) in de spiegel kijkt en denkt ‘hé, ik besta, om vervolgens zichzelf impliciet de tergende vraag via de mens ook te stellen: waarom eigenlijk? Laat ik het een mens eens laten uitzoeken. Zo bezien zijn wij de hersenen van het heelal. Best een intrigerende gedachte. Na 13,5 miljard jaar of zoiets.

Interessante artikelen

Nog een kort commentaar op de voetbalmania. Robben maakte een schwalbe. Hij gaf het zelf nota bene toe. Ik vind dit onsportief gedrag van de hoogste orde. Ben ik tegen voetballen? Geenszins, het was o


Dialoog, tweerichtingsverkeer, two-way symmetric communication: waarachtige, moderne communicatie moet van twee kanten komen en op basis van gelijkwaardigheid. Inhoud en timing zijn ook belangrijke co


Opwarming aarde en communicatie: een vakdilemma

 Er zullen vele grote issues de revue passeren in deze eeuw. De opwarming van de aarde maakt mijns inziens een goede kans bij de top drie te behoren. E